RECHTBANK OOST-BRABANT
[eiseres] uit [woonplaats], eiseres
de korpschef van de politie Noord-Holland, de korpschef
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 25/2450 GEHEIMHOUDINGSBESLISSING
beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht
en
(gemachtigde: mr. A.G.M. Buijs).
Procesverloop
1. Met de brief van 29 oktober 2025 heeft de korpschef een afbeelding overgelegd behorende bij het besluit van 9 april 2025. De korpschef heeft de afbeelding overgelegd en onder verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) meegedeeld dat uitsluitend de rechtbank kennis zal mogen nemen van deze afbeelding.
Overwegingen
De beoordeling
2. De beslissing op een mededeling van beperkte kennisneming vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het beroep relevante informatie. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden. Bij de beoordeling van een mededeling van beperkte kennisneming speelt de betekenis van het stuk voor het oordeel van de rechter in de hoofdzaak en de procespositie van partijen een belangrijke rol. Verder is daarbij van belang of de partij aan wie kennisneming van een stuk wordt onthouden door de beperkte kennisneming wezenlijk in zijn procesvoering wordt belemmerd. Daarnaast gaat het bij de
beslissing over een mededeling van beperkte kennisneming niet om de vraag of het stuk openbaar moet worden, dat wil zeggen voor iedereen toegankelijk, dus ook voor anderen dan procespartijen, maar om de vraag of er gewichtige redenen bestaan die zich tegen kennisneming van het stuk door alle partijen in het geding verzetten.
De afbeelding
3. De korpschef stelt zich op standpunt dat de afbeelding (mede) het onderwerp van het geschil vormt en om die reden niet ter kennisname aan eiseres kan worden toegezonden.
In zaken als deze, waarin onderwerp van geschil is of terecht en op juiste gronden met toepassing van de Wpg inzage in de opgevraagde informatie wordt geweigerd, zou met verstrekking van deze informatie vooruitgelopen worden op het oordeel over de rechtmatigheid van die weigering. De door artikel 8:29 van de Awb geboden voorziening zou aldus zinledig worden gemaakt. De vertrouwelijkheid van deze informatie moet daarom in ieder geval tot de einduitspraak worden bewaard. De rechtbank geeft in de bodemprocedure een oordeel over de vraag of het gerechtvaardigd is om inzage in de betreffende politiegegevens – de afbeelding – te weigeren. Het verstrekken van de afbeelding aan eiseres zou de procedure zinloos maken. De rechtbank verwijst in dit kader naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 februari 2022. De rechtbank vindt de mededeling van de korpschef ten aanzien van de afbeelding dat alleen de rechtbank hier kennis van mag nemen gerechtvaardigd.
Omdat wordt bepaald dat de mededeling van de korpschef gerechtvaardigd is, zal eiseres worden gevraagd om binnen twee weken mee te delen of zij toestemming geeft dat de rechtbank uitspraak doet mede op grondslag van het stuk waarvan beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is geacht.
Beslissing
De rechtbank:
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.F. Vink, rechter, in aanwezigheid van mr. F.M. van den Assem, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 5 november 2025.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: