ECLI:NL:RBOBR:2025:8317

ECLI:NL:RBOBR:2025:8317, Rechtbank Oost-Brabant, 19-12-2025, 82/019452-24

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 19-12-2025
Datum publicatie 19-12-2025
Zaaknummer 82/019452-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Verdachte heeft zich als actief feitelijk leidinggever van een tweetal door hem opgerichte bedrijven schuldig gemaakt aan het medeplegen van belastingfraude. Verdachte wist van meet af aan dat de door hem op te richten bedrijven geen activiteiten zouden verrichten en dat deze enkel waren bedoeld om de belastingdienst geld afhandig te maken. Het initiatief tot het plegen van de bewezenverklaarde feiten weliswaar niet van verdachte is uitgegaan en dat hij niet de drijvende kracht achter de bewezenverklaarde feiten is geweest, maar dat verdachte daar wel opzettelijk een bewuste, actieve en substantiële bijdrage aan heeft geleverd.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Team Strafrecht

Parketnummer: 82.019452.24

Datum uitspraak: 19 december 2025

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1987] ,

wonende te [adres] 4.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 13 november 2025 en 11 december 2025. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

(telkens) onjuist en/of onvolledig heeft/hebben gedaan en/of heeft/hebben doen/laten doen, door (telkens) op/in het/de ingeleverde/ingediende aangifte(n) een onjuist bedrag aan verschuldigde omzetbelasting en/of voor aftrek in aanmerking komende omzetbelasting op te geven en/of te doen/laten opgeven, terwijl dat/die feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting wordt geheven tot het plegen van welk boven omschreven strafbare feit verdachte opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging verdachte feitelijke leiding heeft gegeven;
(telkens) onjuist en/of onvolledig heeft/hebben gedaan en/of heeft/hebben doen/laten doen, door (telkens) op/in het/de ingeleverde/ingediende aangifte(n) een onjuist bedrag aan verschuldigde omzetbelasting en/of voor aftrek in aanmerking komende omzetbelasting op te geven en/of te doen/laten opgeven, terwijl dat/die feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting wordt geheven, tot het plegen van welk boven omschreven strafbare feit verdachte opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging verdachte feitelijke leiding heeft gegeven.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 24 juni 2025. Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1. [bedrijf 1] op één of meer tijdstippen in of omstreeks 27 juli 2022 tot en met 10 januari 2023 in Uden en/of Apeldoorn, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) en/of alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een (of meer) (digitale) aangifte(n) voor de omzetbelasting ten name van [bedrijf 1] over:

- het aangiftetijdvak 11 mei 2022 tot en met 30 juni 2022 (DOC-075) en/of

- het derde kwartaal van 2022 (DOC-015) en/of

- het vierde kwartaal van 2022 (DOC-015)

2. [bedrijf 2] op één of meer tijdstippen in of omstreeks 2 augustus 2022 tot en met 10 januari 2023 in Uden en/of Apeldoorn, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) en/of alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een (of meer) (digitale) aangifte(n) voor de omzetbelasting ten name van [bedrijf 1] over:

- het tweede kwartaal van 2022 (DOC-014), en/of

- het derde kwartaal van 2022 (DOC-014), en/of

- het vierde kwartaal van 2022 (DOC-014)

In de tenlastelegging staat onder feit 2, in de eerste regel “ [bedrijf 2] ” in plaats van “ [bedrijf 2] en in de vijfde regel “ten name van [bedrijf 1] ” in plaats van “ten name van [bedrijf 2] ” vermeld. De rechtbank merkt dit aan als kennelijke schrijffouten en herstelt die door telkens het laatste in plaats van het eerste te lezen. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in haar vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De beoordeling van de tenlastegelegde feiten.

De feiten.

Verdachte wordt verweten dat hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de gedragingen van [bedrijf 1] en [bedrijf 2] , daaruit bestaande dat deze bedrijven in 2022 telkens onjuiste aangiften voor de omzetbelasting hebben gedaan. Op basis van deze onjuiste aangiften heeft de belastingdienst betalingen aan deze bedrijven gedaan.

Het standpunt van de officier van justitie.

Op de in het schriftelijk requisitoir genoemde gronden vindt de officier van justitie de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging.

Op de in de pleitnota genoemde gronden heeft de verdediging primair vrijspraak van verdachte bepleit omdat verdachte niet als feitelijk leidinggever kan worden aangemerkt.

Het oordeel van de rechtbank.

de bewijsmiddelen

Voor de leesbaarheid van het vonnis wordt voor de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen verwezen naar de uitwerking daarvan in de bij dit vonnis gevoegde bewijsbijlage. De inhoud van die bijlage dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.

nadere overwegingen van de rechtbank

Ten aanzien van de strafbaarheid van de rechtspersoon

 Het kader.

Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad kan een rechtspersoon aangemerkt worden als dader van een strafbaar feit indien de desbetreffende gedraging redelijkerwijs aan de rechtspersoon kan worden toegerekend. De vraag wanneer een verboden gedraging in redelijkheid kan worden toegerekend is afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval, waartoe mede behoort de aard van de verboden gedraging. Belangrijk oriëntatiepunt bij de toerekening is de vraag of de gedraging heeft plaatsgevonden dan wel is verricht in de sfeer van de rechtspersoon. Hiervan zal onder andere sprake kunnen zijn wanneer een of meer van de volgende omstandigheden zich voordoen:

Een dergelijke gedraging kan in beginsel worden toegerekend aan de rechtspersoon.

 Het kader toegepast op deze zaak.

Uit de inhoud van de bewijsmiddelen blijkt dat [bedrijf 1] en [bedrijf 2] onjuiste aangiften omzetbelasting hebben gedaan. Op grond van die aangiften is de belastingdienst overgegaan tot uitbetalingen aan de hiervoor genoemde bedrijven.

De rechtbank is van oordeel dat de gedragingen hebben plaatsgevonden in de sfeer van de rechtspersonen [bedrijf 1] en [bedrijf 2] . Het doen van aangifte omzetbelasting past namelijk binnen de normale bedrijfsvoering van die rechtspersonen, de gedragingen zijn de rechtspersonen dienstig geweest en de rechtspersonen beslisten of deze handelingen al dan niet plaatsvonden. Het zijn dus de hiervoor genoemde rechtspersonen die kunnen worden aangemerkt als dader van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten.

Ten aanzien van verdachte als feitelijk leidinggever

 Het kader.

Nu de rechtspersonen als daders kunnen worden aangemerkt, is de vraag of verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedragingen. Feitelijke leidinggeven zal vaak bestaan uit actief en effectief gedrag dat onmiskenbaar binnen de gewone betekenis van het begrip valt. Feitelijk leiding geven kan ook bestaan uit het leveren van een zodanige bijdrage aan een complex van gedragingen dat heeft geleid tot de verboden gedraging en het daarbij nemen van een zodanig initiatief dat de verdachte geacht moet worden aan die verboden gedraging feitelijke leiding te hebben gegeven. Onder omstandigheden kan ook een meer passieve rol tot het oordeel leiden dat een verboden gedraging daardoor zodanig is bevorderd dat van feitelijke leidinggeven kan worden gesproken.

In feitelijk leidinggeven ligt een zelfstandig opzetvereiste op de verboden gedraging besloten. Voor dit opzet van de leidinggever geldt als ondergrens dat hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat de verboden gedraging zich zal voordoen. Van het bewijs van dergelijke aanvaarding kan – in het bijzonder bij meer structureel begane strafbare feiten – ook sprake zijn als verdachte bekend was met soortgelijke (strafbare) feiten die eerder door de rechtspersoon zijn begaan.

Feitelijk leidinggeven kan dus bestaan uit actieve gedragingen van de leidinggever, maar ook uit bewust niet ingrijpen, nalaten en/of stilzitten. Het niet ingrijpen, nalaten en/of stilzitten moet de verdachte dan wel kunnen worden verweten, bijvoorbeeld omdat hij bevoegd en redelijkerwijs gehouden was maatregelen te treffen ter voorkoming of beëindiging van de strafbare gedraging. Daarvoor is niet vereist dat de verdachte precies heeft geweten waar, wanneer en hoe het specifieke strafbaar feit is begaan

 Het kader toegepast op de deze zaak.

Op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting stelt de rechtbank het volgende vast.

Verdachte heeft de bedrijven [bedrijf 1] en [bedrijf 2] opgericht met zichzelf als enig bestuurder en aandeelhouder. Om deze bedrijven op te kunnen richten heeft verdachte een notaris bezocht en heeft hij alle handtekeningen geplaatst die nodig waren voor het oprichten van deze bedrijven. Verdachte heeft voor beide bedrijven bankrekeningen geopend en hij heeft die bedrijven bij de Kamer van Koophandel ingeschreven.

Verdachte heeft bij de FIOD verklaard dat hij de ondernemingen op initiatief van anderen heeft opgericht zodat hij zijn gokschulden bij hen kon afbetalen, en dat die anderen hem hadden verteld dat het de bedoeling was om na de oprichting geld terug te vragen bij de Belastingdienst.

Ter terechtzitting van 13 november 2025 heeft verdachte verklaard dat hij in opdracht en op aanwijzing van anderen [hierna: de groep] heeft gehandeld. Alle stukken die verdachte met betrekking tot de door hem opgerichte bedrijven ontving, heeft hij aan de groep gegeven. Ook heeft verdachte verklaard dat hij inzicht had in de bankrekening van zijn bedrijven en dat hij als enige bevoegd was transacties op die bankrekeningen te verrichten. Hij beschikte als enige over de bankpas van de bankrekeningen. Tijdens de gehele tenlastegelegde periode van 27 juli 2022 tot en met 10 januari 2023 heeft verdachte contact met de groep gehouden.

Verdachte heeft aan de groep een kopie van zijn ID-bewijs en zijn DigiD gegevens gegeven. Hierdoor was de groep in de gelegenheid eHerkenning aan te vragen. Daarmee werd het voor de groep mogelijk om telkens namens de door verdachte opgerichte bedrijven aangiften omzetbelasting te doen. Elke keer als de belastingdienst geldbedragen op de rekeningen van de door verdachte opgerichte bedrijven had gestort, pinde verdachte deze bedragen van die bankrekeningen en gaf hij het aldus verkregen contante geld aan de groep. Daarbij ging het volgens verdachte om ongeveer 94.000 euro.

 Het oordeel van de rechtbank.

Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat [bedrijf 1] en [bedrijf 2] opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting hebben ingediend op grond waarvan de belastingdienst ten onrechte is overgegaan tot uitbetalingen aan deze bedrijven. Voorts is de rechtbank van oordeel dat verdachte opzettelijk een bewuste en actieve bijdrage heeft geleverd aan het complex van gedragingen dat tot het doen van deze onjuiste aangiften omzetbelasting heeft geleid.

Verdachte wist van meet af aan dat de door hem op te richten bedrijven geen activiteiten zouden verrichten en dat deze enkel waren bedoeld om de belastingdienst geld afhandig te maken. Verdachte heeft ervoor gezorgd dat de groep de aangiften omzetbelasting voor zijn bedrijven kon invullen en indienen. Verdachte zag vervolgens dat de belastingdienst geld op de rekeningen van zijn bedrijven stortte en pinde hierna contante geldbedragen van die rekeningen om af te geven aan de groep. Hiermee had verdachte opzet op de verboden gedraging.

Verdachte heeft hiermee feitelijk leiding gegeven aan de verboden gedragingen bestaande uit het doen van onjuiste aangiften omzetbelasting door de groep. Daaraan doet niet af dat verdachte zich feitelijk niet heeft bemoeid met het invullen en het indienen van die aangiften omzetbelasting. De bijdrage van verdachte was substantieel omdat zonder die bijdrage de strafbare feiten niet mogelijk waren.

de conclusie

Gelet op de inhoud van de bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien met wat hiervoor is overwogen, komt de rechtbank tot het oordeel dat de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend zijn bewezen, een en ander zoals hierna onder “De bewezenverklaring” nader zal worden omschreven.

De bewezenverklaring.

telkens onjuist hebben gedaan door telkens op de ingeleverde/ingediende aangiften een onjuist bedrag aan verschuldigde omzetbelasting en voor aftrek in aanmerking komende omzetbelasting op te geven, terwijl die feiten telkens ertoe strekten dat te weinig belasting wordt geheven aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte feitelijke leiding heeft gegeven;
telkens onjuist hebben gedaan door telkens op de ingeleverde/ingediende aangiften een onjuist bedrag aan verschuldigde omzetbelasting en voor aftrek in aanmerking komende omzetbelasting op te geven, terwijl die feiten telkens ertoe strekten dat te weinig belasting wordt geheven, aan welke bovenomschreven verboden gedraging verdachte feitelijke leiding heeft gegeven.

De rechtbank komt tot het oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat:

1. [bedrijf 1] in de periode van 27 juli 2022 tot en met 10 januari 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen telkens opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten aangiften voor de omzetbelasting ten name van [bedrijf 1] over:

- het aangiftetijdvak 11 mei 2022 tot en met 30 juni 2022 en

- het derde kwartaal van 2022 en

- het vierde kwartaal van 2022

2. [bedrijf 2] in de periode van 2 augustus 2022 tot en met 10 januari 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen telkens opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten digitale aangiften voor de omzetbelasting ten name van [bedrijf 2] over:

- het tweede kwartaal van 2022 en

- het derde kwartaal van 2022 en

- het vierde kwartaal van 2022

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of omissies voorkomen die hiervoor niet zijn genoemd, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor wat bewezen is verklaard.

Oplegging van straffen.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaren. Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

Voor het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring mocht komen, heeft de verdediging primair oplegging van een voorwaardelijke straf bepleit en subsidiair verzocht de taakstraf in uren te matigen.

Het oordeel van de rechtbank.

algemeen

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

de ernst van de bewezenverklaarde feiten

Verdachte heeft zich als feitelijk leidinggever van een tweetal door hem opgerichte bedrijven schuldig gemaakt aan het medeplegen van belastingfraude. Deze bedrijven hebben in 2022 opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting gedaan waarbij fictieve bedragen aan omzet en voorbelasting op de aangiften zijn vermeld. Het gevolg daarvan was dat de belastingdienst ten onrechte uitbetalingen aan die bedrijven heeft gedaan. De goede werking van het belastingsysteem staat of valt met de betrouwbaarheid, juistheid en volledigheid van aangiften. Dit systeem is namelijk mede gebaseerd op het vertrouwen dat de ondernemer een juiste aangifte doet en dat de belastingdienst op basis daarvan in beginsel tot uitbetaling overgaat. Daarvan heeft verdachte misbruik gemaakt. Op die manier heeft verdachte de fiscus benadeeld voor een bedrag van ongeveer € 161.000,--, waarvan € 94.599,-- daadwerkelijk door de belastingdienst (ten onrechte) is uitgekeerd aan de bedrijven van verdachte Dit bedrag mocht hij gedeeltelijk gebruiken voor kleine uitgaven en de rest van het bedrag heeft verdachte besteed aan het aflossen van zijn gokschulden. Hij heeft daarmee puur uit financieel gewin gehandeld.

Verdachte heeft zijn bedrijven enkel en alleen opgericht met het doel de belastingdienst te bewegen tot het uitbetalen van geldbedragen aan de door hem opgerichte bedrijven waarvan verdachte formeel de bestuurder was. Daarbij heeft verdachte niet geschroomd contact te leggen met officiële instanties zoals notarissen en banken om de bedrijven op te richten en om bankrekeningen te openen waarop de belastingdienst geldbedragen kon storten.

de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte

Weliswaar heeft verdachte niets van de door de belastingdienst uitgekeerde bedragen voor zichzelf gehouden, maar hij heeft met die gelden wel zijn gokschuld aan de groep afbetaald. In die zin heeft verdachte dus indirect wel geprofiteerd van de bewezenverklaarde feiten. Inmiddels heeft verdachte met de belastingdienst een betalingsregeling getroffen voor de terugbetaling van de ten onrechte aan zijn bedrijven uitgekeerde bedragen.

Hierin ziet de rechtbank een aanwijzing dat verdachte zich heeft gerealiseerd dat zijn handelen ontoelaatbaar was en dat hij de aangerichte schade probeert te herstellen.

De rechtbank heeft bewezen verklaard dat verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan het plegen van belastingfraude. Daarbij stelt de rechtbank vast dat het initiatief tot het plegen van de bewezenverklaarde feiten weliswaar niet van verdachte is uitgegaan en dat hij niet de drijvende kracht achter de bewezenverklaarde feiten is geweest, maar dat verdachte daar wel een actieve en substantiële bijdrage aan heeft geleverd.

Verder heeft de rechtbank acht geslagen op het reclasseringsadvies van 25 september 2025 waarin wordt vermeld dat verdachte gemotiveerd is om zijn leven op orde te houden en dat momenteel stabiliteit bestaat op alle leefgebieden. Er worden dan ook geen indicaties gezien voor het inzetten van reclasseringsinterventies.

de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het EVRM

De rechtbank is verder van oordeel dat het recht van verdachte op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het EVRM, is geschonden. De rechtbank heeft daarbij tot uitgangspunt genomen dat de redelijke termijn is aangevangen op 21 november 2023, de dag dat verdachte door de politie is gehoord. Er is geen sprake van feiten of omstandigheden die maken dat het tijdsverloop geheel of gedeeltelijk is toe te rekenen aan de verdediging. Ook is er geen sprake van feiten of omstandigheden die ertoe dienen te leiden dat afgeweken wordt van het uitgangspunt dat de redelijke termijn voor berechting in eerste aanleg twee jaren bedraagt. Een en ander maakt dat bij het doen van uitspraak door deze rechtbank de redelijke termijn met bijna een maand is overschreden. De rechtbank is van oordeel dat deze overschrijding zodanig gering is dat de rechtbank volstaat met de constatering daarvan zonder aan die overschrijding enig rechtsgevolg te verbinden.

de strafmodaliteit en op te leggen straf

De rechtbank acht oplegging van een taakstraf passend en geboden. Voor het geval verdachte de taakstraf niet naar behoren vervult, zal de rechtbank bevelen dat aan hem vervangende hechtenis zal worden opgelegd.

De rechtbank is verder van oordeel dat uit het oogpunt van juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met alleen oplegging van een taakstraf. Daarom zal de rechtbank ook een voorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte opleggen. De rechtbank wil met deze voorwaardelijke gevangenisstraf de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten tot uitdrukking brengen. Daarnaast dient het voorwaardelijk deel als stok achter de deur om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Alle feiten en omstandigheden tegen elkaar afwegend, is de rechtbank van oordeel dat passend en geboden is verdachte te veroordelen tot 200 uren taakstraf subsidiair 100 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden met een proeftijd van twee jaren. Bij het bepalen van de hoogte van deze straf heeft de rechtbank vooral acht geslagen op het bedrag dat verdachte er zelf aan over heeft gehouden omdat verdachte niet zelf degene is geweest die de onjuiste belastingaangiften heeft ingediend. Deze straf is hoger dan de straf van medeverdachte [medeverdachte] omdat hij er persoonlijk (in de vorm van het aflossen van zijn gokschulden) een groter bedrag aan over heeft gehouden.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 51 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en

68 en 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Verklaart de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen wat verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het onder de feiten 1 en 2 bewezen verklaarde levert telkens op het misdrijf:

medeplegen van: opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven en de schuldige feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straffen:

 een taakstraf voor de duur 200 uren [tweehonderd uren] te vervangen door 100 dagen hechtenis indien veroordeelde deze taakstraf niet of niet naar behoren verricht.

 een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E.M. Vermeulen, voorzitter,

mr. G.M. Blanken en mr. S.H. Schepers, leden,

in tegenwoordigheid van H.A. van Neerven, griffier,

en is uitgesproken op 19 december 2025.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. E.M. Vermeulen
  • mr. G.M. Blanken
  • mr. S.H. Schepers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2026010609 FutD 2026-0062
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?