ECLI:NL:RBOBR:2025:8279

ECLI:NL:RBOBR:2025:8279, Rechtbank Oost-Brabant, 17-12-2025, 01-319803-24

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 17-12-2025
Datum publicatie 17-12-2025
Zaaknummer 01-319803-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Drugslab. Procesafspraken met betrekking tot medeplegen vervaardigen en aanwezig hebben amfetamine(olie) en voorbereidingshandelingen. Daarnaast een veroordeling voor het medeplegen van het voorhanden hebben van een automatisch vuurwapen. 64 maanden gevangenisstraf. Vordering tenuitvoerlegging toegewezen

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch

Team Strafrecht

Parketnummer: 01.319803.24Parketnummer vordering: 01.304970.20

Datum uitspraak: 17 december 2025

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [1984] ,

wonende te [adres 1]

thans gedetineerd te: P.I. Grave,

(hierna: verdachte).

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 16 juli 2025, 7 oktober 2025 en 3 december 2025.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 18 juni 2025.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

T.a.v. feit 1:

hij, in of omstreeks de periode van 1 juni 2024 tot en met 11 december 2024 te Cuijk, gemeente Land van Cuijk,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk heeft bereid, bewerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd en/of vervaardigd,

een grote hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

T.a.v. feit 2:

hij, op of omstreeks 11 december 2024 te Cuijk, gemeente Land van Cuijk,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk

aanwezig heeft gehad

een grote hoeveelheid amfetamine(olie),

in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine,

zijnde amfetamine,

een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

T.a.v. feit 3:

hij, in of omstreeks de periode van 1 juni 2024 tot en met 11 december 2024 te Cuijk en/of Beugen, gemeente Land van Cuijk,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen

om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet,

voor te bereiden en/of te bevorderen,

te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren en/of het opzettelijk vervaardigen van amfetamine,

in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet

- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,

- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,

- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij/zij, verdachte, wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door

- een loods, gelegen op/aan [adres 2] en/of een pand/garagebox, gelegen op/aan [adres 3] te Beugen, te huren en/of ter beschikking te laten stellen en/of

- aanpassingen/verbouwingen aan de loods gelegen op/aan [adres 2] aan te brengen en/of te laten aanbrengen ten behoeve van de opslag van de benodigde chemicaliën en/of grondstoffen en/of de inrichting van de productieruimte(n) en/of

- BMK te produceren en/of

- in het pand/de garagebox gelegen op/aan [adres 3] te Beugen, (laboratorium)benodigdheden en/of hoeveelheden chemicaliën/grondstoffen voorhanden te hebben en/of

- in de loods gelegen op/aan [adres 2] productieopstellingen ten behoeve van de productie van BMK en/of amfetamine(olie) en/of (laboratorium)benodigdheden en/of grote hoeveelheden chemicaliën/grondstoffen voorhanden te hebben;

T.a.v. feit 4:

hij, op of omstreeks 11 december 2024 te Cuijk, gemeente Land van Cuijk ,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie,

te weten een machinepistool, van het merk IMI (Israël Military Industries),

model Micro Uzi, zijnde een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren,

voorhanden heeft gehad.

De vordering na voorwaardelijke veroordeling.

De zaak met parketnummer 01.304970.20 is aangebracht bij vordering van 27 mei 2025. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, locatie ‘s-Hertogenbosch van 20 maart 2023. Een kopie van de vordering is aan dit vonnis gehecht.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Ten aanzien van feit 1 tot en met 3.

Overwegingen met betrekking tot de overeenkomst.

Totstandkoming.

Op 3 december 2025 hebben de officier van justitie en de verdediging een overeenkomst gesloten, inhoudende procesafspraken en een afdoeningsvoorstel ten aanzien van hetgeen verdachte onder de feiten 1 tot en met 3 ten laste is gelegd. De rechtbank is niet betrokken geweest bij de totstandkoming van die overeenkomst. De officier van justitie en de verdediging hebben gezamenlijk een voorstel voor afdoening van de zaak aan de rechtbank voorgelegd. Dit voorstel zal aan dit vonnis worden gehecht.

Inhoud afspraken.

