RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 maart 2026 op het verzoek van
VanWonen Investeringsmaatschappij B.V., uit Zwolle, verzoekster
[persoon 1] uit Groningen
Samenvatting
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 26/642
(gemachtigden: mr. M.H. Blokvoort en [vertegenwoordiger]),
om opheffing als bedoeld in artikel 8:87 van de Algemene wet bestuursrecht van de bij uitspraak van 23 september 2025 (ECLI:NL:RBNNE:2025:4660) getroffen voorlopige voorziening in de zaak tussen:
[persoon 2] uit Groningen[persoon 3] uit Groningen[persoon 4] uit Groningengezamenlijk: de derde-partijen.
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen, het college
(gemachtigden: mr. T.M. Senff en G. Demandt).
1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om de voorlopige voorziening die de voorzieningenrechter in haar uitspraak van 23 september 2025 heeft getroffen, op te heffen. De voorzieningenrechter heeft in de uitspraak van 23 september 2025 bepaald dat de omgevingsvergunning van 27 december 2024 en het besluit op bezwaar van 7 augustus 2025 worden geschorst voor zover die besluiten zien op het vellen van boom 33 (de boom), tot zes weken na de uitspraak op het beroep met zaaknummer LEE 25/2956.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om de voorlopige voorziening op te heffen, af. Het is onvoldoende aangetoond dat de boom geen potentieel monumentale houtopstand is. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in de bodemzaak niet.
Procesverloop
2. Het college heeft in het besluit op bezwaar van 19 februari 2026 de motivering van het besluit op bezwaar van 7 augustus 2025 over de status van de boom aangevuld.
3. Verzoekster heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend om de voorlopige voorziening die de voorzieningenrechter in haar uitspraak van 23 september 2025 over de boom heeft getroffen, op te heffen.
De derde-partijen hebben schriftelijk op het verzoek van verzoekster gereageerd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 16 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigden van verzoekster, de gemachtigden van het college, de derde-partijen en E. Bergsma namens Stedelijk Groen B.V. (Stedelijk Groen).
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Toetsingskader van het verzoek
4. De voorzieningenrechter kan, ook ambtshalve, een voorlopige voorziening opheffen of wijzigen.
5. De voorzieningenrechter verwijst naar het juridisch kader dat is opgenomen in de bijlage bij de uitspraak van 23 september 2025.
Spoedeisend belang
6. De derde-partijen hebben gesteld dat er geen spoedeisend belang is om de voorlopige voorziening op te heffen. De voorzieningenrechter komt niet toe aan een beoordeling van dat standpunt. Anders dan bij het treffen van een voorlopige voorziening, is voor het opheffen of wijzigen daarvan namelijk niet vereist dat een spoedeisend belang is gesteld.
Onderbouwing van het verzoek
7. Verzoekster legt aan haar verzoek ten grondslag dat naar aanleiding van de uitspraak van 23 september 2025 door Groenadvies Amsterdam (Groenadvies) nader onderzoek is verricht. Op basis van het rapport van Groenadvies van 14 januari 2026 (het rapport) heeft het college het besluit op bezwaar van 19 februari 2026 genomen. Het college heeft besloten de verleende omgevingsvergunning voor het vellen van de boom op basis van een aanvullende motivering in stand te laten, omdat de boom vanwege de beperkte levensverwachting geen monumentale status heeft. Volgens verzoekster maken de conclusies van Groenadvies over de conditie van de boom en de daarmee gepaard gaande risico’s voor de veiligheid in de omgeving van de boom het noodzakelijk dat de boom op zo kort mogelijke termijn wordt geveld. Verzoekster betoogt dat daarmee niet kan worden gewacht tot zes weken nadat op het beroep van de derde-partijen is beslist, omdat verzoekster daarmee het risico loopt dat er vanwege haar boom gevaren voor de veiligheid in de omgeving blijven bestaan. Er is dus sprake van nieuwe feiten en omstandigheden die rechtvaardigen dat de getroffen voorlopige voorziening wordt opgeheven, aldus verzoekster.
Inhoudelijke beoordeling van het verzoek
8. De voorzieningenrechter houdt bij de beoordeling allereerst rekening met de onderzoeksbevindingen van P. van Otterloo van boomadviesbureau De Groenste Stad en de onderzoeksbevindingen van Stedelijk Groen, zoals opgenomen in overwegingen 6.3.1. en 6.3.2. van de uitspraak van 23 september 2025. Verder houdt de voorzieningenrechter rekening met het rapport van Groenadvies en de notitie van Copijn Boomspecialisten B.V. (Copijn) van 13 maart 2026 (de notitie). De notitie is tijdens deze procedure door de derde-partijen ingediend. Hieronder volgt een weergave van de inhoud van die beide stukken.
In het rapport van Groenadvies staan op pagina’s 6 tot en met 11 de volgende onderzoeksresultaten:
“Het betreft een volgroeide Italiaanse populier (Populus nigra ‘Italica’). De scheutgroei is slecht; het verschil met de redelijke groei van de buurboom is duidelijk te zien. In de kroon is zwaar dood hout aanwezig. Deze afgestorven takken hebben een dikte tot circa 10 cm. De stam splitst op circa 3 meter hoogte in drie stammen. De aanhechting van deze stammen is twijfelachtig; dit wordt ook wel een plakoksel genoemd. (…) De boom heeft de voor de soort kenmerkende plankwortels (relatief smalle, hoog boven het maaiveld uitstekende wortelaanzetten). De stam van de boom klinkt met het bekloppen rondom hol, vanaf het maaiveld tot circa 150cm boven maaiveld. Er zijn drie openingen in de stamvoet gevonden, aan de zuidoost-, west- en noordwestzijde.
Door een lange prikstok (150cm) in deze openingen te steken is beoordeeld hoe diep de holte achter de openingen is. Het bleek mogelijk om de prikstok niet alleen horizontaal, maar ook schuin naar beneden te drukken. Dit laat zien dat de holte achter de restwand zich ook deels onder het maaiveld bevindt. Zie onderstaande opsomming:
• 1. Diepte achter zuidoostelijke opening: 110 cm
• 2. Diepte achter westelijk opening: 40 cm
• 3. Diepte achter noordwestelijk opening: 140 cm
De stamdoorsnede is op maaiveldhoogte circa 150 cm[.]
Vanaf een ladder is de aanhechting van de stamsplitsing nader beoordeeld. Daarbij bleek dat ook hier een opening tussen de twee stamdelen zit. De lange prikstok kon hier 150 cm ingestoken worden.
Met de Arbotom-geluidstomograaf wordt op een niet-destructieve manier een beeld verkregen van de interne houtkwaliteit van een boom.
Geluidstomogram op 50 cm boven maaiveld, de nummers langs de rand corresponderen met de sensoren
Paars, rood, oranje en geel geven aangetast hout weer, dat geen of een beperkte bijdrage levert aan de breukvastheid van de boom. Groen geeft gezond hout weer. Het tomogram geeft aan dat er een zeer grote aantasting/holte is op de stamdoorsnede. Ter hoogte van de sensoren 1, 11 en 16 is gezond hout aanwezig, hier zitten plankwortels. Aan de oostzijde lijkt in het geheel geen gezond hout meer aanwezig te zijn, maar dit beeld wordt iets verstoord. Het geeft vooral aan dat er tussen de sensoren vrijwel geen contact is door scheuren of inhammen in de stam. Op [de] volgende foto zijn de sensoren 6 en 7 zichtbaar met daartussen een inham in de stam waardoor het geluid er lang over doet om van de ene sensor naar de andere te gaan. De uitstekende plankwortel waar sensor 5 op zit zal zeker nog enige steun geven.
Detailfoto stamvoet, met sensoren 4 tot en met 7 Om inzicht te krijgen in de grootte van de holte ter hoogte van de aanzetten van de gesteltakken is er nog een meting uitgevoerd op 150 cm boven maaiveld.
