RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Groningen
Zaaknummer: 11244344 CV EXPL 24-4979
Vonnis van 17 maart 2026
in de zaak van
BUDGET THUIS B.V., H.O.D.N. BUDGETENERGIE,
te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Budget Thuis,
gemachtigde: Yards deurwaardersdiensten B.V.,
tegen
[gedaagde] ,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.
1. De (verdere) procedure
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis van 19 augustus 2025. Bij dit vonnis is Budget Thuis kort gezegd in de gelegenheid gesteld om alsnog leesbare schermafbeeldingen van het aanmeldproces in het geding te brengen, zodat kan worden getoetst of aan de toepasselijke informatieplichten is voldaan. Budget Thuis heeft deze gelegenheid niet benut.
Ten slotte is (nader) vonnis bepaald.
2. De beoordeling
De informatieplichten kunnen niet worden getoetst en daarom wordt een sanctie opgelegd
Budget Thuis is door de kantonrechter in de gelegenheid gesteld om alsnog leesbare schermafbeeldingen van het aanmeldproces in het geding te brengen. Budget Thuis heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt en aldus geen (voldoende) leesbare schermafbeeldingen van het aanmeldproces overgelegd. De kantonrechter kan daarom niet vaststellen of alle toepasselijke (essentiële) informatieplichten zijn nageleefd. Bij deze stand van zaken zal de kantonrechter aansluiting zoeken bij de sanctierichtlijn en de hoofdsom gedeeltelijk vernietigen, in die zin dat de betalingsverplichting van [gedaagde] wordt verminderd met 60%, met inachtneming van het volgende.
Uit de door Budget Thuis bij dagvaarding overgelegde eindnota, en hetgeen Budget Thuis bij dagvaarding heeft gesteld, blijkt dat aan [gedaagde] een opzegvergoeding van € 100,00 is doorberekend. Als gevolg van hetgeen onder 2.1. is overwogen, is de in de eindnota begrepen opzegvergoeding van € 100,00 niet toewijsbaar. Budget Thuis heeft immers niet aangetoond dat aan de (essentiële) informatieplichten, waaronder artikel 6:230m lid 1 onder o en onder p van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), is voldaan. Dit betekent dat bij de eindnota van 28 november 2023 nog een bedrag van € 100,00 moet worden opgeteld voor teruggave aan [gedaagde] . De kantonrechter zal dit bedrag verrekenen met de hoofdsom, op de wijze zoals hierna vermeld.
De hoofdsom wordt verminderd met de opzegvergoeding en met een sanctie van 60%
De hoofdsom die Budget Thuis vordert is € 627,90. Op dit bedrag dient evenwel de opzegvergoeding van € 100,00 nog in mindering te worden gebracht (zie 2.2.). De door [gedaagde] verschuldigde hoofdsom bedraagt daarmee € 527,90.
Nu [gedaagde] verder geen verweer heeft gevoerd tegen de verschuldigdheid of de hoogte van de hoofdsom, ligt dit gedeelte van de vordering voor toewijzing gereed. Hierbij moet echter nog rekening worden gehouden met de sanctie die wordt opgelegd omdat niet kan worden vastgesteld of Budget Thuis aan alle toepasselijke (essentiële) informatieplichten heeft voldaan (zie 2.1.). Dat betekent dat aan hoofdsom een bedrag van € 211,16 (40% van € 527,90) toewijsbaar is, nu dit deel van de vordering de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
De vorderingen op grond van ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling slagen niet
Budget Thuis heeft zich subsidiair en meer subsidiair gebaseerd op - zo begrijpt de kantonrechter - ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling. Zij stelt bij (gedeeltelijke) vernietiging van de overeenkomst dat [gedaagde] , nu de levering niet ongedaan kan worden gemaakt, verplicht is om de waarde van de energie terug te betalen als vergoeding, die gelijk is aan de (gehele) factuurbedragen.
De kantonrechter volgt deze stelling niet. Zoals hiervoor overwogen, heeft Budget Thuis - nu de kantonrechter niet kan vaststellen of alle toepasselijke (essentiële) informatieplichten zijn nageleefd vanwege het door Budget Thuis niet overleggen van (voldoende) leesbare schermafbeeldingen van het aanmeldproces - haar informatieverplichting geschonden. Daaraan dient de rechter volgens het Hof van Justitie en de Hoge Raad gevolgen te verbinden die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Indien de consument bij schending van de informatieplicht toch volledige betaling verschuldigd zou zijn, zij het op een andere rechtsgrond dan de contractuele, dan zou de consument niet effectief worden beschermd. Het beroep op ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling kan daarom, in het licht van de regels van consumentenbescherming, niet slagen.
De reeds verschenen rente wordt afgewezen, de verder gevorderde rente wordt toegewezen
De gevorderde reeds verschenen wettelijke rente van € 31,34 zal worden afgewezen, omdat dit is gebaseerd op een hoger bedrag dan de toewijsbare hoofdsom. De (verder) gevorderde en niet bestreden wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom, zoals hierna in de beslissing is vermeld.
De buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen
Budget Thuis vordert vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten. Onder het kopje ‘Betaling’ van de overeenkomst staat het volgende beding: ‘Betaalt u te laat? Dan sturen we u een herinnering. Voor elke factuur die niet binnen de herinneringstermijn van veertien dagen is betaald, ontvangt u een aanmaning waarop wij u € 15,- in rekening brengen. Wij stellen u in gebreke als u de aanmaning niet betaalt. Hiervoor brengen we € 25,- in rekening. Wanneer u niet binnen de gestelde termijn van de ingebrekestelling heeft betaald, moeten we gerechtelijke incassomaatregelen nemen. Die kosten zijn wettelijk vastgelegd en worden apart bij u in rekening gebracht. Het gaat dan om incassokosten van 15% van het factuurbedrag met een minimum van € 40,-’. [gedaagde] moet volgens dit beding meer kosten vergoeden aan Budget Thuis dan hij op grond van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is. Dat maakt het beding naar het oordeel van de kantonrechter oneerlijk in de zin van Richtlijn 93/13/EEG en van afdeling 6.5.3 van het BW. Het gevolg van de oneerlijkheid is dat het hiervoor aangehaalde beding wordt vernietigd en niet kan worden teruggevallen op een wettelijke regeling. De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden daarom afgewezen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen, met dien verstande dat, nu de vordering slechts voor een deel wordt toegewezen, de proceskosten zullen worden bepaald op basis van het toegewezen bedrag. De proceskosten van Budget Thuis worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
113,54
- griffierecht
€
130,00
- salaris gemachtigde
€
43,00
(1 punt × € 43,00)
- nakosten
€
21,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
308,04
3. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan Budget Thuis tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen € 211,16, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 22 juli 2024 tot de dag van de volledige voldoening;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 308,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
verklaart dit vonnis - tot zover - uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R. Bootsma en in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2026.
36575