De procesafspraken en het afdoeningsvoorstel strekken ertoe de behandeling van de strafzaak zo efficiënt mogelijk te maken, met inachtneming van de waarborgen van artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (verder: EVRM), waarbij de officier van justitie zal volstaan met een strafeis voor de feiten 1 tot en met 3, inhoudende een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 52 maanden met aftrek van voorarrest. In het voorstel is eveneens opgenomen dat de officier van justitie de tenuitvoerlegging zal vorderen van de eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden.

De officier van justitie en de verdediging zijn overeengekomen dat:

Ten aanzien van het niet gehouden zijn tot het afleggen van een (nadere) verklaring merkt de rechtbank op dat dit zij deze passage zo leest dat deze afspraak enkel ziet op het niet hoeven te verklaren in deze eigen strafzaak.

Het oordeel rechtbank met betrekking tot de overeenkomst.

De rechtbank is bij haar beoordeling van het afdoeningsvoorstel uitgegaan van het kader dat de Hoge Raad heeft gegeven in zijn arrest van 27 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1252.

De rechtbank stelt vast dat de gemaakte afspraken er blijk van geven dat partijen ervan doordrongen zijn dat de vragen van artikel 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering leidend zijn bij de beoordeling van de tenlastelegging. Ook wordt tot uitdrukking gebracht dat partijen onderkennen dat de rechtbank geen partij is bij en niet is gebonden aan de gemaakte procesafspraken en het afdoeningsvoorstel.

Tijdens de inhoudelijke behandeling van de zaak op de terechtzitting van 3 december 2025 zijn de hiervoor weergegeven procesafspraken met verdachte besproken in aanwezigheid van zijn raadsman. Daarbij heeft de rechtbank getoetst of verdachte vrijwillig aan de gemaakte afspraken heeft meegewerkt, of deze medewerking op basis van voldoende en duidelijke informatie heeft plaatsgevonden, of hij begreep wat deze afspraken inhielden en welke gevolgen deze voor hem en zijn zaak zouden hebben. Verdachte heeft verklaard dat hij bekend is met de inhoud van de procesafspraken, dat hij heeft begrepen wat de gemaakte afspraken inhouden, wat de gevolgen daarvan zijn en dat deze afspraken op basis van voldoende en duidelijke informatie tot stand zijn gekomen. Hij heeft vrijwillig ingestemd met de afspraken en is bij het proces om tot afspraken te komen voorzien geweest van rechtskundige bijstand.

Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat verdachte vrijwillig en op basis van voor hem voldoende duidelijke informatie is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing om mee te werken aan de procesafspraken met het Openbaar Ministerie. De rechtbank stelt daarnaast vast dat verdachte zich bewust is van de rechtsgevolgen van de in de overeenkomst neergelegde procesafspraken en de daarmee gepaard gaande afstand van verdedigingsrechten. Daarmee is tevens voldaan aan de eisen die artikel 6 van het EVRM stelt.

De rechtbank zal in de na te melden strafmotivering toelichten of zij van oordeel is dat het afdoeningsvoorstel in een redelijke verhouding staat tot de ernst van de zaak zoals die blijkt uit de processtukken en het verhandelde op de terechtzitting.

De door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen ten aanzien van feit 1 tot en met 3.

Indien tegen dit vonnis een rechtsmiddel wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring van de feiten 1 tot en met 3 opgenomen in een aanvulling op dit vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan dit vonnis gehecht.

Ten aanzien van feit 4.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat hetgeen onder feit 4 aan verdachte ten laste is gelegd wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Het standpunt van de verdediging.

Op de in de pleitnota genoemde gronden en de daarop gegeven aanvullingen ter terechtzitting van 3 december 2025, heeft de verdediging vrijspraak van het ten laste gelegde feit bepleit. Volgens de verdediging bevat het dossier geen enkel aanknopingspunt dat verdachte zich bewust is geweest van de aanwezigheid van het wapen of daarover beschikkingsmacht heeft gehad.

Het oordeel van de rechtbank.

De bewijsmiddelen.

1. Het proces-verbaal zaaksdossier, onderzoeksnummer OB1R024314 , opgemaakt en afgesloten op 29 september 2025. Dit proces-verbaal houdt onder meer zakelijk weergegeven de verklaring van [verbalisant 1]

Opmerking rechtbank: de verbalisant heeft de hierna vermelde onderzoeksbevindingen, voor zover van toepassing, in samenvattende vorm weergegeven in een relaas van bevindingen met bijbehorende verwijzingen naar de onderliggende brondocumenten. De rechtbank heeft de samenvattende onderzoeksbevindingen van verbalisant gecontroleerd aan de hand van onderliggende brondocumenten en heeft hierin geen noemenswaardige verschillen geconstateerd. De rechtbank verenigt zich met de inhoud van het relaas van bevindingen. De rechtbank neemt uit praktische overwegingen en om de leesbaarheid van de bewijsmiddelen te bevorderen, de samenvattende weergave van de bewijsmiddelen als uitgangspunt en volstaat telkens de vermelding en vindplaats van de onderliggende brondocumenten.

[pag. 17 t/m 18]

Door het onderzoeksteam werd een camera geplaatst op de ingang van de loods aan de [adres 2] (de rechtbank begrijpt: [adres 2] ) [adres 2] . Hierop waren de verdachten [verdachte] , [medeverdachte] (…) regelmatig te zien.

(…)

09 oktober 2024

[verdachte] met Sprinter [kenteken 1] komt aan om 12:02 uur. Rijdt de bus achteruit de loods in. (…)

> PV van bevindingen, 09 oktober 2024, OB1R024314-11 , pagina 96.

10 oktober 2024

(…)

Om 19:43 uur komt [verdachte] met de Sprinter aan op [adres 2] .

(…)

> PV van bevindingen, beelden 10 oktober 2024, OB1R024314-17 , pagina 105.

11 oktober 2024

(…)

Omstreeks 14:35 uur kwam [verdachte] met de Sprinter aan op [adres 2] .

(…)

> PV van bevindingen, beelden 11 oktober 2024, OB1R024314-20, pagina 113.

12 oktober 2024

Omstreeks 13:52 uur gaat de roldeur open en rijdt een BMW, stationwagon, grijs van kleur en voorzien van het kenteken [kenteken 2] , de loods in. Deze BMW stond op dat moment op naam van verdachte [medeverdachte] . Omstreeks 14:02 uur rijdt de BMW de loods uit waarna hij omstreeks 14:30 uur weer de loods in rijdt. (…)

> PV van bevindingen, beelden 12 oktober 2024, OB1R024314-18 , pagina 115.

(…)

20 oktober 2024

Omstreeks 13:16 uur komt [verdachte] bij de loods aan met een Fiat Doble, voorzien van het kenteken [kenteken 3] . [verdachte] parkeerde de Fiat voor de loods en liep de loods in.

Omstreeks 13:45 uur kwam de BMW ( [kenteken 2] ) aangereden en reed de loods in.

(…)

> PV van bevindingen, beelden 20-21-22 oktober 2024, OB1R024314-33 , pagina 129.

21 oktober 2024

Omstreeks 13:03 uur kwam de BMW ( [kenteken 2] ) aangereden en reed de loods binnen. (…)

> PV van bevindingen, beelden 20-21-22 oktober 2024, 0B1R024314-33 , pagina 129.

(…)

[pag. 19 t/m 20]

02 november 2024

Omstreeks 09:45 uur kwam verdachte [verdachte] met de Sprinter ( [kenteken 1] ) aan de bij de loods en reed hij de Sprinter achteruit de loods in. (…)

Omstreeks 16:03 uur kwam [medeverdachte] en [verdachte] samen aan bij de loods in de Sprinter ( [kenteken 1] ). De Sprinter werd achteruit de loods in gereden.

> PV van bevindingen, beelden 02 november 2024, OB1R024314-43 , pagina 133.

03 november 2024

Omstreeks 15:04 uur werd de roldeur van de loods geopend door [medeverdachte] . In de loods stond de BMW ( [kenteken 2] ). [medeverdachte] stapte in de BMW en reed de loods uit en vertrok.

Omstreeks 15:21 uur kwam [medeverdachte] met de BMW weer bij de loods. Hij reed de BMW de loods in.

(…)

Omstreeks 18:46 uur reed [medeverdachte] de BMW de loods uit en vertrok.

Omstreeks 19:16 uur kwam [medeverdachte] met een grijze bestelauto aan bij de loods en reed hij de

bestelauto naar binnen.

