ECLI:NL:RBNNE:2026:836

ECLI:NL:RBNNE:2026:836

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 20-03-2026
Datum publicatie 18-03-2026
Zaaknummer 18-195014-25
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Veroordeling voor de minderjarige vanwege een straatroof, tweemaal een diefstal in vereniging en een vernieling tot 97 dagen jeugddetentie met aftrek, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden. De rechtbank zal daarnaast aan verdachte een werkstraf opleggen van 150 uren.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

[verdachte] ,

Beoordeling van het bewijs

Bewezenverklaring

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Strafbaarheid van verdachte

Strafmotivering

Benadeelde partijen

Toepassing van wetsartikelen

Uitspraak

De rechtbank

een jeugddetentie voor de duur van 97 dagen

Een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 150 uren.

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18-195014-25

ter terechtzitting gevoegde parketnummers 18-210443-25, 18-120649-25, 18-166494-25,

18-271170-25, 03-318557-25

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 20 maart 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] wonende te [adres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 6 maart 2026.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J.S. Özsaran, advocaat te Groningen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. E.R. van Slooten.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

Parketnummer 18-195014-25

1.

hij op of omstreeks 26 juni 2025 te Groningen (op/aan de openbare weg) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of een derde toebehoorde(n) door (- zakelijk weergegeven -) die [slachtoffer 1] (bij de schouder) vast te pakken en/of te houden en/of een (op een) mes (gelijkend voorwerp) te tonen en/of (met de punt) tegen en/of in de richting van zijn buik, althans het lichaam, te houden en/of aan hem toe te voegen dat hij zijn telefoon moest afgeven/afstaan, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking;

2.

hij op of omstreeks 24/25 juni 2025 te Groningen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een mobiele telefoon (Iphone 14) en/of een Apple Smartwatch, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander

toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte] op of omstreeks 24/25 juni 2025 te Groningen tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een mobiele telefoon (Iphone 14) en/of een Apple Smartwatch, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich

wederrechtelijk toe te eigenen

op of omstreeks 24/25juni 2025 te Groningen opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door op de uitkijk te staan;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in/op of omstreeks de periode van 24 juni 2025 tot en met 26 juni 2025 te Groningen, althans in Nederland, (een of meer) mobiele telefoon(s) ((waaronder) een Iphone 14), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen,

terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

3.

hij op of omstreeks 25 juni 2025 te Groningen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer fles(sen) drank/ drinkwaren, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen fles(sen) drank/ drinkwaren onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in/op of omstreeks de periode van 24 juni 2025 tot en met 26 juni 2025 te Groningen, althans in Nederland, een fles drank/ drinkwaren, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

Parketnummer 18-210443-25

1.

hij, op of omstreeks 20 mei 2025, te Groningen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meerdere blikken Red Bull, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [winkel 5] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

2.

hij, op of omstreeks 17 mei 2025, te Groningen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, één of meer geuren/parfums, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [winkel 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Parketnummer 18-120649-25

hij, op 19 april 2025 te Groningen, kledingstukken, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [winkel 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Parketnummer 18-166494-25

hij, op 31 mei 2025 te Winschoten, gemeente Oldambt, een kledingstuk, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [winkel 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Parketnummer 18-271170-25

hij in of omstreeks de periode van 1 tot en met 10 mei 2025 te Groningen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, RedBull, chips en/of snoep, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [winkel 4] in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Parketnummer 03-318557-25

hij op of omstreeks 22 november 2025 in de gemeente Maastricht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk wasmanden, een emmer, een bezem, een bovenlicht en/of een deur, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [instelling] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor de primair ten laste gelegde feiten 2 en 3 onder parketnummer 18-195014-25. Voor de overige feiten heeft de officier van justitie eveneens veroordeling gevorderd. Voor wat betreft het feit ten laste gelegd onder parketnummer 18-271170-25 stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat verdachte in zijn eentje gehandeld heeft en dat hij dient te worden vrijgesproken van medeplegen.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van parketnummer 18-195014-25

De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna bewezen verklaarde 1, 2 primair en 3 primair met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Deze opgave luidt als volgt:

Ten aanzien van parketnummer 18-210443-25

De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Deze opgave luidt als volgt:

Ten aanzien van parketnummer 18-120649-25

De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

Deze opgave luidt als volgt:

Ten aanzien van parketnummer 18-166494-25

De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

Deze opgave luidt als volgt:

Ten aanzien van parketnummer 18-271170-25

De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

Deze opgave luidt als volgt:

Ten aanzien van parketnummer 03-318557-25

De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

Deze opgave luidt als volgt:

d.d. 25 november 2025, inhoudende de verklaring van [naam 7] .

De rechtbank acht het onder parketnummer 18-195014-25 feit 1, feit 2 primair, feit 3 primair, het onder parketnummer 18-210443-25 feit 1 en feit 2, het onder parketnummer 18-120649-25, het onder parketnummer 18-166494-25, het onder parketnummer 18-271170-25, en het onder parketnummer 03-318557-25 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

Ten aanzien van parketnummer 18-195014-25

1.

hij op 26 juni 2025 te Groningen (op de openbare weg) tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon die aan die [slachtoffer 1] toebehoorde door

(- zakelijk weergegeven -) die [slachtoffer 1] (bij de schouder) vast te pakken en te houden en een mes te tonen en (met de punt) tegen en in de richting van zijn buik, te houden en aan hem toe te voegen dat hij zijn telefoon moest afgeven, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking;

2.

hij op 25 juni 2025 te Groningen tezamen en in vereniging met een ander een mobiele telefoon (Iphone 14) en/of een Apple Smartwatch, die aan [slachtoffer 2] ,

toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

3.

hij op 25 juni 2025 te Groningen tezamen en in vereniging met een ander, flessen drank, die aan [slachtoffer 3] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen flessen drank onder hun bereik hebben gebracht door middel van inklimming;

Ten aanzien van parketnummer 18-210443-25

1.

hij, op 20 mei 2025 te Groningen, tezamen en in vereniging met een ander, meerdere blikken Red Bull, die aan [winkel 5] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

2.

hij, op 17 mei 2025 te Groningen, tezamen en in vereniging met een ander, parfums, die aan [winkel 1] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Ten aanzien van parketnummer 18-120649-25

hij, op 19 april 2025 te Groningen, kledingstukken die aan [winkel 2] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Ten aanzien van parketnummer 18-166494-25

hij, op 31 mei 2025 te Winschoten, gemeente Oldambt, een kledingstuk dat aan [winkel 3] , toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Ten aanzien van parketnummer 18-271170-25

hij in of omstreeks de periode van 1 tot en met 10 mei 2025 te Groningen tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, Red Bull, chips en snoep, dat aan [winkel 4] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Ten aanzien van parketnummer 03-318557-25

hij op 22 november 2025 in de gemeente Maastricht tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk en wederrechtelijk wasmanden, een emmer, een bezem, een bovenlicht en een deur, die aan [instelling] toebehoorden heeft vernield.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van parketnummer 18-195014-25

1. afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg door twee of meer verenigde personen;

terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

2. primair diefstal door twee of meer verenigde personen

3. primair diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming;

Ten aanzien van parketnummer 18-210443-25

Ten aanzien van parketnummer 18-120649-25

1. diefstal;

Ten aanzien van parketnummer 18-166494-25

1. diefstal;

Ten aanzien van parketnummer 18-271170-25

1. diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van parketnummer 03-318557-25

1. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de naar haar oordeel te bewijzen feiten wordt veroordeeld tot 127 dagen jeugddetentie met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest, waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals geformuleerd in het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad). Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd aan verdachte een werkstraf op te leggen voor de duur van 150 uren subsidiair 75 dagen jeugddetentie.

