ECLI:NL:RBNNE:2026:89

ECLI:NL:RBNNE:2026:89, Rechtbank Noord-Nederland, 07-01-2026, 24/4494 en 25/1796

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 07-01-2026
Datum publicatie 16-01-2026
Zaaknummer 24/4494 en 25/1796
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Varia. Woo. Wanneer openbaarmaking wordt geweigerd wegens een uitzonderingsgrond in de Woo, dan moet het bestuursorgaan die weigering uitdrukkelijk motiveren. Dit heeft verweerder onvoldoende gedaan. De motivering van het bestreden besluit voldoet daarmee niet aan de vereisten van de Woo.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 januari 2026 in de zaken tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

Raad voor Rechtsbijstand, locatie 's-Hertogenbosch, verweerder

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummers: LEE 24/4494 en LEE 25/1796

en

(gemachtigden: mw. mr. E.J.W. Reijnders en mw. L. Nickel).

1. Deze uitspraak gaat over de Wet open overheid (Woo). Op grond van de Woo heeft eiser een verzoek ingediend bij verweerder om openbaarmaking van informatie. De rechtbank behandelt in deze uitspraak twee beroepen van eiser tegen twee besluiten van verweerder op het Woo-verzoek.

Aan de hand van de beroepsgronden van eiser komt de rechtbank tot het oordeel dat het eerste beroep van eiser niet-ontvankelijk moet worden verklaard en dat het tweede beroep gegrond moet worden verklaard. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. In de bijlage staan wetsartikelen die van belang zijn.

Procesverloop

2. Met de brief van 9 mei 2024 heeft eiser bij verweerder het volgende Woo-verzoek ingediend. “Ik verzoek op voet van artikel 4, Wet open overheid (Woo), om openbaarmaking van de meest recente lijst ‘meer dan 30 TVG’s in de afgelopen drie jaar’ die over de kalenderjaren 2021, 2022 en 2023 in het huidige jaar aan de deken van Limburg is gestuurd.”

Met het primaire besluit van 14 juni 2024 heeft verweerder het verzoek van eiser buiten behandeling gesteld.

Met het bestreden besluit van 8 oktober 2024 op het bezwaar van eiser heeft verweerder het bezwaarschrift gegrond verklaard. Het primaire besluit is herroepen maar een nieuw primair besluit is op dat moment nog niet aan eiser bekend gemaakt.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Dit beroepschrift is ingeschreven bij de rechtbank onder het zaaknummer LEE 24/4494.

Op 18 november 2024 heeft verweerder alsnog een nieuw primair besluit genomen op het Woo-verzoek van eiser. Met dit nieuwe primaire besluit heeft verweerder in een bijlage een gedeelte van de gevraagde informatie openbaar gemaakt. De bijlage betreft een lijst getiteld “Rechtzoekenden met 30 of meer tvg in 2021-2022-2023”. Daaronder zijn gegevens opgenomen in de volgende kolommen:

- Klant naam

- Tvg Pr nr

- Opgemaakte naam

- Kr nr

- Kantoornaam

- Plaatsnaam Vestiging

Verweerder heeft in de kolommen gegevens weggelakt op de uitzonderingsgrond in artikel 5.1, tweede lid, onderdeel sub e, van de Woo: ‘het eerbiedigen van de persoonlijke levenssfeer’.

Met het bestreden besluit van 7 april 2025 op het bezwaar van eiser is verweerder bij dat besluit gebleven.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Dit beroepschrift is ingeschreven bij de rechtbank onder het zaaknummer LEE 25/1796.

Verweerder heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de met toepassing van artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) overgelegde informatie.

De rechtbank heeft de beroepen op 26 november 2025 gevoegd op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigden van verweerder. Het onderzoek ter zitting is gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Het beroep met zaaknummer LEE 24/4494

3. Naar aanleiding van het bezwaar van eiser heeft verweerder het primaire besluit in deze zaak herroepen. Ook is er een nieuw besluit voor in de plaats gekomen, waartegen eiser in een afzonderlijke procedure is opgekomen (LEE 25/1796). Daarmee bestaat geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 6:19, eerste lid, van de Awb en is het procesbelang van eiser bij handhaving van dit beroep, verloren gegaan. De rechtbank zal het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaren.

Het beroep met zaaknummer LEE 25/1796

4. Op de zitting heeft eiser zijn verzoek om een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van berechting, ingetrokken. De rechtbank beoordeelt hierna de overgebleven gronden van beroep.

