ECLI:NL:RBNNE:2026:811

ECLI:NL:RBNNE:2026:811

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 16-03-2026
Datum publicatie 16-03-2026
Zaaknummer 18/094850-25
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Assen

Samenvatting

De economische politierechter veroordeelt verdachte voor het medeplegen van aangelegd aanwezig hebben en gebruiken van zendapparatuur (artikel 10.15 van de Telecommunicatiewet) tot een geldboete van € 1.200,- subsidiair 12 dagen vervangende hechtenis. Gevaarzetting door verstoring van het luchtvaartverkeer in Duitsland. Niet aannemelijk geworden dat in strijd gehandeld is met enig rechtsbeginsel. Onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen goederen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht Locatie Assen

parketnummer 18/094850-25

Vonnis van de economische politierechter d.d. 16 maart 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 2 maart 2026.

Verdachte is niet verschenen; wel is verschenen mr. D.G. Hassink, advocaat te Zwolle, die verklaard heeft uitdrukkelijk tot de verdediging te zijn gemachtigd.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. P. van der Vliet.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 24 oktober 2024 te [plaats 1] , gemeente Emmen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk, een of meer radioapparaten, te weten (onder meer) een (mobiele) zendmast en/of een antennesysteem en/of een zogeheten topbuis en/of een of meerdere zendversterker en/of een of meerdere zender(s) en/of een of meerdere vermogenversterker(s) en/of een of meerdere ontvanger(s) heeft aangelegd, geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig heeft gehad en/of heeft gebruikt, terwijl voor het gebruik ervan aan de houder(s) van die radioapparaten geen vergunning voor het gebruik van frequentieruimte was verleend op grond van hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het tenlastegelegde feit. Zij heeft daartoe aangevoerd dat er radioapparaten zijn aangetroffen op het adres van verdachte, [adres 2] . De apparatuur was in gereedheid gebracht om uit te zenden. Daarnaast was veel reserveapparatuur aanwezig. Op een locatie 800 meter verderop, [adres 3] , is een zendmast aangetroffen. Deze radioapparaten waren met elkaar verbonden. Daarmee is er voldoende bewijs voor het geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig gehad hebben van radioapparaten zonder vergunning.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat er onvoldoende onderzoek is gedaan om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat er geen onderzoek is gedaan naar de link tussen enerzijds de melding, door de luchtverkeersleiding in Duitsland, van de uitzending op 128.5 MHz en anderzijds de aangetroffen apparatuur bij verdachte op zijn adres [adres 1] en de aangetroffen apparatuur op het perceel [adres 3] . Het feit dat in deze regio het aantal geheime zenders groot is, maakt nog niet dat verdachte en zijn medeverdachte(n) verantwoordelijk zijn geweest voor de verstorende uitzending. Op grond hiervan dient verdachte te worden vrijgesproken, aldus de raadsman.

Oordeel van de economische politierechter

De economische politierechter past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 5 november 2024, opgenomen op pagina 1 e.v. van het dossier van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (hierna: RDI) van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat met nummer 20241024-350-PV, ingekomen bij het arrondissementsparket Noord-Nederland op 26 maart 2025, inhoudend als relatering van verbalisant [verbalisant] , inspecteur RDI:

Op donderdag 24 oktober 2024 bevond ik, [verbalisant] , mij in een dienstvoertuig van de RDI. Ik was onder andere belast met een prio-1 dienst. Deze dienst houdt in dat storingen in kritieke infrastructuur (te denken valt aan communicatie van politie, maar ook

lucht- en scheepvaart) per direct moeten worden aangenomen en zo snel als mogelijk moeten worden beëindigd.

Op 24 oktober 2024 omstreeks 9.50 uur ontving het klantcontactcentrum van de RDI een melding over een prio-1 verstoring, gedaan door de heer [naam 1] van de luchtverkeersleiding te Krefeld (D). Het bleek te gaan om een stoorsignaal in de luchtvaartband. [naam 1] meldde dat zij middels hun monitoringsstation op een frequentie van 128.5 megahertz (hierna: MHz) muziek hoorden, kennelijk afkomstig van een illegale radiozender. Dit monitoringsstation is gelegen nabij de Duitse plaats Meppen. [naam 1] meldde voorts dat zij de kennelijk illegale zender geïdentificeerd hadden en dat de muziek die zij waarnamen op de voor de luchtvaart bestemde frequentie van 128.5 MHz, afkomstig was van een zender met de naam [zendernaam] .

De frequentie van 128.5 MHz is in gebruik bij het Area Control Centre en begeleidt vliegtuigen in het gebied Noordrijn-Westfalen. De verstoring was zodanig ernstig dat uitluisteren op een frequentie van

128.5 MHz niet mogelijk was.

Om 10.25 uur nam ik contact op met collega-toezichthouders [toezichthouder] en [toezichthouder] voor technische en fysieke ondersteuning. Zij zouden naar de omgeving van [plaats 2] komen voor eigen onderzoek. Na een daartoe door mij gedaan belverzoek ben ik om 11.10 uur gebeld door de heer [agent] van de politie, die assistentie toezegde.

Om 11.50 uur meldde toezichthouder [toezichthouder] dat de door hem beluisterde zender plotseling - en om onbekende reden - niet meer uitzond. Verondersteld kan worden dat de peilwagen is gezien en dat, ter voorkoming van ontdekking op heterdaad, de zender uit de lucht is genomen.

Omstreeks 12.00 uur meldde toezichthouder [toezichthouder] mij dat de voor de verstoring verantwoordelijke zender zich mogelijk zou bevinden op het adres [adres 2] . Deze informatie kwam voort uit een telefonisch contact met de heer [basispolitiemedewerker] , basispolitiemedewerker/brigadier te Emmen, regio Zuidoost Drenthe. [basispolitiemedewerker] , voornoemd, is ambtshalve bekend met dit adres vanwege het faciliteren van illegale radio-uitzendingen in het verleden.

Omstreeks 12.30 uur betrad ik het perceel [adres 2] . Tegelijkertijd arriveerde agent [agent] .

Op het perceel bevond zich een schuur met twee in- en uitgangen. Door de vensters zag ik dat zich in de schuur een zogenaamde studio bevond. Ik zag namelijk een hoeveelheid audioapparatuur die op dat moment aan stond. Ik zag dat deze apparatuur aan stond vanwege de aanwezigheid van knipperende led's en verlichte LCD displays. Het was mij ambtshalve bekend dat een dergelijke studio veelal gebruikt wordt voor het faciliteren van radio-uitzendingen.

Wij troffen op het perceel twee personen aan: [naam 2] en [naam 3] . Deze personen bleken niet de bewoners van het perceel te zijn. De eigenaar van het perceel bleek zich in de voornoemde studio te bevinden. Op ons verzoek kwam hij naar buiten.

Hij gaf op te zijn: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] -1983 te [geboorteplaats].

Met toestemming van [verdachte] , voornoemd, betraden wij de studio. In de studio zag ik dat daarin enige audioapparatuur stond opgesteld. Ik herkende de samenstelling/opstelling als een “studio” zoals veelvuldig in gebruik bij exploitanten van illegale radiozenders. In de ruimte grenzend aan de studio zag ik een aantal zenders en vermogensversterkers staan. Ik zag dat één van de zenders geheel aangesloten was. Ik zag dat deze zender aangesloten was op een vermogensversterker. Het was mij ambtshalve bekend dat deze versterkers bedoeld zijn om het door het radioapparaat opgewekte vermogen te vergroten om op deze wijze het bereik van een zender te kunnen vergroten. Ik zag dat beide apparaten voorzien waren van een spanningssnoer die aangesloten waren op een wandcontactdoos.

Ik herkende in deze radioapparatuur onder andere een radioapparaat merk E.S. model TX 0/20, als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet (hierna: Tw) (radiozender), bestemd voor het uitzenden van radiogolven met instelbare frequenties, liggende in de FM-omroepband en een radiofrequentvermogensversterker, merk RMF, type 4D1000, dienende om de radiosignalen van het voornoemd radioapparaat aanzienlijk te versterken.

Alhoewel dit laatste apparaat niet is ingericht voor het opwekken van radiogolven, is het overeenkomstig artikel 10.14 onder b van de Tw en artikel 18 eerste lid van het Besluit radioapparaten 2016, gelijk gesteld aan een radioapparaat.

Ik zag dat de radioapparatuur was aangelegd en middels een coaxiale geleiding met een antenne was verbonden. Tevens zag ik dat deze coaxiale geleiding was aangesloten op de op het perceel aanwezige en voor het doen van radio-uitzendingen geschikte FM zendantennes. Ook zag ik dat aan de audio-ingang van het radioapparaat een audiokabel was gekoppeld. Het was mij ambtshalve bekend dat deze kabels benodigd zijn voor het toevoeren van een audiosignaal, welke kennelijk was verbonden met de voornoemde audioapparatuur in voornoemde studio.

Naast de radioapparatuur zoals voornoemd zag ik in dezelfde schuur meerdere apparaten staan. Ik herkende deze apparaten ambtshalve als radioapparaten, geschikt om met elkaar, dan wel los van elkaar radio-uitzendingen te doen in de FM omroepband, dan wel als reserveapparatuur te dienen om uitzendingen in de FM-omroepband mogelijk te maken. Tezamen herkende ik in de hiervoor genoemde opstelling en de door mij waargenomen radioapparaten een geheel of gedeeltelijk aangelegd radioapparaat zoals bedoeld in artikel 10.15 van de Tw.

Ten tijde van het onderzoek op voornoemd perceel is door de toezichthouders

[toezichthouder] en [toezichthouder] een tweede onderzoek ingesteld naar de oorsprong van de verstoring in de luchtvaartband. Op 800 meter afstand (hemelsbreed gemeten vanaf de studio) troffen zij een zogenoemde onbemande constructie aan op een landbouwperceel aan de [adres 3] . Bij dergelijke constructies wordt vanaf een bepaalde locatie illegaal uitgezonden en bevindt de eigenlijke radiostudio, waarvandaan het radioprogramma wordt verzorgd, zich op een andere locatie. Voor het overbrengen van het audiosignaal vanuit de radiostudio naar de zendlocatie wordt gebruik gemaakt van een afzonderlijke draadloze kabel-, radio- of internetverbinding (streaming).

Als er geen stroomvoorziening aanwezig is, wordt door de exploitanten van de illegale radiozenders op de zendlocatie een aggregaat geplaatst die de benodigde netvoedingsspanning opwekt. Tevens wordt ten behoeve van de illegale radio-uitzending een extra antenne, geschikt voor het uitstralen van radiogolven in de FM-omroepband, geplaatst.

Deze door de toezichthouders [toezichthouder] en [toezichthouder] aangetroffen onbemande constructie op het perceel [adres 3] was voorzien van een 70 meter hoge antennemast, een aggregaat, dieseltank, standkachel en diverse draadloze linkapparatuur.

De RDI beschikt over een Landelijk Meetnet Telecom. Dit is een netwerk van meetposten dat over Nederland is verspreid. Via dit netwerk is het mogelijk radiosignalen te ontvangen en het frequentiespectrum te monitoren. Aan de hand van uit dit netwerk ontvangen informatie bleek mij dat de door onderhavige illegale radiozender uitgezonden radiogolven waren te ontvangen op de meetposten te Groningen, Hengelo en Hoogeveen. Daarnaast zijn er audiobestanden als opnames beschikbaar. Uit deze opnames is duidelijk te beluisteren dat op de luchtvaartfrequentie van 128.5 MHz twee signalen te horen zijn, te weten de spraak van de piloten alsmede Nederlandstalige muziek zoals uitgezonden door het station “ [zendernaam] ”.

Middels de in de dienstauto aanwezige navigatieapparatuur en het geografisch informatie-programma, Google Maps, zagen toezichthouders [toezichthouder] en [toezichthouder] dat de afstand tussen de locatie waar zij de illegale radio-uitzending ongestoord ontvingen en het perceel waarvandaan illegaal werd uitgezonden, ongeveer 123 kilometer (radio-afstand) bedroeg.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 27 november 2024, opgenomen op pagina 16 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verdachte [verdachte] :

V: Waar woont u momenteel?

A: [adres 1] . Ik sta daar ook ingeschreven. V: Met wie woont u daar?

A: Met mijn gezin. We zijn niet getrouwd. Twee jonge kinderen. ()

V: Wie is de eigenaar van de inbeslaggenomen materialen en de radioapparatuur op uw eigen perceel? A: Ik. Deels ben ik daar eigenaar van.

()

V: Heeft u ooit een vergunning van de RDI voor het gebruik van frequentieruimte (dus om te zenden) gekregen?

A: Nee.

Bewijsoverweging

De economische politierechter stelt op basis van het procesdossier van de RDI en het proces-verbaal van verhoor verdachte vast dat verdachte op 24 oktober 2024 op zijn woonadres radioapparaten geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig heeft gehad en heeft gebruikt, zonder dat verdachte beschikte over een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte.

Daarbij overweegt de economische politierechter dat het “aangelegd aanwezig hebben” volgens vaste jurisprudentie ruim dient te worden geïnterpreteerd. Daarbij moet bijvoorbeeld worden gedacht aan de situatie waarbij in de omgeving van het radiozendapparaat een geschikte antenne aanwezig is of andere hulpmiddelen die noodzakelijk zijn om het radiozendapparaat met een betrekkelijk simpele handeling in gebruik te nemen. De intentie van de houder is er dan immers op gericht om het apparaat te gebruiken. Van “aangelegd aanwezig hebben” zal in feite alleen dan geen sprake zijn, indien het apparaat in verpakte toestand aanwezig is of uit andere omstandigheden blijkt of kan worden aangetoond dat de intentie van gebruik niet aanwezig is. Daarvan is in deze zaak niet gebleken.

Voorts stelt de economische politierechter op basis van het procesdossier van de RDI vast dat het onderzoek dat heeft geleid tot het bij verdachte, op 24 oktober 2024, aantreffen van de radioapparaten, diezelfde dag was gestart met een zogenoemde prio-1 melding naar aanleiding van een storing op vitaal frequentieverkeer (de luchtvaartcommunicatie).

Naar het oordeel van de economische politierechter is tijdens het onderzoek ter terechtzitting door de verdediging niet aannemelijk gemaakt noch is overigens aannemelijk geworden dat door de bevoegde opsporingsambtena(a)r(en) zou zijn gehandeld in strijd met enig rechtsbeginsel. Dat er (nader) onderzoek had moeten worden verricht naar “de link” tussen de prio-1 melding en het aantreffen bij verdachte van de radioapparaten, volgt de economische politierechter niet.

De economische politierechter acht, op grond van het vorenoverwogene en de bewijsmiddelen - in onderling verband en samenhang bezien - wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Bewezenverklaring

De economische politierechter acht het feit wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

hij op 24 oktober 2024 te [plaats 1] , gemeente Emmen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen opzettelijk radioapparaten, te weten een mobiele zendmast en een antennesysteem, een zogeheten topbuis, meerdere zendversterkers, meerdere zenders, meerdere vermogensversterkers en meerdere ontvangers geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig heeft gehad en heeft gebruikt, terwijl voor het gebruik ervan aan de houder(s) van die radioapparaten geen vergunning voor het gebruik van frequentieruimte was verleend op grond van hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de economische politierechter dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Medeplegen van overtreding van het voorschrift gesteld bij artikel 10.15, eerste lid van de Telecommunicatiewet, opzettelijk begaan.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De economische politierechter acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat, gelet op de richtlijn voor strafvordering Telecommunicatiewet van het Openbaar Ministerie, verdachte ter zake van het feit wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis. Daarbij heeft de officier van justitie aansluiting gezocht bij hetgeen in de richtlijn is vermeld onder “Basiscasus/delict (1) (etherpiraten)”.

Voorts is van belang dat evident is dat sprake was van een concreet gevaar voor het luchtverkeer, aldus de officier van justitie.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair gepleit voor vrijspraak.

Subsidiair - mocht de economische politierechter komen tot een bewezenverklaring - heeft de raadsman gepleit voor oplegging van een geldboete van 500,-. Daarbij heeft de raadsman aansluiting gezocht bij hetgeen in de richtlijn is vermeld onder “Basiscasus/delict (2) (illegaal gebruik van niet-omroepfrequenties)”. Daarbij is van belang dat verdachte first offender is. Ten slotte wijst de raadsman er op dat verdachte, met de inbeslagname van de radioapparatuur, financieel reeds hard is getroffen.

Oordeel van de economische politierechter

Bij de bepaling van de straf heeft de economische politierechter rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

De economische politierechter heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting heeft de officier van justitie zich op standpunt gesteld dat bij de bepaling van de straf moet worden uitgegaan van hetgeen in de richtlijn voor strafvordering Telecommunicatiewet van het Openbaar Ministerie is vermeld onder, kort gezegd, “etherpiraten”. De raadsman heeft daarentegen bepleit dat bij de bepaling van de straf moet worden uitgegaan van hetgeen in genoemde richtlijn is vermeld onder “illegaal gebruik van niet-omroepfrequenties”.

De economische politierechter zal, gelet op het verhandelde ter terechtzitting dienaangaande, de door de raadsman genoemde straf, vermeld in de richtlijn onder “illegaal gebruik van niet-omroepfrequenties”, als uitgangspunt nemen. Dit is in het voordeel van verdachte.

Het bewezen verklaarde “medeplegen” geldt als strafverzwarende omstandigheid.

