ECLI:NL:RBOBR:2025:7296

ECLI:NL:RBOBR:2025:7296, Rechtbank Oost-Brabant, 07-07-2025, WR 25/018

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 07-07-2025
Datum publicatie 07-11-2025
Zaaknummer WR 25/018
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Wraking
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903

Samenvatting

WR 25/018: Wraking. Verzoek afgewezen, omdat het is gericht tegen een processuele beslissing. Anti-misbruikmaatregel opgelegd.

Uitspraak

RECHTBANK Oost-Brabant

Wrakingskamer

zaaknummer: WR 25/018

Beslissing van 7 juli 2025

van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek op grond van artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van

[verzoeker],

hierna te noemen: verzoeker,

strekkende tot de wraking van

mr. A.E. de Kryger,

rechter in deze rechtbank,

hierna te noemen: de rechter.

De procedure

Verzoeker is belanghebbende in de zaak met raadkamernummer 25/005401 (parketnummer 01-106977-23). In deze zaak gaat het over de beoordeling van een bezwaarschrift van verzoeker tegen het bepalen en het verwerken van zijn DNA-profiel.

De mondelinge behandeling van deze zaak is gepland op de zitting van 8 juli 2025.

Het wrakingsverzoek en de reactie van de rechter daarop

Verzoeker heeft de rechter gewraakt nadat deze zijn verzoek om digitaal aanwezig te zijn tijdens de zitting op 8 juli 2025 heeft afgewezen. Dit wrakingsverzoek, met kenmerk WR25/017, is met de beslissing van 7 juli 2025 afgewezen.

Verzoeker heeft, na ontvangst van de beslissing van 7 juli 2025 van de wrakingskamer, in een op 7 juli 2025 om 14.35 verzonden e-mailbericht de rechter opnieuw gewraakt. In dit tweede wrakingsverzoek schrijft verzoeker: “tevens wraak ik de rechter opnieuw daar ik niet gehoord ben in deze kwestie en de “onafhankelijkheid” van de wrakingskamer in het geding is met deze hand boven het hoofd houdende manier van handelen richting de bevriende rechter.

Uit de reactie van de rechter van 7 juli 2025 op het wrakingsverzoek blijkt dat zij niet berust in het wrakingsverzoek.

De beoordeling

Artikel 512 Sv bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen, op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter moet voorop staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter richting een procespartij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die procespartij bestaande vrees daarover objectief gerechtvaardigd is. Ook de (te vermijden) schijn van partijdigheid is bij de beoordeling van het wrakingsverzoek van belang.

De wrakingskamer kan het wrakingsverzoek zonder behandeling ter zitting direct afwijzen indien het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk is (artikel 5, tweede lid, aanhef en onder f, van het wrakingsprotocol van de rechtbank Oost-Brabant). De wrakingskamer oordeelt dat die situatie zich hier voordoet en overweegt daarbij het volgende.

De door verzoeker in zijn emailbericht van 7 juli 2025 genoemde gronden zien niet op het handelen of nalaten van de rechter. Ook overigens is de wrakingskamer niet gebleken van concrete feiten of omstandigheden die zijn voorgevallen ná het eerste wrakingsverzoek (dat heeft geleid tot de beslissing met kenmerk WR25/017) en waaruit de wrakingskamer de vooringenomenheid van de rechter of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor kan afleiden. Overigens merkt de wrakingskamer op dat tegen de vorige wrakingsbeslissing en de daarin opgenomen overwegingen geen rechtsmiddel openstaat. Daarom oordeelt de wrakingskamer dat het wrakingsverzoek van 7 juli 2025 geen grond biedt voor wraking.

Voor een behandeling van het verzoek ter zitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.

Verzoeker heeft in deze procedure al eerder een wrakingsverzoek ingediend dat niet is gehonoreerd. De verzoeken dreigen te leiden tot onredelijke vertraging van de rechtspleging. Naar het oordeel van de rechtbank gebruikt verzoeker het middel van wraking voor een ander doel dan waarvoor het is gegeven of met geen ander doel dan de voortgang van de procedure te frustreren. Daarmee is sprake van misbruik. De wrakingskamer zal daarom bepalen dat een volgend verzoek tot wraking in deze zaak niet meer in behandeling zal worden genomen.

De beslissing

De wrakingskamer:

Deze beslissing is gegeven door mr. H.M.H. de Koning, voorzitter, mr. C.A. Mandemakers en mr. M. de Vries, leden, in tegenwoordigheid van, mr. M.E.A. Schokker-Stadhouders, griffier, en in openbaar uitgesproken op 7 juli 2025.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open (artikel 515, vijfde lid, Sv).

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. H.M.H. de Koning
  • mr. C.A. Mandemakers
  • mr. M. de Vries

Griffier

  • mr. M.E.A. Schokker-Stadhouders

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand