RECHTBANK OOST-BRABANT
beschikking
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummers: C/01/410263 / FA RK 24-4739 (verzoek moeder, bodem)
C/01/410265 / FA RK 24-4741 (verzoek moeder, voorlopige voorziening)
C/01/412752 / JE RK 25-194 (verzoek GI)
Uitspraak: 22 mei 2025
Beschikking betreffende de zorgregeling in de zaak van
[moeder] ,
verzoeker in de zaken met kenmerken C/01/410263 en C/01/410265,
hierna te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. G.A.P. Avontuur,
en
[vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. D.J.P.H. Stoelhorst,
en
de STICHTING BUREAU JEUGDZORG [plaats 1],
verzoeker in de zaak met kenmerk C/01/412752,
statutair gevestigd te [plaats 2] , vestiging [plaats 3] ,
hierna te noemen: de Gecertificeerde Instelling (de GI),
advocaat: mr. I.J.M. Gelissen.
1. De procedure
De rechtbank heeft in de zaak met kenmerk C/01/410263 / FA RK 24-4739 kennisgenomen van:
het verzoekschrift van de moeder, ontvangen op 21 november 2024;
een e-mail van de vader van 25 november 2024;
het verweerschrift met zelfstandige verzoeken van de vader (met producties 1 t/m 24) van 7 april 2025.
De rechtbank heeft in de zaak met kenmerk C/01/410265 / FA RK 24-4741 kennisgenomen van:
het verzoekschrift van de moeder, ontvangen op 21 november 2024;
een e-mail van de vader van 25 november 2024;
een F9-formulier (met brief en productie 39) van mr. Avontuur van 20 december 2024;
het verweerschrift met zelfstandige verzoeken van de vader (met producties 1 t/m 24) van 7 april 2025;
een brief (met bijlagen) van de GI van 16 april 2025.
De kinderrechter heeft in de zaak met kenmerk C/01/412752 / JE RK 25-194 kennisgenomen van:
het verzoekschrift van de GI met bijlagen, ontvangen op 13 februari 2025;
de aanvullende stukken van de GI van 18 februari 2025;
het gewijzigde verzoekschrift van de GI van 25 maart 2025;
het verweerschrift van de moeder (met bijlagen 1 t/m 51) van 14 april 2025;
een F9-formulier (met brief en bijlage 52) van mr. Avontuur van 15 april 2025;
een brief (met bijlagen) van de GI van 16 april 2025.
De mondelinge behandeling in de zaken met betrekking tot het wijzigen van de zorgregeling (met zaaknummers C/01/412752 / JE RK 25-194 en C/01/410265 / FA RK 24-4741 en C/01/410263 FA RK 24-4739) heeft plaatsgevonden op 17 april 2025, gelijktijdig met de mondelinge behandeling van de verzoeken in de zaken met betrekking tot de verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] (met zaaknummers C/01/413023 / JE RK 25-249 en C/01/413025 / JE RK 25-250). Op de verzoeken met betrekking tot de ondertoezichtstelling zal bij aparte beschikking worden beslist.
Bij de mondelinge behandeling waren aanwezig:
[naam 1] , [naam 2] en [naam 3] , namens de GI;
de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
[naam 4] , namens de raad voor de kinderbescherming (hierna: de raad).
Na de mondelinge behandeling heeft de rechtbank in de zaken met kenmerken C/01/410263 / FA RK 24-4739 en C/01/410265 / FA RK 24-4741 kennisgenomen van:
- het bericht van mr. Stoelhorst van 1 mei 2025.
2. De feiten
De ouders zijn met elkaar gehuwd geweest. Bij beschikking van deze rechtbank van 8 juni 2023 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. De echtscheiding is op 20 juli 2023 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
De minderjarige kinderen van partijen zijn:
- [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] ;
- [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 2] .
De ouders hebben gezamenlijk het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hun hoofdverblijf bij de moeder.
Bij de hiervoor genoemde beschikking van 8 juni 2023 is bepaald dat de regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken als volgt zal zijn:
- de kinderen verblijven één keer per twee weken van vrijdag na school dan wel na het kinderdagverblijf tot woensdag voor school dan wel voor het kinderdagverblijf bij de vader;
- zomervakantie: de kinderen verblijven in de even jaren de 1e week bij de moeder, de 2e week bij de vader, de 3e week bij de moeder, de 4e week bij de vader, de 5e week bij de moeder en de 6e week bij de vader en in de oneven jaren andersom;
- herfstvakantie: de kinderen verblijven de even jaren van zondagavond tot woensdagavond bij de vader en in de oneven jaren verblijven ze van zondagavond tot woensdagavond bij de moeder;
- kerstvakantie: in de even jaren verblijven de kinderen de eerste week bij de moeder en in de oneven jaren verblijven de kinderen de eerste week bij de vader;
- carnavalsvakantie: in de even jaren verblijven de kinderen van zondagavond tot woensdagavond bij de moeder en in de oneven jaren verblijven ze van zondagavond tot woensdagavond bij de vader;
- meivakantie: in de even jaren verblijven de kinderen de eerste helft van de vakantie bij de vader en in de oneven jaren verblijven de kinderen de eerste helft van de vakantie bij de moeder;
- Vaderdag: kinderen verblijven bij de vader;
- Moederdag: kinderen verblijven bij de moeder;
- verjaardag kinderen: de kinderen verblijven bij de ouder bij wie zij conform het reguliere schema zijn.
Verder is bepaald dat de moeder aan de vader een dwangsom van € 1.000,-- dient te voldoen voor iedere keer dat de moeder de zorgregeling niet nakomt, zulks tot een maximum van € 25.000,--.
Bij beschikking van 25 april 2022 zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld van de GI. De ondertoezichtstelling is daarna steeds verlengd, voor het laatst bij beschikking van 22 mei 2025 van de kinderrechter van deze rechtbank tot 23 november 2025.
3. De verzoeken
In de zaken met kenmerken C/01/410263 / FA RK 24-4739 en C/01/410265 / FA RK 24-4741
De moeder verzoekt, zowel in de bodemzaak als in het verzoek voorlopige voorzieningen ex artikel 223 Rv, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad voor zover de wet dat toelaat, te bepalen dat de zorgregeling tussen de vader en de kinderen gewijzigd wordt:
primair: de in de beschikking van 8 juni 2023 opgenomen zorgregeling te wijzigen en te bepalen dat er een begeleide zorgregeling zal zijn tussen de vader en de kinderen;
subsidiair: de in de beschikking van 8 juni 2023 opgenomen zorgregeling te wijzigen en te bepalen dat er een zorgregeling zal gelden tussen de vader en de kinderen waarbij zij in de even weekenden van vrijdag 18:00 uur tot zondag 18:00 uur naar de vader gaan, alsmede in de even weken op dinsdag uit school tot 18:00 uur ’s avonds.
De vader voert verweer en concludeert tot het niet-ontvankelijk verklaren van de moeder in de door haar gedane verzoeken, dan wel deze af te wijzen als zijnde onvoldoende gemotiveerd en onderbouwd, zulks met veroordeling van de moeder in de proceskosten aan de zijde van de vader.
In de zaak met kenmerk C/01/412752 / JE RK 25-194
De GI verzoekt, na wijziging van haar verzoek bij bericht van 25 maart 2025:
1. op grond van artikel 1:265g lid 1 BW de regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, zoals vastgelegd in de beschikking van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 8 juni 2023 als volgt te wijzigen:
Reguliere zorgregeling:
De kinderen zullen één week bij vader verblijven en één week bij moeder in een
tweewekelijks schema.
o De kinderen worden in de even weken op vrijdag op school opgehaald door vader einde schooldag tot de vrijdag erna start schooldag, vader brengt de kinderen naar school. Bij ziekte / geen school worden de kinderen om 12:00 uur opgehaald door vader bij moeder.
o Moeder haalt de kinderen in de oneven weken op van school einde schooldag tot de vrijdag erna start schooldag. Bij ziekte / geen school worden de kinderen om 12:00 uur opgehaald door moeder bij vader.
Overdracht:
Voor de overdracht in geval van ziekte / geen school geldt dat moeder haar netwerk
inschakelt om de kinderen bij vader op te halen Vader brengt de kinderen naar moeder, waarbij overdracht plaatsvindt op de parkeerplaats bij de woning van moeder. De ouder waar de kinderen verblijven brengt de kinderen naar de andere ouder, dan wel schakelt het netwerk hiervoor in.
Vakantieregeling:
o De vakantie start op de vrijdag na school. Als er geen school is, start de vakantie op de vrijdag om 12:00 uur.
o Voor het laatste weekend van de vakantie geldt de reguliere zorgregeling.
Zomervakantie
o In de oneven jaren verblijven de kinderen de eerste drie weken van de zomervakantie bij de vader en de laatste drie weken bij de moeder. In de even jaren verblijven de kinderen de eerste drie weken van de zomervakantie bij de moeder en de laatste drie weken bij de vader. De zorgregeling inzake de zomervakantie start op de vrijdag dat de kinderen van school zomervakantie krijgen en eindigt zes weken later op vrijdag om 12:00 uur. De vakantie start vrijdag na school, dan wel op vrijdag om 12:00 uur als er die (vrij)dag geen school is. Aan het einde van de zomervakantie, zijnde het laatste weekend voordat de school weer begint, wordt de reguliere regeling weer hervat. Dit betekent dat de kinderen, indien er sprake is van een even week, vanaf vrijdag 12:00 uur weer bij vader zijn en, indien sprake is van een oneven week, vanaf vrijdag 12:00 uur weer bij moeder zijn.
Overige vakanties:
De overige vakanties worden bij helfte verdeeld. Dit behelst de navolgende verdeling:
Herfstvakantie:
o De kinderen verblijven in de even jaren van vrijdag na school, of als geen school is op vrijdag vanaf 12:00 uur, tot dinsdagavond 19:00 uur (na het eten) bij vader en van dinsdagavond 19.00 uur (na het eten) tot zaterdagochtend 09:00 uur bij moeder. In de oneven jaren verblijven de kinderen van vrijdag na school, of als geen school is op vrijdag vanaf 12:00 uur tot dinsdagavond 19:00 (na het eten) bij moeder en van dinsdagavond 19:00 uur (na het eten) tot zaterdagochtend 09:00 uur bij vader. In het laatste weekend van de herfstvakantie geldt de reguliere zorgregeling.
Kerstvakantie:
o In de even jaren verblijven de kinderen de eerste week bij moeder en de tweede week bij vader. In de oneven jaren verblijven de kinderen de eerste week bij vader en de tweede week bij moeder. De eerste week van de kerstvakantie start op vrijdag na school. Wanneer er geen school is die (vrij)dag, start de vakantie op vrijdag om 12:00 uur en eindigt de week erop op vrijdag 12:00 uur waarna de tweede week aanvangt die eindigt op de daaropvolgende vrijdag om 12:00 uur.
Carnavalsvakantie:
o In de even jaren verblijven de kinderen van vrijdag na school, of als geen school is, op vrijdag 12:00 uur tot dinsdagavond 19:00 uur (na het eten) bij moeder en vanaf dinsdagavond 19:00 uur (na het eten) tot zaterdagochtend 09:00 uur bij vader. In de oneven jaren verblijven de kinderen van zaterdagochtend 09:00 uur tot dinsdagavond 19:00 uur (na het eten) bij vader en van dinsdagavond 19:00 uur (na het eten) tot zaterdagochtend 09:00 uur bij moeder.
Meivakantie:
o In de even jaren verblijven de kinderen de eerste vakantieweek bij vader en de tweede vakantieweek bij moeder. In de oneven jaren verblijven de kinderen de eerste vakantieweek bij moeder en de tweede vakantieweek bij vader. De eerste vakantieweek vangt aan op vrijdag na school of op vrijdag om 12:00 uur als geen school is en eindigt de week erop op vrijdag 12:00 uur waarna de tweede week aanvangt die eindigt op de daaropvolgende vrijdag 12:00 uur.
Voor alle vakanties geldt dat de reguliere zorgregeling weer wordt hervat aan het einde van de vakantieregeling van die betreffende vakantie (laatste weekend van de vakantie). Dit betekent dat de kinderen in het laatste weekend van een vakantie in een even week vanaf vrijdag/zaterdag weer bij vader zullen verblijven en in een oneven week vanaf vrijdag/zaterdag bij moeder zullen verblijven zulks conform de reguliere zorgregeling.
Bijzondere feestdagen:
o Vaderdag: op Vaderdag zijn de kinderen bij vader van zaterdagavond 19:00 uur (na het eten) tot zondagavond 19:00 uur (na het eten). Vanaf zondagavond 19.00 uur geldt de reguliere zorgregeling weer.
o Moederdag: op Moederdag zijn de kinderen bij moeder van zaterdagavond 19:00 uur (na het eten) tot zondagavond 19.00 uur (na het eten). Vanaf zondagavond 19:00 uur geldt de reguliere zorgregeling weer.
o Verjaardag kinderen: de kinderen verblijven bij de ouder bij wie zij conform regulier schema zorgregeling zijn.
o Overige feestdagen: voor overige feestdagen die niet in het bovenstaande zijn opgenomen, geldt dat de reguliere zorgregeling wordt nageleefd.
2. de te geven beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De moeder voert verweer en concludeert tot afwijzing van de verzoeken van de GI.
De vader concludeert tot het toewijzen van de verzoeken van de GI, met instandhouding van de eerder bepaalde dwangsom, dan wel, voor zover nodig, onder oplegging van een dwangsom van € 1.000,-- voor iedere keer dat de moeder de in deze vast te leggen zorgregeling niet nakomt.
4. De standpunten
De moeder stelt zich primair op het standpunt dat bij het vaststellen van de bij beschikking van 8 juni 2023 vastgelegde zorgregeling is uitgegaan van onjuiste of onvolledige gegevens en subsidiair dat sprake is van een wijziging van omstandigheden die aanleiding geeft tot wijziging van de beschikking. De moeder is door jarenlange onveiligheid in een onmogelijke en onhoudbare positie komen te verkeren. Van haar wordt verwacht dat zij de kinderen stimuleert in het contact met hun vader, maar tegelijkertijd is er al jarenlang sprake van onveiligheid. Dit brengt ook risico’s mee voor de hechting tussen de moeder en de kinderen. De huidige gang van zaken is uitermate schadelijk voor de kinderen en de kinderen komen steeds verder in de knel. Primair is de moeder van mening dat begeleid contact tussen de vader en de kinderen aangewezen is. Voor het geval de rechtbank daarvoor onvoldoende aanleiding ziet, is de moeder van mening dat de huidige zorgregeling ingeperkt moet worden naar een regeling waarbij de kinderen in het even weekend van vrijdag na school tot zondag 18:00 uur bij de vader verblijven en in de even weken op dinsdag na school tot 18:00 uur.
De vader betwist dat bij het vaststellen van de eerdere zorgregeling is uitgegaan van onjuiste of onvolledige gegevens, dan wel dat sprake is van gewijzigde omstandigheden die ertoe moeten leiden dat de zorgregeling tussen de vader en de kinderen wordt ingeperkt. De vader staat achter het verzoek van de GI om de zorgregeling uit te bereiden naar een co-ouderschapsregeling. Hij acht het wel van belang dat aan deze zorgregeling een dwangsom wordt gekoppeld.
De GI heeft vier hypotheses uitgewerkt. De GI komt tot de conclusie dat sprake is van hypothese vier, te weten: er is sprake van relationele beïnvloeding waarbij de kinderen worden beïnvloed door emotionele reacties vanuit de moeder die zij vanuit loyaliteit en afhankelijkheid overnemen. De GI acht het daarom noodzakelijk dat de zorgregeling wordt gewijzigd in die zin dat er (uiteindelijk) een gelijkwaardige verdeling van de zorg- en opvoedtaken zal zijn tussen de vader en de moeder. Het is noodzakelijk dat de kinderen onbelast contact met de vader kunnen hebben, zodat de ontwikkelingsbedreigingen zullen verminderen.
Op de standpunten van partijen wordt, voor zover van belang, hierna nader ingegaan.
5. De beoordeling
Relatieve bevoegdheid
Op grond van artikel 265 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is de rechter van de woonplaats van de minderjarigen bevoegd om van de verzoeken kennis te nemen. In dit geval is daarom in beginsel de rechtbank [plaats 1] bevoegd. De rechtbank Oost-Brabant zal echter op grond van het zaaksverdelingsreglement bevoegdheid aannemen, nu de moeder als advocaat werkzaam is in het arrondissement van de rechtbank [plaats 1] .
Deskundige
Zoals tijdens de mondelinge behandeling met partijen is besproken, heeft de rechtbank overwogen om in deze zaak een deskundige te benoemen. De rechtbank heeft na rijp beraad besloten geen deskundige te benoemen, omdat de rechtbank niet de verwachting heeft dat een deskundige – gelet op de omvang van het dossier en de standpunten van partijen – van toegevoegde waarde zal zijn. Een deskundigenonderzoek zal bovendien (wederom) tot de nodige spanningen bij partijen en de kinderen leiden. De rechtbank acht het gelet op de jarenlange spanningen niet in het belang van betrokkenen dat zij daar opnieuw aan worden blootgesteld.
Verzoek moeder bodem (C/01/410263 / FA RK 24-4739)
De rechter kan op verzoek van de ouders of van een van hen een beslissing of een door de ouders onderling gesloten overeenkomst wijzigen, als daarna de omstandigheden zijn gewijzigd of als bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan (artikel 1:253a lid 4 van het Burgerlijk Wetboek (BW) samen met artikel 1:377e BW). Deze gewijzigde regeling kan gaan over de zorgregeling.
Anders dan de moeder aanvoert, is – naar het oordeel van de rechtbank – niet komen vast te staan dat de rechtbank bij de beslissing van 8 juni 2023 is uitgegaan van onjuiste of onvolledige gegevens. De rechtbank is wel van oordeel dat de omstandigheden na die uitspraak van 8 juni 2023 zijn gewijzigd als bedoeld in artikel 1:253a lid 4 BW jo 1:377e BW. De partnerstrijd is verergerd en de ontstane situatie heeft ertoe geleid dat de GI een verzoek heeft gedaan tot wijziging van de contactregeling in een co-ouderschapsregeling die inhoudt dat beide ouders op basis van een week op week af schema de kinderen bij zich hebben. De rechtbank komt daarom toe aan de inhoudelijke beoordeling van het verzoek.
De rechtbank overweegt als volgt.
De rechtbank zal het subsidiaire verzoek van de moeder toewijzen. Dat betekent dat de rechtbank de reguliere zorgregeling, zoals vastgelegd bij beschikking van 8 juni 2023, zal wijzigen en zal bepalen dat er een zorgregeling zal gelden tussen de vader en de kinderen waarbij zij in de even weekenden van vrijdag 18:00 uur tot zondag 18:00 uur naar de vader gaan, alsmede in de even weken op dinsdag uit school tot 18:00 uur ’s avonds. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier genoegzaam blijkt dat de ouders een turbulente relatie met elkaar hebben gehad. De ouders hebben allebei een eigen visie op en geven allebei een andere uitleg aan de gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden en aan de dingen die zijn gezegd. De rechtbank is, ondanks dit grote verschil in beleving van de gebeurtenissen in het verleden, van oordeel dat aan de hand van de volgende feiten en omstandigheden wel kan worden geconcludeerd dat tijdens de relatie van partijen aan de zijde van de vader in ieder geval sprake is geweest van agressie-regulatieproblematiek. De vader heeft dit ook erkend in de e-mail die hij op 22 juli 2021 – in de eindfase van de relatie – aan de moeder heeft geschreven. Deze e-mail is bij het verzoekschrift van de moeder als productie 6 overgelegd. In deze e-mail heeft de vader onder meer het volgende geschreven:
“ (…)
Ik mijn boosheid heb ik je al in die jaren vastgepakt, geduwd, de weg geblokkeerd, geïntimeerd en kinderachtig getreiterd. Voor we kinderen hadden, toen je zwanger was, toen [minderjarige 1] er net was en niet al te lang geleden gebeurde er ook nog van alles. Al het gedrag dat ik zelf onacceptabel vindt en waarom ik mezelf heel sterk veroordeel. Ook de kinderen heb ik terwijl in mijn emoties niet in bedwang had vastgepakt, neergezet, de tent uitgesleept, en tot mijn grote spijt heb ik [minderjarige 1] op hele jonge leeftijd zelfs zijn enkel gekneusd. Dit alles met meer afwijzing als antwoord, waar ik jou meer dan eens de schuld van heb gegeven.
