RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 februari 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit Leeuwarden, eiser
Samenvatting
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 25/203
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden, het college
(gemachtigde: S. de Jong).
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van eisers aanvraag voor de energietoeslag over het jaar 2023. Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college eisers aanvraag voor de energietoeslag 2023 terecht heeft afgewezen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.
Procesverloop
2. Het college heeft met een besluit van 30 april 2024 bepaald dat eisers aanvraag van 30 maart 2024 voor de energietoeslag 2023 niet verder in behandeling wordt genomen. Met het bestreden besluit van 27 november 2024 op het bezwaar van eiser heeft het college de aanvraag afgewezen nadat deze alsnog inhoudelijk was beoordeeld.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 3 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het college.
Beoordeling door de rechtbank
Feiten
3. Eiser en zijn vriendin hebben woonruimte gehuurd in het huis op het adres [adres] in Leeuwarden. Op dit adres verbleef ook een medebewoner op basis van een eigen huurcontract met de verhuurder. Eiser en zijn vriendin hadden in de woning samen een eigen (slaap)kamer. Ook de medebewoner had een eigen (slaap)kamer. Zij deelden het gebruik van de rest van de woning, waaronder de keuken, de douche en het toilet op het woonadres. Eiser heeft op 30 maart 2024 een energietoeslag voor het jaar 2023 aangevraagd.
Bestreden besluit
4. Met het bestreden besluit heeft het college eisers aanvraag afgewezen omdat niet voldaan is aan de voorwaarde dat sprake is van een zelfstandige woning. Eiser en zijn vriendin wonen samen met een ander in een woning, waarbij sprake is van gezamenlijk gebruik van de keuken, de douche en het toilet.
Beroepsgronden
5. Eiser voert aan dat de woning voldoet aan de omschrijving van het college van een zelfstandige woning: de woning heeft een eigen toegang en geen van de wezenlijke woonfuncties wordt met een andere woning gedeeld. Er bestaat volgens hem dus geen grond om de aanvraag af te wijzen omdat geen sprake zou zijn van een zelfstandige woning. Overigens is volgens eiser ook geen sprake van kamerverhuur. Hij stelt tevens dat hij en zijn vriendin één huishouding voerden met hun medebewoner.
6. Naar aanleiding hiervan overweegt de rechtbank het volgende.
Voorwaarden recht op energietoeslag
Volgens artikel 3, eerste lid, van de Beleidsregels Eenmalige energietoeslag Leeuwarden 2023 heeft een huishouden recht op energietoeslag als – voor zover hier van belang – het huishouden op de peildatum (in dit geval 1 maart 2024) een zelfstandige woning bewoont.
In de toelichting bij artikel 1 van de Beleidsregels is verduidelijkt dat er alleen recht is op energietoeslag wanneer een zelfstandige woning door één huishouden wordt bewoond.
Voor het recht op energietoeslag moet dus voldaan zijn aan – voor zover hier van belang – de volgende twee voorwaarden:
- dat sprake is van een zelfstandige woning;
- die door niet meer dan één huishouden wordt bewoond.
Bewijslast
8. Het is aan eiser om de feiten en omstandigheden over de woon- en leefsituatie aannemelijk te maken waaruit moet blijken dat in zijn geval aan deze voorwaarden is voldaan. Bij een aanvraag om bijstand rust de bewijslast van het recht op bijstand in beginsel namelijk op de aanvrager zelf.
Zelfstandige woning
Volgens artikel 1, onder L, van de Beleidsregels wordt hierin verstaan onder zelfstandige woning: woning in eigen bezit en/of een woning waarvoor een commerciële huur wordt betaald. De woning beschikt over een eigen voordeur, een eigen keuken, een eigen toilet en een eigen wasruimte.
Volgens de toelichting bij deze begripsbepaling mogen voorzieningen niet met elkaar gedeeld worden. De rechtbank begrijpt deze toelichting aldus, dat geen wezenlijke woonfuncties met andere woningen gedeeld mogen worden. Dit is in overeenstemming met de vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) over wat onder een (zelfstandige) woning als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Participatiewet (Pw) verstaan dient te worden.
Niet in geschil is dat het huis op voornoemd adres over alle wezenlijke kenmerken en voorzieningen beschikt om als zelfstandige woning als bedoeld in de Beleidsregels in aanmerking te worden genomen. De rechtbank concludeert dan ook dat dit door eiser samen met zijn vriendin en de medebewoner bewoonde huis als een zelfstandige woning als hiervoor bedoeld is aan te merken. Gelet echter op het gedeelde gebruik van de keuken, de douche en het toilet kan worden vastgesteld dat de eigen (slaap)kamers van enerzijds eiser en zijn vriendin en anderzijds de medebewoner niet als zodanig kunnen worden aangemerkt.
Gezamenlijke huishouding
In artikel 1, onder I, van de Beleidsregels is voor de uitleg van het begrip huishouden verwezen naar de Participatiewet (Pw). Ingevolge deze wet is van een gezamenlijke huishouding sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.
Hiervoor is al geconcludeerd dat eiser (met zijn vriendin) en de medebewoner in een zelfstandige woning woonden. Daarmee is tevens voldaan aan het eerste criterium voor het aannemen van een gezamenlijke huishouding, dat sprake is van hoofdverblijf in dezelfde woning.
Het tweede criterium waaraan moet zijn voldaan, is dat van de wederzijdse zorg. Volgens vaste rechtspraak kan deze blijken uit een financiële verstrengeling tussen de betrokkenen die verder gaat dan het uitsluitend delen van de woonlasten en hiermee samenhangende lasten. Indien van een zodanige verstrengeling niet of slechts in geringe mate sprake is, kunnen ook andere feiten en omstandigheden voldoende zijn om aan te nemen dat de betrokkenen in zorg voor elkaar voorzien. Een afweging van alle ten aanzien van betrokkenen gebleken feiten en omstandigheden die niet van subjectieve aard zijn, zal bepalend zijn voor het antwoord op de vraag of aan het zorgcriterium in een concreet geval is voldaan.
Naar het oordeel van de rechtbank is eiser er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat hij en zijn vriendin met hun medebewoner een gezamenlijke huishouding voerden. Vast staat dat eiser (met zijn vriendin) en de medebewoner ieder een eigen huurcontract en een eigen (slaap)kamer hadden. Zij hebben ook allebei een energietoeslag aangevraagd. Van een financiële verstrengeling tussen eiser (met zijn vriendin) en de medebewoner die verder gaat dan het uitsluitend delen van de woonlasten en hiermee samenhangende lasten, zoals de door zijn gemachtigde ter zitting genoemde (extra) energiekosten die worden gedeeld, is niet gebleken. De omstandigheid dat zij de woning, behalve hun eigen (slaap)kamers, en de voorzieningen daarin in gemeenschappelijk gebruik hadden, levert nog geen wederzijdse zorg op. Gesteld noch gebleken is dat eiser en de medebewoner ook spullen van elkaar gebruikten. Blijkens het door eisers gemachtigde overgelegde screenshot van Whatsapp-berichten heeft eisers vriendin op verzoek van de gemachtigde bevestigd dat zij en de medebewoner één huishouding voerden, maar het daarbij genoemde leven in een gedeeld huis en delen van de verantwoordelijkheid voor het hele huishouden bieden daarvoor naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende concrete aanknopingspunten.
Bovendien spreekt de definitie van gezamenlijke huishouding in artikel 3, derde lid, van de Pw uitdrukkelijk over twee personen. Een meerpersoonshuishouden valt daar niet onder. Niet in geschil is dat eiser met zijn vriendin een gezamenlijke huishouding vormde. Ook indien zij met hun medebewoner een meerpersoonshuishouden zouden vormen, zou geen sprake kunnen zijn van een gezamenlijke huishouding in de zin van de wet en de Beleidsregels (waarin naar de wet verwezen wordt).
Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college dus terecht niet aangenomen dat eiser en zijn vriendin met de medebewoner een gezamenlijke huishouding voerden. Aangezien niet voldaan is aan deze voorwaarde had eiser op grond van de reguliere voorschriften in de Beleidsregels geen recht op de aangevraagde energietoeslag.
Hardheidsclausule
11. Voor zover eiser het standpunt inneemt dat het college in zijn geval toepassing had moeten geven aan de hardheidsclausule, volgt de rechtbank dit niet. Volgens artikel 8 van de Beleidsregels geldt hiervoor als voorwaarde dat bijzondere en dringende redenen er toe noodzaken dat de aanvrager in afwijking van de beleidsregels alsnog in aanmerking komt voor de eenmalige energietoeslag. Uit hetgeen eiser naar voren heeft gebracht is niet gebleken dat zich in zijn geval een dergelijke bijzondere en dringende reden voordoet.
Conclusie en gevolgen
12, Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit tot afwijzing van eisers aanvraag voor de energietoeslag 2023 in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.G. Wijtsma, rechter, in aanwezigheid van
mr. P.A. Schoenmakers, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 4 februari 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Participatiewet
Artikel 3, lid 2, aanhef en onder a
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt als gehuwd of als echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde die met een ander een gezamenlijke huishouding voert.
Artikel 3, lid 3
Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.
Artikel 4, lid 1, aanhef en onder c, ten 1°
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder gezin: de gehuwden tezamen.
Artikel 35, lid 4, aanhef en onder b
In afwijking van het eerste lid kan bijzondere bijstand ook aan een alleenstaande of een gezin worden verleend in de vorm van een eenmalige energietoeslag, zonder dat wordt nagegaan of die alleenstaande of dat gezin in dat jaar een sterk gestegen energierekening had voor het jaar 2023.
Beleidsregels Eenmalige energietoeslag Leeuwarden 2023
Artikel 1, aanhef en onder I
In deze beleidsregels wordt verstaan onder huishouden: de alleenstaande, alleenstaande ouder of het gezin, zoals bedoeld in artikel 4, lid 1 onderdeel a, b, of c van de wet.
Artikel 1, aanhef en onder L
In deze beleidsregels wordt verstaan onder zelfstandige woning: woning in eigen bezit en/of een woning waarvoor een commerciële huur wordt betaald. De woning beschikt over een eigen voordeur, een eigen keuken, een eigen toilet en een eigen wasruimte.
Artikel 3, lid 1
Het college verstrekt ambtshalve of op aanvraag een eenmalige energietoeslag van € 800,00 aan een huishouden als:
Artikel 8
Als de aanvrager niet in aanmerking komt voor de eenmalige energietoeslag kan het college, indien bijzondere en dringende redenen hiertoe noodzaken, in het individuele geval beoordelen of de aanvrager in afwijking van de beleidsregels alsnog in aanmerking komt voor de eenmalige energietoeslag.