Standpunt van de verdediging

Gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte heeft de raadsvrouw verzocht om geen jeugddetentie op te leggen, ook niet in voorwaardelijke zin, omdat dit een negatieve rol zou kunnen spelen bij de beslissing op zijn asielverzoek . De raadsvrouw heeft betoogd dat er aan verdachte een werkstraf kan worden opgelegd van maximaal 200 uren waarvan eventueel een deel voorwaardelijk.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, het rapport van de Raad van 2 maart 2026 en het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie van 21 januari 2026, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere strafbare feiten, waarvan de meest ernstige de straatroof op 26 juni 2026 is geweest. De verdachte is toen, samen met de medeverdachte, de straat opgegaan met het plan een persoon te beroven. Beide verdachten verkeerden in financiële moeilijkheden en hadden het voornemen telefoon te stelen om die vervolgens te verkopen. Verdachten hebben een mes meegenomen uit de keuken van het AZC waar zij verbleven met het oogmerk dit te gebruiken bij de beoogde diefstal. Bij station Europapark zagen de verdachten het slachtoffer lopen. De verdachte heeft het slachtoffer bij de schouder gegrepen, terwijl de medeverdachte het mes tegen diens buik hield en hem sommeerde de telefoon af te geven.

Dit incident heeft een aanzienlijke impact gehad op het slachtoffer. Uit angst durfde hij niet langer naar zijn school nabij station Europapark te gaan, waardoor hij genoodzaakt was over te stappen naar een andere school.

Kort daarvoor, in de nacht van 24 juni 2025 op 25 juni 2025, hebben verdachten samen diefstallen gepleegd uit een woonboot en een rondvaartboot. Tijdens de diefstal uit de woonboot waren op dat moment de bewoners aanwezig. Zij werden wakker van gestommel en merkten dat er een telefoon en een smartwatch waren ontvreemd. Dit soort feiten hebben over het algemeen grote impact op de betrokken slachtoffers en roepen bij hen, en ook in de samenleving in het algemeen, nog lange tijd gevoelens van angst en onveiligheid op. Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan meerdere winkeldiefstallen, zowel in vereniging als alleen. Verdachte heeft met zijn handelen laten zien geen enkel respect te hebben voor andermans eigendommen. Door zijn handelen heeft verdachte anderen financiële schade berokkend en enkel gedacht aan zijn eigen financiële gewin.

Ten slotte heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan vernieling van goederen van [instelling] in Maastricht, de instelling waar hij verbleef. Door de vernielingen is er overlast en schade veroorzaakt en gevoelens van onveiligheid bij medebewoners en personeel.. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de aard en ernst van de feiten in combinatie met de hoeveelheid feiten in korte tijd, in beginsel een jeugddetentie op zijn plaats is.

Persoon van verdachte

De rechtbank zal bij het bepalen van de straf rekening houden met de jonge leeftijd van verdachte (15 jaar ten tijde van de feiten) en zijn belaste verleden waarin hij op zeer jonge leeftijd zonder ouders uit zijn land van herkomst is gevlucht. Ook houdt zij rekening met het feit dat verdachte een zogenaamde first offender is en daarmee voor de eerste keer voor de rechter staat. Uit het rapport van de Raad volgt dat verdachte nu al langere tijd opgroeit zonder een stabiele gezinssituatie. Verdachte is kwetsbaar en

beïnvloedbaar. Er zijn zorgen over mogelijk middelengebruik waar onvoldoende zicht op is. Het algemeen herhalingsgevaar wordt ingeschat als hoog. Verdachte is sinds kort overgeplaatst naar een kleinschalige COA-locatie in [plaats] voor jongeren, waar hij een positieve start heeft gemaakt. Uit het rapport van de Raad volgt onder meer dat het belangrijk is dat verdachte onderwijs gaat volgen, dat er zicht verkregen wordt op het netwerk rondom verdachte, dat er inzicht wordt verkregen in zijn middelengebruik en dat er gekeken moet worden of er hulpverlening nodig is.

De Raad heeft geadviseerd om verdachte een deels voorwaardelijke werkstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarden meewerken aan hulpverlening, onderwijs volgen, inzicht geven in het sociale netwerk en inzicht geven in middelengebruik.

Straf

De rechtbank is van oordeel dat de samenleving en verdachte zijn gebaat bij het verbeteren van de situatie van verdachte, en dat er een belang is om de ontwikkeling van verdachte niet op voorhand te frustreren door het opleggen van een onvoorwaardelijke jeugddetentie.

Anders dan de verdediging vindt de rechtbank dat, gelet op de ernst van de feiten, waarbij met name de straatroof zwaar weegt, niet kan worden volstaan met een deels voorwaardelijke werkstraf.

Alles afwegende vindt de rechtbank 97 dagen jeugddetentie, met aftrek van de tijd die verdachte volgens de berekening van de rechtbank heeft doorgebracht in verzekering en in voorlopige hechtenis, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren passend en geboden. Enerzijds wordt hierdoorde ernst van het bewezenverklaarde benadrukt en anderzijds fungeert de forse voorwaardelijke straf als stok achter de deur om hem er van te weerhouden in de toekomst weer strafbare feiten te plegen. De rechtbank zal daarbij de bijzondere voorwaarden opleggen zoals geadviseerd door de Raad.

De rechtbank zal daarnaast aan verdachte een werkstraf opleggen van 150 uren subsidiair 75 dagen jeugddetentie.

Ten aanzien van parketnummer 18-195014-25 feit 1

[slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 150,25 ter vergoeding van materiële schade en 1.050,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering hoofdelijk en volledig kan worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat het materiële deel van de vordering volledig kan worden toegewezen. Voor het immateriële deel van de vordering heeft de raadsvrouw verzocht het bedrag te matigentot 750,00.

Oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder feit 1 bewezen verklaarde. De opgevoerde schadepost reiskosten is toewijsbaar nu deze reiskosten niet enkel zijn gemaakt voor het doen van aangifte maar ook voor het in ontvangst nemen van de gestolen telefoon op het politiebureau. De rechtbank acht het gevorderde bedrag voor de immateriële schade alleszins redelijk en billijk, mede gelet op het feit dat er in deze zaak, anders dan in de in de onderbouwing van de vordering aangehaalde jurisprudentie, ging om bedreiging met een mes. De vordering zal daarom worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 26 juni 2025.

De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met een ander heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade, waarvan vergoeding wordt gevorderd. Bij de veroordeling tot betaling van de schadevergoeding zal ook worden bepaald dat wanneer de schadevergoeding door de medeverdachte is betaald, verdachte dit bedrag niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen, en andersom.

Nu vast staat dat verdachte tot het hiervoor genoemde bedrag aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Ten aanzien van parketnummer 18-210443-25 feit 2

[naam 2] heeft zich namens [winkel 1] als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 351,55 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering hoofdelijk en volledig kan worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Aangever heeft de vordering ingediend waaruit zijn bevoegdheid blijkt.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering, gelet op het ontbreken van een vereiste machtiging.

Oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank blijkt onvoldoende uit de overgelegde stukken dat [naam 2] gemachtigd is om namens de benadeelde partij een vordering tot schadevergoeding in te dienen, terwijl dit wel vereist is en verwacht mag worden bij een verzoek van een rechtspersoon. In het formulier verzoek

tot schadevergoeding wordt expliciet gewezen op het vereiste dat een verzoek tot schadevergoeding van een niet-natuurlijk persoon onderbouwd moet worden met een uittreksel van de Kamer van Koophandel waaruit blijkt dat de indiener de rechtspersoon mag vertegenwoordigen, al dan niet door middel van een volmacht van een bevoegd vertegenwoordiger. Deze informatie is echter niet bijgevoegd. Ook uit de aangifte kan de bevoegdheid van [naam 2] niet worden afgeleid.

