ECLI:NL:RBNNE:2026:837

ECLI:NL:RBNNE:2026:837

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 20-03-2026
Datum publicatie 18-03-2026
Zaaknummer 18-195009-25
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Veroordeling vanwege een straatroof, openlijke geweldpleging, twee diefstallen in vereniging en één winkeldiefstal. De rechtbank legt een straf op van 10 maanden jeugddetentie met aftrek waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Daaraan worden bijzondere voorwaarden gekoppeld die dadelijk uitvoerbaar zijn.

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats] , wonende te van [adres] ,

thans gedetineerd in [instelling] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 6 maart 2026. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. R.M. Bissumbhar, advocaat te Barneveld. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. E.R. van Slooten.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Parketnummer 18-195009-25

1.

hij op of omstreeks 26 juni 2025 te Groningen (op/aan de openbare weg) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of een derde toebehoorde(n) door (- zakelijk weergegeven -) die [slachtoffer 1] (bij de schouder) vast te pakken en/of te houden en/of een (op een) mes (gelijkend voorwerp) te tonen en/of (met de punt) tegen en/of in de richting van zijn buik, althans het lichaam, te houden en/of aan hem toe te voegen dat hij zijn telefoon moest afgeven/afstaan, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking;

2.

hij op of omstreeks 24/25 juni 2025 te Groningen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een mobiele telefoon (Iphone 14) en/of een Apple Smartwatch, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in/op of omstreeks de periode van 24 juni 2025 tot en met 26 juni 2025 te Groningen, althans in Nederland, (een of meer) mobiele telefoon(s) ((waaronder) een Iphone 14), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

3.

hij op of omstreeks 25 juni 2025 te Groningen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer fles(sen) drank/ drinkwaren, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen fles(sen) drank/ drinkwaren onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Parketnummer 13-007383-26

hij op of omstreeks 8 januari 2026 te Amsterdam, althans in Nederland op de openbare weg en/of in het openbaar vervoer, in elk geval openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer personen, te weten [slachtoffer 4] , welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit het een of meermalen slaan en/of stompen tegen/in de richting van het lichaam en/of arm en/of hand van deze [slachtoffer 4] en/of met wurgstokken slaan tegen/in de richting het lichaam en/of arm en/of hand van voornoemde [slachtoffer 4] ;

Parketnummer 05-397241-24

hij op of omstreeks 9 september 2024 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere kledingstukken, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [winkel] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder feit 2 primair ten laste gelegde onder parketnummer 18-195009-25. Voor de overige feiten heeft de officier van justitie eveneens veroordeling gevorderd.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder parketnummer 18-195009-25 feit 2 primair ten laste gelegde. De aangifte en de onduidelijke camerabeelden zijn onvoldoende om tot wettig en overtuigend bewijs te komen. De alternatieve verklaring van verdachte dat hij de telefoon heeft gekocht past bij het subsidiair ten laste gelegde. Ook heeft de raadsvrouw voor vrijspraak gepleit ten aanzien van het onder parketnummer 18-195009-25 feit 3 ten laste gelegde.

Daartoe heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de aangifte te summier is en dat er geen herkenning mogelijk is van de personen op de camerabeelden. Ten aanzien van de overige feiten heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van parketnummer 18-195009-25

De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna onder feit 1 bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

Deze opgave luidt als volgt:

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring van feit 2 primair redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 25 juni 2025, opgenomen op pagina 125 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2025167528 d.d. 17 juli 2025, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 2] :

Op 24-06-2025 zijn wij (mijn man en ik) om 17.00 uur aangekomen met onze boot in Groningen. Deze boot hebben wij aangemeerd aan de kade ter hoogte van het [café] bij het [adres] . Rond 22.30 uur kwamen wij terug bij de boot en zijn wij om 00.00 uur gaan slapenPas de volgende ochtend om 05.00 uur werd mijn man wakker en zag gelijk dat de Iphone 14 en de Apple smartwatch niet meer op de lader zaten;

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 juni 2025, opgenomen op pagina 123 van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2025168946

d.d. 17 juli 2025, inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant] :

Op donderdag 26 juni 2025 zijn er meerdere telefoons inbeslaggenomen bij de verdachte [verdachte] . In een (1) van deze telefoons, een Apple Iphone 14, waren de contactgegevens zichtbaar van [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 1954 te [geboorteplaats] . Ik vroeg aangeefster [slachtoffer 2] of zij haar toegangscode wilde delen met mij, om zo aannemelijk te maken of de aangetroffen telefoon bij verdachte [verdachte] , haar telefoon zou zijn. Ik zag dat de verstrekte ontgrendelcode klopte en de telefoon ontgrendelde;

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 juli 2025, opgenomen op pagina 133 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2025168946 d.d. 17 juli 2025, inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant] :

Op woensdag 9 juli 2025 keek ik, verbalisant [verbalisant] naar de camerabeelden die door de eigenaar van het [café] , na een gedane vordering ter beschikking zijn gesteld aan de politie ten behoeve van het onderzoek. Onder in het beeld, aan de rechterzijde zag ik 2025-06-25 Wednesday 00:00:07 staan Ik zag dat de boot van aangeefster tegenover het [café] in het water lag. Ik zag dat er om 00:08:08 uur twee personen het beeld in lopen aan de overzijde van het water. Ik zag dat één persoon geheel in het donker gekleed is en dat één persoon een lichtkleurige jas met donkergekleurde mouwen en een donkerkleurige broek droeg. De kleding van de andere persoon was donkerder van kleur. Ik zag dat de personen richting de boot van aangeefster liepen. Ik zag dat de persoon met de lichtgekleurde jas met donkergekleurde mouwen om 00:10:27 uur de boot op stapte waarna de persoon uit beeld verdwijnt. Ik zag dat de andere persoon op de kade bleef staan.

Om 00:11:15 uur zag ik dat de andere persoon ook op de boot stapte. Ik zag dat de personen om 00:11:59 uur van de boot stapten.

Om 00:12:29 uur zag ik dat de persoon met de lichtkleurige jas met donkerkleurige mouwen weer de boot op stappen. Ik zag dat hij bukte ter hoogte van de kajuit en uit beeld verdween Ik zag dat de andere persoon op de kade bleef staan.

Om 00:14:29 uur zag ik de persoon met de lichtkleurige jas met donkerkleurige mouwen weer op de boot staan. Ik zag dat er iets oplichtte ter hoogte van het gezicht.

Vervolgens zag ik dat de persoon van de boot stapte en dat beide personen wegrenden in de richting van de Steentilbrug waarna zij rechts uit beeld verdwijnen.

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring van feit 3 redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 30 juni 2025, opgenomen op pagina 140 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2025167186 d.d. 17 juli 2025, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 3] :

Op 25 juni 2025 te 01:12 uur kreeg ik een inbraakalarm van de boot genaamd [bootnaam] . Ik zag op deze cameras dat er twee personen in de boot waren. Ik kan deze personen als volgt omschrijven.

Dader 1:

Jongen met een grijze broek, een wit zwart jack, een blauwe capuchon met een snor. Dader 2:

Jongen helemaal in het zwart gekleed met zwart schoenen met een witte zool. Beide daders hadden een licht getinte huidskleur. Op het moment dat er werd ingebroken ging er ook een luid alarm af. Ik zag op de beelden dat beide daders de boot verlieten. Vervolgens zag ik op de beelden dat beiden daders op 25 juni 2025 te 01:17 uur weer terug kwamen. Ik zag vervolgens dat 1 van de daders buiten voor de boot op de

uitkijk ging staan en dat de andere de boot weer in ging. De dader die de boot weer inging was de jongen met de blauwe capuchon. Ik zag dat hij met een lampje aan het schijnen was. Ik heb vervolgens de politie gebeld en ben zelf ter plaatse gegaan. Uit de boot werden flessen drank weggenomen. Op de beveiligingsbeelden zie ik dat het flessen met een blauw etiket zijn volgens mij is dat Prosecco;

