RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Nederland
[veroordeelde]
Afdeling strafrecht
Locatie Groningen
parketnummer 18-227486-20
beslissing van de meervoudige strafkamer d.d. 20 maart 2026 in de rechtbank Noord-
in de zaak tegen
veroordeelde,
geboren op [geboortedatum] 2003 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] ,
hierna: veroordeelde.
Procesverloop
De officier van justitie heeft schriftelijk gevorderd dat de rechtbank de termijn van de voorwaardelijke beëindiging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (verder: PIJ-maatregel) van de veroordeelde zal verlengen met één jaar.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 06 maart 2026, waarbij aanwezig waren de veroordeelde, diens raadsvrouw mr. G.I.T. Spaan, de officier van justitie en mevrouw [reclasseringsmedewerker] van de reclassering als deskundige.
De rechtbank heeft acht geslagen op de stukken, waaronder met name het reclasseringsadvies van 13 januari 2026 en de voortgangsverslagen van de reclassering.
Motivering
De opgelegde maatregel
Bij vonnis van 27 november 2020 heeft deze rechtbank de veroordeelde wegens afpersing, twee pogingen tot afpersing, een poging tot afpersing in vereniging, openlijk geweld in
vereniging tegen personen, het aanwezig hebben van MDMA, het voorhanden hebben van een replica pistool en diefstal in vereniging, meermalen gepleegd, de PIJ-maatregel opgelegd. De maatregel is aangevangen op 5 april 2021 en op 6 maart 2025 voorwaardelijk beëindigd.
Het advies van de reclassering
In het reclasseringsadvies wordt geadviseerd om de voorwaardelijke beëindiging te verlengen met één jaar. In dit advies is onder meer het volgende aangegeven, zakelijk weergegeven:
Veroordeelde is gediagnosticeerd met een norm-overschrijdende gedragsstoornis en een licht verstandelijke beperking in de executieve functies. Sinds zijn plaatsing bij [verblijfplaats] is er sprake van weinig structuur en daginvulling wat samen lijkt te hangen met zijn beperkte executieve vaardigheden.
Het vinden en behouden van werk verloopt erg moeizaam. Daarnaast is er een toename in middelengebruik en zijn er recente politiecontacten geweest, wat zorgelijk is en duidt op mogelijk delictgedrag. Het herhalingsgevaar wordt als gemiddeld-hoog ingeschat bij beëindiging van de pij maatregel. Er is meer tijd nodig om de aanwezige risicofactoren te kunnen verminderen en de beschermende factoren te kunnen vergroten. Indien de voorwaardelijke beëindiging niet wordt verlengd, zou het risico op herhaling van delictgedrag op kunnen lopen tot hoog Mede doordat [verblijfplaats] heeft aangegeven veroordeelde geen huisvesting te kunnen bieden zonder toezicht van de reclassering.
Een verlenging biedt de mogelijkheid om de beschermende factoren te vergroten, met name het
realiseren van een stabiele dagbesteding, het verkrijgen en behouden van een stabiele financiële situatie en uitstroom naar zelfstandig wonen. Met voortzetting van het toezicht kan de reclassering de nodige structuur en begeleiding blijven bieden om terugval in delictgedrag te voorkomen en de ontwikkeling van betrokkene in positieve zin te ondersteunen.
De deskundige, mevrouw [reclasseringsmedewerker] , heeft tijdens de terechtzitting van 06 maart 2026 het advies nader toegelicht. Deze toelichting houdt - zakelijk weergegeven - in:
Veroordeelde gaat in augustus vader worden. Dat is een stressvolle gebeurtenis. Er is nog helemaal niets geregeld. Het herhalingsgevaar bij beëindiging wordt ingeschat als hoog.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel met de maximale termijn van een jaar.
De officier van justitie heeft daarbij tevens gevorderd om de voorwaarden te wijzigen in de voorwaarden zoals geformuleerd in het rapport van de reclassering.
Het standpunt van de veroordeelde en zijn raadsvrouw
De raadsvrouw stelt zich primair op het standpunt dat de vordering dient te worden afgewezen. Subsidiair verzoekt zij de vordering voor maximaal 6 maanden toe te wijzen. De raadsvrouw heeft daartoe onder meer het volgende aangevoerd, zakelijk weergegeven:
De politiecontacten van veroordeelde zien niet op vergelijkbare delicten als de indexdelicten. Tevens is er nog geen strafrechtelijke afdoening geweest. Er zijn het afgelopen jaar geen incidenten geweest.
Het oordeel van de rechtbank
Volgens lid 2 van artikel 6:6:32 Sv is de totale duur van de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel ten hoogste twee jaar.
