RECHTBANK OOST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Eindhoven
Zaaknummer: 11040870 / CV EXPL 24-2600
Vonnis van 8 mei 2025
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
gemachtigde: LegalSteps B.V.,
tegen
[gedaagde]
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.
1. De verdere procedure
Op 16 mei 2024 heeft de kantonrechter een tussenvonnis (hierna verder: het tussenvonnis) gewezen. Voor het verloop van de procedure wordt naar het tussenvonnis verwezen.
Bij akte van 13 juni 2024 heeft eisende partij zich uitgelaten over het voornemen van de kantonrechter om de overeenkomst geheel te vernietigen.
2. De verdere beoordeling
De kantonrechter komt, gelet op hetgeen de Hoge Raad in de arresten van 4 oktober 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1355 en ECLI:NL:HR:2024:1366) heeft bepaald, terug op het voornemen om de overeenkomst geheel te vernietigen en blijft voor het overige bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist.
De vordering van eisende partij ziet op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument. De handelaar moet bij het sluiten van dat soort overeenkomsten voldoen aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van artikelen 6:230m en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW).
In deze procedure moet eisende partij gemotiveerd stellen en onderbouwen dat aan de essentiële informatieplichten is voldaan. De kantonrechter moet vervolgens ambtshalve onderzoeken of aan de plichten is voldaan, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Als sprake is van een voldoende ernstige schending van zo’n informatieplicht moet de rechter een sanctie toepassen (zie het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677).
De rechtbanken hebben naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad voor de schending van de essentiële informatieverplichtingen een sanctierichtlijn opgesteld (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl). Deze sanctierichtlijn houdt samengevat in dat de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd met een bepaald percentage afhankelijk van het aantal voldoende ernstige schendingen. Bij de precontractuele informatieverplichtingen geldt dat meerdere voldoende ernstige schendingen van de essentiële informatieverplichtingen die onder dezelfde letter van artikel 6:230m lid 1 BW vallen samen worden geteld als één schending. Eventuele schendingen van de verplichting om de informatie te bevestigen op een duurzame gegevensdrager worden gerekend als één schending.
De bestelknop; de informatieverplichting van artikel 6:230v lid 3 BW
Volgens artikel 6:230v lid 3 BW moet de handelaar het elektronische bestelproces zo inrichten dat de consument een aanbod pas kan aanvaarden als hem op niet voor misverstand vatbare wijze duidelijk is gemaakt dat zijn bestelling een betalingsverplichting inhoudt. Als gebruik wordt gemaakt van een bestelknop of een soortgelijke functie, moet deze een ondubbelzinnige formulering bevatten die goed leesbaar is en waaruit blijkt dat het plaatsen van een bestelling een betalingsverplichting ten opzichte van de handelaar inhoudt.
Overige essentiële (pre)contractuele informatieplichten; artikel 6:230m lid 1 BW
Volgens artikel 6:230m lid 1 BW moet de handelaar de consument voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst op duidelijke en begrijpelijke wijze informeren over (in dit geval): de kenmerken van het product (sub a), de identiteit van de handelaar (sub b), de contactinformatie van de handelaar (sub c), de prijs van het product (sub e), de wijze van betaling en levering inclusief de leveringstermijn (sub g) en het recht van ontbinding van de overeenkomst (sub h). Voor zover van toepassing, moet de handelaar de consument ook informeren over de duur van de overeenkomst en de voorwaarde van opzegging (sub o) en de minimumduur waarbinnen de consument niet kan opzeggen (sub p). De handelaar moet deze informatie vervolgens bevestigen op een duurzame gegevensdrager. Een duurzame gegevensdrager betekent dat de consument de informatie eenvoudig moet kunnen bewaren, zoals bijvoorbeeld een e-mail of een brief.
Hierna zal worden beoordeeld of aan de informatieverplichtingen is voldaan. Alleen als er sprake is van een voldoende ernstige schending van een informatieverplichting, zal die informatieverplichting hierna worden besproken.
Er is niet voldaan aan de informatieverplichting van artikel 6:230v lid 3 BW
De consument is de bestelling aangegaan door middel van een bestelknop. Eisende partij heeft niet aangetoond dat de tekst op de knop voldoet aan de eisen van de wet. Uit de tekst op de knop zelf moet namelijk blijken dat de consument uitdrukkelijk erkent dat hij met het klikken op die knop een betalingsverplichting aangaat. Er mag geen acht worden geslagen op de verdere omstandigheden van het bestelproces. Een eventuele vermelding dat de consument een betalingsverplichting aangaat anders dan op de knop zelf, is onvoldoende. De kantonrechter is daarom van oordeel dat artikel 6:230v lid 3 BW is geschonden.
