ECLI:NL:RBOBR:2025:8895

ECLI:NL:RBOBR:2025:8895, Rechtbank Oost-Brabant, 01-07-2025, C/01/414832 / FA RK 25-1634

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 01-07-2025
Datum publicatie 19-01-2026
Zaaknummer C/01/414832 / FA RK 25-1634
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Klachtzaak. Verzoeker klaagt over een beperking in het gebruik van communicatiemiddelen. De rechtbank verklaart de klacht ten aanzien van het eerste klachtonderdeel niet-ontvankelijk, omdat geen sprake is van één van de klachtgronden als bedoeld in artikel 9:1, tweede lid, sub b Wvggz. De beperking van het telefoongebruik was namelijk niet het gevolg van een beslissing van de zorgverantwoordelijke, maar van een kliniek-brede storing in het telefoonsysteem. De rechtbank verklaart de klacht ten aanzien van het tweede klachtonderdeel ongegrond, omdat het beperken van het internetgebruik naar het oordeel van de rechtbank passend was en de maatregel voldoende was gemotiveerd.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie 's-Hertogenbosch

Zaaknummer: C/01/414832 / FA RK 25-1634

Datum uitspraak: 1 juli 2025

Beschikking over een beslissing over een klacht ex artikel 10:7, eerste lid, van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz)

in de zaak van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [woonplaats] ,

advocaat: mr. C.J.M. Dreessen te Sittard,

tegen

[zorgaanbieder 1] ,

statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,

hierna te noemen: verweerder.

1. Het verloop van de procedure

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen van verzoeker van 10 april 2025;

het aangepaste verzoekschrift van verzoeker van 11 april 2025;

de beschikking van rechtbank Overijssel van 23 april 2025 (verwijzing).

het verweerschrift met bijlagen van verweerder van 26 juni 2025.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 30 juni 2025. Daarbij zijn gehoord:

verzoeker, bijgestaan door zijn advocaat;

[naam] , stafjurist, gemachtigde van verweerder.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft de advocaat een pleitnota overhandigd, met als bijlage de beschikking van rechtbank Overijssel van 3 april 2025.

2. De feiten

Verzoeker heeft een TBS-maatregel met voorwaarden opgelegd gekregen, met onder meer als bijzondere voorwaarde dat verzoeker zich dient te laten opnemen in een Forensisch Psychiatrische Kliniek.

Tijdens de mondelinge behandeling zijn de volgende feitelijkheden besproken:

- Tot 20 januari 2025 had verzoeker bepaalde internetvrijheden op de afdeling en kon hij via de vaste telefoon op zijn kamer telefoneren.

- Op 20 januari 2025 heeft de zorgverantwoordelijke verzoeker een beperking opgelegd in het gebruik van communicatiemiddelen, waardoor de internetvrijheden van verzoeker zijn ingetrokken. Het telefoongebruik van verzoeker is hiermee niet ingeperkt.

- Op 31 januari 2025 was er kliniek-breed een storing in het telefoonsysteem binnen de [zorgaanbieder 1] . Het was op dat moment voor verzoeker niet mogelijk de vaste telefoon op zijn eigen kamer te gebruiken. Als gevolg van de telefoonstoring is het patiënten mogelijk gemaakt om te bellen via de patiëntentelefoon(s) op het kantoor van sociotherapie.

- Op 12 en 18 februari 2025 heeft verzoeker een drietal klachten ingediend bij de klachtencommissie, waaronder de een klacht tegen de beslissing van de zorgverantwoordelijke van 20 januari 2025 om verzoeker een beperking op te leggen in het gebruik van communicatiemiddelen (klachtonderdeel 3, kenmerk RKRW 25.03). Verzoeker heeft geklaagd dat hij niet via het internet, en ook niet via de telefoon, contact kon hebben met zijn advocaat.

Op 19 februari en 25 februari 2025 heeft de klachtencommissie een verweerschrift ontvangen van verweerder. Daarna heeft op 27 februari 2025 een hoorzitting plaatsgevonden via beeldcommunicatie.

Op 4 maart 2025 heeft de klachtencommissie klachtonderdeel 3 voor zover betreffende het telefoneren, niet-ontvankelijk verklaard en voor zover betreffende het gebruik van internet, ongegrond verklaard.

Verzoeker is op 24 maart 2025 overgeplaatst naar de [zorgaanbieder 2] .

3. Het geschil

Verzoeker verzoekt de rechtbank klachtonderdeel 3 alsnog gegrond te verklaren.

Verweerder voert verweer en verzoekt de rechtbank de uitspraak van de klachtencommissie te bevestigen en de klacht voor wat betreft het telefonisch contact niet-ontvankelijk te verklaren en voor wat betreft het beperken van het internet ongegrond te verklaren.

4. De beoordeling

Heeft verzoeker het verzoek tijdig ingediend?

Op grond van artikel 10:7, tweede lid, Wvggz bedraagt de termijn voor het indienen van een verzoekschrift zes weken na de dag waarop de beslissing van de klachtencommissie aan verzoeker is meegedeeld. De rechtbank leidt uit de beslissing van de klachtencommissie af dat deze is genomen op 4 maart 2025. Ervan uitgaande dat de beslissing ook op deze datum aan verzoeker is meegedeeld, had verzoeker tot en met 15 april 2024 de gelegenheid om een verzoekschrift in te dienen. Het verzoekschrift is op 10 april 2025, en daarmee tijdig, ontvangen.

Is de klacht klachtwaardig en is verzoeker klachtgerechtigd

De rechtbank stelt vast dat aan verzoeker TBS met voorwaarden is opgelegd. Verzoeker is daardoor een met zijn instemming opgenomen, forensisch patiënt in de zin van artikel 1.1 van de Wet forensische zorg (Wfz). Op grond van artikel 9:1, tweede lid, sub a Wvggz heeft verzoeker het recht om gebruik te maken van de klachtenprocedure in het kader van de Wvggz. Een dergelijke procedure kan op grond van ditzelfde artikel echter alleen betrekking hebben op de klachtgronden genoemd in artikelen 8:14, 8:15, 9:2 en 9:9 Wvggz

De verweerder betwist ten stelligste dat het verzoeker verboden werd om – ook toen de telefoons het weer deden – contact op te nemen met zijn advocaat. Verweerder stelt dat geen sprake is van verplichte zorg en de Wvggz daarmee niet van toepassing is. Betrokkene zou conform de huisregels op zijn kamer een vaste telefoon hebben op zijn eigen kamer. Gedurende de kliniek-brede storing in het telefoonsysteem is betrokkene in de gelegenheid gesteld om contact te onderhouden met zijn netwerk en advocaten door gebruik te maken van de patiëntentelefoon(s) in het kantoor van sociotherapie. Een eventuele feitelijke beperking zou dan ook niet het gevolg geweest zijn van een beslissing van de zorgverantwoordelijke, zoals omschreven in artikel 9:9, derde lid, Wvggz, waarmee de klacht op dit punt terecht niet-ontvankelijk verklaard zou zijn door de klachtencommissie.

De rechtbank zal de klacht niet-ontvankelijk verklaren, voor zover deze ziet op het telefoneren. Tijdens de mondelinge behandeling is namelijk bevestigd dat beslissing van de zorgverantwoordelijke van 20 januari 2025 niet zag op het gebruik van de vaste telefoon op de kamer van verzoeker. Betrokkene heeft niet kunnen telefoneren met de vaste telefoon op zijn kamer vanwege een kliniek-brede storing in het telefoonsysteem. Dit is niet het gevolg geweest van een beslissing van de zorgverantwoordelijke, als omschreven in artikel 9:9, derde lid, Wvggz. Hierdoor is geen sprake van een van de klachtgronden als bedoeld in artikel 9:1, tweede lid, sub b Wvggz.

Niet ter discussie staat dat de klacht van verzoeker betrekking heeft op een beslissing van de zorgverantwoordelijke als omschreven in artikel 9:9, derde lid, sub b, Wvggz, voor zover de klacht het gebruik van internet betreft.

De rechtbank komt vervolgens toe aan de beoordeling van de klacht voor zover betreffende het gebruik van internet. De rechtbank overweegt daarover het volgende.

Voldoet het toepassen van verplichte zorg aan de Wvggz-criteria van doelmatigheid, proportionaliteit en subsidiariteit?

Verzoeker stelt dat geenszins is gebleken van een zorgvuldige belangenafweging, waardoor sprake is van strijd met artikel 3:4, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het onevenredig grote nadeel voor verzoeker, dat is ontstaan door ontneming van zijn telefoon en het hem direct ontzeggen om kortstondig contact te leggen met zijn advocaat, had voorkomen kunnen worden door hem kortstondig te laten bellen met zijn eigen telefoon of een telefoon van de afdeling. Door de zorgverantwoordelijke had dan ook een minder diep ingrijpende maatregel genomen kunnen worden. Daarbij ontkent verzoeker dat hij dreigend gedrag heeft vertoond.

Verweerder stelt dat de internetvrijheden van betrokkene zijn beperkt, nadat hij de reclasseringsvoorwaarden geschonden had door op Facebook berichten te plaatsen over zijn slachtoffer. Er is overleg geweest met de reclassering over de mate waarin verzoeker de reclasseringsvoorwaarden heeft geschonden en hoe dit zou kunnen worden aangepakt. Het ontbreken van zelfreflectie in dit problematische gedrag zou zorgen voor gevaar. Vanwege het gebrek tot samenwerking, en het ontbreken van andere mogelijkheden, werd in samenspraak met de reclassering besloten om de internetvrijheden van verzoeker in te trekken, ter voorkoming van (verdere) strafbare feiten. Verweerder stelt dan ook dat er wel degelijk een zorgvuldige belangenafweging heeft plaatsgevonden en geen sprake is van onevenredig groot nadeel voor verzoeker.

Wat is de conclusie van de rechtbank?

De rechtbank stelt als eerste vast dat niet in geschil is dat betrokkene zich via internet dusdanig heeft gedragen dat de reclassering tot de conclusie is gekomen dat de reclasseringsvoorwaarden zijn geschonden. De rechtbank kan deze conclusie volgen en ook begrijpen dat hierop is besloten het internetgebruik van betrokkene te beperken. Dat hierbij geen zorgvuldige belangenafweging heeft plaatsgevonden, volgt de rechtbank niet. Aan de ene kant is het handhaven van reclasseringsvoorwaarden een belang, net als de (beleving van) veiligheid van derden die hiermee gemoeid kan zijn. Aan de andere kant volgt de rechtbank niet dat betrokkene hierdoor de mogelijkheid tot contact met zijn advocaat geheel, dan wel in overwegende mate, ontnomen zou zijn. Nu verweerder steeds, ondanks verstoringen van buiten, heeft gewaarborgd dat belangrijk telefoonverkeer, waaronder contacten met advocaten, doorgang konden vinden, is betrokkene door de samenloop van ontzegging van internetgebruik en de telefoonstoring op de afdeling niet onevenredig in zijn belangen geraakt. De rechtbank is daarom ook niet van oordeel dat het handhaven van de beperking van het internetgebruik - na intreden van de telefoonstoring - een onevenredig belastende maatregel was.

Dat betrokkene het niet eens is met de bejegening door verweerder, ernstige vooringenomenheid door verweerder ervaart en het geheel niet kan vinden in de medische beslissingen door behandelaars, doet aan het voorgaande niets af. Ook zijn stelling dat zijn internetgedrag door behandelfouten zou zijn veroorzaakt, maakt de uitkomst niet anders. Nu de gedragingen van betrokkene op internet naar objectieve maatstaven niet toelaatbaar waren, en de reactie daarop om het internetgebruik te beperken naar het oordeel van de rechtbank een gepaste maatregel was, ziet de rechtbank bij de beoordeling van de klacht geen ruimte om de gestelde subjectieve beleving van betrokkene in de afweging te betrekken.

Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat de klacht voor zover betreffende het gebruik van internet ongegrond is.

5. De beslissing

De rechtbank:

verklaart de klacht van verzoeker voor zover betreffende het telefoneren niet-ontvankelijk;

verklaart de klacht van verzoeker voor zover betreffende het gebruik van internet ongegrond.

Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2025 door mr. W.S. Badri, rechter, in aanwezigheid van E.E.P. Anderson, griffier.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. W.S. Badri

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?