RECHTBANK OOST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Zaaknummer: 11487128 \ CV EXPL 25-135
Vonnis van 20 november 2025
in de zaak van
[eiser] ,
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. K.F. Verberne
tegen
ERGO INSURANCE NV,
te 's-Hertogenbosch,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Ergo Insurance,
gemachtigden: mr. R.C.J. van Herpen en mr. B. Vaandrager.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 7 januari 2025 met producties 1 tot en met 15; - de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 11; - de akte met aanvullende productie 12 van Ergo Insurance;
- de akte uitlating van [eiser] ;
- de mondelinge behandeling van 18 september 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. De gemachtigden hebben spreekaantekeningen voorgedragen, die aan het procesdossier zijn toegevoegd.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
Ergo Insurance is een vennootschap naar Belgisch recht met een vestiging in Nederland.
[eiser] is op 1 augustus 2002 in dienst getreden bij (de rechtsvoorgangster van) Ergo Insurance en op dit moment werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in de functie van Service Center Agent. [eiser] is werkzaam voor de vestiging in Nederland.
Op 26 november 2012 heeft [eiser] een document ondertekend waarin is opgenomen dat [eiser] verklaart het arbeidsreglement van Ergo Insurance (hierna: arbeidsreglement) te hebben ontvangen en na kennisname alle bepalingen daaruit te aanvaarden.
In het arbeidsreglement is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen:
Op 4 juli 2013 is het arbeidsreglement vervangen door een nieuwe versie. [eiser] heeft niet ingestemd met de toepasselijkheid van dit nieuwe reglement.
Op 11 december 2023 schrijft [eiser] in een e-mail aan Ergo Insurance het volgende over de toepassing van het arbeidsreglement:
Vervolgens heeft [eiser] op 28 december 2023 de volgende mail gestuurd aan Ergo Insurance:
3. Het geschil
[eiser] vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van Ergo Insurance tot betaling van het achterstallig loon van € 62.627,89, vermeerderd met de wettelijke verhoging en rente. Daarnaast vordert [eiser] een bedrag van € 1.401,28 aan buitengerechtelijke incassokosten en dat Ergo Insurance wordt veroordeeld in de proceskosten. Tenslotte wil [eiser] de mogelijkheid krijgen om het vonnis ten uitvoer te leggen, ook als er hoger beroep wordt ingesteld (uitvoerbaar bij voorraad).
Aan zijn vordering heeft [eiser] – samengevat – ten grondslag gelegd dat hij over de periode van januari 2019 tot en met heden te weinig loon heeft ontvangen. Op grond van artikel 7 van het arbeidsreglement heeft hij recht op loon gelijk aan de basiswedden (basisloon) in België. Meer specifiek de barema (loonschaal) van de Nationale Paritaire Commissie der Verzekeringsondernemingen. Hoewel op de arbeidsovereenkomst van [eiser] Nederlands recht van toepassing is, sluit dat niet uit dat daardoor ook het arbeidsreglement op hem van toepassing is. Door het arbeidsreglement niet op hem toe te passen, is sprake van discriminatie.
Ergo Insurance voert verweer. Zij betwist dat het arbeidsreglement op [eiser] van toepassing is, zodat hij geen aanspraak kan maken op de bepalingen die daarin zijn opgenomen. Daarnaast is geen sprake van discriminatie. [eiser] is de enige (Nederlandse) werknemer die in Nederland werkzaam is, zodat op hem Nederlands recht van toepassing is. De Belgische werknemers zijn in België werkzaam, zodat op hen Belgisch recht van toepassing is. In het verlengde daarvan is het arbeidsreglement uitsluitend op de Belgische werknemers van toepassing, het is deels onverenigbaar met het Nederlandse recht. Het is ook nooit de wil van Ergo Insurance geweest om het arbeidsreglement toe te passen op de arbeidsovereenkomst van [eiser] . Voor het geval dit allemaal niet opgaat, dan moet de vordering alsnog worden afgewezen omdat [eiser] niet voldoet aan de eisen inzake de klachtplicht ex artikel 6:89 BW. Ten slotte betoogt Ergo Insurance dat [eiser] zijn vordering onvoldoende heeft onderbouwd en onjuist heeft berekend.
Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
De kantonrechter is bevoegd van de vorderingen kennis te nemen
De zaak heeft een internationaal karakter, omdat Ergo Insurance statutair gevestigd is in Brussel. De kantonrechter moet daarom ambtshalve beoordelen of de Nederlandse rechter bevoegd is om van de vorderingen kennis te nemen en welk recht van toepassing is.
Op grond van artikel 21 van EEX-Verordening van 12 december 2012 (Brussel I Bis Verordening) kan de werkgever worden opgeroepen voor het gerecht van de lidstaat waar de werknemer gewoonlijk zijn werk verricht. [eiser] verricht zijn werk vanuit de vestiging in Nederland en de kantonrechter is dan ook bevoegd om van de vorderingen kennis te nemen.
Partijen zijn het erover eens dat Nederlands recht van toepassing. De kantonrechter zal daarom het Nederlandse recht toepassen.
Arbeidsreglement van toepassing
Tussen partijen staat vast dat het arbeidsreglement in 2012 van toepassing is verklaard op de arbeidsovereenkomst. Ergo Insurance voert aan dat ná 2013 het arbeidsreglement niet (meer) op [eiser] van toepassing is, omdat Ergo Insurance een aanbod heeft gedaan voor het van toepassing verklaren van het hernieuwde arbeidsreglement maar [eiser] dit verzoek niet heeft geaccepteerd. Hierdoor is volgens Ergo Insurance de toepassing van het arbeidsreglement op [eiser] komen te vervallen. De kantonrechter volgt Ergo Insurance daarin niet. Feit is dat het arbeidsreglement op de arbeidsovereenkomst van [eiser] van toepassing is verklaard en uit niets blijkt dat dit reglement komt te vervallen op het moment dat [eiser] het hernieuwde arbeidsreglement niet accepteert of op enig ander moment.
Vervolgens betoogt Ergo Insurance dat uit de omstandigheden blijkt dat het niet aannemelijk is dat zij het arbeidsreglement heeft willen toepassen op (de arbeidsovereenkomst met) [eiser] . Daarvoor voert Ergo Insurance aan dat het arbeidsreglement zich uitsluitend richt op werknemers binnen de ERGO Groep op wie Belgisch recht van toepassing is en die onder de werkingssfeer van een paritair comité vallen. De kantonrechter passeert dit verweer van Ergo Insurance. In het arbeidsreglement worden termen gebruikt die aansluiten bij de regelgeving zoals die voor werknemers in België geldt. Dat maakt nog niet dat dit reglement niet van toepassing zou kunnen zijn op een werknemer waarbij Nederlands recht op de arbeidsovereenkomst van toepassing is. Ook de verwijzing naar feestdagen die in Nederland niet worden gevierd en het ontbreken van Nederlandse feestdagen maakt dit niet anders.
Voor zover sprake is van bepalingen in het arbeidsreglement die niet in overeenstemming of op onderdelen onverenigbaar zijn met dwingend Nederlands recht, heeft te gelden dat de werknemer voor dat betreffende onderdeel terugvalt op het dwingend Nederlands recht. Dat het arbeidsreglement daarmee op onderdelen mogelijk niet toegepast kan worden op de arbeidsverhouding tussen [eiser] en Ergo Insurance kan niet tot de conclusie leiden dat Ergo Insurance het arbeidsreglement niet op [eiser] had willen toepassen. In dat laatste geval had Ergo Insurance het arbeidsreglement niet voor akkoord aan [eiser] moeten voorleggen.
De kantonrechter komt daarom tot de conclusie dat het arbeidsreglement op [eiser] van toepassing is en dat [eiser] in beginsel aanspraak heeft op de rechten die daaruit voortvloeien. Dat brengt bovendien met zich mee dat geen sprake is van discriminatie, omdat [eiser] op basis van het arbeidsreglement in beginsel dezelfde aanspraken heeft als zijn Belgische collega’s.
