RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling Privaatrecht
Locatie Assen
zaak-/rekestnummer: C/19/154491 / FA RK 25-2882
beschikking d.d. 17 maart 2026
inzake
de officier van justitie bij het arrondissementsparket Noord-Nederland,
zetelend te Groningen,
hierna ook te noemen de officier van justitie.
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Aa en Hunze,
zetelend te Gieten,
hierna te noemen de ABS;
[belanghebbende 1] en [belanghebbende 2], hierna te noemen het bruidspaar of de heer [belanghebbende 1] en mevrouw [belanghebbende 2]
1. Het procesverloop
De officier van justitie heeft op 12 december 2025 een verzoekschrift ex artikel 24, lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) ingediend, waarin hij verzoekt:
de vernietiging uit te spreken van het op [datum] 2024 tussen [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] tot stand gekomen geregistreerd partnerschap;
de gemeente te gelasten tot doorhaling van de op [datum] 2024 onder nummer 500032/2024 opgemaakte akte van partnerschapsregistratie;
de gemeente te gelasten tot opmaak van een akte ter zake het op [datum] 2024 tussen [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] gesloten huwelijk en aanvulling van het huwelijksregister.
De rechtbank heeft de zaak behandeld op de mondelinge behandeling met gesloten deuren van 17 februari 2026. Verschenen zijn:
A. Polstra en mw. [naam 4] , namens het openbaar ministerie;
[naam 1] en [naam 2] , namens de gemeente Aa en Hunze;
- het bruidspaar.
De ABS heeft tijdens de mondelinge behandeling pleitaantekeningen overgelegd.
2. De feiten
Het bruidspaar heeft bij de gemeente Aa en Hunze een formulier "Aanvraag trouwambtenaar voor één dag" ingediend. Het formulier vermeldt als huwelijksdag [datum] 2024.
Bij besluit van 19 maart 2024 heeft het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Aa en Hunze de heer [naam 3] benoemd tot buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand (BABS). Deze benoeming geldt op [datum] 2024 voor één dag.
De heer [naam 3] is op 8 april 2024 door Rechtbank Noord-Nederland beëdigd als BABS.
De huwelijksceremonie vond plaats op [datum] 2024. Het bruidspaar heeft op diezelfde dag een akte van geregistreerd partnerschap ondertekend.
3. Het standpunt van de officier van justitie
Volgens de officier van justitie kan op grond van artikel 1:67 lid BW worden geconcludeerd dat erop [datum] 2024 tussen het bruidspaar een rechtsgeldig huwelijk tot stand is gekomen. De heer [belanghebbende 1] en mevrouw [belanghebbende 2] hebben immers ten overstaan van de voor die dag benoemde BABS en in aanwezigheid van de vereiste getuigen de huwelijksgeloften afgelegd. Aansluitend aan de huwelijksceremonie is weliswaar een akte geregistreerd partnerschap ondertekend door zowel de huwelijkspartners, de getuigen als de BABS, maar geconcludeerd kan worden dat geen enkele partij met de ondertekening een geregistreerd partnerschap voor ogen heeft gehad.
Het verschil tussen het aangaan van een geregistreerd partnerschap en het aangaan van een huwelijk is dat een huwelijk rechtsgeldig wordt door het afleggen van de trouwgeloften, terwijl een geregistreerd partnerschap tot stand komt door het ondertekenen en opmaken van een akte van partnerschapsregistratie. De conclusie kan dan ook worden getrokken dat er, hoewel onbedoeld en niet gewild, tussen partijen na het voltrekken van het huwelijk óók een geregistreerd partnerschap tot stand is gekomen. Op grond van de Nederlandse wet kan een persoon echter slechts met één andere persoon door het huwelijk verbonden zijn. Personen die een geregistreerd partnerschap aangaan, mogen niet tegelijkertijd gehuwd zijn. Het geregistreerd partnerschap dient dan ook nietig verklaard te worden en de bijbehorende akte doorgehaald. Het huwelijksregister dient vervolgens te worden aangevuld met een op te maken huwelijksakte.
4. Het standpunt van de ambtenaar van de burgerlijke stand
De ABS stelt dat het bruidspaar op [datum] 2024 een rechtsgeldig huwelijk heeft gesloten, zoals bedoeld in artikel 1:67 BW. De na het huwelijk opgemaakte akte van partnerschapsregistratie is nietig wegens strijd met de Nederlandse openbare orde, dan wel met 1:80a BW. De Nederlandse openbare orde verzet zich tegen het opmaken van de genoemde akte als één of beide partners al gehuwd is c.q. zijn. Gelet op art. 1:80a lid 6 BW in samenhang met artikel 1:69 lid 1 sub d BW verenigen de echtgenoten niet de vereisten in zich om tezamen een partnerschapsregistratie aan te gaan. De BABS was niet bevoegd om een partnerschapsregistratie te voltrekken. De akte van partnerschapsregistratie is daarmee nietig.
Gelet op artikel 1:24b lid 1 BW moet de ontbrekende huwelijksakte daarom in het huwelijksregister van de burgerlijke stand opgenomen worden. De akte van partnerschapsregistratie onder nummer 500032 moet doorgehaald worden. De ABS heeft daarnaast verzocht dat de rechtbank het tussen de heer [belanghebbende 1] en mevrouw [belanghebbende 2] gesloten huwelijk, met inbegrip van de tussen partijen op 10 juli 2024 gesloten huwelijkse voorwaarden ten behoeve van dit huwelijk, rechtsgeldig verklaart.
5. De beoordeling
Bevoegdheid tot indiening van het verzoek
Op grond van artikel 1:24 lid 1 BW kan - voor zover hier van belang - doorhaling van een ten onrechte in het register van de burgerlijke stand voorkomende akte of een aanvulling van een register van de burgerlijke stand met een daarin ontbrekende akte op verzoek van belanghebbenden of van het openbaar ministerie worden gelast door de rechtbank. Het is ook aan het openbaar ministerie om de nietigheid van een geregistreerd partnerschap te verzoeken. De officier van justitie is daarom bevoegd tot de indiening van de onderhavige verzoeken.
Is sprake van een rechtsgeldig huwelijk?
De rechtbank stelt vast dat op [datum] 2024 in de kerk van Rolde (een aangewezen trouwlocatie), in aanwezigheid van getuigen en publiek, een ceremonie heeft plaatsgevonden, waarbij het bruidspaar ten overstaan van de BABS de huwelijksgeloften heeft afgelegd. Vervolgens heeft de BABS verklaard dat het bruidspaar door het huwelijk aan elkaar is verbonden. In aansluiting op deze verklaring hebben zowel de BABS, als het bruidspaar en de getuigen een akte ondertekend. Later bleek dit, geheel tegen de bedoeling van het bruidspaar, geen huwelijksakte, maar een akte tot het sluiten van een geregistreerd partnerschap te zijn.
Naar het oordeel van de rechtbank staat vast - in lijn met het standpunt van de officier en de ABS - dat op [datum] 2024 een rechtsgeldig huwelijk tot stand is gekomen tussen de heer [belanghebbende 1] en mevrouw [belanghebbende 2] . Er is namelijk aan alle wettelijke vereisten voor de totstandkoming van een huwelijk voldaan; zowel aan de formaliteiten die aan de voltrekking van het huwelijk vooraf moeten gaan, als aan de vereisten voor de voltrekking van het huwelijk zelf. De aanstaande echtgenoten hebben ten overstaan van de BABS en in aanwezigheid van de getuigen verklaard dat zij elkaar aannemen tot echtgenoot en dat zij getrouw alle plichten zullen vervullen die door de wet aan de huwelijkse staat worden verbonden. Door de verklaringen wordt het huwelijk gesloten. Onmiddellijk na het afleggen van de verklaring heeft de BABS verklaard dat partijen door de echt aan elkaar zijn verbonden. Dat er vervolgens per abuis geen huwelijksakte maar een akte van partnerschapsregistratie is ondertekend, heeft geen gevolgen voor de rechtsgeldigheid van het huwelijk.
Is sprake van een rechtsgeldig geregistreerd partnerschap?
Vervolgens dient de rechtbank de vraag te beantwoorden wat het rechtsgevolg is van de door partijen ondertekende akte van partnerschapsregistratie direct na de huwelijksvoltrekking. Immers, het geregistreerd partnerschap wordt in beginsel rechtsgeldig door het ondertekenen van de partnerschapsakte. Uit hetgeen hiervoor is overwogen over de rechtsgeldigheid van het gesloten huwelijk, volgt echter dat de heer [belanghebbende 1] en mevrouw [belanghebbende 2] op het moment van het ondertekenen van de partnerschapsakte al (namelijk sinds enkele minuten) met elkaar getrouwd waren. Daarmee was het bruidspaar ten tijde van het ondertekenen van de partnerschapsakte onbevoegd tot het aangaan van een geregistreerd partnerschap. In de wet staat namelijk, dat iemand die een geregistreerd partnerschap aangaat niet tegelijk gehuwd mag zijn. Bovendien staat vast - gelet op alle feiten en omstandigheden die geleid hebben tot de voltrekking van het huwelijk op [datum] 2024 - dat het bruidspaar met de ondertekening van de akte nooit het sluiten van een geregistreerd partnerschap voor ogen heeft had. Zij zijn er vanuit gegaan dat zij hun huwelijksakte ondertekenden.
De rechtbank concludeert dan ook dat het gesloten geregistreerd partnerschap nietig is wegens strijd met artikel 1:80a BW. Het rechtsgevolg hiervan is dat er geen geregistreerd partnerschap tussen de man en de vrouw tot stand is gekomen. Dit betekent dat de akte geregistreerd partnerschap ten onrechte in de registers van de burgerlijke stand is opgenomen.
De verdere gevolgen
Gelet op artikel 1:24b lid 1 zal de rechtbank de gemeente gelasten de ontbrekende huwelijksakte alsnog in het huwelijksregister van de burgerlijke stand op te nemen. De ABS heeft daarnaast verzocht om een verklaring dat het huwelijk van de heer [belanghebbende 1] en mevrouw [belanghebbende 2] rechtsgeldig is. Voor dit verzoek bestaat naar het oordeel van de rechtbank geen wettelijke grondslag. Voor zover de ABS dit verzoek bedoeld heeft te baseren op het bepaalde in artikel 1:26 lid 2 BW, overweegt de rechtbank dat dit artikel ziet op de rechtsgeldigheid van feiten betreffende de burgerlijke staat, die in buitenlandse akten of rechterlijke uitspraken zijn neergelegd. Die situatie doet zich hier niet voor. De rechtbank overweegt echter dat uit hetgeen hiervoor is overwogen rechtens volgt, dat tussen de heer [belanghebbende 1] en mevrouw [belanghebbende 2] op [datum] 2024 een rechtsgeldig huwelijk tot stand is gekomen.
De rechtbank zal gelet op artikel 1:24b lid 2 BW de gemeente gelasten tot doorhaling van de akte geregistreerd partnerschap.
6. De beslissing
De rechtbank:
verklaart de op [datum] 2024 door de buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand opgemaakte partnerschapsregistratie tussen de heer [belanghebbende 1] , geboren op [geboortedatum 1] 1964 en mevrouw [belanghebbende 2] , geboren op [geboortedatum 2] 1977 nietig;
gelast de doorhaling van de akte geregistreerd partnerschap met nummer 500032, die op [datum] 2024 is opgenomen in het register van de burgerlijke stand van de gemeente Aa en Hunze;
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Aa en Hunze ter zake het op [datum] 2024 tussen [belanghebbende 1] , geboren op [geboortedatum 1] 1964 en mevrouw [belanghebbende 2] , geboren op [geboortedatum 2] 1977, gesloten huwelijk de huwelijksakte - na opmaak daarvan - op te nemen in het huwelijksregister;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. van Woudenberg, rechter, bijgestaan door
mr. C. Snijder en in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2026.
Voor zover in deze beschikking een of meer eindbeslissingen zijn opgenomen, kan tegen deze beschikking hoger beroep worden ingesteld door een advocaat bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:
- door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
typ: 733/cs