Heeft verweerder het bestreden besluit voldoende gemotiveerd?

5. Eisers beroep richt zich tegen het weglakken van gegevens in de kolommen

- Opgemaakte naam

- Kantoornaam

- Plaatsnaam Vestiging

Eiser voert aan dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd. Zo valt het weglakken van een bedrijfsnaam en vestigingsplaats niet onder de weigeringsgronden van de Woo. Ook is de weigering zelf onvoldoende door verweerder gemotiveerd. Een advocaat treedt immers op in het openbaar. Volgens eiser valt daarom niet in te zien hoe de eerbiediging van diens persoonlijke levenssfeer, dan wel de vertrouwelijke relatie tussen advocaat en cliënt een rol speelt bij openbaarmaking van de gevraagde informatie.

6. Verweerder stelt zich op het standpunt dat het belang van eiser niet zo zwaar weegt als het belang van de advocaten. Voor de motivering van het bestreden besluit heeft verweerder verwezen naar het advies van de Commissie van Bezwaar. Uit dat advies kan worden opgemaakt dat verweerder zich, voor het weigeren van openbaarmaking van de informatie in de onder 5 aangehaalde kolommen, kan beroepen op eerdergenoemde uitzonderingsgrond van de Woo: ‘het eerbiedigen van de persoonlijke levenssfeer’ en hiervoor steun vindt in rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling). In zijn verweerschrift en op de zitting geeft verweerder hierbij de volgende toelichting. Het is de taak van verweerder om te kijken of de persoonlijke levenssfeer van advocaten voldoende wordt beschermd. De lijst waar het hier om gaat betreft sociaal advocaten die kwetsbare personen bijstaan. Vaak zijn het ‘eenpitters’ waardoor de adresgegevens van het kantoor rechtstreeks herleidbaar zijn tot de advocaat. Ook zegt in dit geval de informatie iets over het inkomen van die advocaten, dus het raakt op die manier eveneens de persoonlijke levenssfeer. Ter onderbouwing verwijst hij naar recente jurisprudentie.

7. De rechtbank is van oordeel dat de beroepsgrond van eiser slaagt.

In artikel 2.5 van de Woo is neergelegd dat bij de toepassing van de wet wordt uitgegaan van het algemeen belang van openbaarheid van publieke informatie voor de democratische samenleving. In artikel 5.1, derde lid, van de Woo is de bepaling neergelegd dat wanneer daarvan wordt afgeweken, het bestuursorgaan zijn besluit (daarom) uitdrukkelijk moet motiveren.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder niet voldoende gemotiveerd waarom de aangehaalde uitzonderingsgrond van toepassing is, in die gevallen die in de drie kolommen zijn weggelakt. Uit de algemene bewoordingen van de mogelijkheid tot weigering in geval van de noodzaak tot eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, zoals door de Commissie van Bezwaar geformuleerd in het advies van 10 maart 2025 dat verweerder tot het zijne heeft gemaakt in het bestreden besluit, blijkt onvoldoende dat en op welke wijze per gelakt gegeven door verweerder een beoordeling of afweging is gemaakt. Het gaat hier om namen van professionele gemachtigden die in het openbaar en onder een kantoornaam optreden. In die hoedanigheid is de kantoornaam en vestigingsplaats in allerlei bronnen en voor iedereen zichtbaar en vindbaar. Voorts is het beroep van eiser niet gericht op de weggelakte informatie in de kolom ‘Klant naam’. Het is de rechtbank daarom niet duidelijk in welke zin de vertrouwelijke relatie tussen advocaat en cliënt wordt geschaad met openbaarmaking van de weggelakte informatie in de drie kolommen waar het beroep zich wel tegen richt. Tot slot merkt de rechtbank nog op dat de uitspraak van de Afdeling waar verweerder in de motivering van het bestreden besluit naar verwijst, niet van toepassing is op deze situatie. De jurisprudentie die verweerder heeft aangehaald op de zitting is bovendien van latere datum dan het bestreden besluit.

Nu de Woo voorschrijft dat wanneer openbaarmaking wegens een uitzonderingsgrond uitdrukkelijk moet worden gemotiveerd, kan deze motivering het bestreden besluit niet dragen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder onvoldoende inzichtelijk gemaakt hoe openbaring van de weggelakte informatie in strijd is met de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die advocaten. Het bestreden besluit voldoet daarmee niet aan de vereisten van artikel 5.1, derde lid, van de Woo.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep met zaaknummer LEE 25/1796 is gegrond. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit.