(…)”
De vader heeft weliswaar tijdens de mondelinge behandeling aangevoerd dat de inhoud van deze e-mail niet als erkenning kan worden gezien voor de gebeurtenissen die zouden hebben plaatsgevonden, maar de rechtbank acht dit weinig geloofwaardig gelet op de volgende aangetroffen stukken in het dossier:
- De vragenlijst bij de aanmelding bij psychotherapie [minderjarige 2] , door de vader ingevuld op 13 december 2020 (overgelegd door de moeder als productie 14 bij het verzoekschrift). Hierin staat onder meer:
“(…) Wat is/was de aanleiding?
Agressie, soms met drank, vaak kende ik mijn emoties niet.
(…)”
- De verklaring van de poetsvrouw van 31 augustus 2021 (overgelegd door de moeder als productie 13 bij het verweerschrift). Hierin staat onder meer:
“(…)
Ik heb meerdere keren gezien dat [vader] op dinsdagen toen hij met de kinderen was en [moeder] boven aan het werken was, de kinderen schreeuwden en aangaven niet weg te willen bij mama.
(…)
Ik heb 1 keer gezien op dinsdag dat [minderjarige 1] moest plassen, maar hij vergeten was om door te trekken. Ik zag [minderjarige 1] toen de trap oplopen naar [moeder] die boven op kantoor zat. [minderjarige 1] deed dit, omdat [vader] boos was geworden dat [minderjarige 1] de wc niet doorgetrokken had. [minderjarige 1] was hierop overstuur en liep huilend de trap op richting [moeder] , die op haar kantoor zat.
Halverwege op de trap trok [vader] een huilende [minderjarige 1] uit de armen van [moeder] en zette hem
op de wc en dwong hem om de wc door te trekken (…)”
- Het persoonlijk plan van [naam 5] van 1 september 2021 (overgelegd door de moeder als productie 10 bij het verzoekschrift). Hierin staat onder meer:
“(…) Uit gesprekken met de ouders zijn de volgende situaties naar voren gekomen:
Wanneer vader de kinderen moeilijk kan corrigeren in hun gedrag, lopen zijn emoties op waarbij vader regelmatig zijn stem verheft en/of de kinderen hardhandig vastpakt / meesleurd.
Vader is regelmatig agressief naar het materiaal. Zo heeft vader het eten van de tafel geveegd. Heeft vader het speelgoed van [minderjarige 1] afgepakt, in de wcpot gegooid vervolgens uit de wcpot gehaald, teruggegeven aan [minderjarige 1] om het vervolgens weer van [minderjarige 1] af te pakken en het kapot te gooien van de trap.
(…)”
- De verklaring van [naam 6] van [kinderopvang] van 1 september 2021 (overgelegd door de moeder bij productie 15 van het verweerschrift). Hierin verklaart [naam 6] dat [minderjarige 1] het volgende heeft gezegd: “Papa doet mij knijpen en slaan en dat vind ik niet fijn”.
- Een uitdraai van het patiëntendossier van 26 januari 2022 (overgelegd door de moeder als productie 9 bij het verzoekschrift). Hierin staat dat met de ouders gezamenlijk (onder meer) het volgende is besproken:
“(…) Met ouders: vader heeft last van woedeaanvallen al jaren. Werkt eraan om dit onder controle te krijgen. [minderjarige 1] (en jongere zusje) hebben aantal incidenten gezien heeft veel indruk op ze gemaakt. [minderjarige 1] heeft er last van. Geeft vaker aan bang te zijn voor papa, paar keer in de nacht wakker van onrustig dromen en heeft het hier dan ook over (papa mag me niet naar bed brengen). Zouden hier graag hulp bij willen om zijn last te verlichten en liefst band ook weer te verbeteren met papa.
(…)”
Op basis van de voormelde feiten en omstandigheden, kan – naar het oordeel van de rechtbank – geconcludeerd worden dat er aan de zijde van de vader tijdens de relatie in ieder geval sprake is geweest van agressie-regulatieproblematiek.
Gelet op het voorgaande, acht de rechtbank het voorstelbaar dat de moeder – na het verbreken van de relatie – een grote alertheid heeft ontwikkeld als het gaat om het welzijn van de kinderen, waardoor de moeder gespitst is op het signaleren van blauwe plekken bij de kinderen of angstig gedrag van de kinderen richting de vader. Temeer, nu de moeder ook na het verbreken van de relatie geconfronteerd is met zorgelijke signalen. De rechtbank verwijst in dit verband naar de volgende in het dossier aangetroffen stukken:
- De forensisch medische letselrapportage van de GGD [plaats 1] (overgelegd door de moeder als productie 23 bij het verzoekschrift). Hieruit volgt dat door de GGD op 30 mei 2022 is geconstateerd dat het ontstaan van het letsel aan de pols van [minderjarige 1] iets waarschijnlijker onder de hypothese niet accidenteel dan onder de hypothese accidenteel valt.
- De rapportage van [stichting] van 9 mei 2023 (overgelegd door de moeder als productie 21 bij het verzoekschrift). Hieruit volgt dat het letsel van [minderjarige 1] iets waarschijnlijker onder de hypothese toegebracht dan onder de hypothese accidentele oorzaak valt.
- Een journaal van de huisartsenpost van 14 juni 2023 (overgelegd door de moeder als productie 18 bij het verweerschrift). Hierin staat:
“(…)
Terugkoppeling [stichting] team:
Antwoord op uw vraag
Gelet op bovenstaande is het antwoord op uw vraag/ vragen als volgt.
Passen de letsels bij de gemelde toedracht?
Ja, de letsels zouden kunnen passen bij de gemelde toedracht.
Kan er sprake zijn van kindermishandeling?
Ja er kan sprake zijn van kindermishandeling. Voor het ontstaan van het letsel op de arm wordt een niet-accidentele toedracht vermeld, deze zou kunnen kloppen. Voor de letsels op de rug wordt een accidentele toedracht vermeld, deze zou kunnen kloppen,
echter zouden de letsels ook het gevolg kunnen zijn van een niet-accidentele toedracht. (…)”
- Het Whatsapp bericht (overgelegd door de moeder als productie 31 van het verzoekschrift). Hieruit volgt dat een derde op het schoolplein heeft gezien dat de vader zou zijn ‘uitgeflipt’ tegen de kinderen.
- De e-mail van de GI van 13 december 2024 (overgelegd door de moeder als productie 27 bij het verweerschrift). Hierin staat:
“(…) Incident 6 december 2024
Afgelopen vrijdag heeft [minderjarige 1] bij de juf die les geeft op de vrijdag een vraag aan de juf gesteld en wat laten zien. "Juf mag ik iets vragen waarom doet papa mij pijn. Hij had mij geknepen." De juf heeft gevraagd, mag ik dat zien?
Er zaten groen verkleurde blauwe plekken. (…)”
- De verklaring van [juffrouw] (overgelegd door de moeder bij productie 34 van het verzoekschrift). Hieruit volgt dat [minderjarige 1] bang was en niet uit school met de vader mee wilde gaan. Deze weerstand volgt eveneens uit de door de moeder overgelegde evaluatie van de begeleide overdrachten van februari 2024 (overgelegd als productie 22 bij het verweerschrift van de moeder).
De rechtbank weegt daarnaast mee dat de GI tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard dat zij niet ontkent dat er veel momenten zijn geweest dat het voor de kinderen lastig was om de overstap van de moeder naar de vader te maken en dat zij ziet dat de kinderen zich afzetten door weg te rennen en te huilen. Voorts weegt de rechtbank mee dat de GI tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard dat voor de vader opvoedondersteuning zal worden ingezet, om aan hem ondersteuning te bieden bij het rustiger reageren op de kinderen als zij gespannen en druk zijn.
Ten slotte heeft de rechtbank bij haar afwegingen betrokken dat de houding van de vader zich in de afgelopen jaren heeft gekenmerkt door het ontkennen en het betwisten van de situaties die de moeder of derden hebben waargenomen. Zo heeft de vader – zo blijkt uit de e-mail van 27 juli 2024 (overgelegd als productie 28 bij het verzoekschrift van de moeder) – eerder verklaard aan de moeder dat hij niet precies weet waar [minderjarige 1] de blauwe plek aan heeft overgehouden, terwijl op de mondelinge behandeling de vader heeft verklaard dat hij hierin wel een aandeel heeft gehad omdat hij [minderjarige 1] op een onhandige wijze heeft gecorrigeerd. Daarnaast heeft de vader tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat hij zich het incident waarbij hij speelgoed van [minderjarige 1] in de wc heeft gegooid, zoals omschreven in het persoonlijk plan van [naam 5] van 1 september 2021 (overgelegd door de moeder als productie 10 bij het verzoekschrift), niet meer herinnert. De rechtbank is er bij haar oordeelsvorming van uitgegaan dat deze houding van de vader er niet toe heeft geleid dat de bezorgdheid en de alertheid van de moeder zijn afgenomen en/of dat het vertrouwen van de moeder in de vader heeft kunnen toenemen.