Geluidstomogram op 150 cm boven maaiveld, de nummers langs de rand corresponderen met de sensoren
De doorsnede op deze hoogte laat zien dat er meer gezond hout aanwezig is. Desondanks is de holte groot en wat vooral zorgelijk is, is dat er op meerdere plaatsen weinig gezond hout langs de rand aanwezig is. Ter hoogte van de sensoren 1 tot en met 3, 8 tot en met 10, 13 en 16 is dit beperkt. Uit het feit dat met de prikstok vanuit de plakoksel ook geheel naar beneden geprikt kan worden, blijkt dat de holtes van meting 1 en 2 samen één grote holte vormen.” In het rapport staat op pagina’s 11 en 12 het volgende over de trekproef:“Bij de controle van de boom is vastgesteld dat de boom van binnen ernstig is aangetast:
• In de stam bevindt zich een grote interne holte als gevolg van houtrot. Dit betekent dat een deel van het dragende hout ontbreekt.
• De boom heeft meerdere plakoksels. Deze plakoksels blijken van binnen hol, waarbij met een prikstok tussen de stamdelen kan worden geprikt. Dit geeft aan dat de stamdelen intern niet meer stevig met elkaar verbonden zijn.
Deze gebreken verzwakken de boomstructuur en vergroten de kans op plotselinge breuk bij een statische belasting (zoals met een trekproef de boom wordt belast) of een dynamische belasting die een boom ondervind[t] bij wind(…). In dit geval is ervoor gekozen geen boomtrekproef uit te voeren, omdat:
• de boom van binnen al aantoonbaar hol en verzwakt is met vastgestelde interne
holtes en houtrot; • de plakoksels intern geen stevige houtverbinding meer hebben, blijkens de
geluidstomograafmeting op 150 cm hoogte;
• extra belasting door een trekproef de boom of de stamsplitsing juist kan laten breken.
Geconcludeerd is dat de boom structureel verzwakt is en een verhoogd risico op breuk heeft. Het uitvoeren van een trekproef zou hierdoor onveilig zijn voor de uitvoerder en de omgeving, en levert bovendien geen betrouwbare extra informatie op vanwege de verzwakte stam.” In het rapport staat op pagina 13 onder meer het volgende over de kwaliteit van de boom: “Conditie
De conditie is bepaald aan de hand van de groei, de aan- dan wel afwezigheid van scheut- en taksterfte, de knopzetting en de mate van overgroeiing van snoei- en andere wonden. Onder de huidige omstandigheden verkeert de boom in een matige conditie.
Levensverwachting
De levensverwachting is bepaald aan de hand van de conditie in samenhang met de aangetroffen gebreken en de lokale groeiplaatsomstandigheden. Uitgangspunt daarbij is dat de groeiplaatsomstandigheden niet wijzigen. De levensverwachting bedraagt voor deze boom minder dan drie jaar. Er is een reëel risico dat de boom bij een volgende zware storm afbreekt op het maaiveld, of ter plaatse van de stamsplitsing uit elkaar scheurt.
Conclusie veiligheidDe boom is op dit moment niet veilig. De reden daarvoor is voornamelijk de sterk verminderde breukvastheid van de stam(voet). Daardoor is er een grote kans op stambreuk met een risico op schade en/of letsel (…). Daarnaast zorgt de holte vlak onder de stamsplitsing ervoor, dat de stammen kunnen uitbreken. Tot slot zit er dood hout in de kroon. Als dat eruit valt is er een risico op schade en/of letsel.”
In het rapport staat op pagina 13 het volgende over veiligheidsmaatregelen: “De meest voor de hand liggende maatregel om de omgeving veilig te stellen is het verwijderen van de boom.
Als er zwaarwegende redenen zijn om de boom te behouden, dan kan dat deels. Door de boom zwaar te snoeien (top van de kroon met 50% tot 60% inkorten) wordt de windbelasting op de verzwakte stamvoet sterk verminderd, waardoor deze tijdelijk veilig is. Het beeld van de boom wordt hierdoor sterk veranderd. Bovendien gaan de snoeiwonden die hierbij gemaakt worden inrotten. Nieuw gevormde takken moeten regelmatig worden verwijderd om de windbelasting beperkt te houden. De levensverwachting kan hiermee mogelijk worden verlengd tot maximaal 5 jaar.
Bij een plakoksel kan het breukrisico worden verkleind door een verankering tussen de stammen aan te brengen. Bij wind wijken de verschillende stammen dan minder van elkaar, waardoor de splitsing minder wordt belast. Ook dit neemt niet weg dat de stam onder de splitsing bij storm kan afbreken. De interne rotting zal zich de komende jaren uitbreiden waardoor de stam verder verzwakt raakt.
