ECLI:NL:RBOBR:2024:6816

ECLI:NL:RBOBR:2024:6816, Rechtbank Oost-Brabant, 30-05-2024, 10388064

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 30-05-2024
Datum publicatie 23-01-2026
Zaaknummer 10388064
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Eiser (verzekerde) heeft tot begin 2020 alle kosten voor zijn preventieve voetzorgbehandelingen vanuit het basispakket vergoed gekregen. Vanaf begin 2020 is de medisch pedicure (aan wie de preventieve zorg is uitbesteed door de podotherapeut) een eigen bijdrage bij eiser in rekening gaan brengen voor de preventieve voetzorgbehandelingen, terwijl volgens eiser de behandelingen hetzelfde zijn gebleven en het zorgprofiel van eiser in 2021 bovendien is opgehoogd. Eiser vordert in deze procedure een verklaring voor recht dat zijn verzekeraar de door de medisch pedicure in rekening gebrachte eigen bijdragen voor de verleende voetzorg dient te vergoeden. Eiser stelt zich in feite op het standpunt dat de verzekeraar tekort is geschoten in haar zorgplicht om de kosteloze toegang tot de verzekerde voetzorg te waarborgen, daar zij op de hoogte is van het feit dat medisch pedicures eigen bijdragen in rekening brengen maar daar niet tegen optreedt. Eiser krijgt de gelegenheid zijn standpunt nader te onderbouwen en verzekeraar om daarop te reageren. Verwijzing naar de rol voor het nemen van conclusies van repliek en dupliek.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Zaaknummer: 10388064 \ CV EXPL 23-1100

Vonnis van 30 mei 2024

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: mr. E.H.J. van Gerven,

tegen

ONVZ ZIEKTEKOSTENVERZEKERAAR N.V.,

gevestigd te Houten,

gedaagde partij,

hierna te noemen: ONVZ,

gemachtigde: mr. K.J.W. Rinsma.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:

de dagvaarding met producties 1 tot en met 19, ingekomen ter griffie op 13 maart 2023;

de conclusie van antwoord met één productie, ingekomen ter griffie op 1 juni 2023;

de brief van 22 juni 2023 aan partijen waarin een mondelinge behandeling is bepaald;

de brief van 8 april 2024 van de zijde van [eiser] met producties 20 tot en met 24.

Op 16 april 2024 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Beide partijen zijn per e-mail voor deze mondelinge behandeling opgeroepen. Namens ONVZ is niemand ter zitting verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen is besproken. Aan het eind van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter gezegd dat vandaag vonnis zal worden gewezen.

2. De feiten

[eiser] heeft een ziektekostenverzekering afgesloten bij ONVZ. De ziektekostenverzekering ziet op zowel een basisverzekering als een aanvullende verzekering. Onder de ziektekostenverzekering van [eiser] vallen de volgende dekkingen:

- ONVZ Vrije Keuze Basisverzekering;

- ONVZ Vrije Keuze Topfit;

- ONVZ Wereldfit;

- ONVZ Tandfit module C.

Op de ziektekostenverzekering zijn de Algemene regels en Vergoedingen van ONVZ (hierna: de polisvoorwaarden) van toepassing.

[eiser] is diabetespatiënt met nierfalen en was als gevolg daarvan in 2020 geïndiceerd met Zorgprofiel 3. Als gevolg van deze diagnose is [eiser] aangewezen op specialistische voetzorg door een podotherapeut/medisch pedicure.

De preventieve voetzorg waar [eiser] als gevolg van zijn diagnose recht op heeft staat gedefinieerd in de Beleidsregel overige geneeskundige zorg. In artikel 5 lid 2 van de Beleidsregel overige geneeskundige zorg (BR/REG-22145b die geldt vanaf 16 juni 2022) staat het volgende:

2. Preventieve voetzorg bij diabetes mellitusa

a. Prestatiestructuur

Het leveren van preventieve voetzorg aan patiënten met diabetes mellitus ter preventie van voetulcera. De te declareren prestaties omvatten het totaalpakket aan werkzaamheden binnen de zorgprofielen, zoals (zorginhoudelijk) beschreven in de 'Zorgmodule Preventie Diabetische Voetulcera’ en de richtlijn Diabetische Voet, voor zover deze door het Zorginstituut Nederland geduid zijn als geneeskundige zorg die ten laste van de basisverzekering kan worden gebracht.