Gelet op al het vorenstaande, staat voor de rechtbank voldoende vast dat de dynamiek tussen de ouders na hun uiteengaan tot een hele spanningsvolle situatie heeft geleid, die niet anders dan schadelijk kan zijn (geweest) voor de kinderen. Deze situatie duurt inmiddels al jaren. De rechtbank constateert dat beide kinderen als gevolg daarvan in hun leven geen langdurige periode van ontspanning hebben gekend. Inzet van hulpverlening en de ondertoezichtstelling heeft tot onvoldoende verbetering geleid. De rechtbank is van oordeel dat deze situatie dermate schadelijk is voor de kinderen, dat hier zo snel mogelijk een einde aan moet komen. Het is van belang dat de kinderen rust krijgen. Die rust gaat er naar het oordeel van de rechtbank niet komen als de contactregeling wordt uitgebreid naar de door de GI gewenst co-ouderschapsregeling. De zorgen van de moeder over de veiligheid van de kinderen als zij bij de vader zijn zullen als gevolg daarvan alleen maar toenemen. Deze zorgen van de moeder zijn, zoals hiervoor reeds overwogen, het logische gevolg van hetgeen er tijdens de relatie tussen partijen is voorgevallen en de signalen die de moeder na het uiteengaan van partijen heeft gekregen. Het is een illusie te veronderstellen dat, mede gelet op de ontkennende houding van de vader als het gaat over zijn gedrag in het verleden, die zorgen zullen afnemen. Een rustige situatie voor de kinderen kan, naar het oordeel van de rechtbank, uitsluitend worden gecreëerd als het contact tussen de vader en de kinderen wordt ingeperkt op de wijze zoals door de moeder subsidiair is verzocht. Anders dan door de moeder primair is aangevoerd, ziet de rechtbank geen oplossing in het begeleiden van het contact tussen de vader en de kinderen. De rechtbank verwacht dat een begeleide contactregeling tot meer stress en vragen bij de kinderen zal leiden en acht dit niet in hun belang. Een dergelijke regeling is bovendien praktisch, gelet op de beperkte inzetbaarheid van hulpverlening in weekenden, niet uitvoerbaar.
De rechtbank zal daarom het subsidiaire verzoek van de moeder toewijzen, als hierna in het dictum weergegeven.
Verzoek moeder voorlopige voorziening (C/01/410265 / FA RK 24-4741)
Nu de rechtbank een definitieve beslissing neemt in de bodemprocedure, heeft de moeder geen belang meer bij haar verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen. De rechtbank zal daarom dit verzoek van de moeder afwijzen.
Verzoek GI (C/01/412752 / JE RK 25-194)
De kinderrechter kan een contactregeling vaststellen of wijzigen als de GI dit verzoekt. De kinderrechter kan dit doen als hij dat in het belang van het kind nodig vindt (artikel 1:265g lid 1 BW). De GI verzoekt de eerder vastgelegde zorgregeling te wijzigen en te bepalen dat de kinderen de ene week bij de moeder zijn en de andere week bij de vader.
Regulier zorgregeling
Onder verwijzing naar hetgeen is overwogen onder rechtsoverwegingen 5.3 tot en met 5.10, zal de rechtbank het verzoek van de GI ten aanzien van de reguliere zorgregeling afwijzen.
Vakanties en feestdagen
Ten aanzien van de door de GI verzochte regeling met betrekking tot de vakanties en de feestdagen overweegt de rechtbank als volgt.
De moeder voert ten aanzien van de zomervakantie verweer. Zij stelt dat zij een regeling, waarbij de kinderen drie aaneengesloten weken bij een van de ouders verblijven, niet in het belang van de kinderen acht. De kinderen zijn nog jong en kampen nu al met nachtelijke onrust, buikpijn en misselijkheidsklachten na de reguliere omgang. De GI en de vader hebben dit onvoldoende weersproken. De rechtbank zal daarom het verzoek van de GI ten aanzien van de zomervakantie afwijzen. Dat betekent dat de eerder door de rechtbank vastgelegde zorgregeling voor de zomervakantie blijft gelden.
De vader en de moeder hebben ten aanzien van de overige vakanties en feestdagen onvoldoende gemotiveerd verweer gevoerd tegen deze regeling. De rechtbank zal daarom het verzoek van de GI toewijzen, als hierna in het dictum weergegeven, behoudens voor zover dat verzoek betrekking heeft op de zomervakantie. Ook zal de rechtbank de regeling aanpassen voor zover dat nodig is in verband met de bepaalde reguliere contactregeling.
Dwangsom
De vader verzoekt, naar de rechtbank begrijpt, aan de gewijzigde zorgregeling, zoals door de GI verzocht, een dwangsom te koppelen. Nu de rechtbank het verzoek van de GI ten aanzien van de reguliere zorgregeling zal afwijzen, zal de rechtbank het verzoek van de vader om hieraan een dwangsom te koppelen eveneens afwijzen. Voor zover de vader ook heeft bedoeld te verzoeken dat aan de door de moeder verzochte (gewijzigde) zorgregeling een dwangsom wordt gekoppeld, overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank zal het (subsidiaire) verzoek ten aanzien van de zorgregeling van de moeder toewijzen. De rechtbank ziet geen aanwijzingen dat de moeder die regeling niet zal nakomen. Voor de door de vader verzochte dwangsom ziet de rechtbank dan ook geen aanleiding.
