RECHTBANK OOST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie 's-Hertogenbosch
Zaaknummer: C/01/418458 / FA RK 25-3391
Datum uitspraak: 16 september 2025
Beschikking
van de rechtbank Oost-Brabant naar aanleiding van het beroep ex artikel 7:6 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) tegen een crisismaatregel en het verzoek om schadevergoeding ex artikel 10:12 Wvggz, van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
wonend in [woonplaats] ,
verblijvende te [verblijfplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. A. Houtman uit Oirschot.
Verweerders:
ten aanzien van het beroep ex artikel 7:6 Wvggz:
de BURGEMEESTER VAN DE GEMEENTE [gemeente] ,
hierna te noemen: de burgemeester,
gemachtigde: [naam gemachtigde] ,
ten aanzien van het verzoek ex artikel 10:12 Wvggz:
de publiekrechtelijke rechtspersoon de GEMEENTE [gemeente] ,
gevestigd te [gemeente] ,
hierna te noemen: de gemeente,
gemachtigde: [naam gemachtigde] .
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 19 augustus 2025;
- het verweerschrift, binnengekomen bij de rechtbank op 5 september 2025.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 12 september 2025 op de verblijfplaats van betrokkene. Daarbij zijn verschenen:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
[naam gemachtigde] , gemachtigde van verweerders;
[psychiater 1] .
2. Het beroep
Betrokkene stelt beroep in tegen de op 29 juli 2025 namens de burgemeester van [gemeente] verleende crisismaatregel. Zij verzoekt, samengevat, om, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, haar beroep gegrond te verklaren, om aan haar een schadevergoeding van € 200,00 toe te kennen en om de gemeente te veroordelen in de advocaatkosten indien geen last tot toevoeging wordt verstrekt.
Betrokkene legt, zakelijk weergegeven, aan haar beroep ten grondslag dat de crisismaatregel ten onrechte is verleend nu aan de medische verklaring gebreken kleven. De medische verklaring is opgesteld door [psychiater 2] , terwijl hij niet het psychiatrisch onderzoek heeft verricht. Betrokkene heeft twee dagen verplichte zorg ontvangen zonder geldige titel. Zij acht, conform de ‘Oriëntatiepunten voor schadevergoeding in verplichte zorgzaken’ van 18 juli 2024, een schadevergoeding van € 100,00 per dag billijk.
3. Het verweer
De burgemeester en de gemeente concluderen tot afwijzing van de verzoeken. De burgemeester voert, samengevat, aan dat de medische verklaring materieel voldoet aan de eisen van artikel 5:7 Wvggz. De medische verklaring is weliswaar ondertekend door een andere [psychiater 2] dan de psychiater die het psychiatrisch onderzoek heeft verricht en de medische verklaring heeft opgesteld ( [psychiater 1] ), maar de psychiater die betrokkene heeft onderzocht en de medische verklaring heeft opgesteld, is een onafhankelijk psychiater in de zin van artikel 5:7 Wvggz. [psychiater 1] had (nog) geen toegang tot zijn eigen account in het systeem Khonraad, zodat hij de medische verklaring niet onder zijn eigen naam kon opstellen en ondertekenen. Om dit praktisch op te lossen heeft [psychiater 2] de medische verklaring ondertekend. Nu het beroep ongegrond is, bestaat er geen grond voor het toekennen van een schadevergoeding, aldus de gemeente.
4. De beoordeling
Op grond van artikel 7:1, derde lid, aanhef en onder a, Wvggz neemt de burgemeester niet eerder een crisismaatregel dan nadat hij ervoor zorgt dat een psychiater in een medische verklaring zijn bevindingen vermeldt inzake de actuele gezondheidstoestand van betrokkene, de noodzakelijk geachte vormen van verplichte zorg, en of de situatie, bedoeld in artikel 7:1, eerste lid, Wvggz zich voordoet.
Het beroep richt zich op de vraag of een deugdelijke medische verklaring aan de crisismaatregel ten grondslag ligt. Gelet hierop zal de rechtbank de beoordeling van het beroep beperken tot dit onderwerp.
Bij beschikking van 29 juli 2025 heeft de burgmeester een crisismaatregel afgeven voor betrokkene. In deze beschikking wordt vermeld dat de medische verklaring afkomstig is van [psychiater 2] .
In de medische verklaring van 29 juli 2025 is vermeld dat [psychiater 2] de psychiater is die de medische verklaring afgeeft. Deze medische verklaring is ook ondertekend door [psychiater 2] . In de medische verklaring wordt enkel het volgende vermeld over [psychiater 1] :
“Betrokkene is onderzocht door [psychiater 1] .”
De rechtbank stelt voorop dat de psychiater het medisch onderzoek zo moet verrichten dat hij in beginsel betrokkene in een direct contact, dat wil zeggen: in diens fysieke aanwezigheid, spreekt en observeert, tenzij dat redelijkerwijs niet mogelijk is. Vast staat dat [psychiater 2] betrokkene niet heeft onderzocht. Een medische verklaring moet voorts worden ondertekend door de onafhankelijk psychiater die de verklaring heeft opgesteld. De medische verklaring is niet ondertekend door [psychiater 1] , de psychiater die het medisch onderzoek heeft verricht en de medische verklaring inhoudelijk heeft opgesteld.
Tussen partijen staat verder niet ter discussie dat de medische verklaring wel afgegeven en ondertekend had kunnen worden door [psychiater 1] . Weliswaar had [psychiater 1] ten tijde van het opstellen van de verklaring geen toegang tot Khonraad, maar op de mondelinge behandeling heeft (de gemachtigde van) de burgemeester desgevraagd verklaard dat de psychiater de medische verklaring had kunnen printen en ondertekenen.
Voorts stelt de rechtbank vast dat in de medische verklaring niet is vermeld dat de medische verklaring is opgesteld en ondertekend door een andere psychiater dan de psychiater die verklaring heeft ondertekend. Evenmin is toegelicht waarom die medische verklaring niet is ondertekend door de psychiater die de verklaring heeft opgesteld. Eerst op de mondelinge behandeling heeft [psychiater 1] verklaard dat de gang van zaken in een apart document is opgenomen en voorafgaand aan de crisismaatregel aan de burgemeester ter beschikking is gesteld. Dat document maakt echter geen onderdeel uit van de beschikking van de burgemeester, betrokkene heeft daar geen kennis van kunnen nemen en het document is ook in deze procedure niet overgelegd.
De rechtbank is van oordeel dat de hierboven beschreven werkwijze onzorgvuldig is. Het gevolg is dat de medische verklaring ondeugdelijk is. Dit leidt er voorts toe dat de crisismaatregel onrechtmatig is genomen. Het beroep zal daarom gegrond verklaard worden.
Dat sprake was van een spoedeisende situatie, waardoor voor deze werkwijze is gekozen, zoals door de burgemeester is aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel. Op de mondelinge behandeling heeft (de gemachtigde van) de burgemeester verklaard dat voorafgaand aan de crisismaatregel telefonisch onderhoud heeft plaatsgevonden tussen de gemeente en [psychiater 1] over de ondertekening. Voorts zou tussentijds e-mailcorrespondentie hebben plaatsgevonden tussen de [psychiater 1 en 2] en de geneesheer-directeur. In het licht hiervan is onvoldoende komen vast te staan dat een tijdige ondertekening van een medische verklaring door [psychiater 1] niet mogelijk was.
Dan komt de rechtbank toe aan het verzoek om schadevergoeding. Op grond van artikel 10:12, eerste lid, Wvggz kan betrokkene bij de rechter verzoeken om eem schadevergoeding indien de wet niet in acht is genomen bij het nemen van een crisismaatregel. De rechter kent naar billijkheid een schadevergoeding toe.
Het verzoek om schadevergoeding zal worden toegewezen, omdat bij het nemen van de crisismaatregel artikel 7:1, derde lid, aanhef en onder a, Wvggz niet in acht is genomen.
Gelijk aan het standpunt van betrokkene ziet de rechtbank reden om bij het bepalen van een billijke vergoeding aan te sluiten bij de zogenaamde “Oriëntatiepunten voor schadevergoeding in verplichte zorg zaken” van 18 juli 2024. Betrokkene heeft twee dagen verbleven op een gesloten afdeling zonder geldige titel. In de oriëntatiepunten wordt een bedrag van € 100,00 per dag geadviseerd en de rechtbank acht dit bedrag billijk. De rechtbank zal de gemeente veroordelen tot betaling van een bedrag van € 200,00.
De beslissing op het verzoek om schadevergoeding zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. De rechtbank ziet, anders dan verzocht, geen reden om de gegrondverklaring uitvoerbaar bij voorraad te verklaren nu tegen deze beslissing (op grond van artikel 7:6, zesde lid, Wvggz) geen hoger beroep open staat.
Betrokkene heeft tot slot verzocht om een vergoeding van de advocaatkosten indien geen last wordt verstrekt. Aan betrokkene is een last tot toevoeging afgegeven, waardoor de rechtbank niet toekomt aan de beoordeling van dit verzoek.
5. De beslissing
De rechtbank:
verklaart het beroep tegen de crisismaatregel van 29 juli 2025 gegrond;
veroordeelt de gemeente tot betaling van een bedrag van € 200,00 aan betrokkene;
verklaart deze beschikking ten aanzien van 5.2. uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2025 door mr. F. Kooijman, rechter, in aanwezigheid van E.E.P. Anderson, griffier.
Tegen deze beschikking staat voor zover het betreft het beroep tegen de crisismaatregel het rechtsmiddel van cassatie open. Tegen de beschikking betreffende het verzoek tot schadevergoeding staat het rechtsmiddel van hoger beroep open op grond van artikel 358 lid 1 Rv.