Preventieve voetzorg bij diabetes mellitus kent de volgende prestatiestructuur:

1. Jaarlijks voetonderzoek om te beoordelen of iemand met diabetes risicovoeten mogelijk wonden krijgt (zorgprofiel I)

De prestatie omvat anamnese, onderzoek en risico-inventarisatie bij hoog risico op wond/amputatie met verhoogde druk. Het tarief behorende bij deze prestatie is gebaseerd op een gemiddelde inspanning per voetcontrole.

2. Preventieve voetzorg bij mensen met diabetes om hoog risicovoeten te beschermen tegen het krijgen van wonden (zorgprofiel 2)

De prestatie omvat het gehele zorgprofiel bij hoog risico op wond/amputatie zonder verhoogde druk. Het tarief behorende bij deze prestatie is gebaseerd op een gemiddelde jaarlijkse inspanning.

3. Preventieve voetzorg bij mensen met diabetes om hoog risicovoeten met verhoogde druk te beschermen tegen het krijgen van wonden (zorgprofiel 3)

De prestatie omvat het gehele zorgprofiel bij hoog risico op wond/amputatie met verhoogde druk. Het tarief behorende bij deze prestatie is gebaseerd op een gemiddelde jaarlijkse inspanning.

4. Preventieve voetzorg bij mensen met diabetes om zeer hoog risicovoeten te beschermen tegen het (opnieuw) krijgen van wonden (zorgprofiel 4)

De prestatie omvat het gehele zorgprofiel bij zeer hoog risico op wond/amputatie. Het tarief behorende bij deze prestatie is gebaseerd op een gemiddelde jaarlijkse inspanning.

In de polisvoorwaarden voor 2020 is, voor zover voor dit geschil van belang, het volgende bepaald:

"De overheid bepaalt soms het tarief. Voor sommige behandelingen stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) een vaste of maximumprijs vast. Wij vergoeden dan deze vaste prijs, of niet meer dan de maximumprijs. Is er geen vaste of maximumprijs van de overheid? Dan vergoeden wij een marktconforme prijs. 'Marktconform' betekent dat de nota van uw zorgverlener niet onredelijk hoog is vergeleken met wat andere zorgverleners in Nederland voor die zorg rekenen.

(…)

Voetzorg bij diabetes

(…)

Heeft u bij de voetcontrole zorgprofiel 2, 3 of 4 gekregen? Dan vergoedt de basisverzekering ook de volgende voetzorg, om voetulcera te voorkomen of te behandelen:

(…)

 (…) (…) behandelen van huid- en nagelproblemen

Hier kunt u terecht

(…)

Podotherapeut. Soms besteedt de podotherapeut een deel van de voetzorg uit, bijvoorbeeld aan een medisch pedicure. Hij blijft dan eindverantwoordelijk, en de kosten van de medisch pedicure zitten dan in de nota van de podotherapeut.”

In de polisvoorwaarden voor 2021 en 2022 zijn identieke passages opgenomen als onder 2.5 vermeld. Daarnaast is in de polisvoorwaarden voor 2021 en 2022 aanvullend bepaald:

"Soms moet u kijken of de zorgverlener een contract met ons heeft. Dat is zo bij de vergoedingen [voor wijkverpleging en ggz]. Voor die vergoedingen geldt dat de basisverzekering de zorg van gecontracteerde zorgverleners volledig vergoedt. Kiest u voor een zorgverlener die geen contract met ons heeft? Dan geldt een maximale vergoeding. Als uw zorgverlener meer rekent dan die maximale vergoeding, moet u een deel van de rekening zelf betalen."

In de Prestatie- en tariefbeschikking (TB/REG-20619-01 geldig van 1 januari 2020 tot 1 januari 2021) is in Bijlage artikel 2 lid a aanhef en onder 7 en lid b het volgende bepaald:

"7. Onderlinge dienstverlening

De levering van (onderdelen van) de prestaties voor voetzorg bij diabetes mellitus door een

zorgaanbieder in opdracht van een andere zorgaanbieder. De eerstgenoemde

zorgaanbieder wordt in dit kader aangeduid als de 'uitvoerende zorgaanbieder'. De

laatstgenoemde zorgaanbieder wordt in dit kader aangeduid als de 'opdrachtgevende

zorgaanbieder'. De uitvoerende zorgaanbieder heeft de mogelijkheid om (onderdelen van)

de prestaties voor voetzorg bij diabetes mellitus (...) via onderlinge dienstverlening in

rekening te brengen aan de opdrachtgevende zorgaanbieder.

b. Begrenzing en beperking van de prestatie

(…)

De prestaties in artikel 2. a van deze tariefbeschikking kunnen enkel in rekening worden

gebracht indien de zorg geen onderdeel uitmaakt van een integraal bekostigde zorgketen

diabetes mellitus, zoals beschreven in de Beleidsregel huisartsenzorg en multidisciplinaire

zorg 2020, maar zorginhoudelijk wel voldoet aan de voorwaarden van die beleidsregel.

De prestaties kunnen enkel in rekening worden gebracht indien het gehele zorgprofiel zoals

beschreven in artikel 2.a van deze tariefbeschikking onder verantwoordelijkheid van de

declarerende zorgaanbieder wordt of kan worden geleverd. De declarerende zorgaanbieder

fungeert daarbij als hoofdaannemer van het gehele zorgprofiel.

(...)"

In de Beleidsregel overige geneeskundige zorg (die in 2020 gold) is hetzelfde bepaald als hetgeen onder 2.7. is vermeld. Voor 2021 en 2022 gelden dezelfde regels op grond van de Prestatie- en tariefbeschikking overige geneeskundige zorg (TB/REG-21617-02 en TB/REG-22621-02) en de Beleidsregel voor overige geneeskundige zorg (BR/REG-21128a, BR/REG-22145a en BR/REG-22145a).

In de Beleidsregel toezichtkader zorgplicht zorgverzekeraars Zvw wordt onder zorgplicht verstaan:

“de verplichting van een zorgverzekeraar ervoor te zorgen dat een verzekerde de zorg (natura), of vergoeding van de kosten van zorg alsmede desgevraagd zorgbemiddeling (restitutie), krijgt waar hij

behoefte aan en wettelijk aanspraak op heeft. Het gaat hierbij zowel om de inhoud en omvang van de (vergoeding van) zorg als om de kwaliteit, tijdigheid en bereikbaarheid van de verzekerde zorg.”

In de toelichting van deze beleidsregel staat bovendien het volgende:

“Op grond van artikel 11 van de Zvw, heeft de zorgverzekeraar tegenover zijn verzekerden een zorgplicht om het in de Zvw neergelegde te verzekeren risico (de zorg) te leveren dan wel te vergoeden. Het gaat om zorg gericht op genezing (het te verzekeren risico) zoals bedoeld in

artikel 10, Zvw. De zorgplicht van een zorgverzekeraar beperkt zich daarom tot de basisverzekering en gaat niet over de aanvullende verzekerde zorg. Als het verzekerde risico zich bij een verzekerde

voordoet geeft de zorgplicht (afhankelijk van de verzekeringsvorm) recht op prestaties die bestaan uit:

de zorg of de overige diensten waaraan de verzekerde behoefte heeft, ook wel natura genoemd;

dan wel vergoeding van de kosten van deze zorg of overige diensten alsmede, desgevraagd, activiteiten gericht op het verkrijgen van deze zorg of diensten (zorgbemiddeling), ook wel

restitutie genoemd.”

[eiser] heeft zijn voeten op 18 januari 2020 en 12 maart 2020 laten behandelen door pedicure [A] te [plaats] . Voor deze behandelingen heeft zij [eiser] twee keer een bedrag van € 10,00 aan eigen bijdrage gefactureerd. [eiser] heeft deze facturen voldaan en heeft de kosten gedeclareerd bij ONVZ. ONVZ heeft deze kosten niet vergoed.

Vervolgens heeft [eiser] zijn voeten op 14 juli 2020 laten behandelen bij [B] te [plaats] . Voor deze behandeling heeft de pedicure een bedrag van € 12,50 aan eigen bijdrage gefactureerd. [eiser] heeft ook deze factuur voldaan en bij ONVZ gedeclareerd. Wederom heeft ONVZ de gedeclareerde factuur niet vergoed.

Bij e-mailbericht van 9 april 2020 heeft [eiser] ONVZ gevraagd waarom voornoemde kosten niet worden vergoed. Op 8 mei 2020 heeft ONVZ hier als volgt op gereageerd:

“Ik denk dat de podotherapeut niet helemaal eerlijk communiceert over de gang van zaken met betrekking tot voetzorg bij diabetes. In onze Algemene regels en vergoedingen 2020 is hier een passage over opgenomen. In de bijlage vindt u het document en u vindt de desbetreffende informatie op pagina 31.

Uw podotherapeut, [C] , besteedt als podotherapeut de voetzorg vanaf zorgprofiel 2 of hoger uit aan een pedicure. Hiervoor worden contracten gesloten tussen de pedicure en de podotherapeut, waarbij een tarief wordt afgesproken die de pedicure als vergoeding van de podotherapeut krijgt. De podotherapeut declareert vervolgens een kwartaaltarief bij ons en dat is wat wij voor u vergoeden.

Wij als zorgverzekeraars zijn bekend met het feit dat sommige pedicures de tarieven die podotherapeuten hanteren te laag vinden, waardoor zij de klant een deel laten bijbetalen onder het mom van een eigen bijdrage. Dit valt echter buiten de vergoeding, want wij betalen de podotherapeut al een kwartaaltarief om u voetzorg te kunnen verlenen. Dat is wat wij voor onze verzekerden vergoeden qua voetzorg bij diabetes en niet meer dan dat.

De pedicure laat u waarschijnlijk bijbetalen omdat zij het tarief van de podotherapeut te laag vinden. Daar kunnen wij als zorgverzekeraar echter niets aan doen. Wij vergoeden namelijk gewoon waar u recht op heeft en dat betalen wij uit aan de podotherapeut omdat de podotherapeut in deze situatie eindverantwoordelijke is. Wij hebben geen contracten met podotherapeuten en pedicures in de voetzorg, dat hebben zij alleen met elkaar. Wij kunnen u dus ook niet van een lijst voorzien. Uw podotherapeut [C] krijgt al ieder kwartaal kosten voor voetzorg uitbetaald die wij dus voor u vergoeden volgens uw verzekeringsvoorwaarden. Van dit tarief moet voor u de voetzorg worden ingekocht. Dat uw pedicure vervolgens nog extra kosten declareert, is dus iets dat buiten ons en onze verzekeringsvoorwaarden om gaat.

Hopelijk heeft u met deze toelichting voldoende informatie. Het probleem zit hem dus in het feit dat de pedicure extra kosten in rekening brengt, die inderdaad buiten onze vergoeding vallen. Ik ga ervan uit dat u hiermee voldoende informatie heeft.”

De gemachtigde van [eiser] heeft bij e-mailbericht van 3 juni 2020 zijn bezwaren geuit tegen het feit dat ONVZ de door [eiser] betaalde eigen bijdrages niet vergoedt en heeft ONVZ verzocht c.q. gesommeerd alsnog tot vergoeding over te gaan. Op 5 juni 2020 heeft ONVZ daarop gereageerd dat de dekking is en blijft zoals deze op 8 mei 2020 aan [eiser] is gecommuniceerd.

Vervolgens is [eiser] een gerechtelijke procedure gestart tegen ONVZ Aanvullende Verzekering N.V. In deze procedure heeft [eiser] vergelijkbare vorderingen ingesteld als in de onderhavige procedure. Bij vonnis van 1 april 2021 heeft de kantonrechter van deze rechtbank de vorderingen van [eiser] afgewezen.

Vanaf 9 november 2021 is het zorgprofiel van [eiser] opgehoogd naar Zorgprofiel 4.

Tegen voornoemde uitspraak van de kantonrechter heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Tijdens de mondelinge behandeling op 31 januari 2022 zijn partijen overeengekomen om nader overleg te voeren over een minnelijke regeling en is de zaak op de rol doorgehaald. Het overleg dat [eiser] en ONVZ Aanvullende Verzekering N.V. vervolgens hebben gevoerd heeft niet geleid tot een minnelijke regeling.

In de periode van 28 januari 2020 tot en met december 2022 heeft [eiser] 23 preventieve voetzorg behandelingen gehad. Hiervoor is in totaal een bedrag van € 170,00 aan eigen bijdrages bij [eiser] in rekening gebracht. [eiser] heeft deze eigen bijdrages aan de desbetreffende medisch pedicures voldaan.

3. Het geschil

De vordering

[eiser] vordert dat de kantonrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

I. voor recht verklaart dat ONVZ op grond van de tussen partijen van toepassing zijnde verzekeringsovereenkomst, gehouden is om alle kosten die door zorgverleners bij [eiser] in rekening worden gebracht, al dan niet in de vorm van een eigen bijdrage, en die verband houden met het verlenen van voetzorg, onder de dekking van de verzekering vallen en uit dien hoofde integraal vergoed dienen te worden, althans een zodanige verklaring voor recht afgeeft als de kantonrechter in goede justitie mag vermenen te bepalen;

II. ONVZ veroordeelt tot nakoming van de verzekeringsovereenkomst zoals bedoeld onder I., zulks op straffe van een direct opeisbare dwangsom van € 50,00 per dag dat ONVZ in gebreke blijft aan het vonnis te voldoen, althans een zodanig bedrag aan dwangsom per dag, als door de kantonrechter in goede justitie te bepalen;

III. ONVZ veroordeelt om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te voldoen ten titel van buitengerechtelijke kosten een bedrag van € 1.937,20 althans een door de kantonrechter, in goede justitie te bepalen bedrag, nog te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag dezer dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

IV. ONVZ veroordeelt in de kosten van deze procedure, waaronder de nakosten, met de uitdrukkelijke bepaling dat ONVZ de wettelijke rente over de proceskosten verschuldigd zal zijn als zij de proceskosten niet binnen 14 dagen na dagtekening van het ten dezen te wijzen vonnis zal hebben betaald.

[eiser] legt aan zijn vordering het volgende ten grondslag.

Uit het overleg met ONVZ Aanvullende Verzekering N.V. over een minnelijke regeling is het [eiser] gebleken dat de aanspraken vanuit de basisverzekering vergoed hadden dienen te worden, zodat ONVZ voor de kosten van de eigen bijdrages dient in te staan.

ONVZ schiet toerekenbaar tekort in de nakoming van de verzekeringsovereenkomst door te weigeren de door de medisch pedicures bij [eiser] in rekening gebrachte eigen bijdrages niet te vergoeden terwijl op basis van de verzekering alle kosten die verband houden met voetzorg gedekt zouden zijn.

In 2020 en het grootste gedeelte van 2021 was [eiser] geïndiceerd met Zorgprofiel 3 en vanaf november 2021 met Zorgprofiel 4. Op grond van de Beleidsegel BR/REG-22145 bestaat de prestatie van preventieve voetzorg uit ‘het gehele zorg profiel’. Deze prestatie dient te worden bekostigd vanuit het daarbij behorende tarief dat wettelijk is vastgelegd op basis van de Prestatie- en tariefbeschikking overige geneeskundige zorg. Met dat tarief moet dus alle zorg aan [eiser] worden verleend zodat het onmogelijk is dat [eiser] zelf iets zou moeten bijbetalen voor preventieve zorg waar hij recht op heeft.

ONVZ is ervoor verantwoordelijk dat [eiser] alle voetzorg krijgt waar hij recht op heeft en dat dit plaatsvindt binnen het tarief gebaseerd op de Prestatie- en tariefbeschikking overige geneeskundige zorg. De wijze waarop dit in de praktijk is geregeld door het sluiten van contracten met podotherapeuten die op hun beurt de prestaties voor voetzorg uit besteden aan medisch pedicures, is dus ook de verantwoordelijkheid van ONVZ. In dit kader wijst [eiser] ook op de wettelijke zorgplicht uit de Beleidsregel toezichtkader zorgplicht zorgverzekeraars Zvw. Deze zorgplicht is een resultaatverplichting en betekent dat ONVZ de kosten van de zorg aan [eiser] dient te vergoeden, daar waar hij een restitutieverzekering heeft. Het weigeren de eigen bijdrages te betalen is een schending van artikel 11 Zorgverzekeringswet en om die reden onrechtmatig. Het is de verantwoordelijkheid van ONVZ om de zorg zo in te richten dat aan de zorgplicht wordt voldaan. Zij kan zich dan ook niet verschuilen achter een bestaande praktijk waarin door ONVZ gecontracteerde podotherapeuten bepaalde vormen van de door hen te leveren voetzorg uitbesteden aan medisch pedicures waarmee ONVZ geen contract heeft. Dit geldt te meer omdat ONVZ ermee bekend is dat veel pedicures de tarieven van de podotherapeuten te laag vinden en daarom een eigen bijdrage vragen van de verzekerde. Ondanks deze wetenschap heeft ONVZ contracten gesloten met zorgverleners die deze praktijk faciliteren. Daarnaast heeft ONVZ nagelaten [eiser] te informeren over deze bestaande praktijk. Het staat niet op het Overzicht eigen bijdragen basisverzekering 2023 of de informatie die ONVZ geeft bij de uitleg over de vergoeding per verzekering ter zake van Voetzorg. Hierdoor is sprake van misleiding. Ook om die reden heeft ONVZ onrechtmatig gehandeld.

ONVZ is daarom gehouden de eigen bijdrages te vergoeden die [eiser] voor de preventieve voetzorg aan de medisch pedicures heeft moeten betalen.

Aangezien [eiser] ONVZ in gebreke heeft gesteld maar ONVZ desondanks niet tot betaling is overgegaan, verkeert zij in verzuim en maakt [eiser] aanspraak op de wettelijke rente over de verschuldigde eigen bijdrages.

Voorts vordert [eiser] een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten aangezien hij genoodzaakt is geweest zijn gemachtigde in te schakelen en zijn gemachtigde kosten heeft gemaakt anders dan ter voorbereiding van de gedingstukken en instructie van de zaak.

Het verweer

ONVZ heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] . Zij heeft aangevoerd dat ook onder de basisverzekering geen dekking bestaat voor de eigen bijdrages die door medisch pedicures bij hem in rekening hebben gebracht voor de geleverde voetzorg.

ONVZ wijst er op dat op één van de facturen die bij de dagvaarding zijn overgelegd, zijnde de factuur van [B] van 14 juli 2020 (productie 6) de omschrijving “Eigen bijdrage cosmetisch gedeelte per behandeling” staat vermeld zodat niet zeker is dat dit zorg betreft die onder de basisverzekering wordt gedekt. Op de website van de Nederlandse Vereniging van Podotherapeuten staat ook uitgelegd dat als de patiënt met de medisch pedicure afspreekt dat hij/zij aanvullende (cosmetische) zorg wenst, dit in rekening wordt gebracht. In dit verband wijst ONVZ op artikel 2.1 lid 3 Besluit zorgverzekering waarin is bepaald dat de verzekerde slechts recht heeft op een vorm van zorg of een dienst als hij naar inhoud en omvang daar redelijkerwijs op is aangewezen. ONVZ heeft dit ook in haar polisvoorwaarden voor zowel 2020, 2021 als 2022 opgenomen. Voor cosmetische zorg is geen medische noodzaak zodat [eiser] daar niet redelijkerwijs op is aangewezen zoals bedoeld in de Zorgverzekeringswet. Alle facturen van [B] met deze omschrijving komen dus niet voor vergoeding in aanmerking. Dit geldt eveneens voor de facturen van de andere medisch pedicures aangezien niet is gebleken dat bij deze behandelingen ook niet sprake is van aanvullende (cosmetische) zorg.

Met betrekking tot de facturen die geen betrekking hebben op cosmetische zorg geldt volgens ONVZ het volgende. De overheid bepaalt voor de basisverzekering dwingend welke aanspraken daaronder verzekerd dienen te zijn en de zorgverzekering mag niet meer of minder dekking verlenen. De Wet marktordening gezondheidszorg (hierna: Wmg) reguleert via de Nederlandse Zorgautoriteit (hierna: de NZa) dwingend de tarieven en prestaties. Op grond van artikel 35 lid 3 Wmg wordt het zorgverzekeraars verboden om een ongereguleerd tarief te vergoeden. Indien ONVZ tot vergoeding van de eigen bijdrages overgaat is dit in strijd met de openbare orde ex artikel 3:40 lid 1 BW.

Op grond van de Prestatie- en tariefbeschikking overige geneeskundige zorg en de Beleidsregel overige geneeskundige zorg heeft de uitvoerende zorgaanbieder (in dit geval de medisch pedicure) de mogelijkheid om prestaties voor voetzorg bij diabetes melitus in rekening te brengen aan de opdrachtgevende zorgaanbieder (de podotherapeut). Prestaties kunnen enkel in rekening worden gebracht indien het gehele zorgprofiel onder de verantwoordelijkheid van de declarerende zorgaanbieder wordt of kan worden geleverd. Dit betekent dat een declaratie van de medisch pedicure aan de patiënt ( [eiser] ) niet mogelijk is. ONVZ mag deze kosten die de medisch pedicures in rekening brengen niet vergoeden aangezien dit een delict oplevert in de zin van artikel 1 sub 2 Wet economische delicten (WED). Blijkens artikel 4 van de Regeling transparantie zorgaanbieders van de NZa en de informatie op de website van De Nederlandse Vereniging van Podotherapeuten en de landelijke brancheorganisatie voor de pedicures, ProVoet, hadden de medisch pedicures [eiser] moeten informeren over de eigen bijdrage.

ONVZ heeft voldaan aan haar zorgplicht door de kosten voor de preventieve voetzorg van [eiser] te vergoeden conform het wettelijk kader en zij mag hier niet van afwijken. ONVZ is niet verantwoordelijk voor de inrichting van de zorg, zoals [eiser] stelt. Het is niet aan ONVZ maar aan de NZa om toezicht te houden op zorgverleners en de wijze waarop zij declareren. ONVZ is dan ook niet gehouden de gevorderde eigen bijdrages van de medisch pedicures te voldoen.

4. De beoordeling

Vaststaat dat [eiser] in de jaren 2020, 2021 en 2022 aangewezen was op preventieve voetzorg, doordat hij geïndiceerd was met Zorgprofiel 3 respectievelijk vanaf 9 november 2021 Zorgprofiel 4 en dat deze zorg onder de dekking van zijn (basis)verzekering valt.

[eiser] vordert van ONVZ betaling van de eigen bijdrages die de medisch pedicures bij hem in rekening hebben gebracht. [eiser] heeft ter zitting betwist de medisch pedicure opdracht te hebben gegeven voor cosmetische voetzorg en/of dergelijke voetzorg te hebben ontvangen, hij stelt enkel medisch noodzakelijke voetzorg te hebben gekregen. Verder heeft hij zijn vordering nader toegelicht. Uit deze toelichting is het de kantonrechter gebleken dat de kern van het geschil dat partijen verdeeld houdt niet, zoals uit de dagvaarding lijkt te volgen, is gelegen in de vergoeding van de eigen bijdrages die de medisch pedicures bij [eiser] in rekening hebben gebracht door ONVZ, maar een schending van de zorgplicht die ONVZ, als zorgverzekeraar, op grond van de Zorgverzekeringswet heeft.

Ter zitting heeft [eiser] gemotiveerd gesteld dat hij in voornoemde jaren uitsluitend toegang had tot de verzekerde preventieve voetzorg als hij daarvoor – uit eigen financiële middelen – een eigen bijdrage betaalde aan de feitelijke zorgverlener, zijnde de medisch pedicure aan wie de podotherapeut de zorg heeft uitbesteed. [eiser] heeft toegelicht dat hij deze eigen bijdrage vóór aanvang van de behandeling aan de medisch pedicures diende te voldoen omdat anders de preventieve voetzorg niet zou worden verleend. [eiser] stelt deze gang van zaken onder de aandacht te hebben gebracht bij ONVZ en haar te hebben gevraagd om een lijst van medisch pedicures die geen eigen bijdrage in rekening brengen. ONVZ heeft [eiser] echter te kennen gegeven, zo blijkt uit het e-mailbericht van 8 mei 2020, dat zij hierin geen taak voor haar ziet weggelegd aangezien zij enkel een contract heeft met de opdracht verlenende instantie, de podotherapeut, en niet met de medisch pedicures. Zij heeft [eiser] niet van de gevraagde lijst van medisch pedicures kunnen voorzien aangezien het in de beroepsgroep kennelijk gebruikelijke praktijk is dat een eigen bijdrage in rekening wordt gebracht. Evenmin heeft ONVZ in de klacht van [eiser] aanleiding gezien om de betrokken podotherapeut op de gang van zaken aan te spreken. In haar conclusie van antwoord verwijst ONVZ naar NZa als toezichthouder.

Naar de kantonrechter begrijpt stelt [eiser] zich met het voorgaande op het standpunt dat hij in de jaren 2020, 2021 en 2022 geen toegang had tot de verzekerde preventieve voetzorg, althans dat hem de toegang tot deze zorg werd belemmerd, als gevolg van voornoemde werkwijze van de medisch pedicures aan wie de gecontracteerde podotherapeut de door [eiser] benodigde preventieve voetzorg uitbesteed. Door hier niet tegen op te treden (c.q. contracten te blijven sluiten met podotherapeuten die preventieve voetzorg uitbesteden aan medisch pedicures die deze eigen bijdrage in rekening brengen) én verzekerden niet duidelijk te informeren over deze kennelijk gebruikelijke praktijk onder podotherapeuten en medisch pedicures, heeft ONVZ in feite haar zorgplicht van artikel 11 Zw geschonden aangezien zij als zorgverzekeraar de taak heeft de toegang tot de verzekerde zorg te waarborgen, aldus [eiser] . Ter onderbouwing van diens nader gespecificeerde standpunt heeft [eiser] nader bewijs aangeboden en met name specifiek met betrekking tot zijn stelling dat hij zonder betaling van de eigen bijdrage geen toegang had tot de preventieve voetzorg waar hij als diabetespatiënt recht op had.

Namens ONVZ is niemand ter zitting verschenen. ONVZ heeft zodoende nog geen kennis kunnen nemen van deze verduidelijking van het standpunt van [eiser] . De kantonrechter acht het van belang dat, alvorens eindvonnis wordt gewezen, ONVZ daartoe alsnog in de gelegenheid wordt gesteld alsmede de mogelijkheid om daarop te reageren. Dit betekent dat [eiser] in de gelegenheid zal worden gesteld om bij conclusie van repliek haar verduidelijkte standpunt nader te onderbouwen, waarna ONVZ de gelegenheid krijgt daarop bij conclusie van dupliek te reageren.

In afwachting van de conclusies van repliek en dupliek wordt iedere verdere beslissing aangehouden.

5. De beslissing

De kantonrechter

bepaalt dat de zaak wordt verwezen naar de rol van donderdag 27 juni 2024 voor het nemen van een conclusie van repliek door [eiser] over hetgeen onder 4.3. en 4.4. is vermeld, waarna ONVZ daarop mag reageren middels het nemen van een conclusie van dupliek op de rol van donderdag 25 juli 2024;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.M. van den Berk en in het openbaar uitgesproken op 30 mei 2024.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?