Kosten.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van alle benadeelde partijen tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.
Motivering van de hoofdelijkheid.
De rechtbank stelt vast dat verdachte de strafbare feiten samen met anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders telkens samen jegens de verschillende slachtoffers een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelden hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade die elk van de slachtoffers heeft geleden. De rechtbank ziet anders dan de raadsman geen aanleiding om van deze hoofdregel af te wijken.
Schadevergoedingsmaatregel.
De rechtbank zal voor het toegewezen bedragen tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan alle slachtoffers bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het strafbare feit tot de dag der algehele voldoening. De rechtbank stelt, gelet op de minderjarigheid van verdachte, het aantal dagen gijzeling telkens op 0.
Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte (of zijn mededaders) heeft/hebben voldaan aan zijn/hun verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn/hun verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte (of zijn mededaders) heeft/hebben voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.
Beslag.
De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomen voorwerp, te weten de iPhone, vatbaar is voor verbeurdverklaring, omdat dit voorwerp is gebruikt bij het begaan van strafbare feiten.
Toepasselijke wetsartikelen.
De beslissing is gegrond op de artikelen:
33, 33a, 36f, 63, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 141 Wetboek van Strafrecht.
DE UITSPRAAK
De rechtbank:
Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:
Ten aanzien van feit 1:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen
Ten aanzien van feit 2:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen
Ten aanzien van feit 3:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen
Ten aanzien van feit 4:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen
Ten aanzien van feit 5:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen
Ten aanzien van feit 6:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen
Ten aanzien van feit 7:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen
Verklaart verdachte hiervoor strafbaar en legt op de volgende straf:
Ten aanzien van feit 1, feit 2, feit 3, feit 4, feit 5, feit 6, feit 7:
Een jeugddetentie voor de duur van 18 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht waarvan 12 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren.
Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.
En stelt als bijzondere voorwaarden:
Dat veroordeelde verplicht is zijn volledige medewerking te verlenen aan trajecten, gesprekken en hulpverlening rond de onderwerpen emotieregulatie, emoties herkennen en doorvoelen, reflectie op delictgedrag en denkpatronen inzien en doorbreken, in de vorm waarin en voor zolang deze nodig worden geacht door de Jeugdreclassering.
Dat veroordeelde zijn medewerking zal verlenen aan hulpverlening, waarvoor Jeugdreclassering aandacht en hulpverlening noodzakelijk vindt.
Geeft aan Stichting Jeugdbescherming Brabant, een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
Ten aanzien van feit 2: Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] :
Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 2] , van een bedrag van
€ 6.509,99, bestaande uit € 509,99 materiële schade en € 6.000,00 immateriële schade.
De vergoeding van materiële en immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.
Veroordeelt veroordeelde tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
Veroordeelde is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door (één van) zijn mededader(s) is betaald.
Ten aanzien van feit 2:
Legt aan de veroordeelde op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 2] , van een bedrag van € 6.509,99.
Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 0 dagen.
Voormeld bedrag bestaat uit € 509,99 materiële schade en € 6.000,00 immateriële schade.
De vergoeding van materiële en immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.
Veroordeelde is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door (één van) zijn mededader(s) is betaald.
Bepaalt dat indien en voor zover de veroordeelde of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Ten aanzien feit 3: Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] :
Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 3] , van een bedrag van € 351,34, bestaande uit materiële schade.
De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 november 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.
Veroordeelt veroordeelde tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
Veroordeelde is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door (één van) zijn mededader(s) is betaald.
Ten aanzien van feit 3:
Legt aan de veroordeelde op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 3] , van een bedrag van € 351,34.
Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 0 dagen.
Voormeld bedrag bestaat uit materiële schade.
De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 november 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.
Veroordeelde is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door (één van) zijn mededader(s) is betaald.
Bepaalt dat indien en voor zover de veroordeelde of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Ten aanzien feit 4: Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] :
Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 4] , van een bedrag van € 7.814,33, bestaande uit € 1.814,33 materiële schade en € 6.000,00 immateriële schade.
De vergoeding van materiële en immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 november 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.
Veroordeelt veroordeelde tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
Veroordeelde is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door (één van) zijn mededader(s) is betaald.
Ten aanzien van feit 4:
Legt aan de veroordeelde op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 4] , van een bedrag van € 7.814,33.
Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 0 dagen.
Voormeld bedrag bestaat uit € 1.814,33 materiële schade en € 6.000,00 immateriële schade.
De vergoeding van materiële en immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 november 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.
Veroordeelde is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door (één van) zijn mededader(s) is betaald.
Bepaalt dat indien en voor zover de veroordeelde of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Ten aanzien van feit 7: Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7] :
Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 7] , van een bedrag van € 500,00, bestaande uit immateriële schade.
De vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.
Veroordeelt veroordeelde tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
Veroordeelde is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door (één van) zijn mededader(s) is betaald.
Ten aanzien van feit 7:
Legt aan de veroordeelde op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 7] , van een bedrag van € 500,00.
Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 0 dagen.
Voormeld bedrag bestaat uit immateriële schade.
De vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.
Veroordeelde is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door (één van) zijn mededader(s) is betaald.
Bepaalt dat indien en voor zover de veroordeelde of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Ten aanzien van feit 7: Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] :
Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 6] , van een bedrag van € 562,00, bestaande uit materiële schade.
De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.
Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken
Wijst de vordering voor het overige af.
Veroordeelde is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door (één van) zijn mededader(s) is betaald.
Ten aanzien van feit 7:
Legt aan de veroordeelde op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 6] , van een bedrag van € 562,00.
Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 0 dagen.
Voormeld bedrag bestaat uit materiële schade.
De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.
Veroordeelde is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door (één van) zijn mededader(s) is betaald.
Bepaalt dat indien en voor zover de veroordeelde of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Beslag.
Verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen goed, te weten:1 stk gsm (Omschrijving: PL2100-2024253518-G2281869 / Achterkant stuk. / code: 615700, blauw, merk: Apple).
Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.H.L.M. Snijders, voorzitter, tevens kinderrechter,
mr. N. Flikkenschild en mr. C.S.M. Morel, leden,
in tegenwoordigheid van mr. M.M.A. Akkers en mr. I.P.A. Willems, griffiers,
en is uitgesproken op 14 juli 2025.