Ten aanzien van parketnummer 01.377571.24
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] :
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 1] , van een bedrag van
€ 6.169,89, bestaande uit € 169,89 materiële schade en € 6.000,00 immateriële schade.
De vergoeding van materiële en immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 juni 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.
veroordeelt veroordeelde tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
Veroordeelde is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door (één van) zijn mededader(s) is betaald.
Maatregel van schadevergoeding:
legt aan veroordeelde hoofdelijk op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 1] , van een bedrag van € 6.169,89. Indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 65 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Voormeld bedrag bestaat uit € 169,89 materiële schade en € 6.000,00 immateriële schade.
De vergoeding van materiële en immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 juni 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.
Veroordeelde is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door (één van) zijn mededader(s) is betaald.
bepaalt dat indien en voor zover veroordeelde of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen heeft (hebben) voldaan, de andere vervalt.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] :
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 2] , van een bedrag van
€ 6.000,00, bestaande uit immateriële schade.
De vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 juni 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.
veroordeelt veroordeelde tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
Veroordeelde is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door (één van) zijn mededader(s) is betaald.
Maatregel van schadevergoeding:
legt aan veroordeelde hoofdelijk op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van
[slachtoffer 2] , van een bedrag van € 6.000,00. Indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 65 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Voormeld bedrag bestaat uit immateriële schade. De vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 juni 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.
Veroordeelde is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door (één van) zijn mededader(s) is betaald.
bepaalt dat indien en voor zover veroordeelde of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen heeft/hebben voldaan, de andere vervalt.
Ten aanzien van parketnummer 01.210564.24
Ten aanzien van feit 1:
Beslissing op de vordering van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] , [slachtoffer 3] , [benadeelde partij 3] , [benadeelde partij 4] , [benadeelde partij 5] en [benadeelde partij 6] .
De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk zijn in de vordering tot schadevergoeding en veroordeelt de benadeelde partijen in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.
De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partijen de vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. S.J.W. Hermans, voorzitter,
mr. J.H.L.M. Snijders en mr. A. van der Hilst, leden,
in tegenwoordigheid van mr. M.M.A. Akkers, griffier,
en is uitgesproken op 12 december 2025.