Beroep op de klachtplicht slaagt
Vervolgens is de vraag of [eiser] aanspraak kan maken op nabetaling van loon over de periode 2019 tot en met heden. Het meest verstrekkende verweer van Ergo Insurance is dat [eiser] te laat heeft geklaagd (artikel 6:89 BW). [eiser] heeft aangevoerd dat hij niet te laat heeft geklaagd.
Op grond van artikel 6:89 BW kan een schuldeiser geen beroep meer doen op een gebrek in de prestatie indien hij niet heeft geprotesteerd binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijs had moeten ontdekken. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad is dit artikel ook van toepassing op loonvorderingen en aanverwante aanspraken uit hoofde van een arbeidsovereenkomst. Dit geldt ook indien het salaris niet volledig betaald is (zie onder meer Hoge Raad 20 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1281).
De klachtplicht in het arbeidsrecht houdt – kort gezegd – in dat werknemers tijdig moeten klagen over gebreken in de prestatie van de werkgever, zoals het niet (volledig) ontvangen van loon, omdat anders hun recht daarop vervalt. Bij de beoordeling van het beroep op de klachtplicht moet het bijzondere karakter van de arbeidsverhouding in aanmerking worden genomen, waarbij onder meer acht moet worden geslagen op de aard en inhoud van de rechtsverhouding, de aard en inhoud van de prestatie en de aard van het gestelde gebrek in de prestatie. Het bijzondere karakter van de arbeidsverhouding kan onder omstandigheden meebrengen dat een werknemer niet altijd de ruimte of gelegenheid ervaart om bij de werkgever te klagen. Tot de in aanmerking te nemen omstandigheid behoort verder het antwoord op de vraag of de werkgever nadeel lijdt door het te late tijdstip waarop de werknemer heeft geklaagd.
Gelet op het voorgaande toetsingskader kan ook in deze zaak een beroep gedaan worden op de klachtplicht. Uit de stukken blijkt dat Ergo Insurance niet het volledige salaris waar [eiser] stelt recht op te hebben, heeft uitbetaald over de periode 2012 tot en met nu. Er is volgens [eiser] sprake van een gebrekkige prestatie. De kantonrechter is van oordeel dat het beroep van Ergo Insurance op de klachtplicht slaagt. Hiervoor is het volgende van belang. Uit de stukken volgt dat [eiser] pas voor het eerst bij e-mail van 11 december 2023 meldt dat volgens hem het arbeidsreglement ook op hem moet worden toegepast (rov. 2.6). Vervolgens heeft [eiser] in de e-mail van 28 december 2023 een berekening gemaakt van het achterstallig salaris over de periode 1 januari 2019 tot en met 31 december 2023 (rov. 2.7). Dat [eiser] tegenover Ergo Insurance vóór 11 december 2023 aanspraak heeft gemaakt op het toepassen van het arbeidsreglement is niet gebleken. In de dagvaarding stelt [eiser] dat hij sinds 2018 probeert hierin gehoord te worden, maar dat blijkt alleen uit zijn eigen mededeling in de mail van 11 december 2023. Verder blijkt dit nergens uit. [eiser] heeft zijn klachtplicht geschonden. Het was voor hem vanaf 2018 duidelijk dat zijn salaris uit de pas liep in vergelijking met zijn Belgische collega’s. Daarop heeft hij uitgezocht hoe dit verschil kon ontstaan. Door hier pas voor het eerst op 11 december 2023 iets over te zeggen tegen Ergo Insurance, heeft [eiser] niet binnen bekwame tijd geklaagd. Dit brengt met zich dat de vordering van [eiser] tot betaling van het achterstallige salaris wordt afgewezen.
Omdat de vordering tot betaling van achterstallig salaris wordt afgewezen, worden ook de gevorderde wettelijke verhoging, wettelijke rente en buitengerechtelijk kosten afgewezen.
Proceskosten
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Ergo Insurance worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
815,00
(1 punt × € 815,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
950,00
5. De beslissing
De kantonrechter
wijst de vorderingen van [eiser] af,
veroordeelt [eiser] in de proceskosten die aan de zijde van Ergo Insurance tot vandaag zijn begroot op € 950,00, te vermeerderen met de eventuele explootkosten van de betekening van het vonnis;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.C. Zandman en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2025.