Het verstrekken van informatie bij of voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst
de wijze van betaling
Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder g BW moet de wijze van betaling worden getoond. Het gaat daarbij om de wijze waarop de consument mag betalen en de termijn(en) waarbinnen moet worden betaald. Als de betaling loopt via een derde partij (niet zijnde een bank) dan moet dit ook worden vermeld. Eisende partij heeft niet aangetoond dat hieraan is voldaan. De kantonrechter is daarom van oordeel dat artikel 6:230m lid 1 onder g BW is geschonden.
het ontbindingsrecht
Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder h BW moet de consument erop worden gewezen dat de consument het recht heeft om de overeenkomst binnen veertien dagen te ontbinden. Voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst is voldoende dat de consument erop wordt gewezen dat hij dit recht heeft. Niet voldoende is dat deze informatie ergens op de website staat. In dat geval is de consument niet op een voldoende duidelijke wijze gewezen op de informatie. De consument moet tijdens het bestelproces op dit recht worden gewezen, zonder dat hij zelf naar de informatie op zoek moet. Eisende partij heeft niet aangetoond dat aan deze informatieverplichting is voldaan. De kantonrechter is daarom van oordeel dat artikel 6:230m lid 1 onder h BW is geschonden.
de duur van de overeenkomst en opzegtermijn na verlenging
Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder o BW moet voor de consument duidelijk zijn hoe lang de overeenkomst loopt als deze niet tussentijds wordt opgezegd. Daarnaast moet duidelijk zijn of de overeenkomst na die periode vanzelf afloopt of doorloopt. Als de overeenkomst doorloopt dan moet ook worden vermeld op welke termijn de consument de overeenkomst daarna kan opzeggen. Informatie over de duur van de overeenkomst en de vraag of de overeenkomst vanzelf eindigt of juist doorloopt moet tijdens het bestelproces aan de consument worden verstrekt zonder dat de consument de informatie zelf moet opzoeken. Niet voldoende is dus dat deze informatie ergens op de website staat of alleen in de algemene voorwaarden. Informatie over de wijze van opzeggen na het verstrijken van de eerste periode mag wel in de algemene voorwaarden worden opgenomen. Eisende partij heeft niet aangetoond dat aan deze informatieverplichting is voldaan. De kantonrechter is daarom van oordeel dat artikel 6:230m lid 1 onder o BW is geschonden.
de periode waarbinnen de consument de overeenkomst niet kan opzeggen
Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder p BW moet voor de consument duidelijk zijn voor welke periode hij ten minste aan de overeenkomst gebonden is. Duidelijk moet dus zijn tegen welk moment de consument de overeenkomst op zijn vroegst kan beëindigen. Als de overeenkomst een bepaalde minimumduur heeft waarbinnen de consument de overeenkomst niet kan opzeggen, dan moet dat duidelijk worden genoemd. Als de overeenkomst niet zo’n termijn heeft, moet duidelijk zijn welke opzegtermijn er voor de overeenkomst geldt. De consument moet tijdens het bestelproces duidelijk op deze informatie worden gewezen. Niet voldoende is dus dat de informatie ergens op de website staat of alleen in de algemene voorwaarden. Eisende partij heeft niet aangetoond dat hieraan is voldaan. De kantonrechter is daarom van oordeel dat artikel 6:230m lid 1 onder p BW is geschonden.
De bevestiging van de informatie op een duurzame gegevensdrager
de wijze van betaling
Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder g in combinatie met artikel 6:230v lid 7 BW moet voldoende informatie over de wijze van betaling aan de consument worden verstrekt op een duurzame gegevensdrager. Daarbij is voldoende dat de wijze van betalen en de uiterste betaaltermijn wordt vermeld. Als de consument al iets heeft betaald, moet ook worden vermeld welk bedrag de consument al heeft betaald. Eisende partij heeft niet aangetoond dat hieraan is voldaan. De kantonrechter is daarom van oordeel dat bij de bevestiging van de informatie artikel 6:230m lid 1 onder g BW is geschonden.
de wijze van levering inclusief de leveringstermijn
Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder g in combinatie met artikel 6:230v lid 7 BW moet de wijze van levering en de verwachte levertermijn aan de consument worden verstrekt op een duurzame gegevensdrager. Aan deze verplichting kan ook worden voldaan door het sturen van een track-and-trace-code of een hyperlink. Eisende partij heeft niet aangetoond dat hieraan is voldaan. De kantonrechter is daarom van oordeel dat bij de bevestiging van de informatie artikel 6:230m lid 1 onder g BW is geschonden.
het ontbindingsrecht
Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder h in combinatie met artikel 6:230v lid 7 BW moet het recht van de consument om de overeenkomst binnen 14 dagen te ontbinden worden bevestigd op een duurzame gegevensdrager. Uit de tekst moet duidelijk blijken dat de consument het recht heeft te ontbinden, binnen welke termijn de consument mag ontbinden en op welke wijze de consument van het recht gebruik kan maken. Daarnaast moet het modelformulier worden bijgevoegd, eventueel in de vorm van een hyperlink die direct naar het formulier verwijst. Eisende partij heeft niet aangetoond dat deze informatie op een duurzame gegevensdrager aan de consument is verstrekt. De kantonrechter is daarom van oordeel dat bij de bevestiging van de informatie artikel 6:230m lid 1 onder h BW is geschonden.
Conclusie essentiële informatieverplichtingen
De kantonrechter zal op grond van de hiervoor vastgestelde schending(en) van informatieverplichtingen de overeenkomst met toepassing van de sanctierichtlijn gedeeltelijk vernietigen in die zin dat de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd met 60%. Er is in dit geval namelijk sprake van drie of meer voldoende ernstige schendingen én een onjuiste bestelknop.
Dat betekent dat gedaagde partij in totaal een bedrag van € 1.239,84 aan eisende partij verschuldigd is (40% van € 3.099,60).
Afgifte gehuurde en boete/schadevergoeding
Eisende partij vordert afgifte van het gehuurde binnen zeven dagen na dit vonnis. Deze vordering zal worden toegewezen, met dien verstande dat gedaagde partij veroordeeld wordt om het gehuurde terug te geven binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis. De medegevorderde dwangsom wordt toegewezen zoals in de beslissing is vermeld.
Als gedaagde partij het gehuurde niet teruggeeft aan eisende partij, moet gedaagde partij de daadwerkelijke schade van eisende partij vergoeden. Daarbij wordt uitgegaan van de bedragen zonder btw want over schadevergoeding is geen btw verschuldigd. Eisende partij begroot de huidige (nieuw)waarde van het gehuurde op € 1.482,00, naar de kantonrechter aanneemt inclusief btw. De kantonrechter begroot de schade op 20% van de waarde exclusief btw, aangezien het gehuurde inmiddels al enkele jaren is gebruikt. Dit komt neer op een bedrag van € 244,96 (20% van € 1.482,00 -/- 21% btw) Gedaagde partij zal dit bedrag moeten betalen als het gehuurde niet wordt geretourneerd, met aftrek van de verbeurde dwangsommen
Buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente
Eisende partij maakt aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De gevorderde vergoeding komt echter niet voor toewijzing in aanmerking, nu eisende partij niet, althans onvoldoende heeft gesteld op welke datum de aanmaning in de zin van artikel 6:96 lid 6 BW door gedaagde partij op zijn laatst is ontvangen, dan wel op welke datum eisende partij deze aanmaning aan de gedaagde partij heeft verzonden. In dit verband wordt verwezen naar de uitspraak van de Hoge Raad van 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2704.
De wettelijke rente zal worden toegewezen zoals hierna in de beslissing vermeld.
Proceskosten
Gedaagde partij wordt (grotendeels) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Het te vergoeden griffierecht zal lager worden vastgesteld dan het door eisende partij betaalde griffierecht, omdat de toegewezen hoofdsom in een lagere tarief-categorie valt dan de gevorderde hoofdsom. De nakosten worden toegewezen zoals in de beslissing vermeld. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de 15e dag nadat gedaagde partij schriftelijk tot betaling van deze kosten is aangemaand.
3. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt gedaagde partij tot betaling aan eisende partij van het bedrag van € 1.239,84, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de respectieve vervaldata tot de dag van betaling;
veroordeelt gedaagde partij om het gehuurde binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis bij eisende partij in te leveren, onder verbeurte van een dwangsom van € 30,00 per dag of gedeelte daarvan met een maximum van € 225,00;
en, indien gedaagde partij het gehuurde niet bij eisende partij inlevert, veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen het bedrag van € 244,96 te verminderen met het totaalbedrag aan verbeurde dwangsommen, te vermeerderen met de wettelijke rente over het restantbedrag vanaf de 8ste dag na betekening van dit vonnis tot de dag van betaling;
veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten, aan de kant van eisende partij tot vandaag begroot op:
vermeerderd met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf de 15e dag nadat gedaagde partij schriftelijk tot betaling van deze kosten is aangemaand;
verklaart dit vonnis waar het de veroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J.A. Donkersloot, en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2025.