De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat de termijn van de voorwaardelijk beëindigde PIJ-maatregel verlengd moet worden met één jaar. De veroordeelde is nog gebaat bij de ondersteuning en begeleiding van de reclassering. Uit het rapport en hetgeen door de reclassering in raadkamer is toegelicht blijkt dat nog steeds sprake is van een hoog recidiverisico bij beëindiging van de maatregel. Daarbij neemt de rechtbank mee dat veroordeelde opnieuw met justitie in aanraking is gekomen voor een delict dat soortgelijk is aan een van de indexdelicten (een Opiumwetfeit). Veroordeelde beschikt nog niet over een woning en een bestendige baan. Het doel binnen de resocialisatie om een stabiel leven op te bouwen is nog niet behaald. Door de termijn van de voorwaardelijk beëindigde PIJ-maatregel te verlengen, blijft er zicht op de veroordeelde en is begeleiding op alle leefgebieden mogelijk. De rechtbank is verder van oordeel dat het, gelet op het verloop van de resocialisatie van de veroordeelde tot nu toe, noodzakelijk is dat hij zich gedurende de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel houdt aan bijzondere voorwaarden. De rechtbank wijkt hierbij gedeeltelijk af van het advies van de reclassering. De rechtbank ziet geen noodzaak in het aanpassen van het aantal uren dat veroordeelde moet werken. Veroordeelde geeft ter zitting aan dat hij wil en kan werken en dat wat hem betreft het aantal uren per week niet hoeft te worden bijgesteld naar beneden. De rechtbank acht het noodzakelijk om een voorwaarde aan te passen. Veroordeelde mag niet zonder toestemming van de reclassering stoppen of veranderen van werk. Deze voorwaarde, alsmede de voorwaarden die reeds gelden, hebben meerwaarde en zijn in het belang van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van veroordeelde.
Beslissing
De rechtbank verlengt de voorwaardelijk beëindigde PIJ-maatregel met één jaar en wijzigt de bijzondere voorwaarden zodat deze thans als volgt komen te luiden:
Meewerken aan reclasseringstoezicht
Veroordeelde werkt mee aan het toezicht door de reclassering. Deze medewerking houdt onder andere in:
- Veroordeelde meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt
hoe vaak dat nodig is.
- Veroordeelde laat een of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig
identiteitsbewijs zien. Dit is nodig om de identiteit van betrokkene vast te stellen.
- Veroordeelde houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om
veroordeelde te helpen bij het naleven van de voorwaarden.
behandeling door andere instellingen of hulpverleners.
- Veroordeelde vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de
reclassering.
- Veroordeelde werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met veroordeelde, als dat van belang is voor het toezicht.
Niet naar het buitenland
Veroordeelde gaat niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden, zonder toestemming van de reclassering.
Ambulante begeleiding
Veroordeelde ontvangt begeleiding door Soliris Zorg of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de begeleiding.
Ambulante behandeling
Veroordeelde zal, indien de reclassering dit noodzakelijk acht, in het kader van het beheersen van middelengebruik, een ambulante behandeling volgen bij VNN of een soortgelijke instelling op de tijden en plaatsen als door of namens die behandelaar aan te geven. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling.
Begeleid wonen of maatschappelijke opvang
Veroordeelde verblijft bij [verblijfplaats] of een andere instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem/haar heeft opgesteld.
Dagbesteding
Veroordeelde heeft een vorm van dagbesteding in de vorm van werken, leren of
vrijwilligerswerk voor minimaal 26 uren per week. Veroordeelde mag niet zonder toestemming van de reclassering stoppen met of veranderen van werkzaamheden.
Meewerken aan middelencontrole
Veroordeelde werkt mee aan controle van het gebruik van alcohol en drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak veroordeelde wordt gecontroleerd.
Inzicht geven in financiën
Veroordeelde geeft inzage in zijn financiën aan de reclassering en/of de ambulante (woon)begeleider. Veroordeelde werkt mee aan budgetbeheer en/of beschermingsbewind, indien geïndiceerd door de reclassering.
Inzicht in sociaal netwerk
Veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn sociaal netwerk waarbij hij tevens inzicht geeft in zijn activiteiten op social media.
De rechtbank draagt Reclassering Nederland op toezicht te houden op de naleving van de bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
De rechtbank stelt vast dat als algemene voorwaarden van de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel van rechtswege gelden dat de veroordeelde:
Deze beslissing is gegeven door mr. M.A.M. Wolters, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. M.B.W. Venema en mr. C. Brouwer, rechters, bijgestaan door J. Kunst, griffier, en uitgesproken ter terechtzitting op 20 maart 2026.