ECLI:NL:RBOBR:2025:8887

ECLI:NL:RBOBR:2025:8887, Rechtbank Oost-Brabant, 12-12-2025, 25-007493

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 12-12-2025
Datum publicatie 09-01-2026
Zaaknummer 25-007493
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Beslissing op het klaagschrift ex. art. 552a Sv Onder klager zijn diverse chemicaliën, reactievaten en analyseapparatuur inbeslaggenomen. De middelen zijn aangetroffen in een loods. Uit het onderzoek blijkt dat het hier lijkt te gaan om een productielocatie voor nieuwe psychoactieve stoffen en niet om een onderzoekslocatie. De IGJ heeft geconcludeerd dat de inbeslaggenomen Tramadol voldoet aan de omschrijving van het begrip werkzame stof als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1 van de Geneesmiddelenwet, zonder dat aan klaagster een registratie is verleend als bedoeld in art. 38 Geneesmiddelenwet. Gelet op de bestemming van de Tramadol, de locatie waar de goederen in beslag zijn genomen en de inrichting daarvan, acht de rechtbank het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van de Tramadol zal bevelen. De rechtbank is van oordeel dat de overige inbeslaggenomen goederen in een bepaalde combinatie leiden tot productie van DMT, geplaatst op lijst 1 van de Opiumwet, dan wel van een NPS, waarvan eveneens risico’s voor de volksgezondheid uitgaan. De rechtbank is van oordeel dat het ongecontroleerde bezit van de stoffen in strijd is met de wet of het algemeen belang. Daarom beveelt de rechtbank de onttrekking aan het verkeer van deze stoffen. Daarmee is het strafvorderlijk belang van het voortduren van het beslag gegeven.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Team strafrecht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

parketnummer : 71-024419-25

raadkamernummer : 25-007493

datum : 12 december 2025

Beslissing van de meervoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[klaagster] ,

vestigingsadres: [adres 1]

vestigingsadres Nederland: [adres 2]

in rechte vertegenwoordigd door [vertegenwoordigers] )

woonplaats kiezend op het kantoor van mr. S.F.J. Bergmans, advocaat te Sittard (Paardestraat 29, 6131 HA Sittard),

hierna te noemen: klaagster.

Feiten

Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 Sv, blijkt dat op 20 januari 2025, onder klaagster de volgende goederen in beslag zijn genomen:

-3x blauwe vaten met inhoud 2-Fluor-Ketamine-18x blauwe vaten met inhoud Tramadol-2x doos met opschrift Phenylhydrazine HCL-5x doos met opschrift Methoxyphenylhydrazine-2x vaatje met met opschrift 4.4-Diethoxy-N,N-Dimethyl-1-Butanamine-6x doos met opschrift 4-Dimethylaninopyridine-1x doos met opschrift Triethylanine HCL-3x doos met opschrift Di-Tert-Butylpyrocarbonaat-8x fles met opschrift 4-Dimethylaminopyridine-5x fles Di-Tert-Butylpyrocarbonaat

en

-monster van poeder uit blauw vat

-monster van vloeistof uit blauwe emmer.

Procedure

Het klaagschrift is op 21 maart 2025 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.

Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.

De rechtbank heeft op 28 november 2025 het klaagschrift in openbare raadkamer behandeld gelijktijdig met de vordering van de officier van justitie tot onttrekking aan het verkeer van voornoemde goederen met raadkamernummer 25-018673.

De rechtbank heeft de waarnemend raadsvrouw mr. J.M. McKernan en de officier van justitie op zitting gehoord. Klaagster is, hoewel goed opgeroepen, niet verschenen.

Beklag

Het beklag strekt tot opheffing van het op 20 januari 2025 gelegde beslag op de goederen en de teruggave daarvan aan klaagster.

De raadsvrouw heeft gepersisteerd bij het klaagschrift en naar voren gebracht dat de bestuurders van [klaagster] op dit moment niet in Nederland zijn. Volgens de raadsvrouw is er met betrekking tot de inbeslaggenomen goederen geen sprake van een strafbaar feit. Er is geen sprake van stoffen als bedoeld in lijst 1 van de Opiumwet. Er was geen API-registratie nodig, omdat de middelen ingevoerd zijn vanuit Ierland en daar geen API-registratie nodig is. De middelen die zijn aangetroffen zijn legale middelen met legale doeleinden. De middelen waren voorhanden voor ontwikkelingsdoeleinden. Ze worden niet gebruikt voor menselijke en dierlijke consumptie of voor het maken van bepaalde geneesmiddelen. De loods was ingericht om onderzoek te verrichten. De goederen zijn inmiddels vernietigd. Klaagster wenst aanspraak te maken op een financiële compensatie bij gegrondverklaring van het beklag.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie verzet zich tegen teruggave van de inbeslaggenomen goederen aan klaagster en persisteert bij het schriftelijk standpunt van het Openbaar Ministerie. Het standpunt van het OM wordt onderbouwd met jurisprudentie en bevindingen van deskundigen. Het wordt niet door de raadsvrouw weersproken. Voor onderzoeksdoeleinden zijn niet zoveel middelen nodig als inbeslaggenomen.

Beoordeling

De rechtbank is bevoegd.

Het klaagschrift is tijdig ingediend.

Op grond van het dossier en het verhandelde in raadkamer stelt de rechtbank vast dat de inbeslaggenomen goederen aan klaagster toebehoren.

In geval van een beklag tegen een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag dient de rechtbank te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert. Als het strafvorderlijk belang voortduring van het beslag vordert, wordt geen teruggave gelast.

Het belang van strafvordering vordert onder meer het voortduren van het beslag als niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de later oordelende strafrechter de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen, al dan niet naar aanleiding van een afzonderlijke vordering daartoe als bedoeld in artikel 36b lid 1, aanhef en onder 4 Wetboek van Strafrecht in samenhang met artikel 552f Sv. Het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv draagt daarbij een summier karakter, mede omdat voorkomen moet worden dat de beklagrechter vooruitloopt op het in de strafzaak of ontnemingszaak te geven oordeel.

De inbeslaggenomen Tramadol

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd heeft geconcludeerd dat de inbeslaggenomen Tramadol -kort gezegd- voldoet aan de omschrijving van het begrip werkzame stof als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder x. 1 van de Geneesmiddelenwet, zonder dat aan klaagster (of haar bestuurders) een registratie is verleend als bedoeld in artikel 38 Geneesmiddelenwet. Gelet verder op de omstandigheden die betrekking (kunnen) hebben op de bestemming van de Tramadol, zoals de grote hoeveelheid (504 kilogram bruto) die inbeslaggenomen is, en de locatie waar de goederen in beslag zijn genomen en de inrichting daarvan, acht de rechtbank het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van de Tramadol zal bevelen.

Daarom zal de rechtbank het beklag met betrekking tot de Tramadol ongegrond verklaren.

De overige inbeslaggenomen goederen (met uitzondering van de Tramadol)

Met betrekking tot de overige inbeslaggenomen goederen (met uitzondering van de Tramadol) is door de officier van justitie een vordering tot onttrekking aan het verkeer (artikel 36b lid 1, aanhef en onder 4 Wetboek van Strafrecht in samenhang met artikel 552f Sv) aanhangig gemaakt. Zoals blijkt uit de afzonderlijke beslissing van deze rechtbank (raadkamernummer 25-018673) van heden zal de onttrekking aan het verkeer van deze inbeslaggenomen goederen worden bevolen. Daarmee is het strafvorderlijk belang van het voortduren van het beslag gegeven.

Daarom zal de rechtbank het beklag met betrekking tot deze goederen eveneens ongegrond verklaren.

Beslissing

De rechtbank:

-verklaart het beklag ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door de raadkamer,

mr. E.M.J. Raeijmaekers, voorzitter,

mr. M.L.W.M. Viering en mr. J.G. Vos, rechters,

in tegenwoordigheid van C. Lochten, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2025.

Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de beklager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. E.M.J. Raeijmaekers
  • mr. M.L.W.M. Viering
  • mr. J.G. Vos

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?