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 juli 2025, opgenomen op pagina 147 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2025168946 d.d. 17 juli 2025, inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant] :

Te 01.12.18 uur zie ik dat er twee personen de boot in klimmen. Beide personen dragen een capuchon over het hoofd. Ik zie dat beide personen zich omkeren en de boot verlaten. Te 01.15.18 uur zie ik dat er wederom een persoon in beeld verschijnt. Ik zie dat deze persoon zich weer in de boot bevindt. Ik zie dat deze persoon een lichte jas draagt en een capuchon over zijn hoofd heeft. Ik zie dat hij een donkere broek draagt met daaronder lichte sportschoenen. Te zien is dat het knipperende licht wederom wordt geactiveerd, waardoor ook kleuren zichtbaar worden. Hierdoor zie ik dat desbetreffend persoon een jas draagt met zwart en witte accenten. De jas is wit en de mouwen zijn zwart. De capuchon is blauw en is zo te zien niet een onderdeel van de jas. Verder draagt de persoon een grijze spijkerbroek met daaronder witte sporschoenen. Ik zie dat de persoon met versnelde pas in de richting van de bar loopt. Eenmaal bij de bar aankomend, is te zien dat hij over de bar heen klimt en springt. Te 01.15.27 uur zie ik dat de persoon bij de bar staat. Zijn jas in wederom goed zichtbaar en hij heeft een telefoon in zijn linkerhand vast. Ik zie dat hij om zich heen kijkt en bukkende bewegingen maakt bij de bar. Te 01.17.07 uur is te zien dat de persoon een fles in zijn hand vast heeft en deze op de toonbank van de bar neerzet. Ook is het embleem op de linkerkant van zijn jas goed zichtbaar.

Daarna pakt de persoon de fles van de bar weer en loopt weg in de richting van de uitgang van de boot. Daaropvolgend is te zien dat de persoon met de fles in zijn hand van de boot af gaat;

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 juli 2025, opgenomen op pagina 83 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2025167186 d.d. 17 juli 2025, inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant] :

Op dinsdag 1 juli 2025, te 09.06 uur, vond er een doorzoeking plaats in de woning/kamer, gelegen aan de [adres] . Op genoemde kamer verbleef verdachte [medeverdachte] met drie andere personen. In de locker zag ik, verbalisant, een jas liggen. Ik sloeg direct aan op deze jas. Op woensdag 25 juni 2025, omstreeks

uur, vond er een inbraak/gekwalificeerde diefstal plaats op een rondvaartboot, gelegen aan de [adres] te Groningen. De beelden van deze inbraak waren door mij, verbalisant, reeds bekeken. Op dit beeldmateriaal zag ik dat de verdachte een voor honderd procent gelijkende jas droeg als de jas die in de locker werd aangetroffen. Ook stond er een fles wijn (Pizzolato, Pinot Grigio) in de locker, welke overeenkomstig is met de fles die is weggenomen bij de diefstal op de rondvaartboot. Tevens zag ik op de beelden dat de verdachte met een identieke fles wijn in zijn handen loopt. Het is een kenmerkende zwart-witte jas van het merk lcono Couture. Het merk staat op voorzijde van de jas. Op de linkermouw van de jas zit een embleem met de letters Cl.

4. De eigen waarneming van de rechtbank ter terechtzitting van 6 maart 2026.

Bewijsoverweging

Op 30 juni 2025 heeft [slachtoffer 3] aangifte gedaan van diefstal van flessen prosecco uit zijn rondvaartboot op 25 juni 2025. Op de aangeleverde camerabeelden is te zien dat er een persoon in de boot is. Deze persoon draagt een witte jas met zwarte mouwen. Hij is even later te zien met een fles in zijn hand, waarna hij de boot verlaat. De screenshots van de desbetreffende camerabeelden (op pagina 87 en 88 van het dossier) zijn nogmaals bekeken en met verdachte besproken tijdens de terechtzitting.

Verdachte heeft zich daarbij op zijn zwijgrecht beroepen. De rechtbank stelt op grond van haar waarneming van die screenshots en haar waarneming van de verdachte ter terechtzitting echter vast dat de man op de beelden, de verdachte is. De gelaatstrekken van verdachte zijn duidelijk te zien in het licht van de zaklantaarn.

In de locker op de kamer van de medeverdachte is vervolgens op 1 juli 2025 eenzelfde jas aangetroffen als de jas die te zien is op de camerabeelden in de rondvaartboot. Ook is er in diezelfde locker een fles prosecco aangetroffen. Verdachte logeerde op dat moment bij de medeverdachte.

Diezelfde nacht, slechts een uur eerder, is er een telefoon en een smartwatch ontvreemd uit een woonboot die vlakbij de rondvaartboot ligt. Op de beelden is te zien dat er twee personen de boot zijn binnengedrongen. Een van deze personen droeg een jas gelijkend op de jas die verdachte een uur later aan had in de rondvaartboot. De gestolen telefoon is een dag later in aluminiumfolie gewikkeld bij verdachte aangetroffen. Verdachte heeft hierover ter terechtzitting geen verklaring willen afleggen. Eerder heeft hij tegenover de politie verklaard de telefoon twee dagen daarvoor te hebben gekocht. Dit kan echter onmogelijk het geval zijn, omdat aangeefster op dat moment nog beschikte over haar telefoon. Dit maakt dat de rechtbank deze verklaring van verdachte aanmerkt als ongeloofwaardig.

Bovenstaande feiten en omstandigheden, ook in samenhang gezien, vormen sterke aanwijzingen dat verdachte samen met de medeverdachte beide diefstallen uit de boten heeft begaan, envragen in beginsel om een redelijke verklaring van verdachte. Hij stelt daar echter niets tegenover en beroept zich op zijn zwijgrecht, hetgeen de rechtbank sterkt in de overtuiging dat hij beide feiten heeft begaan.

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 2 primair en feit 3 ten laste gelegde feit heeft begaan.

Ten aanzien van parketnummer 13-007383-26

De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

Deze opgave luidt als volgt:

De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 05 februari 2026;

Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 8 januari 2026, opgenomen op pagina 7 e.v. van het dossier van Politie Eenheid Amsterdam met nummer PL1300-2026005689 d.d. 9 januari 2026, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 4] .

Ten aanzien van parketnummer 05-397241-24

De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

Deze opgave luidt als volgt:

Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor minderjarige verdachte d.d. 9 september 2024, opgenomen op pagina 18 e.v. van het dossier van Politie Oost-Nederland met nummer PL0600-2024423539 d.d. 25 september 2024, inhoudende de verklaring van verdachte;

Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 9 september 2024, opgenomen op pagina 7 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [naam] .

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder parketnummer 18-195009-25 feit 1, feit 2 primair, feit 3, het onder parketnummer 13-007383-26 en het onder 05-397241-24 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

Ten aanzien van parketnummer 18-195009-25

1.

hij op 26 juni 2025 te Groningen op de openbare weg tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon, die aan die [slachtoffer 1] toebehoorde door

(- zakelijk weergegeven -) die [slachtoffer 1] bij de schouder vast te pakken en te houden en een mes te tonen en (met de punt) tegen en in de richting van zijn buik te houden en aan hem toe te voegen dat hij zijn telefoon moest afgeven;

2.

hij op 25 juni 2025 te Groningen tezamen en in vereniging met een ander, een mobiele telefoon (Iphone 14) en een Apple Smartwatch, die aan [slachtoffer 2] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

3.

hij op 25 juni 2025 te Groningen tezamen en in vereniging met een ander, flessen drank, in die aan [slachtoffer 3] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen flessen drank onder hun bereik hebben gebracht door middel van inklimming;

Ten aanzien van parketnummer 13-007383-26

hij op 8 januari 2026 te Amsterdam, op de openbare weg en in het openbaar vervoer, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 4] , welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit het slaan en stompen tegen het lichaam en arm en hand van deze [slachtoffer 4] en met wurgstokken slaan tegen het lichaam en arm en hand van voornoemde [slachtoffer 4] ;

Ten aanzien van parketnummer 05-397241-24

hij op 9 september 2024 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met een ander een kledingstuk, die aan [winkel] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van parketnummer 18-195009-25

Ten aanzien van parketnummer 13-007383-26

1. openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;

Ten aanzien van parketnummer 05-397241-24

1. diefstal door twee of meer verenigde personen.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de naar haar oordeel te bewijzen feiten wordt veroordeeld tot 10 maanden jeugddetentie met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals geformuleerd in het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van parketnummer 05-397241-24 gepleit voor een schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel gelet op artikel 63 Wetboek van Strafrecht. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte heeft de raadsvrouw verzocht om de voorlopige hechtenis op te heffen en verdachte geen langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen dan de tijd die hij reeds in voorlopige hechtenis heeft gezeten. Subsidiair heeft de raadsvrouw betoogd om het advies van de Raad over te nemen en een onvoorwaardelijke werkstraf op te leggen.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, de rapportage van de Raad van 19 februari 2026, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie van 10 februari 2026,

alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere strafbare feiten, waarbij de rechtbank het zwaartepunt legt bij de straatroof op 26 juni 2026 en de openlijke geweldpleging op 8 januari 2026. De verdachte is op 26 juni 2025 samen met de medeverdachte, de straat opgegaan met het plan een persoon te beroven. Beide verdachten verkeerden in financiële moeilijkheden en hadden het voornemen een telefoon te stelen en die te verkopen. Met dat doel is door beiden bij het AZC waar zij verbleven een mes uit de keuken gehaald en meegenomen met het oogmerk dit te gebruiken bij de beoogde diefstal. Bij station Europapark zagen de verdachten het slachtoffer lopen. De medeverdachte heeft het slachtoffer bij de schouder gegrepen, terwijl de verdachte het mes tegen diens buik hield en hem sommeerde de telefoon af te geven.

Dit incident heeft een aanzienlijke impact gehad op het slachtoffer. Uit angst durfde hij niet langer naar zijn school nabij station Europapark te gaan, waardoor hij genoodzaakt was over te stappen naar een andere school.

Op 8 januari 2026 wilde verdachte zwartrijden in de bus. Toen hij werd aangesproken op zijn gedrag werd verdachte werd boos en heeft hij, samen met de medeverdachte, de buschauffeur meermalen geslagen met zowel zijn vuist als de door hem meegebrachte nunchakus (wurgstokjes). De buschauffeur kon de klappen deels afweren, maar heeft hierdoor wel pijn opgelopen aan zijn hand. Dat dit openlijke geweld, gepleegd terwijl verdachte en zijn vriend werden aangesproken op ontoelaatbaar gedrag, veel impact heeft gehad volgt duidelijk uit de verklaring van de buschauffeur. Hij is nog immer angstig om tijdens zijn werkzaamheden mensen aan te spreken.

Dit soort gewelddadige delicten versterkt bovendien in de maatschappij gevoelens van onrust, angst en onveiligheid, zeker nu zowel de straatroof als de mishandeling van de buschauffeur zijn gepleegd in de openbare ruimte en in het zicht van omstanders.

Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan twee diefstallen in vereniging op boten. Hierbij is verdachte in de nacht van 24 juni 2025 op 25 juni 2025 een woonboot en een rondvaartboot binnengedrongen. Tijdens de diefstal uit de woonboot waren op dat moment de bewoners aanwezig. Zij werden wakker van gestommel en merkten later dat er een telefoon en een smartwatch waren ontvreemdVerdachte heeft zich tevens schuldig gemaakt aan diefstal in vereniging van een Nike trainingspak uit een winkel. Verdachte heeft met zijn handelen laten zien geen enkel respect te hebben voor andermans eigendommen. Door zijn handelen heeft verdachte anderen financiële schade berokkend en enkel gedacht aan zijn eigen financiële gewin.

Als uitgangspunt geldt dat voor dit soort feiten en in combinatie met de hoeveelheid feiten jeugddetentie wordt opgelegd.

Persoon van verdachte

De rechtbank stelt vast dat verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten, waaronder ook een straatroof waarvoor hij nog maar net een groot aantal dagen jeugddetentie had uitgezeten. Ten tijde van het geweld tegen de buschauffeur liep hij in een schorsing van zijn voorlopige hechtenis en droeg hij een enkelband. Verdachte lijkt zich daarmee niets aan te trekken van eerder opgelegde straffen en regels en afspraken.

Uit het rapport van de Raad volgt dat sprake is van een belast verleden waarbij verdachte op zeer jonge leeftijd zonder zijn ouders is gevlucht uit het land van herkomst. Hij groeit nu al langere tijd op zonder een

stabiele gezinssituatie. Het algemeen herhalingsgevaar wordt door de Raad ingeschat als heel hoog. Er zijn zorgen over de (egocentrische) houding en grote spanningsbehoefte van verdachte, zijn impulsieve gedrag en geringe probleembesef en veranderbereidheid. Verdachte is een beïnvloedbaar persoon met mogelijk een licht verstandelijke beperking. De Raad acht het belangrijk dat verdachte zijn dagen zinvol invult, er zicht komt op het sociale netwerk van verdachte en dat er hulp komt zodat hij kan reflecteren op zijn gedrag en keuzes en voortaan betere keuzes kan maken. Een IFA-coach zou geschikt zijn voor verdachte. Op deze manier kan het herhalingsgevaar worden ingeperkt, aldus de Raad.

De Raad heeft geadviseerd om verdachte een (deels) voorwaardelijke jeugddetentie en een onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf op te leggen. Als bijzondere voorwaarden adviseren zij dat verdachte moet meewerken aan begeleiding van een IFA-coach, zich moet inzetten voor het verkrijgen en behouden van zinvolle en gestructureerde dagbesteding en verblijft op een woonplek die geschikt wordt geacht door de jeugdreclassering. Aldaar moet verdachte zich houden aan de regels die daar gelden.

Geadviseerd wordt tot dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden en het toezicht.

Straf

Bij de oplegging van de straf houdt de rechtbank rekening met de LOVS-oriëntatiepunten en de straffen die doorgaans worden opgelegd voor soortgelijke feiten. Gelet op de hoeveelheid feiten en de ernst van de feiten is, naar het oordeel van de rechtbank, de enige passende straf jeugddetentie met een flink voorwaardelijk deel om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Alles afwegende vindt de rechtbank 10 maanden jeugddetentie met aftrek van de tijd doorgebracht in verzekering en in voorlopige hechtenis waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren passend en geboden. De rechtbank zal daarbij de bijzondere voorwaarden opleggen zoals geadviseerd door de Raad.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een misdrijf gericht tegen de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon vanwege het door hem gepleegde geweld tegen de buschauffeur. Gelet op het feit dat het herhalingsgevaar als hoog wordt ingeschat is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal zij bevelen dat de hierna te stellen voorwaarden en het uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Benadeelde partijen

Ten aanzien van parketnummer 18-195009-25 feit 1

[slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 150,25 ter vergoeding van materiële schade en 1.050,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering hoofdelijk en volledig kan worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 26 juni 2025.

De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met een ander heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade, waarvan vergoeding wordt gevorderd. Bij de veroordeling tot betaling van de schadevergoeding zal ook worden bepaald dat wanneer de schadevergoeding door de medeverdachte is betaald, verdachte dit bedrag niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen, en andersom.

Nu vast staat dat verdachte tot het hiervoor genoemde bedrag aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Ten aanzien van parketnummer 13-007383-26

[slachtoffer 4] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 8.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering gedeeltelijk hoofdelijk kan worden toegewezen tot een geschat bedrag van 1.000,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De vordering dient voor het overige niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering gedeeltelijk kan worden toegewezen tot een bedrag van 1.000,00 en voor het overige niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Daartoe heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de vordering onvoldoende is onderbouwd.

Oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde. Bij het vaststellen van de hoogte van de schade maakt de rechtbank gebruik van haar schattingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 6:97 van het Burgerlijk Wetboek. De hoogte van de schade wordt geschat op 1.000,00. De rechtbank acht dit bedrag (ook gelet op de bedragen genoemd in de zogenaamde Rotterdamse schaal) meer in overeenstemming met bedragen die in soortgelijke zaken worden toegekend en zal de vordering tot dit bedrag toewijzen en het overige gedeelte van de vordering afwijzen.

De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met een ander heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade, waarvan vergoeding wordt gevorderd. Bij de veroordeling tot betaling van de schadevergoeding zal ook worden bepaald dat wanneer de schadevergoeding door de medeverdachte is betaald, verdachte dit bedrag niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen, en andersom.

Nu vast staat dat verdachte tot het hiervoor genoemde bedrag aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 47, 63, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 141, 312, 317, 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder parketnummer 18-195009-25 feit 1, feit 2 primair, feit 3, het onder parketnummer 13-007383-26, het onder parketnummer 05-397241-24 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

een jeugddetentie voor de duur van 10 maanden

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht.

Bepaalt dat van deze jeugddetentie een gedeelte, groot 4 maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 2 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.

Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

- dat de veroordeelde meewerkt aan begeleiding van een IFA-coach of soortgelijke begeleiding die de

jeugdreclassering passend vindt;

- dat de veroordeelde zich inzet voor het verkrijgen en behouden van een zinvolle en gestructureerde

dagbesteding naar aanwijzing van de jeugdreclassering;

- dat de veroordeelde verblijft op een woonplek die geschikt wordt geacht door de jeugdreclassering en

zich houdt aan de regels aldaar.

Geeft aan Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering te [plaats] , een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking zal verlenen aan het jeugdreclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.

Beveelt dat de gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan de duur van het onvoorwaardelijke gedeelte van de jeugddetentie.

Benadeelde partijen

Ten aanzien van parketnummer 18-195009-25 feit 1

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, om aan [slachtoffer 1] te betalen:

Legt aan verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat te betalen een bedrag van 1.200,25 (zegge: twaalfhonderd euro en vijfentwintig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 juni 2025 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit 150,25 aan materiële schade en 1.050,00 aan immateriële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 0 dagen kan worden toegepast.

Bepaalt dat als verdachte of een mededader voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

Ten aanzien van parketnummer 13-007383-26

Wijst de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, om aan [slachtoffer 4] :

Legt aan verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 4] aan de Staat te betalen een bedrag van 1.000,00 (zegge: duizend euro) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 januari 2026 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 0 dagen kan worden toegepast.

Bepaalt dat als verdachte of een mededader voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

Wijst de vordering van [slachtoffer 4] voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.B.W. Venema , voorzitter, tevens kinderrechter, mr. M.A.M. Wolters en mr. C. Brouwer, rechters, bijgestaan door J. Kunst, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 maart 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M.B.W. Venema
  • mr. M.A.M. Wolters
  • mr. C. Brouwer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?