ECLI:NL:RBOBR:2022:6275

ECLI:NL:RBOBR:2022:6275, Rechtbank Oost-Brabant, 04-10-2022, RK 22-007212

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 04-10-2022
Datum publicatie 28-11-2025
Zaaknummer RK 22-007212
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854

Samenvatting

552a Sv. Het beklag strekt tot teruggave van de in beslag genomen partij 3-MMC aan Klaagster. De strafzaak tegen klaagster is ten einde gekomen. De bijkomende straf van verbeurdverklaring kan niet meer worden opgelegd. De mogelijkheid van onttrekking aan het verkeer staat nog wel open. De rechtbank is van oordeel dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, het in beslag genomen voorwerp zal onttrekken aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet of het algemeen belang. Het strafvorderlijk belang verzet zich derhalve tegen opheffing van het beslag, zodat het beklag ongegrond zal worden verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

raadkamernummer : 22-007212

datum : 4 oktober 2022

beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[klaagster] .,woonplaats kiezend op het kantoor van mr. K. Canatan, advocaat te Amsterdam (Herengracht 478, 1017 CB Amsterdam),

hierna te noemen: de klaagster, tevens beslagene.

Feiten

Uit de kennisgeving van inbeslagneming van 15 september 2021, blijkt dat op die datum een partij goederen met de omschrijving [de partij] onder klaagster in beslag is genomen. De inbeslagneming heeft plaatsgevonden op grond van artikel 94 Sv, ten behoeve van de waarheidsvinding. Uit onderzoek door het douane laboratorium bleek dat deze partij goederen de stof 3-MMC bevatte.

Het staat kennelijk niet ter discussie dat de partij 3-MMC aan klaagster toebehoort. Klaagster heeft tot op heden geen afstand gedaan van de inbeslaggenomen partij 3-MMC, ondanks een schriftelijk verzoek daartoe van de officier van justitie van 30 november 2021.

De stof 3-MMC is kort na de inbeslagneming, namelijk op 28 oktober 2021, op Lijst II bij de Opiumwet geplaatst. Terugbrengen in het verkeer is dus de facto geen optie.

Bij afzonderlijke beslissing van vandaag, heeft de rechtbank de zaak tegen klaagster geƫindigd verklaard (artikel 29f Sv), omdat de officier van justitie te kennen heeft gegeven de strafzaak tegen klaagster niet voor te zullen zetten.

Procedure

Het klaagschrift over de inbeslagneming en het uitblijven van een last tot teruggave is op 08 april 2022 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.

Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand haar standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.

De rechtbank heeft op 22 september 2022 het klaagschrift in openbare raadkamer behandeld.

De klaagster is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.

De rechtbank heeft de gemachtigde advocaat van de klaagster, mr. K. Canatan en de officier van justitie op zitting gehoord.

Ontvankelijkheid

De officier van justitie heeft zich primair op het standpunt gesteld dat het klaagschrift niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat de inbeslaggenomen partij 3-MMC al is vernietigd op grond van een daartoe strekkende machtiging. Het beslag is derhalve beƫindigd op de wijze als bedoeld in artikel 134, tweede lid, aanhef en onder c, Sv

De advocaat heeft hier tegenin gebracht dat er geen machtiging tot vernietiging als bedoeld in artikel 117, tweede lid, Sv bij de raadkamerstukken zit, noch een schriftelijke bevestiging van de vernietiging op basis van een dergelijke machtiging.

De rechtbank kan op basis van de stukken niet vaststellen of er een machtiging is verleend voor de vernietiging van de partij 3-MMC. De rechtbank ziet hierin in dit geval aanleiding om de officier van justitie niet te volgen in haar primaire standpunt.

Het beklag is voorts schriftelijk gedaan en ingediend binnen twee jaren na inbeslagneming. De klaagster is daarom ontvankelijk in het beklag.

Beklag

Het beklag strekt tot teruggave van de in beslag genomen partij 3-MMC.

De advocaat heeft aangevoerd dat de omstandigheid dat de facto niet aan de last tot teruggave kan worden voldaan, niet in de weg staat aan het geven van die last. Met de last tot teruggave kan klaagster zich ex artikel 119 lid 2 Sv tot de bewaarder wenden voor de uitbetaling van de prijs die de goederen bij verkoop redelijkerwijs hadden opgebracht.

De advocaat heeft tevens aangevoerd dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat er alsnog een rechterlijke beslissing tot onttrekking aan het verkeer wordt genomen. De strafzaak tegen klaagster wordt namelijk niet voortgezet en een strafbaar feit kan niet worden vastgesteld. De advocaat heeft ter illustratie verwezen naar een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 13 december 2021 (registratienummers 21/017231 en 21/014073).

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie verzet zich tegen teruggave van de in beslag genomen partij aan de klaagster. De officier van justitie heeft in raadkamer in aanvulling op het primair ingenomen standpunt aangevoerd dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de onttrekking aan het verkeer van de partij 3-MMC zal bevelen.

De officier van justitie sluit niet uit dat wel degelijk sprake is geweest van een strafbaar feit. Het was ten tijde van de inbeslagneming allereerst van belang om de potentieel schadelijke partij 3-MMC van de markt te halen. In verband met capaciteitsproblemen en prioritering is vervolgens afgezien van nader onderzoek met het oog op een eventueel aan te brengen strafzaak ter zake van overtreding van de artikel 174-175 Sr.

De officier van justitie heeft tot slot betoogd, dat de inmiddels illegale status van 3-MMC met zich meebrengt dat er hoogst waarschijnlijk geen uitbetaling zal plaatsvinden indien de rechter toch tot teruggave beslist. In het legale circuit is de stof niet veel meer waard.

Beoordeling door de rechtbank

Juridisch kader

Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een beklag als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd dat zij ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren procedure treedt.

In geval van een beklag tegen een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag dient de rechtbank eerst te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert. Als het strafvorderlijk belang voortduring van het beslag vordert, wordt geen teruggave gelast.

Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave als het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer dat voorwerp kan dienen om de waarheid aan de dag te brengen (ook in een zaak betreffende een ander dan de klaagster), wanneer dat voorwerp kan dienen om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen of als niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of de onttrekking aan het verkeer van dat voorwerp zal bevelen.

Strafvorderlijke belangen

De rechtbank constateert dat het beslag niet langer dient voor de waarheidsvinding of het aantonen van wederrechtelijk verkregen voordeel. De officier van justitie heeft immers te kennen gegeven dat de strafzaak tegen klaagster niet zal worden voortgezet. De officier van justitie heeft bovendien geen gewag gemaakt van een strafvorderlijk belang in een andere zaak.

Nu de strafzaak ten einde is gekomen, kan de bijkomende straf van verbeurdverklaring ook niet meer worden opgelegd, nog afgezien van de vraag of verbeurdverklaring in de rede ligt als het gaat om 3-MMC.

De mogelijkheid van onttrekking aan het verkeer staat nog wel open. Dit zou dan moeten gebeuren bij een afzonderlijke rechterlijke beschikking op vordering van het Openbaar Ministerie (artikel 36b, eerste lid, aanhef en onder 4, Sr in samenhang met artikel 552f Sv). Dit is de resterende route als het Openbaar Ministerie ten aanzien van het 94 Sv-beslag geen last tot teruggave wil geven en er geen rechterlijk oordeel te verwachten is op grond van artikel 353 of 351 van het Wetboek van Strafvordering.

Toepassing maatstaf

Is het hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter, later oordelend, de inbeslaggenomen partij 3-MMC zal onttrekken aan het verkeer?

Mocht de inbeslaggenomen partij 3-MMC inmiddels zijn vernietigd, dan staat dit in elk geval niet in de weg aan een rechterlijke beslissing tot onttrekking aan het verkeer. Volgens oude jurisprudentie is onttrekking aan het verkeer bij afzonderlijke rechterlijke beslissing ook mogelijk als het inbeslaggenomen voorwerp inmiddels is vernietigd. Voor de eventuele toepassing van artikel 36b Sr moet het inbeslaggenomen voorwerp namelijk worden geacht nog te bestaan (Hoge Raad 22 februari 1994, NJ 1994, 490). Zou deze fictie in een zaak als de onderhavige niet tot uitgangspunt worden genomen, dan zou een inbeslaggenomen voorwerp de facto door de officier van justitie kunnen worden onttrokken aan verkeer door het te vernietigen, ook indien de beslagene aan wie het voorwerp toebehoort er geen afstand van heeft gedaan. Dat strookt niet met de wetssystematiek, die mede is bedoeld om de (eigendoms)rechten van de beslagene te waarborgen.

Beargumenteerd kan worden dat een beslissing tot onttrekking aan het verkeer wel hoogst onwaarschijnlijk is, als het op voorhand evident is dat de later oordelende rechter niet tot de conclusie zal kunnen komen dat er een strafbaar feit is begaan. In dat geval is de inbeslaggenomen partij immers niet vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, gezien het bepaalde in de artikel 36c Sr. De advocaat heeft indirect zijn pijlen ook hierop op gericht.

Bij het voorgaande past echter de notie dat de later oordelende rechter niet hoeft vast te stellen dat klaagster zelf een strafbaar feit heeft begaan. Onttrekking aan het verkeer is mogelijk als vaststaat dat ten aanzien van het inbeslaggenomen voorwerp een strafbaar feit is begaan, al dan niet door een ander (Hoge Raad 23 juni 2009, NJ 2009, 365). Strafbare voorbereidingshandelingen en strafbare pogingen vallen daar ook onder. Bovendien hoeft het niet te gaan om het strafbare feit dat ten grondslag heeft gelegen aan de inbeslagneming. Die eis wordt nergens gesteld.

Dat gezegd hebbende, is het de rechtbank niet ontgaan dat de inbeslaggenomen partij 3-MMC in de stukken van deze raadkamerprocedure in verband wordt gebracht met verschillende delicten uit het Wetboek van Strafrecht, de Warenwet en de douanewetgeving. De wetenschappelijke onderbouwing van de gevaren van 3-MMC bevindt zich bij de stukken, evenals informatie over de import, bestemming en omschrijving van [de partij] . Gelet hierop, kan niet worden gezegd dat het op voorhand evident is dat er geen strafbaar feit zal worden vastgesteld. Er zijn aanknopingspunten voor het tegendeel.

Conclusie

Op grond van bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, het in beslag genomen voorwerp zal onttrekken aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet of het algemeen belang. Het strafvorderlijk belang verzet zich derhalve tegen opheffing van het beslag, zodat het beklag ongegrond zal worden verklaard.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beklag ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door

mr. R. van den Munckhof, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. H.J.G. van der Sluijs, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 4 oktober 2022

De griffier is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.

Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de klaagster beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R. van den Munckhof

Griffier

  • mr. H.J.G. van der Sluijs

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?