ECLI:NL:RBOBR:2021:839

ECLI:NL:RBOBR:2021:839, Rechtbank Oost-Brabant, 23-02-2021, 20/3529 en 20/3789

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 23-02-2021
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 20/3529 en 20/3789
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RVS:2023:1238
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Kasteel Gemert Belanghebbende Verdrag van Aarhus Eisers hebben beroep ingesteld tegen een omgevingsvergunning voor de verbouwing van een deel van het Kasteel Gemert en de aanleg van een tijdelijke parkeerplaats. De rechtbank is van oordeel dat eisers geen belanghebbenden zijn. Eisers wonen te ver van het kasteelcomplex en de landerijen hebben geen eigen rechtstreeks belang. Ook al zijn beide eisers bijzonder betrokken bij het lot van het kasteel van Gemert en de omliggende landerijen, is dat niet voldoende om hen als belanghebbende aan te merken. Het arrest van 14 januari 2021 van het Europese Hof van Justitie (ECLI:EU:C:2021:7) leidt niet tot een ander oordeel. Dit is geen omgevingsvergunning waar het Verdrag van Aarhus op van toepassing is. Het is geen activiteit met aanzienlijke milieugevolgen en verweerder hoeft iet vooraf te beoordelen of een milieueffectrapportage moet worden opgesteld..

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 februari 2021 in de zaken tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser 1

[eiser] , te [woonplaats] , eiser 2

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummers: SHE 20/3529 en SHE 20/3789

(gemachtigde: mr. A.A.P.M. Theunen),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gemert-Bakel, verweerder

(gemachtigde: mr. F.T.H. Branten).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [naam] B.V., te Gemert,

vergunninghouder,

gemachtigde: mr. I. van Geel.

Procesverloop

Bij besluit van 12 november 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder een omgevingsvergunning verleend voor het wijzigen van het gebruik van Voorburcht en Jezuïtenvleugel van Kasteel Gemert naar hotel en appartementen, met interne verbouwing aan de Ridderplein 13, 13a, 13b, 13c, 13d, 13e, 13f, 13 g en 13h, het aanpassen van de termijn voor de tijdelijke bouwbruggen aan het Ridderplein en het realiseren van tijdelijke parkeerplaatsen voor maximaal 10 jaar op de landerijen nabij de Ridder Rutgerlaan.

Eiser 1 heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dat is bij de rechtbank geregistreerd onder zaaknummer SHE 20/3529. Hij heeft tevens de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Ook eiser 2 heeft beroep ingesteld en dat is geregistreerd onder zaaknummer SHE 20/3789.

In de uitspraak van 21 januari 2021 (SHE 20/3548) heeft de voorzieningenrechter het verzoek van eiser 1 gedeeltelijk toegewezen.

De zaken zijn behandeld op de online zitting van 15 februari 2021. Eiser 1 is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Eiser 2 is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Namens de derde-partij is [naam] verschenen, bijgestaan door de gemachtigde.

Overwegingen

1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten.

- Het kasteel van Gemert ligt aan de westzijde van Gemert. Het is een complex van gebouwen. Het is een rijksmonument. Direct ten oosten van de gebouwen ligt het Ridderplein en (in het verlengde daarvan) de Kerkstraat. Ten westen van het complex liggen landerijen.

2. In het bestreden besluit heeft verweerder toestemming verleend voor bouwen, afwijken van het bestemmingsplan en het wijzigen van het rijksmonument (de toestemmingen bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder a, c en f van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, verder Wabo). Verweerder verleent toestemming voor het afwijken van het bestemmingsplan met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2⁰, van de Wabo in samenhang met artikel 4, onderdeel 9 en 11 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht.

3. De rechtbank kan pas inhoudelijk ingaan op de door eisers aangevoerde beroepsgronden, als vast staat dat zij beroep kunnen instellen. Op basis van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kunnen eisers alleen beroep instellen als ze een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang te hebben dat hen in voldoende mate onderscheidt van anderen en dat rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden besluit.

Eiser 1 heeft geen zicht op het kasteelcomplex waar het bestreden besluit betrekking op heeft. Hij woont ook op een relatief grote afstand van dit deel en van de locatie waar de tijdelijke parkeerplaats zou moeten komen. De rechtbank kan, zolang het verkeersbesluit niet is genomen, niet uitsluiten dat bouwverkeer in één richting langs de woning aan de Kerkstraat zal rijden. De rechtbank is echter van oordeel dat dit bouwverkeer in de Kerkstraat deel uitmaakt van het normale doorgaande verkeer. Dat betekent dat het bestreden besluit geen gevolgen van enige betekenis oplevert voor eiser 1, want hij ondervindt deze gevolgen al door het normale doorgaande verkeer. Dit is onvoldoende om aan te nemen dat eiser 1 een eigen rechtstreeks belang heeft. Eiser 1 heeft nog aangevoerd dat, als het tijdelijke parkeerterrein niet kan worden gebruikt, bezoekers zullen parkeren op het parkeerterrein achter zijn huis en dat hij daarom belanghebbende is. Dit maakt hem echter nog geen belanghebbende bij het besluit tot verlening van een omgevingsvergunning voor het tijdelijke parkeerterrein. Als zijn vrees bewaarheid wordt, kan hij wel verzoeken om handhaving van de verplichting om te parkeren op eigen terrein. De rechtbank is van oordeel dat eiser 1 geen belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb is.

De rechtbank is ook van oordeel dat eiser 2 geen belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb is. Ook eiser 2 woont te ver van het kasteelcomplex en de landerijen en heeft nagenoeg geen zicht op het deel van het kasteelcomplex waar het bestreden besluit betrekking op heeft. Hij heeft geen eigen rechtstreeks belang.

Beide eisers zijn bijzonder betrokken bij het lot van het kasteel van Gemert en de omliggende landerijen. Dat waardeert de rechtbank maar deze persoonlijke betrokkenheid is niet voldoende om een belang op te leveren in de zin van de Awb.

Normaliter zou het beroep van eisers niet-ontvankelijk zijn, ook al hebben zij zienswijzen ingediend tegen het ontwerpbesluit. Op 14 januari 2021 heeft het Europese Hof van Justitie (EHvJ) een arrest (ECLI:EU:C:2021:7) gewezen over de vraag of het Nederlandse bestuursprocesrecht wel in overeenstemming is met het Verdrag van Aarhus. Gelet op het arrest heeft de rechtbank zich afgevraagd of eisers toch toegang zouden moeten hebben tot de bestuursrechter en of zij dus kunnen procederen over het bestreden besluit. Dan moet het wel gaan om een zaak waar het Verdrag van Aarhus op van toepassing is.

Het Verdrag van Aarhus is van toepassing op besluiten genoemd in bijlage I bij het Verdrag of besluiten over activiteiten die een aanzienlijk effect op het milieu kunnen hebben. De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit niet ziet op een activiteit vermeld in bijlage I van het Verdrag van Aarhus en ook niet op een activiteit met een aanzienlijk effect op het milieu. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat het bouwverkeer bij de interne verbouwing van het kasteel niet zodanig omvangrijk is dat sprake is van een aanzienlijk milieueffect. Het hotel in het kasteelcomplex is een B-inrichting in de zin van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor het oprichten van het hotel is geen omgevingsvergunning vereist als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder e, van de Wabo.

Voor het nemen van het bestreden besluit is ook geen milieueffectrapport verplicht op grond van bijlage C van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Verweerder hoeft niet vooraf te beoordelen of een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. De rechtbank beschouwt dit project niet als het realiseren van een hotelcomplex buiten stedelijk gebied als bedoeld in categorie D10 eerste kolom, van de bijlage bij het Besluit m.e.r en het is dus geen activiteit als bedoeld in bijlage D van het Besluit m.e.r. Bovendien is de verwachte capaciteit lager dan 250.000 bezoekers. Eisers verwijten vergunninghouder een salamitactiek toe te passen en voor een veel meer omvattend plan steeds in stukjes vergunning aan te vragen. Als de rechtbank het bestreden besluit zou bundelen met de omgevingsvergunning voor de verbouwing van de Hoofdburcht, dan komt de rechtbank nog steeds niet tot een ander oordeel. De rechtbank kan niet op voorhand uitsluiten dat in de toekomst wel een project wordt aangevraagd, waarbij een milieueffectrapport moet worden gemaakt of verweerder moet beoordelen of een milieueffectrapportage moet worden opgesteld, al dan niet in samenhang met de reeds vergunde activiteiten. Dit wil echter niet zeggen dat in deze zaak een milieueffectbeoordeling moet plaatsvinden en ook niet dat in deze zaak met het oog daarop is voorzien in inspraak. Daarom is geen sprake van een activiteit als bedoeld in onderdeel 20 van bijlage 1 van het Verdrag van Aarhus.

6. Het Verdrag van Aarhus is in deze zaak niet van toepassing. Het arrest van het EHvJ leidt daarom niet tot een ander oordeel. De rechtbank verklaart de beroepen van eisers niet-ontvankelijk omdat zij niet zijn aan te merken als belanghebbenden. Met deze uitspraak is de schorsing in de uitspraak van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 21 januari 2021 van de baan en kan vergunninghouder gebruik maken van de omgevingsvergunning die in het bestreden besluit is verleend. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.H.M Verhoeven, rechter, in aanwezigheid van mr. J.F.M. Emons, griffier. De uitspraak is in het openbaar geschied op 23 februari 2021.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Bijlage

Artikel 6, eerste lid van het Verdrag van Aarhus

Elke Partij:

a. past de bepalingen van dit artikel toe ten aanzien van besluiten over het al dan niet toestaan van voorgestelde activiteiten vermeld in bijlage I;

b. past, in overeenstemming met haar nationale wetgeving, de bepalingen van dit artikel ook toe op besluiten over niet in bijlage I vermelde voorgestelde activiteiten die een aanzienlijk effect op het milieu kunnen hebben. Hiertoe bepalen de Partijen of een dergelijke voorgestelde activiteit onder deze bepalingen valt;

Bijlage I onderdeel 20 van het Verdrag van Aarhus

Activiteiten die niet vallen onder de voorgaande paragrafen 1 tot en met 19 wanneer in inspraak is voorzien ingevolge een procedure voor milieu-effectbeoordeling in overeenstemming met nationale wetgeving.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl OGR-Updates.nl 2021-0036
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?