De rechtbank wijst toe het verzoek tot horen van de getuigen:
Dit verzoek is naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd en het Openbaar Ministerie verzet zich hier niet tegen.
Opmaken schorsingsrapportage
De raadsman heeft verzocht voor de volgende zitting een schorsingsrapportage te laten opstellen door de reclassering waarin naar voren komt welke voorwaarden de reclassering daarvoor noodzakelijk acht. De officier van justitie heeft zich hiertegen niet verzet. De rechtbank wijst dit verzoek toe.
Ten aanzien van de overige verzoeken gedaan door mr. Beukers-Bouten namens verdachte [verdachte 6] :
A. Verstrekken van originele histo’s van KPN
De rechtbank verstaat dat de officier van justitie, conform haar toezegging in de brief van 6 april 2021, de originele histo’s van KPN over de periode van 29 april tot en met 18 mei 2020 zal verstrekken.
Verstrekking video-opname observatie 18 mei 2020
De rechtbank verstaat dat de officier van justitie, conform haar toezegging in de brief van 6 april 2021, de video-opnames van de observatie op 18 mei 2020 zal verstrekken.
Getuigen
De rechtbank wijst toe het verzoek tot horen van de getuige [getuige 11], geboren op [geboortedag 3] 1960, wonende aan de [adres 3] . Dit verzoek is naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd en het Openbaar Ministerie verzet zich hier niet tegen.
De rechtbank wijst af het verzoek tot horen van de getuige [getuige 12] . De verdediging heeft nog niet het ondervragingsrecht kunnen uitoefenen, maar [getuige 12] heeft niet als getuige – in het vooronderzoek of anderszins – een verklaring afgelegd met een belastende strekking. Het gaat om een bericht dat aan hem wordt toegeschreven, waarover de verdediging hem zou willen horen. De rechtbank is van oordeel dat, naar de stand waarin het onderzoek zich op dit moment bevindt, onvoldoende grond bestaat om het verzoek tot het horen van [getuige 12] toe te wijzen. Hierin speelt mee dat verdachte zelf heeft verklaard dat zijn bijnaam ‘ [naam 5] ’ is (pag. 5-529). Het verzoek tot het horen van deze getuige zal dan ook worden afgewezen.
Ten aanzien van de overige verzoeken gedaan door mr. Grijmans namens verdachte [verdachte 7] :
A. Voorlopige hechtenis
De raadsman heeft eerst verzocht de voorlopige hechtenis op te heffen vanwege het ontbreken van ernstige bezwaren en gronden, subsidiair omdat de situatie van artikel 67a, derde lid, Wetboek van Strafvordering van toepassing is. De rechtbank acht de ernstige bezwaren en de gronden waarop de voorlopige hechtenis van verdachte is gebaseerd onverkort aanwezig. Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die dit oordeel op dit moment anders maken.
Specifiek met betrekking tot het verweer dat is gevoerd tegen het bestaan van ernstige bezwaren merkt de rechtbank nog op dat de Encrochatnaam ‘ [accountnaam 4] ’, de naam die aan verdachte wordt toegeschreven, niet vanaf het begin van de tenlastegelegde periode in het dossier voorkomt, niet maakt dat er geen ernstige bezwaren zijn voor de betrokkenheid van verdachte bij de tenlastegelegde feiten. [accountnaam 4] staat in direct contact met de Encrochatnaam [accountnaam 2] , die aan hoofdverdachte [verdachte 1] wordt gelinkt, en uit het dossier komt thans het beeld naar voren dat verdachte tracht zich actief te profileren binnen het crimineel samenwerkingsverband.
De rechtbank is van oordeel dat er sprake van gevaar voor herhaling is, gelet op de aard van de aan verdachte verweten gedragingen en de omstandigheid dat de verweten handel in cocaïne in georganiseerd verband zou hebben plaatsgevonden. Daarnaast is verdachte reeds eerder veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet. De rechtbank is voorts van oordeel dat het bepaalde bij artikel 67a, derde lid, Wetboek van Strafvordering nog niet aan de orde is.
Door de raadsman is subsidiair schorsing verzocht vanwege de persoonlijke belangen van verdachte. Hiertoe is verdachtes financiële situatie naar voren gebracht en zijn gezondheid. De rechtbank wijst dit verzoek toe, omdat zij van oordeel is dat het belang dat verdachte heeft bij schorsing van de voorlopige hechtenis moet prevaleren boven het belang van de strafvordering en het belang dat de maatschappij heeft bij het voortduren van de voorlopige hechtenis van verdachte. De schorsing van de voorlopige hechtenis zal ingaan op 4 mei 2021 te 15:00 uur en duurt tot aan de einduitspraak in deze zaak. Deze beschikking is apart geminuteerd.
