ECLI:NL:RBOBR:2025:7729

ECLI:NL:RBOBR:2025:7729, Rechtbank Oost-Brabant, 26-11-2025, C/01/416520 / HA ZA 25-396

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 26-11-2025
Datum publicatie 02-12-2025
Zaaknummer C/01/416520 / HA ZA 25-396
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827

Samenvatting

Incident voorlopige voorziening, samenhang met de hoofdvordering en belangenafweging.

Uitspraak

RECHTBANK Oost-Brabant

Civiel recht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Zaaknummer: C/01/416520 / HA ZA 25-396

Vonnis in incident van 26 november 2025

in de zaak van

[eiser] ,

te [plaats] ,

eisende partij in de hoofdzaak,

eisende partij in het incident,

hierna te noemen: [eiser] ,

advocaat: mr. M.M.A.A. van Oosterhout,

tegen

[gedaagde] ,

te [plaats] , gemeente [gemeente] ,

gedaagde partij in de hoofdzaak,

verwerende partij in het incident,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

advocaat: mr. J. Nederlof.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding van 19 mei 2025

de regiezitting, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt

de incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening van [eiser] van 24 september 2025

de conclusie van antwoord in het incident van [gedaagde]

de akte uitlaten van [gedaagde]

de akte uitlating producties in het incident van [eiser]

de akte uitlating hoofdzaak tevens vermeerdering van eis van [eiser] van 22 oktober 2025.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. De beoordeling in het incident

Partijen hebben een affectieve relatie gehad en zij hebben onderling nog het een en ander af te wikkelen.

[eiser] vordert dat de rechtbank een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding als bedoeld in artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), in die zin dat [gedaagde] wordt veroordeeld om hem een bedrag van

€ 5.625,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente.

[eiser] legt aan deze vordering ten grondslag dat hij op 13 augustus 2025 onverschuldigd een bedrag van € 5.000,00 heeft overgemaakt aan [gedaagde] . [eiser] heeft een spoedeisend belang bij terugbetaling hiervan, omdat dit bedrag een aanzienlijk deel van het ondernemingsvermogen vormt en het uitblijven van terugbetaling leidt tot acute financiële problemen en/of betalingsonmacht.

[gedaagde] voert het volgende aan als verweer. Ten eerste is er geen samenhang tussen de gevorderde voorlopige voorziening en de hoofdvordering. Ten tweede is geen sprake van een voldoende (spoedeisend) belang aan de zijde van [eiser] en is niet gebleken dat hij de uitkomst van de hoofdzaak niet zou kunnen afwachten. Bovendien heeft [gedaagde] vorderingen op [eiser] uit hoofde van een arbeidsovereenkomst tussen partijen, die eenzelfde of hogere waarde vertegenwoordigen dan het onverschuldigd betaalde bedrag. [gedaagde] wil deze vorderingen verrekenen met de vordering tot terugbetaling van het onverschuldigd betaalde.

De rechtbank oordeelt als volgt.

Toewijzing van een vordering tot een voorlopige voorziening voor de duur van het geding is alleen mogelijk wanneer die voorziening voldoende samenhang vertoont met de hoofdvordering. Ten tijde van het instellen van deze incidentele vordering was die samenhang er niet. Wel heeft [eiser] zijn eis in de hoofdzaak kort daarna vermeerderd met – onder meer – de vordering over de onverschuldigde betaling. Gelet op het feit dat de gestelde onverschuldigde betaling pas lopende deze procedure heeft plaatsgevonden, dat deze onverschuldigde betaling aan de orde is geweest op de regiezitting tussen partijen en dat [eiser] zijn eis in de hoofdzaak vóór vonnisbepaling in het incident heeft vermeerderd met de vordering over de onverschuldigde betaling, oordeelt de rechtbank – ook in het kader van deformalisering – dat er in dit geval voldoende samenhang is tussen de hoofdvordering en de gevorderde voorlopige voorziening.

Dan moet worden beoordeeld of een afweging van de materiële belangen van partijen de gevorderde voorziening rechtvaardigt. Aangezien [gedaagde] niet betwist dat zij het onverschuldigd betaalde bedrag van € 5.000,00 heeft ontvangen, staat de vordering van [eiser] tot terugbetaling van dat bedrag in beginsel voldoende vast. [gedaagde] beroept zich op verrekening met een tegenvordering uit hoofde van de arbeidsovereenkomst, maar die vordering is volgens [eiser] pas opeisbaar als de arbeidsovereenkomst daadwerkelijk is beëindigd en dat is nog niet het geval. De rechtbank overweegt dat [gedaagde] zich als werknemer na twee jaar ziekte ten opzichte van [eiser] als werkgever voor wat betreft de beëindiging van de arbeidsovereenkomst – en dus de opeisbaarheid van haar tegenvordering – in een afhankelijke positie bevindt en de rechtbank neemt deze omstandigheid mee in de belangenafweging. Daartegenover staat dat volgens [eiser] het uitblijven van terugbetaling van het bedrag van € 5.000,00 zou leiden tot financiële problemen en/of betalingsonmacht, maar hij heeft deze stelling niet onderbouwd. Hij heeft ook geen andere feiten en omstandigheden gesteld waaruit volgt dat hij de afloop van de hoofdzaak niet kan afwachten. De rechtbank oordeelt na weging van de belangen van partijen dat het belang van [gedaagde] om in de hoofdzaak een beroep op verrekening te kunnen doen zwaarder weegt dan het belang van [eiser] bij toewijzing van de gevorderde voorlopige voorziening. De incidentele vordering wordt daarom afgewezen.

Gelet op de relatie die tussen partijen heeft bestaan, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3. De beslissing

De rechtbank

in het incident

wijst de incidentele vordering af,

compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

in de hoofdzaak

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 7 januari 2026 voor conclusie van antwoord aan de zijde van [gedaagde] .

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Schollen-den Besten en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?