(…)

> PV van bevindingen, beelden 03 november 2024, OB1R024314-44 , pagina 137.

04 november 2024

Omstreeks 08:43 uur kwam [medeverdachte] aan bij de loods in de BMW ( [kenteken 2] ). Hij reed de BMW de loods in.

Omstreeks 10:49 uur kwam [verdachte] aan bij de loods in de Sprinter ( [kenteken 1] ). Hij reed de Sprinter achteruit de loods in.

(…)

> PV van bevindingen, beelden 04 november 2024, OB1R024314-45 , pagina 142.

05 november 2024

Omstreeks 08:00 uur kwam [medeverdachte] als bijrijder aan in de Sprinter ( [kenteken 1] ) en reed de Sprinter achteruit de loods in.

(…)

Omstreeks 12:25 uur verliet [medeverdachte] met de BMW de loods en vertrok.

Omstreeks 13:23 uur kwam [medeverdachte] met de BMW aan bij de loods en reed de BMW de loods in.

Omstreeks 16:22 uur reed [medeverdachte] de BMW uit de loods.

> PV van bevindingen, beelden 05 november 2024, OB1R024314-46 , pagina 145.

06 november 2024

Omstreeks 06:10 uur kwam [medeverdachte] met de BMW ( [kenteken 2] ) aan bij de loods. Hij reed de BMW de loods in.

(…)

Omstreeks 23:09 uur kwamen de Sprinter en de BMW de loods uit gereden. [medeverdachte] reed weg met de BMW.

(…)

> PV van bevindingen, beelden 06 november 2024, OB1R024314-49 , pagina 154.

(…)

[pag. 21 t/m 24]

20 november 2024

Omstreeks 17:46 uur kwam de BMW ( [kenteken 2] ) aan bij de loods, hij keerde en vertrok.

Omstreeks 17:53 uur kwam de BMW weer bij de loods en werd naar binnen gereden.

(…)

> PV van bevindingen, beelden 19 november 2024, OB1R024314-64 , pagina 173.

(…)

25 november 2024

Omstreeks 13:48 uur rijdt de BMW ( [kenteken 2] ) de loods binnen. Omstreeks 13:55 uur wordt de BMW de loods uitgereden en voor de loods geparkeerd. De bestuurder stapt uit en gaat de loods weer binnen, hij gaat binnen vegen en vertrekt vervolgens met de BMW.

(…)

> PV van bevindingen, beelden 25 november 2024, OB1R024314-71 , pagina 183.

(…)

02 december 2024

Omstreeks 13:05 uur komt de Sprinter aangereden en rijdt achteruit de loods in.

Omstreeks 13:59 uur rijdt de Sprinter weer naar buiten waarna [medeverdachte] als bijrijder instapt.

(…)

> PV van bevindingen, beelden 02 december 2024, OB1R024314-77, pagina 190.

03 december 2024

Omstreeks 16:31 uur kwam [verdachte] aangereden bij de loods met een Renault (…) [verdachte] reed de Renault de loods in.

(…)

> PV van bevindingen, beelden 03 december 2024, OB1R024314-80 , pagina 192.

04 december 2024

Omstreeks 12:02 uur kwam [medeverdachte] in de BMW ( [kenteken 2] ) aan bij de loods. Hij ging te voet de loods in, opende de roldeur en reed vervolgens met de BMW naar binnen. Hierna sloot hij de roldeur weer.

Omstreeks 13:46 uur vertrok de Sprinter waarbij [medeverdachte] werd herkend als de bijrijder.

Omstreeks 14:54 uur kwam de Sprinter weer aan bij de loods en werd [medeverdachte] wederom herkend als bijrijder. De bus werd achteruit de loods in gereden.

Omstreeks 15:48 uur vertrok de Sprinter weer, met [medeverdachte] als bijrijder. (…)

> PV van bevindingen, beelden 04 december 2024, OB1R024314-81 , pagina 193.

05 december 2024

Omstreeks 12:56 uur kwam [verdachte] met de Sprinter ( [kenteken 1] ) aan bij de loods en reed hij de Sprinter achteruit de loods in. (…)

Omstreeks 13:27 uur kwam [medeverdachte] met de BMW ( [kenteken 2] ) aan bij de loods. Hij reed de loods in waarna de roldeur dicht ging.(…)

Omstreeks 18:35 uur kwam [verdachte] aan bij de loods met de Renault ( [kenteken 4] ). [verdachte] ging te voet de loods in. (…)

> PV van bevindingen, beelden 05 december 2024, OB1R024314-82 , pagina 197.