Ten aanzien van de overige verzoeken gedaan door mr. Raza namens verdachte [verdachte 8] :
A. Beantwoording vragen met betrekking tot geheimhoudersgesprekken
Voor zover dit als een concreet verzoek bedoeld is, merkt de rechtbank het volgende op.
De rechtbank verstaat dat, conform de toezegging van de officier van justitie in de brief van 6 april 2021, er vanuit onderzoek 26Lemont processen-verbaal zullen worden opgemaakt betreffende de geheimhouders(gesprekken) en de schifting daarvan.
Ten aanzien van de overige verzoeken gedaan door mr. Zuketto namens verdachte [verdachte 9] :
A. Voorlopige hechtenis
De raadsman heeft verzocht de voorlopige hechtenis op te heffen vanwege het ontbreken van ernstige bezwaren ten aanzien van de criminele organisatie en het ontbreken van gronden bij alle feiten. De rechtbank acht de ernstige bezwaren en de gronden waarop de voorlopige hechtenis van verdachte is gebaseerd onverkort (zoals ook aangenomen bij de vorige zitting van de rechtbank en door het gerechtshof bij beschikking van 17 november 2020) aanwezig. Door de raadsman zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die dit oordeel thans anders maken. Uit het huidige dossier blijken voldoende ernstige bezwaren voor de betrokkenheid van verdachte bij de criminele organisatie. Dat verdachte niet voorkomt in de opgesomde processen-verbaal door de raadsman, maakt dit niet anders nu de verdenking op meer berust dan deze processen-verbaal. Deelnemen aan een organisatie is niet exclusief (men kan theoretisch deelnemen aan meerdere organisaties tegelijk) en is evenmin hetzelfde als ‘erbij horen’ in de zin van dagelijks spraakgebruik. Op verdachte rust de verdenking dat hij gedurende een langere periode meermalen medeverdachten heeft voorzien van voorraden cocaïne. Hij lijkt in die periode met meerdere medeverdachten rechtstreeks contact te hebben gehad en faciliteert wanneer er kennelijk geen andere chauffeur voor handen is.
De rechtbank is van oordeel dat er sprake van gevaar voor herhaling is, gelet op de aard van de aan verdachte verweten gedragingen en de omstandigheid dat de verweten handel in cocaïne in georganiseerd verband zou hebben plaatsgevonden. Verdachte wordt ervan verdacht deel uit te maken van een crimineel samenwerkingsverband waarbij de communicatie verliep via Encrochat en het systeem Sky ECC. In de berichten van Encrochat komt aan bod dat men rekening houdt met het onderling vervangen van rollen in verband met mogelijke gevangenneming. Bovendien is er in juli 2020 in de cel van verdachte een mobiele telefoon aangetroffen (p. 6-3087). Hieruit blijkt dat verdachte er niet voor terugdeinst om zelfs in hechtenis de regels met de voeten te treden om maar ongezien in contact te kunnen blijven met de buitenwereld. Tot slot is het - naar algemene ervaringsregels en zoals wordt aangenomen in vaste jurisprudentie - lastig om zich uit een crimineel samenwerkingsverband te onttrekken, hetgeen ook de recidivegrond onderschrijft. In combinatie met de omstandigheid dat verdachte reeds eerder is veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet, is de rechtbank van oordeel dat de recidivegrond waarop de voorlopige hechtenis is gebaseerd onverkort aanwezig is.
Door de raadsman is subsidiair schorsing verzocht bij gebrek aan zicht op een inhoudelijke behandeling en vanwege de persoonlijke belangen van verdachte. Op dit moment is nog onduidelijk wanneer de zaak inhoudelijk zal worden behandeld.
Uit hetgeen hierboven is overwogen met betrekking tot de recidivegrond blijkt dat in deze specifieke zaak het bewustzijn van politie en justitie groot is en dat men erg gefocust is op ‘onder de radar’ blijven. Dat maakt het ingewikkeld om schorsingsvoorwaarden te formuleren passend bij dat gedrag.