Proceskosten
De vader verzoekt om de moeder te veroordelen in de kosten van de procedure. De rechtbank overweegt in dat verband als volgt. In familierechtelijke procedures wordt in beginsel overgegaan tot compensatie van de proceskosten. De rechtbank ziet in hetgeen de vader heeft gesteld geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. De rechtbank zal de proceskosten daarom compenseren.
6. De beslissing
In de zaak met kenmerken: C/01/410263 / FA RK 24-4739, C/01/410265 / FA RK 24-4741 en C/01/412752 / JE RK 25-194
De rechtbank:
wijzigt de beschikking van deze rechtbank van 8 juni 2023, voor wat betreft de reguliere zorgregeling en stelt een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast waarbij de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de even weekenden van vrijdag 18:00 uur tot zondag 18:00 uur naar de vader gaan, alsmede in de even weken op dinsdag uit school tot 18:00 uur ’s avonds;
wijzigt de beschikking van deze rechtbank van 8 juni 2023, voor wat betreft de vakanties en feestdagen, als volgt:
Vakantieregeling:
- De vakantie start op de vrijdag na school. Als er geen school is, start de vakantie op de vrijdag om 12:00 uur.
- Voor het laatste weekend van de vakantie geldt de reguliere zorgregeling.
Herfstvakantie:
- De kinderen verblijven in de even jaren van vrijdag na school, of als geen school is op vrijdag vanaf 12:00 uur, tot dinsdagavond 19:00 uur (na het eten) bij de vader en van dinsdagavond 19:00 uur (na het eten) tot zaterdagochtend 09:00 uur bij de moeder. In de oneven jaren verblijven de kinderen van vrijdag na school, of als geen school is op vrijdag vanaf 12:00 uur tot dinsdagavond 19:00 (na het eten) bij de moeder en van dinsdagavond 19:00 uur (na het eten) tot zaterdagochtend 09:00 uur bij de vader.
Kerstvakantie:
- In de even jaren verblijven de kinderen de eerste week bij de moeder en de tweede week bij de vader. In de oneven jaren verblijven de kinderen de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder. De eerste week van de kerstvakantie start op vrijdag na school. Wanneer er geen school is die (vrij)dag, start de vakantie op vrijdag om 12:00 uur en eindigt de week erop op vrijdag 12:00 uur waarna de tweede week aanvangt die eindigt op de daaropvolgende vrijdag om 12:00 uur.
Carnavalsvakantie:
- In de even jaren verblijven de kinderen van vrijdag na school, of als geen school is, op vrijdag 12:00 uur tot dinsdagavond 19:00 uur (na het eten) bij de moeder en vanaf dinsdagavond 19:00 uur (na het eten) tot zaterdagochtend 09:00 uur bij de vader. In de oneven jaren verblijven de kinderen van zaterdagochtend 09:00 uur tot dinsdagavond 19:00 uur (na het eten) bij de vader en van dinsdagavond 19:00 uur (na het eten) tot zaterdagochtend 09:00 uur bij de moeder.
Meivakantie:
- In de even jaren verblijven de kinderen de eerste vakantieweek bij de vader en de tweede vakantieweek bij de moeder. In de oneven jaren verblijven de kinderen de eerste vakantieweek bij de moeder en de tweede vakantieweek bij de vader. De eerste vakantieweek vangt aan op vrijdag na school of op vrijdag om 12:00 uur als geen school is en eindigt de week erop op vrijdag 12:00 uur waarna de tweede week aanvangt die eindigt op de daaropvolgende vrijdag 12:00 uur.
Bijzondere feestdagen:
- Vaderdag: op Vaderdag zijn de kinderen bij de vader van zaterdagavond 19:00 uur (na het eten) tot zondagavond 19:00 uur (na het eten). Vanaf zondagavond 19:00 uur geldt de reguliere zorgregeling weer.
- Moederdag: op Moederdag zijn de kinderen bij de moeder van zaterdagavond 19:00 uur (na het eten) tot zondagavond 19:00 uur (na het eten). Vanaf zondagavond 19:00 uur geldt de reguliere zorgregeling weer.
- Verjaardag kinderen: de kinderen verblijven bij de ouder bij wie zij conform regulier schema zorgregeling zijn.
- Overige feestdagen: voor overige feestdagen die niet in het bovenstaande zijn opgenomen, geldt dat de reguliere zorgregeling wordt nageleefd;
verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de proceskosten tussen partijen aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. S. ter Braak, rechter, tevens kinderrechter,
en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 22 mei 2025.
Tegen deze beschikking kan, voor zover het een eindbeslissing betreft, -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenboscha. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraakb. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.