06 december 2024

Omstreeks 13:27 uur kwam de Sprinter ( [kenteken 1] ) aan bij de loods met [medeverdachte] als bijrijder. De bus werd achteruit de loods in gereden waarna de roldeur sloot.

(…)

Omstreeks 13:42 uur kwam de Sprinter ( [kenteken 1] ) wederom bij de loods aan met [medeverdachte] als bijrijder. De Sprinter werd achteruit de loods in gereden.

(…)

Omstreeks 20:02 uur ging de roldeur omhoog en stond [medeverdachte] in de deuropening.

(…)

> PV van bevindingen, beelden 06 december 2024, O81R024314-89 , pagina 203.

09 december 2024

Op de beelden was te zien dat omstreeks 08:02 uur [medeverdachte] met de BMW ( [kenteken 2] ) aan kwam bij de loods. [medeverdachte] opende de roldeur en reed de BMW de loods in.

Omstreeks 09:39 uur kwam de Renault ( [kenteken 4] ) aan bij de loods en werd vooruit de loods in gereden. De inzittende(n) werden niet gezien, echter het telefoonnummer van [verdachte] straalde uit op [adres 2] te Cuijk.

(…)

> PV van bevindingen, waarnemingen en beelden 09 december 2024, OB1R024314-90,

pagina 210.

10 december 2024

(…)

Omstreeks 09:24 uur kwam de Sprinter weer terug bij de loods. De bestuurder van de Sprinter, herkend als [medeverdachte] (…)

> PV van bevindingen, waarnemingen en beelden 10 december 2024, OB1R024314-106 ,

pagina 217.

2. Het proces-verbaal van inbeslagneming/eerste beslissing, proces-verbaalnummer PL2100-2024215248-4 , opgemaakt en afgesloten op 12 december 2024. Dit proces-verbaal houdt onder meer zakelijk weergegeven de verklaring van [hulpofficier van justitie] .

[pag. 351]

Inbeslagneming: [adres 2] , binnen de gemeente Land van Cuijk

Datum en tijd: 11 december 2024 te 23:40 uur

(…)

[pag. 352]

Goednummer: PL2100-2024215248-2285947

(…)

Object: Vuurwapen (Auto. Vuurwapen)

(…)

Merk/type: Uzi

(…)

Spoort identificatienr.: AARD1119NL

Bijzonderheden: Op aggregaat in gele doek (…)

3. Het proces-verbaal onderzoek Wapen en munitie, proces-verbaalnummer PL2100-2024215248-10 , opgemaakt en afgesloten op 20 januari 2025. Dit proces-verbaal houdt onder meer zakelijk weergegeven de verklaring van [verbalisant 2]

[pag. 368]

Het in beslag genomen voorwerp voorzien van Goednummer: PL2100-2024215248-2285947 en sin AARD1119NL betreft een machinepistool van de Israëlische wapenfabrikant IMI (Israel Military Industries) model Micro Uzi.

(…)

[pag. 369]

Het hierboven omschreven machinepistool is bestemd en geschikt om automatisch

projectielen door een loop af te schieten. De werking van het voorwerp berust op

het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing of een andere scheikundige

reactie.

Derhalve is dit een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3 gelet op

artikel 2, lid l, categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie.

4. Het proces-verbaal van bevindingen, proces-verbaalnummer PL2100-2024215248 /RdV/PC/MvK/DG opgemaakt en afgesloten op 17 december 2024. Dit proces-verbaal houdt onder meer zakelijk weergegeven de verklaring van [verbalisant 3] .

[pag. 228]

Aan het eind van de rechter mestkelder was een diesel aggregaat

geplaatst die gevoed werd vanuit een hiernaast staande 1000 liter IBC met diesel. (…)

In de rechter kelder stonden naast een 1000 liter IBC met diesel er diverse volle en lege

partijen jerrycans en 220 liter klem- en schroef-dekselvaten.

Bij nader onderzoek ging het hier onder meer om circa 540 liter gezuiverde amfetamineolie.