De rechtbank acht daarom nadere informatie omtrent de mogelijkheid van elektronisch toezicht noodzakelijk bij de afweging met betrekking tot de beslissing omtrent de schorsing van de voorlopige hechtenis. De rechtbank draagt de officier van justitie op om een reclasseringsrapportage op te laten stellen met betrekking tot de mogelijkheid van elektronische controle.
Daarnaast acht de rechtbank zich graag voor de volgende zitting voorgelicht door de officier van justitie omtrent welke schorsingsvoorwaarden te formuleren zijn die passen bij het recidivegevaar in deze zaak, waarbij bijvoorbeeld (en niet uitputtend) gedacht kan worden aan de mogelijkheid van borgsommen, het inleveren van reisdocumenten of andere bijzondere voorwaarden. De rechtbank heeft deze informatie nodig teneinde te onderzoeken of een schorsing van de voorlopige hechtenis tot de mogelijkheden behoort.
Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis zal gelet op het bovenstaande worden afgewezen.
Ten aanzien van de overige verzoeken gedaan door mr. Van Kleef namens verdachte [verdachte 10] :
A. Verstrekken van digitaal dossier aan verdachte in de P.I.
De rechtbank verstaat dat de officier van justitie, conform haar toezegging ter terechtzitting op 15 april 2021, zich zal inzetten tot dossierverstrekking aan verdachte via een USB-stick.
Getuigen
De rechtbank wijst af het verzoek tot horen van de getuigen:
Dit betreffen geen getuigen à charge en er is thans onvoldoende gemotiveerd waarom deze getuigenverhoren relevant kunnen zijn voor de beantwoording van de vragen van de artikelen 348 en/of 350 Wetboek van Strafvordering.
Voorlopige hechtenis
Door de raadsman is schorsing verzocht bij gebrek aan zicht op een inhoudelijke behandeling en vanwege de persoonlijke belangen van verdachte.
Op dit moment is nog onduidelijk wanneer de zaak inhoudelijk zal worden behandeld. Voor dat sprake kan zijn van een schorsing, dient helder te zijn op welke wijze kan worden voorkomen dat verdachte zich opnieuw schuldig zal maken aan strafbare feiten. Dat is in deze zaak ingewikkeld omdat de verdenking is dat verdachte deel uitmaakt van een crimineel samenwerkingsverband waarbij de communicatie verliep via Encrochat en het systeem Sky ECC. In de berichten van Encrochat komt ook aan bod dat men rekening houdt met het onderling vervangen van rollen in verband met mogelijke gevangenneming. Het crimineel samenwerkingsverband is zich kennelijk bewust van politie en justitie en is erg gefocust op ‘onder de radar’ blijven.
De rechtbank acht daarom nadere informatie omtrent de mogelijkheid van elektronisch toezicht noodzakelijk bij de afweging met betrekking tot de beslissing omtrent de schorsing van de voorlopige hechtenis. De rechtbank draagt de officier van justitie op om een reclasseringsrapportage op te laten stellen met betrekking tot de mogelijkheid van elektronische controle.
Daarnaast acht de rechtbank zich graag voor de volgende zitting voorgelicht door de officier van justitie omtrent welke schorsingsvoorwaarden te formuleren zijn die passen bij het recidivegevaar in deze zaak, waarbij bijvoorbeeld (en niet uitputtend) gedacht kan worden aan de mogelijkheid van borgsommen, het inleveren van reisdocumenten of andere bijzondere voorwaarden. De rechtbank heeft deze informatie nodig teneinde te onderzoeken of een schorsing van de voorlopige hechtenis tot de mogelijkheden behoort.
Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis zal gelet op het bovenstaande worden afgewezen.
Ten aanzien van de overige verzoeken gedaan door mr. De Vries namens verdachte [verdachte 13] :
A. Opmaken reclasseringsrapportage ten behoeve van de inhoudelijke behandeling
Vanwege de huidige stand van het onderzoek en de aard van de overige ingediende onderzoekswensen, zal de rechtbank later beslissen op dit verzoek.
Ten aanzien van de voortgang van het onderzoek in de zaken van alle verdachten:
De rechtbank zal de behandeling van deze zaak aanhouden tot de zitting van 6 juli 2021. Ter zitting op 13 en 15 april 2021 is medegedeeld dat de zitting van 6 juli 2021 in beginsel het karakter van een pro formazitting zou hebben, tenzij (een van) de raadslieden aan zou geven dat er nog zaken te bespreken zijn naast de voorlopige hechtenis. Gelet op hetgeen ter zitting naar voren is gebracht en gelet op bovenstaande beslissingen zal de zitting van 6 juli 2021 echter een volledig gevulde pro formazitting zijn en zal in september/oktober een nadere regiezitting worden gepland. Omdat nog niet bekend is hoe de situatie zal zijn in september/oktober 2021, worden vooralsnog twee dagen voor die zitting gereserveerd. Uitdrukkelijk wordt opgemerkt dat geen van de op dit moment geschorste verdachten verwacht wordt op die zitting. De rechtbank zal nog via de mail aan de raadslieden kenbaar maken welke termijnen tegen die tijd zullen gelden.
Mocht een van de raadslieden constateren dat in het vorengaande verzuimd is te beslissen op een door haar/hem gestelde onderzoekswens, dan gaat de rechtbank ervan uit dat dit tijdig voor de volgende regiezitting in september/oktober 2021 kenbaar wordt gemaakt.
De rechtbank:
- schorst het onderzoek in de zaken met de parketnummers 01/993265-19 en 01/993227-21 [verdachte [verdachte 1] ], 01/993303-19 [verdachte [verdachte 2] ], 01/993307-20 [verdachte [verdachte 3] ], 01/993308-20 [verdachte [verdachte 4] ], 01/993207-20 [verdachte [verdachte 5] ], 01/993279-20 en 01/993334-20 [verdachte [verdachte 9] ], 01/993280-20 en 01/993335-20 [verdachte [verdachte 10] ] tot de terechtzitting van 6 juli 2021 (tijdstip vooralsnog niet bekend).
stelt de termijn van de schorsing op langer dan één maand na heden, doch een termijn van drie maanden niet te boven gaande, om de klemmende redenen dat alle binnen één maand na heden te houden terechtzittingen reeds zijn geappointeerd en geen ruimte bieden om deze zaak te behandelen en omdat niet te verwachten valt dat de nog uit te voeren onderzoekshandelingen binnen één maand na heden zullen zijn afgerond.
- schorst het onderzoek in de zaken met de parketnummers 01/993323-20 [verdachte [verdachte 6] ], 01/993365-20 [verdachte [verdachte 7] ], 01/993218-20 [verdachte [verdachte 8] ], 01/993281-20 [verdachte [verdachte 11] ], 01/993309-20 [verdachte [verdachte 12] ], 01/993316-20 [verdachte [verdachte 13] ] en 01/993324-20 [verdachte [verdachte 14] ] voor onbepaalde tijd.
- verwijst de zaken naar de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, onder verwijzing naar al hetgeen de rechtbank hiervoor heeft besloten omtrent de wijze waarop de zaken worden verwezen en het horen van getuigen.
stelt de stukken met dat doel in handen van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank.
- draagt de officier van justitie op toe te voegen aan het dossier:
(1) een proces-verbaal waarin zal worden uitgelegd wanneer en op welke wijze men is gestuit op de verdachten van 26ParkCity/26Woodland, en;
(2) een proces-verbaal van de rechter-commissaris van onderzoek 26Lemont staat dat hij 26ParkCity/26Woodland aan de lijst van zaken had toegevoegd die mogen putten uit de 26Lemont-data.
- draagt de officier van justitie voor de verdachten [verdachte 2] , [verdachte 3] , [verdachte 4] , [verdachte 9] en [verdachte 10] op om voor 6 juli 2021
(1) een reclasseringsrapportage op te laten stellen met betrekking tot de mogelijkheid van elektronische controle;
(2) schorsingsvoorwaarden te formuleren die passen bij het recidivegevaar in deze zaken.
- draagt de officier van justitie voor de verdachte [verdachte 5] op om voor 6 juli 2021 een reclasseringsrapportage op te laten stellen waarin naar voren komt welke voorwaarden de reclassering noodzakelijk acht voor een schorsing;
- beveelt de oproeping van de verdachten tegen het tijdstip van de nadere terechtzitting met kennisgeving van dat tijdstip aan hun raadsvrouw/raadsman.
stelt de stukken met dat doel in handen van de officier van justitie.
Voor zover de voorwaarden behorende bij de schorsing van de voorlopige hechtenis inhouden dat verdachte ter terechtzitting dient te verschijnen, geldt dit niet voor de regiezitting van september/oktober 2021.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de en de griffier is vastgesteld en ondertekend.