RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[veroordeelde]
Afdeling strafrecht
Locatie Groningen
parketnummer 18-030506-21
beslissing van de meervoudige strafkamer d.d. 20 maart 2026 op een vordering van de officier van justitie strekkende tot verlenging van de termijn van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen
in de zaak tegen
veroordeelde,
geboren op [geboortedatum] 2003 te [geboorteplaats] , verblijvende te [adres] ,
hierna te noemen: veroordeelde.
Procesverloop
De officier van justitie heeft schriftelijk gevorderd dat de rechtbank de termijn van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (verder: PIJ-maatregel) van de veroordeelde zal verlengen met 12 maanden.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 06 maart 2026, waarbij aanwezig waren de veroordeelde, diens raadsman mr. W.G. ten Have, de officier van justitie en mevrouw
[behandelcoördinator] , behandelcoördinator bij [instelling] , als deskundige.
De rechtbank heeft acht geslagen op de stukken, waaronder met name het door de
behandelcoördinator van de inrichting ondertekende verlengingsadvies van 22 januari 2026 van het behandelteam van de inrichting waar de veroordeelde is geplaatst en de
behandelaantekeningen (perspectiefplannen) omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van veroordeelde.
Motivering
De opgelegde maatregel
Bij arrest van 10 mei 2023 heeft het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden de veroordeelde wegens, kort gezegd, poging tot doodslag en diefstal, onder meer de PIJ-maatregel opgelegd. De maatregel is aangevangen op 29 juni 2023 en is laatstelijk verlengd op 26 juni 2025.
Het advies van de instelling
In het verlengingsadvies wordt geadviseerd de termijn van de PIJ-maatregel te verlengen met 12 maanden. In dit verlengingsadvies is onder meer het volgende aangegeven, zakelijk weergegeven:
Veroordeelde is een 22-jarige man met gemiddelde cognitieve capaciteiten, waarbij
er sprake is van een normoverschrijdende gedragsstoornis. De kern van de problematiek bij
veroordeelde betreft een diepgewortelde gedragsstoornis met beperkte pro-sociale emoties, voortkomend uit een onveilige hechtingsgeschiedenis, psychotrauma en verstoorde
persoonlijkheidsontwikkeling met antisociale en narcistische trekken.
In juni 2025 is veroordeelde overgeplaatst naar [instelling] op de langverblijfgroep [naam] . [instelling] is een startende organisatie en veroordeelde heeft in het begin hinder gehad van de
opstartfase. Dit leverde bij hem frustratie en boosheid op waardoor de beginfase moeilijk is verlopen. Eind november 2025 is de aanvraag voor onbegeleid verlof ingediend en afgewezen.
Inmiddels gaat de samenwerking een stuk beter. Hij is open in contact en houdt zich aan afspraken. Veroordeelde volgt muziektherapie en dit verloopt positief.
De kliniek schat het algemeen herhalingsgevaar zonder behandeling en duidelijke kaders als hoog in. Dit heeft onder meer te maken met het gebrek aan sociaal netwerk en dagbesteding en het feit dat hij nog onvoldoende beschikt over oplossende vaardigheden, beperkt meewerkt aan interventies en zijn achterstallige identiteitsontwikkeling. Ook dient er in de behandeling
aandacht te zijn voor zijn problemen met het hanteren van boosheid. Onbegeleid verlof is nodig om vervolgstappen in de behandeling te maken.
Het onttrekkingsrisico wordt binnen de context van begeleid verlof als matig ingeschat. Veroordeelde kent de gevolgen van een onttrekking en daarbij geeft het zicht op onbegeleid verlof perspectief in zijn traject. De inschatting is dat externe sturing, in combinatie met concrete en heldere afspraken, ertoe zal leiden dat het risico binnen onbegeleid verlof
gehanteerd kan worden.
Onbegeleid verlof zal bij een gunstig verloop een gemiddelde duur hebben van 6 maanden. Bij een gunstig verloop, een positieve ontwikkeling in de behandeling van de kernproblematiek, behandelbereidheid en een stabiele werksituatie, behoort een
meerdaagse verlofstatus tot de mogelijkheden om stapsgewijs toe te werken naar resocialisatie. In deze laatste fase is van belang dat werk en vrijetijdsbesteding goed zijn vormgegeven in de dagelijkse routine. Bij een positief verloop en goed contact met de reclassering kan worden toegewerkt naar een Scholing en Trainingsprogramma (hierna: STP). De minimale duur van een STP is 6 maanden. Daarna behoort een voorwaardelijke beëindiging van de pij maatregel tot de mogelijkheden.
De deskundige, mevrouw [behandelcoördinator] , heeft tijdens de terechtzitting van 06 maart 2026 het advies nader toegelicht. Deze toelichting houdt - zakelijk weergegeven - in:
Er is opnieuw onbegeleid verlof aangevraagd. Er is ook een mogelijkheid dat De Waag in het traject van veroordeelde stapt, indien dit nodig wordt geacht. Veroordeelde heeft zich goed herpakt na een moeizame eerste fase, waarbij hij last heeft gehad van opstartproblemen van de kliniek. Hij heeft een stijgende lijn te pakken.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij haar vordering tot verlenging van de PIJ-maatregel met 12 maanden.
Het standpunt van de veroordeelde en zijn raadsman
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen, wegens onvoldoende gevaar voor herhaling van strafbare feiten en subsidiair dat de duur van de verlenging moet worden beperkt tot 6 maanden, zodat de rechtbank zicht kan houden op het verdere verloop van de PIJ-maatregel.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt vast dat de wettelijke formaliteiten en termijnen in acht zijn genomen. De rechtbank stelt op grond van de strafmotivering in het onderliggende arrest vast dat de PIJ-maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf gericht tegen of gevaar veroorzakend voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Verlenging is in dit
geval mogelijk, voor zover de maatregel daardoor de duur van zeven jaren niet te boven gaat.
Op grond van de inhoud van voormeld advies, de door de deskundige gegeven toelichting en hetgeen overigens uit het onderzoek ter zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen en goederen vereist dat de termijn van de maatregel wordt verlengd. Verlenging van de maatregel is daarnaast op dit moment in het belang van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van de veroordeelde. Daarmee is voldaan aan de vereisten voor verlenging van de maatregel.
Veroordeelde heeft, gelet op zijn problematiek, baat bij een bestendig behandelklimaat en lijkt dit, na een lastig begin, te hebben gevonden bij [instelling] . Hij is opener in het contact en komt afspraken goed na. De muziektherapie lijkt zijn vruchten af te werpen. De kliniek zet in op een stapsgewijze resocialisatie door middel van onbegeleid verlof met aansluitend, bij een positief verloop, een STP. Dit traject zal naar verwachting 12 maanden in beslag nemen.
De rechtbank zal de PIJ-maatregel van de veroordeelde daarom, overeenkomstig de vordering en het verlengingsadvies, met 12 maanden verlengen.
De rechtbank heeft gelet op artikel 6:6:31 van het Wetboek van Strafvordering.
Beslissing
De rechtbank verlengt de termijn van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van de veroordeelde met 12 maanden.
Deze beslissing is gegeven door mr. C. Brouwer, voorzitter, mr. M.A.M. Wolters en mr. M.B.W. Venema, rechters, bijgestaan door J. Kunst griffier, en uitgesproken ter terechtzitting op 20 maart 2026.