5. Het proces-verbaal van bevindingen, proces-verbaalnummer PL2100-2024415248 /RdV/PC/MvK/DG opgemaakt en afgesloten op 1 april 2025. Dit proces-verbaal houdt onder meer zakelijk weergegeven de verklaring van [verbalisant 3] .

[pag. 255]

De verlichting was deels aangesloten op de stroomvoorziening van de loods. De afzuiging trad inwerking zodra het aggregaat(A29) ingeschakeld werd.

6. De verklaring van de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 3 december 2025:

In de loods aan [adres 2] te Cuijk , waarin zich de aggregaat bevond en het wapen is aangetroffen, heb ik gele doekjes gebruikt.

7. De eigen waarneming van de rechtbank, gedaan ter terechtzitting van 3 december 2025:

De rechtbank neemt op de foto’s in het dossier waar dat over het gehele lab aan [adres 2] te Cuijk , gele (vaat)doekjes liggen.

Nadere overweging van de rechtbank.

Voor een veroordeling voor het – als pleger – voorhanden hebben van een wapen is vereist dat de verdachte het wapen bewust aanwezig had. De in de rechtspraak van de Hoge Raad in dit verband gebruikte aanduiding van “een meerdere of mindere mate” van bewustheid geeft aan dat de verdachte zich bewust was van de (waarschijnlijke) aanwezigheid van het wapen, zonder dat die bewustheid zich hoeft uit te strekken tot de specifieke eigenschappen en kenmerken van het wapen of tot de exacte locatie van dat wapen. Voor het bewijs van dergelijke bewustheid geldt dat daarvan ook sprake kan zijn in een geval dat het niet anders kan dan dat de verdachte zulke bewustheid heeft gehad. Daarnaast vergt het aanwezig hebben van een wapen dat de verdachte feitelijke macht over het wapen kan uitoefenen in de zin dat hij daarover kan beschikken. Daarvoor hoeft het wapen zich niet noodzakelijkerwijs in de directe nabijheid van de verdachte te bevinden.

In het geval dat het medeplegen van het voorhanden hebben van een wapen is tenlastegelegd, moet komen vast te staan dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking door de verdachte met een of meer anderen die was gericht op het voorhanden hebben van een wapen. Ook dan is vereist dat de verdachte zich bewust was van de (waarschijnlijke) aanwezigheid van het wapen, zonder dat die bewustheid zich hoeft uit te strekken tot de specifieke eigenschappen en kenmerken van het wapen of tot de exacte locatie van dat wapen. Daarnaast moet vaststaan dat de verdachte tezamen met de mededader(s) feitelijke macht over het wapen heeft kunnen uitoefenen (vgl. HR 21 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1938).

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] regelmatig, al dan niet tegelijkertijd, aanwezig waren in het drugslab aan [adres 2] te Cuijk , waar bij de instap op 11 december 2024 het desbetreffende vuurwapen is aangetroffen. Het vuurwapen is aangetroffen in een ruimte van het lab, liggend op een aggregaat en omwikkeld met een gele (vaat)doek. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij (ook) in deze ruimte kwam alsmede dat hij in de loods gebruik maakte van gele (vaat)doeken.

De rechtbank overweegt dat het wapen is aangetroffen in het lab, waar verdachten allebei frequent kwamen. Zij waren daar samen, maar ook alleen. Afgezien van de eigenaar van de loods, kwamen er niet tot nauwelijks derden in de loods. De verdachten kwamen het meest frequent in de loods en zeker ook in het lab. De aggregaat werd behalve voor de stroomvoorziening ook voor de afzuiging tijdens het produceren van de amfetamine. Produceren is waar verdachten (ook) voor worden veroordeeld. Om veilig te hebben kunnen werken was het essentieel dat de aggregaat aangezet werd. Verdachte en zijn medeverdachte hebben dus telkens wanneer zij kwamen werken de aggregaat met daarop het wapen gezien. Bovendien past het wapen naadloos in de setting: er was sprake van een zeer professioneel opgezet drugslab. De productie en handel in drugs gaat vaak gepaard met conflicten en geweld, evenals met het bezit van wapens. Tot slot is er de verklaring van verdachte dat hij gele (vaat)doeken in het lab heeft gebruikt, waarmee ook het vuurwapen omwikkeld was. Al deze omstandigheden maken dat het niet anders kan dan dat de verdachte zich bewust was van de (waarschijnlijke) aanwezigheid van dat wapen in het lab.