Voorts geldt als strafverzwarende omstandigheid dat met de gebruikte frequentie het luchtvaartverkeer in Duitsland werd verstoord. Daarmee is een concrete gevaarzetting voor het luchtverkeer veroorzaakt. Dit had ernstige gevolgen kunnen hebben voor de algemene veiligheid.

Alles afwegende acht de economische politierechter oplegging van een onvoorwaardelijke geldboete van 1200,- subsidiair 12 dagen hechtenis, passend en geboden.

Inbeslaggenomen goederen

Onder verdachte zijn de volgende goederen in beslag genomen:

1x zender merk Rohde & Schwartz voorzien van lades met de volgende typeaanduiding: HS-6639 (tuning unit)

Su-155 (50 watt stuurzender) GS 011 Al (Switch)

HS 3156 (voeding)

HS 3158 (voeding) HS 4135/2 (voeding) HS 3171 (voeding)

1x zender merk: Telefunken type: S 3150S kleur: grijs

1x zender merk: Elektrolink type: 2K10 (op transportwielen kleur zwart) 1x zender merk: RVR type: onbekend (op transportwielen kleur rood)

1x zender merk: E.S. type TX 0/20 kleur: blauw met houten handgrepen 1x zender merk: Esse CI in aluminium kist met gele band

1x zender merk RVR model: PTX-Icd stuurzender

1x zender merk onbekend. Kleur: zwart (zelfbouw) Tekst: vhf-transmitter

1x zender-eindtrap (buizen) merk: RVR (met gelast onderstel t.b.v. transport) 1x wireless-router merk: TP-link model: TL-MR6400

1x ontvanger merk: Electronic Service Receiver kleur blauw met houten handgrepen. 8x FM dipoolantenne

2x zendbuis

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft onttrekking aan het verkeer gevorderd van de inbeslaggenomen goederen. Er is evident een concreet gevaar geweest voor het luchtvaartverkeer door de illegale uitzending.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de economische politierechter. Daarbij heeft de raadsman aangegeven dat verdachte heeft laten weten dat hij de onder hem inbeslaggenomen radioapparatuur niet terug hoeft.

Oordeel van de economische politierechter

De economische politierechter acht de inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar voor onttrekking aan het verkeer nu het ongecontroleerde bezit van deze voorwerpen door verdachte in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

De economische politierechter merkt hierbij voor de volledigheid op dat ook voorwerpen die op zichzelf niet gevaarlijk zijn, maar waarvan het bezit wel afhankelijk is gesteld van een vergunning of ontheffing, aan het verkeer kunnen worden onttrokken, bijvoorbeeld - zoals hier het geval is - zendinstallaties.

Toepassing van wetsartikelen

De economische politierechter heeft gelet op de artikelen: 23, 24c, 36b, 36c, 47 van het Wetboek van Strafrecht;

van de Telecommunicatiewet;

1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De economische politierechter

Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een geldboete van 1200,- (twaalfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 12 (twaalf) dagen hechtenis.

Verklaart de volgende goederen onttrokken aan het verkeer:

1x zender merk Rohde & Schwartz voorzien van lades met de volgende typeaanduiding: HS-6639 (tuning unit)

Su-155 (50 Watt stuurzender) GS 011 Al (Switch)

HS 3156 (voeding)

HS 3158 (voeding) HS 4135/2 (voeding) HS 3171 (voeding)

1x zender merk: Telefunken type: S 3150S kleur: grijs

1x zender merk: Elektrolink type: 2K10 (op transportwielen kleur zwart) 1x zender merk: RVR type: onbekend (op transportwielen kleur rood)

1x zender merk: E.S. type TX 0/20 kleur: blauw met houten handgrepen 1x zender merk: Esse CI in aluminium kist met gele band

1x zender merk RVR model: PTX-Icd stuurzender

1x zender merk onbekend. Kleur: zwart (zelfbouw) Tekst: vhf-transmitter

1x zender-eindtrap (buizen) merk: RVR (met gelast onderstel t.b.v. transport) 1x wireless-router merk: TP-link model: TL-MR6400

1x ontvanger merk: Electronic Service Receiver kleur blauw met houten handgrepen. 8x FM dipoolantenne

2x zendbuis.

Dit vonnis is gewezen door mr. R. Depping, economische politierechter, bijgestaan door

mr. D. Flanderijn, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze economische politierechter op 16 maart 2026.

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. D. Flanderijn

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?