ECLI:NL:RBOBR:2025:4075

ECLI:NL:RBOBR:2025:4075, Rechtbank Oost-Brabant, 02-07-2025, C/01/414878 / HA ZA 25-276

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 02-07-2025
Datum publicatie 08-07-2025
Zaaknummer C/01/414878 / HA ZA 25-276
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005289

Samenvatting

Incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening. Betaling deel vordering in hoofdzaak.

Uitspraak

RECHTBANK Oost-Brabant

Civiel recht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Zaaknummer: C/01/414878 / HA ZA 25-276

Vonnis in incident van 2 juli 2025

in de zaak van

1. [eiser 1] ,

te [plaats] ,2. [eiser 2],

te [plaats] ,

eisende partijen in de hoofdzaak,

eisende partijen in het incident,

hierna samen te noemen: [eisers] ,

advocaat: mr. D. de Dood,

tegen

[gedaagde] B.V.,

te [plaats] ,

gedaagde partij in de hoofdzaak,

verwerende partij in het incident,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

advocaat: mr. R. Zwanenberg.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding tevens houdende de incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening

de conclusie van antwoord in het incident en in de hoofdzaak

de akte uitlating producties in het incident van [eisers] .

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. De beoordeling in het incident

Het geschil in de hoofdzaak gaat volgens de dagvaarding kort gezegd om het volgende. Partijen hebben met elkaar een aannemingsovereenkomst gesloten, waarbij is afgesproken dat [gedaagde] een woning bouwt voor [eisers] . De woning is ook door [gedaagde] gebouwd. [eisers] verwijten [gedaagde] dat zij de afgesproken bouwtijd heeft overschreden en dat er gebreken zijn geconstateerd, die niet door haar zijn verholpen. Ook heeft [gedaagde] de helft van een bedrag dat in depot staat bij de notaris niet gecrediteerd, zoals door haar was toegezegd. [eisers] vorderen daarom onder andere dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van een vervangende schadevergoeding van € 20.106,41 in verband met de gebreken, een schadevergoeding van € 17.210,24 in verband met het overschrijden van de bouwtijd, een schadevergoeding van € 1.651,65 ten aanzien van de administratie kosten van de notaris en (primair) dat [eisers] machtiging wordt verleend om namens [gedaagde] de notaris opdracht te geven om de helft van het depotbedrag aan [eisers] over te maken.

[eisers] vorderen daarnaast in het incident dat de rechtbank bij wijze van voorlopige voorziening [gedaagde] veroordeelt tot betaling van een vervangende schadevergoeding van € 20.106,41, te vermeerderen met rente. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

Toewijzing van een vordering tot een voorlopige voorziening voor de duur van het geding is alleen mogelijk wanneer [eisers] daarbij voldoende belang hebben. Dit kan bijvoorbeeld daarin bestaan dat [eisers] de afloop van de hoofdzaak niet kunnen afwachten of dat een deel van de hoofdvordering krachtens een eindbeslissing reeds toewijsbaar is. De rechtbank zal de provisionele vordering afwijzen, omdat geen van deze omstandigheden zich voordoet en er ook geen sprake is van een andere grond die voldoende belang bij de toewijzing oplevert.

[eisers] vorderen alvast betaling van een deel van haar vordering in de hoofdzaak die ziet op de door hen gestelde gebreken. [gedaagde] heeft in de conclusie van antwoord in het incident gemotiveerd betwist dat er sprake is van gebreken en dat de beweerdelijke gebreken de door [eisers] gestelde omvang hebben. Tussen partijen is dus nog in geschil of [gedaagde] gehouden is een bedrag aan [eisers] te betalen. Het is aan de rechter in de hoofdzaak om daarover te oordelen. Daarnaast hebben [eisers] niets gesteld waaruit blijkt dat zij de afloop van de hoofdzaak niet kan afwachten, zoals [gedaagde] ook als verweer aanvoert.

[eisers] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten van het incident (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:

- salaris advocaat

€

614,00

(1 punt × € 614,00)

- nakosten

€

178,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

792,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3. De beslissing

De rechtbank

in het incident

wijst het gevorderde af,

veroordeelt [eisers] in de proceskosten van het incident van € 792,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eisers] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt [eisers] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in de hoofdzaak

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 16 juli 2025 voor beraad rolrechter omtrent het bepalen van een mondelinge behandeling.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Schollen-den Besten en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand