ECLI:NL:RBNNE:2026:973

ECLI:NL:RBNNE:2026:973

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 27-03-2026
Datum publicatie 27-03-2026
Zaaknummer 18/285504-23
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Groningen
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBNNE:2026:974

Samenvatting

De rechtbank veroordeelt verdachte voor medeplichtigheid aan het meermalen plegen van afpersing en afdreiging en voor het medeplegen van witwassen. De rechtbank legt een voorwaardelijke gevangenisstraf op voor de duur van 3 maanden en een taakstraf van 180 uur.

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] , thans (UAH) gedetineerd te [instelling] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 13 maart 2026. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H.A. Koning, advocaat te Ees.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. S. Broekstra.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks 17 mei 2022 tot en met 1 september 2022, te Hoogezand, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen,

25.638, althans een of meer voorwerpen heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of - gebruik heeft gemaakt terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

2.

verdachte [medeverdachte] en/of één of meer onbekend gebleven mededaders, in of omstreeks 17 mei 2022 tot en met 15 maart 2023, te Hoogezand, althans in Nederland,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer 1] en/of

[slachtoffer 2] en/of

[slachtoffer 3] en/of

[slachtoffer 4] en/of

[slachtoffer 5]

heeft gedwongen tot de afgifte van 200,-, althans één of meerdere geldbedragen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan voornoemde personen en/of een derde toebehoorde(n)

door zich voor te doen als [naam] en/of als lid van de motorclub [naam motorclub] en/of door: berichten via Whatsapp te versturen met teksten en/of te bellen en teksten te spreken als:

“op de gok langskomen” en/of

“het kan op de moeilijke of op de makkelijke manier opgelost worden” en/of “hij wil dat we langskomen” en/of

“met ellende aan de deur komen?” en/of “vriend wat wil je nou dan?”

althans woorden te uiten van gelijke aard en/of strekking en/of

Een profielfoto van motorclub de [naam motorclub] te gebruiken en/of Een bedreigende en/of intimiderende situatie en/of sfeer te doen ontstaan

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 17 mei 2022 tot en met 1 september 2022 te Hoogezand althans in Nederland,

opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door

3.

verdachte [medeverdachte] en/of één of meer onbekend gebleven mededaders, in of omstreeks 13 tot en met 21juni 2022 te Hoogezand, althans in Nederland,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met smaad, smaadschrift en/of openbaring van een geheim

[slachtoffer 6] , en/of [slachtoffer 7]

heeft gedwongen tot afgifte van enig goed, te weten 200, althans één of meerdere geldbedragen, dat geheel of ten dele aan die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] , en/of aan een derde toebehoorde door te dreigen met:

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 13 juni 2022 tot en met 21juni 2022 te Hoogezand althans in Nederland,

opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde.

Standpunt van de verdediging

Met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde heeft de raadsman betoogd dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat het gehele ten laste gelegde bedrag van misdrijf afkomstig is. Met betrekking tot het onder 2 en 3 ten laste gelegde heeft de raadsman enkel opmerkingen gemaakt over de ten laste gelegde pleegperiode.

Oordeel van de rechtbank

Partiële vrijspraak ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

De rechtbank zal verdachte vrijspreken voor de afpersing van aangever [slachtoffer 4] aangezien er geen bewijs is dat aangever geld heeft overgemaakt.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde voor het overige wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte deze feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.

Ieder bewijsmiddel is ook in onderdelen slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Deze opgave luidt als volgt:

[slachtoffer 2] ;

4. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal aangifte d.d. 8 maart 2023, opgenomen op pagina 208 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van

[slachtoffer 3] ;

5. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal aangifte d.d. 21 juni 2022, opgenomen op pagina 172 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van

[slachtoffer 5] ;

6. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal aangifte d.d. 16 juni 2022, opgenomen op pagina 168 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van

[slachtoffer 6] ;

7. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal aangifte d.d. 8 juli 2022, opgenomen op pagina 190 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van

[slachtoffer 7] ;

8. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 februari 2023, opgenomen op pagina 336 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisant;

9. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 april 2023, opgenomen op pagina 343 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisant;

10. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 22 december 2022, opgenomen op pagina 95 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van verdachte.

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen concreet bewijs is dat het volledige ten laste gelegde geldbedrag van enig misdrijf afkomstig is. Dit is echter niet noodzakelijk. Het bestanddeel afkomstig uit enig misdrijf kan bewezen worden geacht, indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het in de tenlastelegging genoemde bedrag of voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.

Allereerst zal dan moeten worden vastgesteld of er zich feiten en omstandigheden voordoen die een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.

Als dat zo is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. Als de verdachte zo'n verklaring heeft gegeven, ligt het op de weg van het openbaar ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring.

Uit het onderzoek naar de bankrekening van verdachte is gebleken dat er in de ten laste gelegde periode in totaal een geldbedrag van 25.618,00 is bijgeschreven middels Tikkie betaalverzoeken. Gelet op de modus operandi waarbij de slachtoffers telkens worden geforceerd om Tikkies te betalen en de verklaring verdachte dat hij en medeverdachte [medeverdachte] heel veel mensen hebben opgelicht, is de rechtbank van oordeel dat het vermoeden gerechtvaardigd is dat het gehele geldbedrag uit misdrijf afkomstig is. Dit betekent dat van de verdachte mag worden verlangd dat hij een concrete verklaring geeft voor de herkomst van dat deel van het geld dat volgens hem niet van misdrijf afkomstig is. Dit heeft verdachte niet gedaan. De enkele suggestie dat er mogelijk een aantal Tikkies tussen zit dat geen verband houdt met de oplichting volstaat niet.

De rechtbank komt dan ook tot een bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 17 mei 2022 tot en met 1 september 2022 te Hoogezand, tezamen en in vereniging met een ander, 25.618 heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en gebruik heeft gemaakt terwijl hij, verdachte, en zijn mededader wisten dat dat voorwerp onmiddellijk of middellijk afkomstig was uit enig misdrijf;

2.

verdachte [medeverdachte] in de periode van 17 mei 2022 tot en met 15 maart 2023 te Hoogezand

met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en

[slachtoffer 2] en

[slachtoffer 3] en

[slachtoffer 5]

heeft gedwongen tot de afgifte van geldbedragen, die aan voornoemde personen toebehoorden door zich voor te doen als [naam] en/of als lid van de motorclub [naam motorclub] en door: berichten via Whatsapp te versturen met teksten en/of te bellen en teksten te spreken als:

“op de gok langskomen” en/of

“het kan op de moeilijke of op de makkelijke manier opgelost worden” en/of “hij wil dat we langskomen” en/of

“met ellende aan de deur komen?” en/of “vriend wat wil je nou dan?”

althans woorden te uiten van gelijke aard en/of strekking en/of

Een profielfoto van motorclub de [naam motorclub] te gebruiken en/of

Een bedreigende en/of intimiderende situatie en/of sfeer te doen ontstaan

bij en tot het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 17 mei 2022 tot en met 1 september 2022 te Hoogezand opzettelijk behulpzaam is geweest en opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door

3.

verdachte [medeverdachte] in de periode van 13 tot en met 21juni 2022 te Hoogezand met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met smaad, smaadschrift en openbaring van een geheim

[slachtoffer 6] , en [slachtoffer 7]

heeft gedwongen tot afgifte van geldbedragen, die aan die [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] toebehoorden, door te dreigen met:

bij en tot het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 13 juni 2022 tot en met 21 juni 2022 te Hoogezand opzettelijk behulpzaam is geweest en opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf van 180 uur subsidiair 90 dagen hechtenis.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor een geheel voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat in de strafeis onvoldoende rekening is gehouden met het tijdsverloop en met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Verdachte is gemotiveerd om aan zijn verslaving te werken. Het is belangrijk dat hij hiervoor de kans en de juiste hulp en begeleiding krijgt.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van de feiten

Verdachte is medeplichtig geweest aan afpersing en afdreiging van een groot aantal mensen door onder andere zijn bankrekening ter beschikking te stellen, Tikkies te versturen en geld te pinnen. Verdachte wist dat de slachtoffers door medeverdachte [medeverdachte] werden bedreigd en gechanteerd en dat zij op deze wijze werden gedwongen om geld over te maken. De feiten hebben niet alleen geleid tot financiële schade, maar ook tot angst en gevoelens van onveiligheid.

Verdachte heeft zich daarnaast schuldig gemaakt aan het witwassen van ruim 25.000,00. Dit geld is vrijwel in alle gevallen direct contant opgenomen en (gedeeltelijk) uitgegeven aan drugs. Witwassen heeft een ontwrichtende werking op het financieel en economisch verkeer en de openbare orde. Door het witwassen worden criminele gelden in het legale betalingsverkeer gebracht en buiten het zicht van Justitie gehouden.

Documentatie en de persoon van verdachte

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten, maar ook dat dit oudere veroordelingen betreffen. Daarnaast heeft de rechtbank rekening gehouden met artikel 63 Sr.

Ter terechtzitting heeft verdachte aangegeven dat hij momenteel vastzit voor een diefstal bij de [winkel] . Wanneer hij vrij komt, wil hij graag een frisse start maken in Leeuwarden. Verdachte wil graag werken aan zijn drugsverslaving en werk zoeken bij WerkPro.

De reclassering heeft geprobeerd om een adviesrapportage op te maken, maar de opdracht is retour gezonden nadat twee keer zonder succes is geprobeerd om contact te leggen met verdachte.

Overschrijding van de redelijke termijn

De rechtbank stelt voorop dat in artikel 6 lid 1 EVRM het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen.

De rechtbank overweegt dat in deze zaak de redelijke termijn op 22 december 2022 is aangevangen. Daarmee is de redelijke termijn met meer dan een jaar overschreden. De rechtbank is van oordeel dat deze overschrijding matiging van de op te leggen straf tot gevolg moet hebben.

Strafoplegging

Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn en artikel 63 Sr is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet langer passend is. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat de strafeis passend en geboden is. De rechtbank zal daarom aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf van 180 uur subsidiair 90 dagen hechtenis opleggen. De rechtbank ziet, anders dan de raadsman, geen aanleiding om bijzondere voorwaarden, waaronder reclasseringstoezicht, op te leggen. Eventuele hulpverlening kan in een vrijwillig kader worden opgestart na afloop van de huidige detentie.

Benadeelde partij

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:

3.500,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

Met betrekking tot de vorderingen van benadeelde partijen [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 1] heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat deze niet-ontvankelijk moeten worden verklaard aangezien de feiten waarvan deze personen slachtoffer zijn geworden niet aan verdachte ten laste zijn gelegd. Met betrekking tot de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 5] heeft de officier van justitie voorgesteld de materiële schadepost geheel toe te wijzen en de immateriële schade te matigen tot een bedrag van 250,00. Voorts heeft zij gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Standpunt van de verdediging

Met betrekking tot de vorderingen van benadeelde partijen [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 1] heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat deze niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Met betrekking tot de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 5] heeft de raadsman geen verweer gevoerd ten aanzien van de materiële schade. Met betrekking tot de immateriële schade heeft de raadsman bepleit dat deze fors gematigd dient te worden.

Oordeel van de rechtbank

Benadeelde partijen [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 1]

De feiten gepleegd ten aan zien van benadeelde partijen [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 1] zijn niet aan verdachte ten laste gelegd. De benadeelde partijen zullen daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

Benadeelde partij [slachtoffer 5]

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde materiële schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 2 bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte niet door of namens verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 21 juni 2022.

De immateriële schade zal de rechtbank naar maatstaven van billijkheid en gelet op bedragen die in soortgelijke zaken worden toegewezen, vaststellen op 250,00. Het resterende bedrag dat aan immateriële schade is gevorderd, zal worden afgewezen.

De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met een ander heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen indien zijn mededader deze al heeft betaald, en andersom.

Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 47, 48, 57, 63, 317, 318 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 2 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

een taakstraf voor de duur van 180 uren.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 90 dagen zal worden toegepast.

Ten aanzien van feit 2 primair

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, om aan [slachtoffer 5] te betalen:

Wijst de vordering van voor het overige af.

Legt aan verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 5] aan de Staat te betalen een bedrag van 400,00 (zegge: vierhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 juni 2022 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit 150,00 aan materiële schade en 250,00 aan immateriële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 8 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte of een mededader voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

Verklaart de vordering van [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Bepaalt dat [benadeelde partij 2] zijn eigen proceskosten draagt.

Verklaart de vordering van [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Bepaalt dat [benadeelde partij 1] zijn eigen proceskosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. H. van der Werff, voorzitter, mr. M.B.W. Venema en

mr. E.P. van Sloten, rechters, bijgestaan door mr. G. Langius, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 maart 2026.

mr. Van der Werff is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. H. van der Werff
  • mr. M.B.W. Venema
  • mr. E.P. van Sloten

Griffier

  • mr. G. Langius

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?