ECLI:NL:RBOBR:2025:7610

ECLI:NL:RBOBR:2025:7610, Rechtbank Oost-Brabant, 19-11-2025, WR 25/034

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 19-11-2025
Datum publicatie 20-11-2025
Zaaknummer WR 25/034
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Wraking
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827

Samenvatting

WR 25/034: Wraking. Verzoek afgewezen, omdat het verzoek zich richt op eerder onwelgevallige beslissing(en) van de rechter. Niet gebleken is van concrete feiten of omstandigheden waaruit vooringenomenheid van de rechter of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor kan worden afgeleid.

Uitspraak

RECHTBANK Oost-Brabant

beslissing

Wrakingskamer

zaaknummer: WR 25/034

Beslissing van 19 november 2025

van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van:

[verzoeker] ,

wonende te [adres] ,

hierna te noemen: verzoeker,

strekkende tot de wraking van:

mr. G. Aarts,

rechter in deze rechtbank,

hierna te noemen: de rechter.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

Bij de mondelinge behandeling zijn verschenen:

2. Het wrakingsverzoek

Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer C/01/420049 / JE RK 25-1398, waarbij verzoeker als vader belanghebbende is. Specifiek gaat de zaak over het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige kinderen van verzoeker.

Verzoeker heeft, blijkens het proces-verbaal van het mondelinge verzoek en zijn toelichting bij de mondelinge behandeling, in de kern het volgende aan zijn verzoek ten grondslag gelegd. Verzoeker verwijt de rechter:

1. overduidelijke onzorgvuldigheid bij eerdere beslissingen;

2. de schijn van niet-objectiviteit;

3. het terzijde schuiven van bewijzen van verzoeker waarbij de kinderrechter de GI blind

gelooft of heeft geloofd. Bij de mondelinge behandeling heeft verzoeker desgevraagd aangegeven dat deze verwijten alle zijn terug te voeren op de behandeling en beoordeling van het verzoek – door dezelfde rechter – voorafgaand aan de procedure die nu gevoerd wordt.

De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft op het verzoek gereageerd. Die reactie wordt hierna voor zover nodig besproken.

3. De beoordeling

Op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan op verzoek van een partij de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid.

Bij de beoordeling van het verzoek laat de wrakingskamer verzoekers e-mail van 11 november 2025 buiten beschouwing voor zover hij daarmee nieuwe wrakingsgronden heeft aangevoerd. Zoals ook bij de mondelinge behandeling is besproken, moeten de gronden voor de wraking meteen bij het wrakingsverzoek worden gegeven. Er kunnen niet later nog nieuwe gronden aan het verzoek worden toegevoegd.

Verzoeker vindt de rechter vooringenomen, omdat zij volgens hem eerder een onzorgvuldige en onjuiste beslissing heeft genomen. Het enkele gegeven dat een rechter eerder, in een andere procedure, een beslissing heeft genomen in het nadeel van verzoeker, betekent echter niet dat die rechter jegens hem vooringenomen is of dat vrees daarvoor objectief is gerechtvaardigd. Het is duidelijk dat verzoeker ook meent dat deze beslissing onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. De wrakingskamer komt echter geen oordeel toe over de juistheid van een inhoudelijk oordeel of de totstandkoming ervan. Dat geldt eens te meer omdat het een oordeel in een andere procedure was, ook al was dat een procedure waarbij dezelfde partijen betrokken waren als in de huidige procedure. Zo’n inhoudelijk oordeel is voorbehouden aan de rechter die in een eventueel hoger beroep belast is met de behandeling van de zaak (HR 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1413). Dat is alleen anders wanneer de gewraakte beslissing een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat daaruit blijkt van partijdigheid of vooringenomenheid van de rechter die de beslissing heeft genomen. De wrakingskamer is van oordeel dat daarvan in dit geval geen sprake is. Het wrakingsverzoek wordt daarom afgewezen.

4. De beslissing

De rechtbank wijst het verzoek tot wraking af.

Deze beslissing is gegeven door mr. C.T.C. Wijsman, voorzitter, mr. F.H.E. Boerma en mr. V.R. de Meyere, leden, in tegenwoordigheid van de griffier, en in openbaar uitgesproken op 19 november 2025.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. C.T.C. Wijsman
  • mr. F.H.E. Boerma
  • mr. V.R. de Meyere

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand