ECLI:NL:RBOBR:2023:5023

ECLI:NL:RBOBR:2023:5023, Rechtbank Oost-Brabant, 20-10-2023, 22/1155

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 20-10-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 22/1155
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RVS:2025:848
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Beroep ongegrond. Bezwaar van eisers terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het college heeft met een brief negatief gereageerd op het principeverzoek van eisers. Een dergelijk bestuurlijk rechtsoordeel is geen appellabel besluit. Slechts in uitzonderlijke situaties moet een bestuurlijk rechtsoordeel omwille van de rechtsbescherming als een besluit worden aangemerkt. Hier is geen sprake van omstandigheden die maken dat het doen van een aanvraag voor een vergunning onevenredig bezwarend is.

Uitspraak

[eisers] uit [woonplaats] , eisers

(gemachtigde: mr. C.J. Driessen),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Land van Cuijk, het college

(gemachtigde: B.A.A. Lucas-Jasperse).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen de niet-ontvankelijk verklaring van hun bezwaar.

Met het bestreden besluit van 9 mei 2022 heeft het college het bezwaar van eisers tegen de brief van 25 november 2021 niet-ontvankelijk verklaard. Volgens het college is de brief van 25 november 2021 geen besluit waartegen bezwaar kan worden gemaakt.

Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 27 september 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigde van eisers en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt de niet-ontvankelijk verklaring van het bezwaar. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eisers.

3. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

4. Bij de beoordeling gaat de rechtbank uit van de volgende vaststaande feiten.

Op 15 september 2021 hebben eisers een principeverzoek ingediend voor het middels een omgevingsvergunning positief bestemmen van de bedrijfswoningen aan [adres] in [vestigingsplaats] naar burgerwoningen. Daarop heeft het college in de brief van 25 november 2021 (de brief) negatief gereageerd. Het college heeft in die brief meegedeeld dat omzetting van de bedrijfswoningen naar burgerwoningen alleen mogelijk is met een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan of na wijziging van het bestemmingsplan. Eisers hebben tegen deze brief bezwaar gemaakt.

Tussen partijen is niet in geschil dat de brief een bestuurlijk rechtsoordeel omvat waartegen onder gebruikelijke omstandigheden geen bezwaar kan worden gemaakt. Het geschil beperkt zich tot de vraag of de brief bij wijze van uitzondering gelijk moet worden gesteld aan een appellabel besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Moet de brief gelijk gesteld worden aan een appellabel besluit?

5. Eisers voeren aan dat de brief gelijk moet worden gesteld aan een appellabel besluit. Er is namelijk sprake van een uitzondering op de regel dat tegen een bestuurlijk rechtsoordeel geen bezwaar kan worden gemaakt. De brief moet als een besluit en beschikking in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb worden aangemerkt, waartegen in het kader van de Awb een ontvankelijk bezwaar en beroep kan worden ingediend. Het doen van een aanvraag voor een vergunning is namelijk onevenredig bezwarend. Het gaat hier niet om een reguliere vergunningaanvraag maar om een procedure waarbij afwijking of wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk is. De daarvoor vereiste onderzoeken kosten duizenden euro’s. Dat geld hebben eisers niet. Zij hebben een minimum inkomen. Daarbij komt bovendien ook nog dat eisers al heel erg lang daar wonen. De gemeente heeft de woningen in het bestemmingsplan een bedrijfsbestemming gegeven, maar de woningen zijn destijds als burgerwoningen gebouwd en verkocht. Gelet op de combinatie van die voorgeschiedenis en de voor eisers veel te hoge kosten, maakt dat het onevenredig bezwarend is dat eisers deze procedure moeten doorlopen. De brief moet daarom gelijk worden gesteld aan een appellabel besluit.

De rechtbank oordeelt dat de brief niet gelijk kan worden gesteld aan een appellabel besluit. Wanneer een bestuursorgaan een bestuurlijk rechtsoordeel geeft, kan dit oordeel volgens vaste rechtspraak in het algemeen niet als een publiekrechtelijke rechtshandeling in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb worden aangemerkt. Slechts in uitzonderlijke situaties moet een bestuurlijk rechtsoordeel, ondanks het ontbreken van rechtsgevolg, omwille van de rechtsbescherming als een besluit worden aangemerkt. Daarvoor is in ieder geval vereist dat het doen van een aanvraag voor een vergunning voor de betrokkenen onevenredig bezwarend is. De omstandigheid dat de uitkomst van een aanvraag op voorhand al vaststaat, of dat aan die aanvraag kosten zijn verbonden, maakt volgens vaste rechtspraak niet dat deze weg onevenredig bezwarend is.

Naar het oordeel van de rechtbank is het doorlopen van de standaard bezwaar- en beroepsprocedure hier niet onevenredig bezwarend. De omstandigheid dat eisers een minimum inkomen hebben en dat eisers een uitgebreide en kostbare procedure moeten doorlopen, maken dat oordeel niet anders. Die kosten moet iedereen bij zulke procedures maken. Ook de door eisers ter zitting uiteengezette voorgeschiedenis vormt onvoldoende grond om aan te nemen dat het doen van een aanvraag om die reden onredelijk bezwarend is.

De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het college terecht heeft geoordeeld dat het bezwaar van eisers niet-ontvankelijk is. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D.J. Hutten, rechter, in aanwezigheid van

mr. A.G.M. Willems, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 oktober 2023.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. D.J. Hutten

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?