Aangezien het risico blijft bestaan dat de boom met een storm afbreekt, waarbij de veiligheid van de omgeving in gevaar komt, is ons advies is dan ook om de boom te verwijderen.”
In de notitie van Copijn, die in opdracht van de derde-partijen is opgesteld, wordt per bladzijde een reactie gegeven op het rapport van Groenadvies. In de notitie staat over de inhoud van het rapport onder meer het volgende: “Bladzijde 6: (…) Aangegeven wordt dat de scheutlengtegroei slecht is. De mate waarin dit het geval is wordt echter niet duidelijk in het rapport. Is dit gemeten? In de fotobijlage is alleen een foto opgenomen waarbij er vanaf beneden is ingezoomd op een relatief klein kroonelement. De groei lijkt hierop niet optimaal te zijn. Men heeft dit ook vergeleken met de naburige Italiaanse populier. Het oordeel ‘matig’ van de onderzoeker is gegeven de foto’s in het rapport niet vreemd maar mogelijk toch wat te negatief. Vanaf de grond zijn de scheutlengtes niet te meten en niet goed zichtbaar vanwege de opkroonhoogte en kijkend naar de foto’s ook vanwege de aanwezigheid van een hoeveelheid klimop op stam en de onderste helft van de kroon. Vanaf de ladder heeft de onderzoeker mogelijk nog levende twijgen aan de onderzijde van de kroon kunnen bekijken. Er wordt ingezoomd op een heel klein deel van de kroon. [Feit] is dat er tot voor kort andere bomen nabij hebben gestaan.(…)Gegeven de beelden [van Google Streetview] in de periode tussen 2019 en 2024 speelt er geen opvallende achteruitgang in vitaliteit. Op basis van de foto’s en ons bezoek in 2025 (foto voorpagina) achten we het niet onwaarschijnlijk dat de toekomstverwachting nog 10 jaar of meer bedraagt.Bij 3.1 wordt aangegeven dat er een hoeveelheid zwaar dood hout aanwezig is. In de foto bijlage is dit zichtbaar gemaakt. Bij het bezoek in 2025 hebben we de aanwezigheid van een hoeveelheid grof dood hout ook geconstateerd. Gegeven die situatie en de leeftijd van de boom mag de aanwezigheid van dood hout worden verwacht. De kroon heeft nog weinig tijd gehad om zich in te stellen op de nieuwe situatie.
Aangegeven wordt dat de stam op circa 3 m hoogte splitst in drie stammen/toppen en dat de aanhechting ter plaatse twijfelachtig is. De een na laatste foto achterin het rapport lijkt dit tot op zekere hoogte wel te onderbouwen. Gegeven de beschrijving en de foto is de kwaliteit van de aanhechting betreffende dit kroondeel twijfelachtig. We hebben echter geen beeld bij de totale houtmassa van het kroondeel en kunnen de kans op uitscheuren en het omgevingsrisico daardoor niet
inschatten. Alleen vanaf foto’s is dit niet afdoende te beoordelen. Het lijkt niet te gaan (…) om een actief plakoksel waar de boom in investeert. Er is geen wegwerkweefsel aanwezig. Wellicht is hier door maatregelen zoals gerichte snoei, waarbij de breukrisico’s worden gereduceerd, nog wel wat mogelijk. Op bladzijde 7 wordt nog aangegeven dat er tussen de stam en een gesteltak onderin de kroon een holte aanwezig is die onderdeel uitmaakt van de holte in de stamvoet.
Naar aanleiding van bovenstaande bevindingen willen we in dit kader nog meegeven dat de hele kroon van Italiaanse populieren standaard is opgebouwd uit sterke zuigers en plakoksels. Hier is betreffende cultivar specifiek op geselecteerd.
Verder beschrijft men terecht de aanwezigheid van plankwortels van de boom die doorlopen tot hoog op de stamvoet. Voor de cultivar is deze specifieke groeiwijze met betrekking tot de stabiliteit essentieel. In 2025 hebben we gezien dat de boom door jaarlijkse aanwas tot op dat moment nog nagenoeg rondom de stam in de groei/versteviging van deze wortels investeert.