De rechtbank bepaalt dat verweerder in deze zaak een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft verweerder hiervoor zes weken.

Omdat dit beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht aan eiser vergoeden.

Eiser heeft gevraagd om een vergoeding van de proceskosten, te weten de reiskosten voor het bijwonen van de zitting. De rechtbank heeft deze beroepen op dezelfde middag en aansluitend behandeld, met een ander beroep van eiser. Eiser heeft voor het bijwonen van de behandeling van meerdere beroepszaken, dus slechts eenmaal reiskosten gemaakt. De vergoeding van die reiskosten is door de rechtbank al aan eiser toegekend in de uitspraak van zaaknummer LEE 25/2172. Dit betekent dat er in de zaak die nu voorligt, geen proceskosten zijn die nog voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep met zaaknummer LEE 24/4494 niet-ontvankelijk;

- verklaart het beroep met zaaknummer LEE 25/1796 gegrond;

- vernietigt het besluit van 7 april 2025;

- draagt verweerder op binnen 6 weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;

- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 194,- aan eiser moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van

K.D. Bosklopper, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 7 januari 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Algemene wet bestuursrecht

Artikel 8:29

1. Partijen die verplicht zijn inlichtingen te geven dan wel stukken over te leggen, kunnen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, het geven van inlichtingen dan wel het overleggen van stukken weigeren of de bestuursrechter mededelen dat uitsluitend hij kennis zal mogen nemen van de inlichtingen onderscheidenlijk de stukken.

2 Gewichtige redenen zijn voor een bestuursorgaan in ieder geval niet aanwezig, voor zover ingevolge de Wet open overheid de verplichting zou bestaan een verzoek om informatie, vervat in de over te leggen stukken, in te willigen.

3 De bestuursrechter beslist of de in het eerste lid bedoelde weigering onderscheidenlijk de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is.

4 Indien de bestuursrechter heeft beslist dat de weigering gerechtvaardigd is, vervalt de verplichting.

5 Indien de bestuursrechter heeft beslist dat de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is, kan hij slechts met toestemming van de andere partijen mede op de grondslag van die inlichtingen onderscheidenlijk die stukken uitspraak doen. Indien de toestemming wordt geweigerd, wordt de zaak verwezen naar een andere kamer.

6 Inzake een beroep tegen een besluit op grond van de Wet open overheid neemt, in zo verre in afwijking van het eerste en derde lid, uitsluitend de bestuursrechter kennis van de stukken waarvan op grond van de Wet open overheid om openbaarmaking of verstrekking is verzocht. De toestemming, bedoeld in het vijfde lid, is van rechtswege verleend.

Artikel 8:72

1. Indien de bestuursrechter het beroep gegrond verklaart, vernietigt hij het bestreden besluit geheel of gedeeltelijk.

2 De vernietiging van een besluit of een gedeelte van een besluit brengt vernietiging van de rechtsgevolgen van dat besluit of van het vernietigde gedeelte daarvan mee.

3 De bestuursrechter kan bepalen dat:

a.de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit of het vernietigde gedeelte daarvan geheel of gedeeltelijk in stand blijven, of

b.zijn uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit of het vernietigde gedeelte daarvan.

4 De bestuursrechter kan, indien toepassing van het derde lid niet mogelijk is, het bestuursorgaan opdragen een nieuw besluit te nemen of een andere handeling te verrichten met inachtneming van zijn aanwijzingen. Daarbij kan hij:

a.bepalen dat wettelijke voorschriften over de voorbereiding van het nieuwe besluit of de andere handeling geheel of gedeeltelijk buiten toepassing blijven;

b.het bestuursorgaan een termijn stellen voor het nemen van het nieuwe besluit of het verrichten van de andere handeling.

Wet open overheid

Artikel 2.5.

Bij de toepassing van deze wet wordt uitgegaan van het algemeen belang van openbaarheid van publieke informatie voor de democratische samenleving.

Artikel 5.1. Uitzonderingen

(…)

2 Het openbaar maken van informatie blijft eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen:

(…)

e. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;

(…)

3 Indien een verzoek tot openbaarmaking op een van de in het tweede lid genoemde gronden wordt afgewezen, bevat het besluit hiervoor een uitdrukkelijke motivering.

(…)

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?