ECLI:NL:RBOBR:2025:7576

ECLI:NL:RBOBR:2025:7576, Rechtbank Oost-Brabant, 20-11-2025, 25/2759

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 20-11-2025
Datum publicatie 02-12-2025
Zaaknummer 25/2759
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure Geheimhoudingsbeslissing
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001941 BWBR0005537

Samenvatting

Voorlopige voorziening hangende bezwaar. Sluiting horecapand o.g.v. Opiumwet. Geen spoedeisend belang. Financiële (nood)situatie niet met stukken onderbouwd. Verder is de sluitingstermijn bijna verstreken en heeft verzoekster zelf meerdere keren uitstel van de (verdere) behandeling van het bezwaar gevraagd. Beslissing tot sluiting niet evident onrechtmatig. Verzoek afgewezen.

Uitspraak

[verzoekster] uit [woonplaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. A.P.M.A. Laeyendecker),

en

de burgemeester van de gemeente Oirschot, de burgemeester

(gemachtigde: M. Stoof).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen het besluit van 19 juni 2025. Bij dat besluit heeft de burgemeester het horecabedrijf [naam] op grond van artikel 13b van de Opiumwet met ingang van 14 juni 2025 gesloten voor de duur van zes maanden. Verzoekster is het hier niet mee eens. Zij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. Bij een financieel belang, zoals dat speelt in deze zaak, is dat niet snel het geval. Als in de bodemzaak de beslissing om het horecabedrijf te sluiten juridisch geen stand houdt, dan kan in beginsel na afloop van de bodemzaak door verzoekster aan de burgemeester worden gevraagd om de door die beslissing veroorzaakte schade te vergoeden. Als er geen onomkeerbare situatie dreigt, bijvoorbeeld faillissement, of er geen acute financiële nood is, neemt de voorzieningenrechter daarom aan dat spoedeisend belang ontbreekt.

3. Verzoekster heeft in haar verzoekschrift en in een aanvullende reactie van 30 oktober 2025 gesteld dat het spoedeisend belang gelegen is in het feit dat zij op dit moment geen inkomsten kan genereren uit het horecabedrijf, terwijl zij wel hoge vaste lasten heeft. Inmiddels heeft verzoekster verschillende aanmaningen ontvangen en dreigt zij de huur niet meer te kunnen betalen. Ook dreigt verzoekster door het niet betalen van de huur ook de woning boven het horecabedrijf kwijt te raken.

4. De burgemeester heeft bij brief van 30 oktober 2025 aangegeven geen spoedeisend belang te zien. De door de burgemeester te houden hoorzitting in het kader van de behandeling van het bezwaar van verzoekster is meerdere malen op haar verzoek uitgesteld en staat nu gepland voor 2 december 2025. Daarnaast loopt de sluiting van het horecabedrijf af op 14 december 2025.

5. Hoewel de voorzieningenrechter begrijpt dat verzoekster behoefte heeft aan een spoedige beslissing van de rechtbank, volgt uit verzoeksters toelichting niet dat sprake is van een acute financiële noodsituatie die het treffen van een voorlopige voorziening noodzakelijk maakt. Verzoekster heeft haar financiële situatie dan wel het niet langer kunnen betalen van de huur niet met stukken onderbouwd. Daarnaast had het op de weg van verzoekster gelegen om meer voortvarend te handelen in de bezwaarprocedure. Zij heeft gevraagd om verlenging van de termijn om gronden van bezwaar in te dienen en de hoorzitting is op eigen verzoek uitgesteld. De voorzieningenrechter vindt dat deze uitstelverzoeken moeilijk verenigbaar zijn met het door haar gestelde spoedeisend belang. De conclusie is dat er nu geen spoedeisend belang is.

6. Omdat de voorzieningenrechter van oordeel is dat verzoekster geen spoedeisend belang heeft, kan de door haar gevraagde voorziening alleen nog worden getroffen als het bestreden besluit evident onrechtmatig is. Met evident onrechtmatig wordt bedoeld dat zonder diepgaand onderzoek naar de relevante feiten en/of het recht zeer ernstig moet worden betwijfeld of het door de burgemeester ingenomen standpunt juist is en of het bestreden besluit in de bezwaarprocedure in stand zal blijven. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter doet deze situatie zich niet voor.

Conclusie en gevolgen

7. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.F. Vink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. F.M. van den Assem, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 20 november 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. F.M. van den Assem

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?