Daarbij hebben de verdachten, gelet op hun frequente (gezamenlijke) aanwezigheid alsmede de omstandigheid dat zij het drugslab samen runden, samen de feitelijke macht over het wapen kunnen uitoefenen. Dat leidt tot het oordeel dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking door de verdachte met de medeverdachte, die was gericht op het voorhanden hebben van het aangetroffen wapen.

De rechtbank is gelet op het bovenstaande van oordeel dat hetgeen verdachte onder feit 4 ten laste is gelegd wettig en overtuigend bewezen kan worden.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

T.a.v. feit 1:

in de periode van 1 juni 2024 tot en met 11 december 2024 te Cuijk, gemeente Land van Cuijk, tezamen en in vereniging met anderen,

opzettelijk heeft vervaardigd,

een grote hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

T.a.v. feit 2:

op 11 december 2024 te Cuijk, gemeente Land van Cuijk,

tezamen en in vereniging met anderen,

opzettelijk

aanwezig heeft gehad

een grote hoeveelheid amfetamine(olie),

zijnde amfetamine,

een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

T.a.v. feit 3:

in de periode van 1 juni 2024 tot en met 11 december 2024 te Cuijk en Beugen, gemeente Land van Cuijk,

tezamen en in vereniging met anderen,

om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet,

voor te bereiden en te bevorderen,

te weten het opzettelijk vervaardigen van amfetamine,

een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,

- zich en/of een ander gelegenheid en middelen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,

- voorwerpen en stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door

- een loods, gelegen aan [adres 2] te Cuijk en een pand/garagebox, gelegen aan [adres 3] te Beugen, te huren en/of ter beschikking te laten stellen en

- aanpassingen/verbouwingen aan de loods gelegen aan [adres 2] te Cuijk aan te brengen en/of te laten aanbrengen ten behoeve van de opslag van de benodigde chemicaliën en grondstoffen en de inrichting van de productieruimten en

- BMK te produceren en

- in het pand/de garagebox gelegen aan [adres 3] te Beugen , (laboratorium)benodigdheden en hoeveelheden chemicaliën/grondstoffen voorhanden te hebben en

- in de loods gelegen aan [adres 2] te Cuijk productieopstellingen ten behoeve van de productie van BMK en amfetamine(olie) en (laboratorium)benodigdheden en grote hoeveelheden chemicaliën/grondstoffen voorhanden te hebben;

T.a.v. feit 4:

op 11 december 2024 te Cuijk, gemeente Land van Cuijk,

tezamen en in vereniging met een ander,

een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie,

te weten een machinepistool, van het merk IMI (Israël Military Industries),

model Micro Uzi, zijnde een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren,

voorhanden heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft, zoals tussen de verdachte en het Openbaar Ministerie is overeengekomen, ten aanzien van feit 1 tot en met feit 3 een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gevorderd voor de duur van 52 maanden met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte voor hetgeen hem onder feit 4 ten laste is gelegd zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden. In totaal vordert de officier van justitie dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 64 maanden. Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft geen straftoemetingsverweer gevoerd.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank de wettelijke strafmaxima en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De ernst van de feiten.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van meerdere maanden schuldig gemaakt aan, kort gezegd, het medeplegen van de vervaardiging van amfetamine, het medeplegen van voorbereidingshandelingen daartoe en het medeplegen van aanwezig hebben van amfetamine. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het voorhanden hebben van een automatisch vuurwapen.

Het aangetroffen drugslab was professioneel ingericht en bestemd voor de vervaardiging van grote hoeveelheden amfetamine. Bij het voorgaande merkt de rechtbank op dat het lab zeer goed verborgen was. Harddrugs zijn schadelijk voor de gezondheid van de gebruikers daarvan. Dit geldt temeer als gekeken wordt naar de omstandigheden waaronder deze worden geproduceerd: in een niet gecontroleerde omgeving, in dit geval in een loods. Naast gezondheidsrisico’s brengt de productie van amfetamine grote schade toe aan het milieu en de leefomgeving. Het bereiden van amfetamine gaat gepaard met het gebruik van zeer gevaarlijke stoffen. Het is een feit van algemene bekendheid dat het (chemische) afval dat afkomstig is uit de productie van synthetische drugs veelal gedumpt wordt in de natuur. Dit afval komt dan vervolgens terecht in de aardbodem, open wateren of openbare ruimtes. Dat leidt tot immense schade aan het milieu en deze schade komt veelal geheel voor rekening van de (lokale) gemeenschap. De ontdekking van een drugslab gaat daarnaast gepaard met onrust en een gevoel van onveiligheid voor de (lokale) gemeenschap. Bovendien zijn met de productie van synthetische drugs vaak grote financiële belangen gemoeid en kan de productie van voornoemde drugs leiden tot andere vormen van criminaliteit.

Het ongecontroleerd voorhanden hebben van een vuurwapen brengt grote risico’s met zich voor de veiligheid van personen. Wapens vormen een aanzienlijke bedreiging voor een veilige samenleving, omdat het bezit daarvan maar al te vaak leidt tot gebruik daarvan, met alle mogelijke gevolgen van dien. Het ongecontroleerde bezit van een vuurwapen verhoogt het risico op een levensbedreigend geweldsdelict. Daarom moet streng worden opgetreden tegen het onbevoegd voorhanden hebben van vuurwapens.

De persoon van verdachte.

De rechtbank heeft acht geslagen op de justitiële documentatie aangaande verdachte d.d. 31 oktober 2025. Hieruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Bovendien liep verdachte ten tijde van het plegen van deze feiten nog in een proeftijd van een voorwaardelijke straf die hem was opgelegd. Zowel de eerder opgelegde straf alsmede de lopende proeftijd hebben hem er kennelijk niet van weerhouden opnieuw dergelijke feiten te plegen.

De overeenkomst.

De rechtbank heeft acht geslagen op de afspraken in de overeenkomst en de daaruit voortvloeiende strafeis van de officier van justitie. De rechtbank heeft de uitkomst hiervan beschouwd in het licht van de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Hierbij zijn ook de wettelijke strafmaxima, de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd en de persoonlijke omstandigheden van verdachte betrokken.

De rechtbank is van oordeel dat de overeengekomen straf recht doet aan deze zaak, waarbij zowel het belang van verdachte als dat van de maatschappij geëerbiedigd wordt. De rechtbank zal daarom in de strafmaat ter zake van de feiten 1, 2 en 3 aanknopen bij de straf zoals de verdachte en het Openbaar Ministerie die in de overeenkomst hebben afgesproken, met dien verstande dat hetgeen onder feit 4 bewezen is verklaard geen onderdeel heeft uitgemaakt van deze afspraken. Voor het onder 4 bewezenverklaarde feit acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden passend en geboden.

Conclusie.

Alles afwegend, is de rechtbank van oordeel dat oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 64 maanden passend en geboden is, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht.

Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 01.304970.20.

De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd aan meerdere strafbare feiten heeft schuldig gemaakt en daarmee de algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. Bijzondere omstandigheden die aan de tenuitvoerlegging in de weg staan zijn niet aanwezig. De rechtbank zal dan ook de gevorderde tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden gelasten.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

47, 57 Wetboek van Strafrecht

2, 10, 10a Opiumwet

26 Wet wapens en munitie.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder D van de

Opiumwet gegeven verbod;

T.a.v. feit 2:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

T.a.v. feit 3:

medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en te bevorderen, door zich en een ander gelegenheid en middelen tot het plegen van dat feit te verschaffen en door voorwerpen en stoffen, voorhanden te hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;

T.a.v. feit 4:

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf.

T.a.v. feit 1, feit 2, feit 3, feit 4:

Een gevangenisstraf voor de duur van 64 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling:

Beveelt de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Oost-Brabant van 20 maart 2023, gewezen onder parketnummer 01-304970-20, te weten:

een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E. Boersma, voorzitter,

mr. F. van Buchem en mr. S. Akker, leden,

in tegenwoordigheid van mr. J. Beex, griffier,

en is uitgesproken op 17 december 2025.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. E. Boersma
  • mr. F. van Buchem
  • mr. S. Akker

Griffier

  • mr. J. Beex

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?