Onder deze omstandigheden zal de rechtbank de benadeelde partij daarom geheel niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. Gelet op het bepaalde in artikel 361, derde lid, Sv kan de benadeelde partij de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Ten aanzien van parketnummer 18-271170-25

[naam 8] heeft zich namens [bedrijf] B.V. als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 100,00 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering hoofdelijk kan worden toegewezen voor een bedrag van 69,61, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft primair verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering, gelet op het ontbreken van een vereiste machtiging. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht de vordering te matigen tot een bedrag van 69,61.

Oordeel van de rechtbank

Uit het bijgevoegde uittreksel van de Kamer van Koophandel blijkt dat [naam 8] Retail B.V. enig aandeelhouder en bestuurder is. Hiermee blijkt voldoende dat [naam 8] bevoegd was tot indiening van het verzoek tot schadevergoeding. De rechtbank is van oordeel dat uit het bijgevoegde uittreksel van de Kamer van Koophandel afdoende kan worden afgeleid dat de vordering bevoegd is ingediend. Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde. In de aangifte is een opsomming weergegeven van de goederen die zijn weggenomen. Het totaalbedrag daarvan is

69,61. De vordering zal worden toegewezen voor een bedrag van 69,61, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 10 mei 2025. Het meer gevorderde is niet onderbouwd en vindt onvoldoende grondslag in het dossier.

De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade, waarvan vergoeding wordt gevorderd. Bij de veroordeling tot betaling van de schadevergoeding zal ook worden bepaald dat wanneer de schadevergoeding door de medeverdachten is betaald, verdachte dit bedrag niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen, en andersom.

Nu vast staat dat verdachte tot het hiervoor genoemde bedrag aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te

bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 47, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 310, 311,312, 317, 350 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Verklaart het onder parketnummer 18-195014-25 feit 1, feit 2 primair, feit 3 primair, parketnummer 18-

210443-25 feit 1, feit 2, parketnummer 18-120649-25, parketnummer 18-166494-25, parketnummer 18-271170-25 en parketnummer 03-318557-25 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht.

Bepaalt dat van deze jeugddetentie een gedeelte, groot 90 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 2 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.

Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

nodig acht;

- dat de veroordeelde inzicht geeft in zijn middelengebruik, voor zover en zolang de jeugdreclassering dit

nodig acht.

Geeft aan Leger des Heils te [plaats] , een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie voor de duur van 75 dagen zal worden toegepast.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Benadeelde partijen

Ten aanzien van parketnummer 18-195014-25 feit 1

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, om aan [slachtoffer 1] te betalen:

Legt aan verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat te betalen een bedrag van 1.200,25 (zegge: twaalfhonderd euro en vijfentwintig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 juni 2025 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit 150,25 aan materiële schade en 1.050,00 aan immateriële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 0 dagen kan worden toegepast.

Bepaalt dat als verdachte of een mededader voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

Ten aanzien van parketnummer 18-210443-25 feit 2

Bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;

Bepaalt dat [winkel 1] haar eigen proceskosten draagt.

Ten aanzien van parketnummer 18-271170-25

Wijst de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, om aan [bedrijf] B.V:

Legt aan verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, de verplichting op om ten behoeve van [bedrijf] B.V. aan de Staat te betalen een bedrag van 69,61 (zegge: negenenzestig euro en eenenzestig eurocent) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 mei 2025 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit 69,61 aan materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 0 dagen kan worden toegepast.

Bepaalt dat als verdachte of een mededader voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

Verklaart de vordering van [bedrijf] B.V. voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.M. Wolters, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. M.B.W. Venema en mr.

C. Brouwer, rechters, bijgestaan door J. Kunst, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 maart 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M.A.M. Wolters
  • mr. M.B.W. Venema
  • mr. C. Brouwer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?