Men geeft aan dat de onderstam en stamvoet hol zijn. Laatst genoemde hebben we in 2025 ter plaatse ook geconstateerd. Het hol worden van de stamvoet is een normaal kenmerk van dergelijke bomen. Samen met goed groeiende plankwortels hoeft dit geen probleem te zijn.
Bladzijde 7: Vermeld wordt dat de lange prikstok van 150 cm in de openingen in de stamvoet is gestoken om de omvang van deze holte te meten. Alleen de stamdiameter op maaiveldhoogte is gegeven. Dat de holte omvangrijk is wordt wel duidelijk maar genoemde getallen zeggen weinig over de verhoudingen ten opzichte van de nog stevige restwand van de stam en in hoeverre de breukvastheid voor wat betreft stam en stamvoet door gezonde plankwortels nog op orde is.
Bladzijden 8, 9 en 10: (…) In het tomogram van de dwarsdoorsnede op circa 50 cm boven maaiveld is duidelijk een grote holte aanwezig. Op de meethoogte leveren de plankwortels echter een essentieel deel van de stabiliteit. Het volledig in beeld krijgen van alle plankwortels in het tomogram is erg moeilijk. De plankwortels bij de boom zijn nadrukkelijk aanwezig (…). De plankwortels zijn (…) ons inziens niet voldoende in beeld in het tomogram. Dat valt gegeven de werkwijze van de apparatuur te begrijpen maar bij de conclusie dient men hier rekening mee te houden. Er wordt hier echter in het rapport weinig op ingegaan. Op bladzijde 9 vermeldt men alleen dat het geluid er door de inhammen in de stamvoet lang over doet om van de ene sensor naar de andere te gaan en dat de uitstekende plankwortel waar sensor 5 op zit zeker nog enige steun zal geven. Deze opmerkingen zijn juist.
Voor de volledigheid benoemen we nog dat de kleuren in het tomogram geen absolute waarde van de houtkwaliteit geven. Het gaat om een vertaling van de relatieve verschillen in snelheden van het klopgeluid door het hout. Bladzijden 10 en 11: Op bladzijde 10 is een tweede tomogram opgenomen. Naar verwachting geeft dit beeld een betere vertaling voor het beoordelen van de stabiliteit van de stam aangezien plankwortels op deze hoogte afwezig zijn. De stam is hier ook ronder van vorm. Er is op deze hoogte duidelijk meer gezond hout in beeld gebracht. De holte is nog wel aanzienlijk te noemen. Dit zodanig dat er over snoei in de vorm van uitlichten van de kroon nagedacht moet worden.
Verder betreft bladzijde 11 [de] toelichting op de keuze om geen trekproef te willen uitvoeren. De onderzoeker baseert dit op het nader onderzoek met de Arbotom geluidstomograaf. Bij een trekproef wordt er aan de stam getrokken en niet aan een kroondeel. Het is derhalve niet duidelijk waarom een trekproef bij voorzichtig werken zou kunnen lijden tot het uitbreken van een plakoksel.(…) Bladzijde 13: (…) In het rapport is de conditie op basis van alleen het winterbeeld beoordeeld als ‘matig’. In een rapport van 14 augustus 2025, van Boomadviesbureau De Groenste Stad, is de boom beoordeeld met een goede conditie en een goede toekomstverwachting. De boom is hierin visueel beoordeeld. Er is geen nader onderzoek uitgevoerd. De stamholte heeft Groenste Stad ook waargenomen, maar gesteld dat de boom gezonde plankwortels heeft die voor de sterkte zorgen. In een notitie van Stedelijk Groen van 9-10-2024 is de conditie net als in een rapport van 2022 eveneens als goed beoordeeld. Echter met een verminderde levensverwachting vanwege de kwaliteitsproblemen (stamholte).
Copijn heeft de boom niet recent kunnen beoordelen. Gegeven de foto’s en beschrijving is de vitaliteit niet optimaal maar ook nog niet zeer slecht. De conclusie ‘matig’ lijkt wat te negatief gesteld.
Verder stelt Boomadvies Amsterdam de levensverwachting op minder dan drie jaar. Het risico op stambreuk tijdens een storm acht men reëel. Over de toekomstverwachting kunnen we in deze fase geen sluitend oordeel geven. Meer dan 15 jaar zoals in een van de eerdere onderzoeken is aangegeven lijkt ons in elk geval niet reëel.”
In de notitie geeft Copijn het volgende advies: “We achten zorgvuldigheid in deze van belang. Naburige kleinere populieren in de houtsingel zijn aangemerkt als monumentaal of potentieel monumentaal. Het is ons niet duidelijk waarom deze boom in dit kader niet ook monumentaal zou zijn. (…)
Ons inziens is niets doen geen optie. Op zijn minst moet het dode hout op korte termijn verwijderd worden. Verder verwachten [we] dat het innemen van de plakokseltop onderin de kroon tot op zekere hoogte nodig is met al dan niet het gericht aanbrengen van een kroonanker. Met een kroonanker kan de omvang van de snoei in dergelijke situaties worden beperkt. Voor wat betreft de huidige conditie en de conditie in voorgaande jaren denken wij vooralsnog niet als eerste aan kap. We achten het wel van belang om deze boom tot aan het einde van de omloop jaarlijks te blijven controleren. Gegeven de ontstane twijfels over de stabiliteit adviseren we om de kwaliteit van de plankwortels/de stamvoet en wortelaanlopen nader te beoordelen en de boom dit jaar enkele malen te monitoren (tenminste in het komende voorjaar na snoei en na uitlopen en in de nazomer). Op basis van de tomograafbeelden van Groenadvies Amsterdam kunnen zo nodig enkele controles van de dikte van de restwand uitgevoerd worden met behulp van de resistograaf.”
9. Gelet op het rapport en de notitie is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende onderbouwd dat de boom geen potentieel monumentale houtopstand is als bedoeld in de Beleidsregels APVG Behoud van groen: kap en herplant 2022 (de beleidsregels). De voorzieningenrechter overweegt daartoe het volgende.
Uit het rapport en de notitie volgt dat Groenadvies onvoldoende zorgvuldig onderzoek heeft gedaan naar de grootte van de holte in de boom en naar de interne houtkwaliteit van de boom. Hoewel Groenadvies de holte en de houtkwaliteit visueel en met een Arbotom-geluidstomograaf heeft onderzocht, maakt Groenadvies een voorbehoud bij de resultaten van de geluidsmetingen. Volgens Groenadvies is het beeld van de houtkwaliteit aan de oostzijde van de boom op 50 cm boven het maaiveld namelijk iets verstoord bij sensoren 5, 6 en 7, waardoor het lijkt alsof er in het geheel geen gezond hout meer aanwezig is. Groenadvies benadrukt dat de uitstekende plankwortel waar sensor 5 op zit, zeker nog enige steun zal geven. Groenadvies heeft de verstoring van de geluidsmeting echter niet weggenomen met nadere onderzoeksresultaten. Daar komt bij dat Copijn aangeeft dat de plankwortels niet voldoende in beeld zijn in het tomogram van Groenadvies en dat Groenadvies daar weinig op ingaat bij de conclusie in het rapport. Copijn geeft ook aan dat op basis van de tomograafbeelden van Groenadvies zo nodig enkele controles van de dikte van de restwand kunnen worden uitgevoerd met behulp van de resistograaf. De voorzieningenrechter stelt vast dat Groenadvies de mogelijkheid van onderzoek met een resistograaf echter niet (kenbaar) heeft betrokken bij het onderzoek van de boom. De voorzieningenrechter concludeert dat Groenadvies met de resultaten van de visuele inspectie en het geluidsonderzoek onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe groot de holte op 50 cm boven het maaiveld precies is, hoeveel gezond hout op die hoogte in de boom aanwezig is (met name aan de oostzijde van de boom) en in hoeverre het dragende hout in de boom ontbreekt. Dat gebrek aan onderzoeksgegevens zorgt voor twijfel aan de conclusies die Groenadvies trekt over de kwaliteit en levensverwachting van de boom.
Verder volgt uit het rapport en de notitie dat door Groenadvies onvoldoende zorgvuldig onderzoek is gedaan naar (het verlies aan) breuksterkte van de boom. Daarbij is eerst van belang dat Groenadvies de conclusie over die breuksterkte mede baseert op gebrekkige resultaten uit het geluidsonderzoek. Verder is van belang dat Groenadvies geen trekproef heeft uitgevoerd. Dat terwijl Stedelijk Groen aan Groenadvies heeft opgedragen om een trekproef te doen en Stedelijk Groen in een eerder rapport – zoals samengevat is weergegeven in overweging 6.3.2. van de uitspraak van 23 september 2025 – heeft aangegeven dat met een trekproef kan worden onderzocht of de boom het verlies aan breuksterkte door de uitholling (deels) heeft weten te compenseren door het hout van nieuwe jaarringen sterker te maken. Door geen trekproef uit te voeren heeft Groenadvies die mogelijke compensatie niet nader onderzocht. Verder is van belang dat op de zitting door de vertegenwoordiger van Stedelijk Groen is ontkracht dat het uitvoeren van een trekproef onveilig zou zijn voor de uitvoerder van die proef en voor de omgeving. Een trekproef zou volgens die vertegenwoordiger alleen de veiligheid van de boom in gevaar kunnen brengen. Daar komt bij dat Copijn aangeeft dat bij een trekproef aan de stam wordt getrokken en niet aan een kroondeel. Copijn acht het om die reden niet duidelijk waarom een trekproef bij voorzichtig werken zou kunnen leiden tot het uitbreken van een plakoksel. Verder acht de voorzieningenrechter van belang dat onduidelijk is waarom Groenadvies, nadat was afgezien van een trekproef, geen theoretische simulatie van een windbelastingsanalyse heeft gemaakt zoals Stedelijk Groen wel deed in haar eerder genoemde rapport. Door ook die onderzoeksmethode onbenut te laten heeft Groenadvies onvoldoende onderzoeksgegevens verzameld over (het verlies aan) breuksterkte van de boom. Dat gebrek aan onderzoeksgegevens zorgt ook voor twijfel aan de conclusies die Groenadvies trekt over de kwaliteit en levensverwachting van de boom.
Tot slot volgt uit het rapport en de notitie dat onvoldoende inzichtelijk is gemaakt waarom in dit geval het vellen van de boom noodzakelijk is. Op de zitting heeft de vertegenwoordiger van Stedelijk Groen bevestigd dat noodkap van de boom onder de huidige omstandigheden niet nodig is. Daar komt bij dat zowel Groenadvies als Copijn benadrukken dat er alternatieven zijn om de boom veiliger te maken zonder dat die wordt geveld. Zo kunnen (op korte termijn) delen van de boom worden gesnoeid en eventueel plakoksels worden verankerd. Ook kan de levensverwachting van de boom daarmee worden verlengd. Gelet op wat hiervoor is overwogen, ligt ook vervolgonderzoek van de boom voor de hand. De voorzieningenrechter overweegt dat het daarom op de weg van verzoekster ligt om de genoemde maatregelen te nemen, mocht dat nodig worden geacht.
Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat op dit moment niet is aangetoond dat de boom minder dan 10 á 15 jaar te leven heeft. Aangezien niet in geschil is dat de boom een leeftijd van meer dan 35 jaar heeft en dat de boom voldoet aan één van de specifieke voorwaarden genoemd in artikel 1 van de beleidsregels, is niet aangetoond dat de boom niet potentieel monumentaal is. Daarom bestaat geen aanleiding om de voorlopige voorziening op te heffen.
Conclusie en gevolgen
10. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om de voorlopige voorziening op te heffen af. Dat betekent dat de voorlopige voorziening die is getroffen in de uitspraak van 23 september 2025 van kracht blijft. De boom mag dus niet worden geveld tot zes weken na de uitspraak op het beroep met zaaknummer LEE 25/2956.
In deze procedure bestaat geen aanleiding voor vergoeding van het griffierecht of voor een proceskostenveroordeling.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om de voorlopige voorziening die de voorzieningenrechter heeft getroffen in de uitspraak van 23 september 2025 (zaaknummer LEE 25/2955, ECLI:NL:RBNNE:2025:4660) op te heffen, af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Lok, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.A. Schaapsmeerders, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 25 maart 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: