RECHTBANK OOST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer : C/01/414841 / FA RK 25/1639
Uitspraak : 14 november 2025
Beschikking betreffende voornaamswijziging in de zaak van:
[verzoeker] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,hierna te noemen: verzoeker,wonende in [woonplaats] , advocaat: mr. C.D.R. Schoonderbeek.
De procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van:
De zaak is mondeling behandeld op 17 oktober 2025.
Verschenen zijn verzoeker en zijn advocaat.
Het verzoek
Het verzoek strekt tot wijziging van de voornamen van verzoeker van: [voornaam betrokkene] in: [X] .
De beoordeling
De rechtbank kan wijziging van de voornamen gelasten op verzoek van de betrokken persoon als daarvoor een voldoende zwaarwichtig belang bestaat (artikel 1:4 Burgerlijk Wetboek).
Voor de beantwoording van de vraag wanneer sprake is van een voldoende zwaarwichtig belang dient aansluiting te worden gezocht bij de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Omdat voornamen een middel zijn om personen binnen hun familie en in het maatschappelijk verkeer te identificeren, vallen zij onder het begrip privéleven zoals bedoel in artikel 8 EVRM. Het door dit artikel beschermde belang brengt met zich mee dat inmenging van enig openbaar gezag niet is toegestaan. Niet iedere regulering houdt evenwel ook een inmenging in. Een weigering om een voornaam te wijzigen kan niet zonder meer als ongeoorloofde inmenging worden aangemerkt. Daarvoor zal steeds moeten worden onderzocht of sprake is van een evenwichtige belangenafweging (“fair balance”) tussen enerzijds de belangen van het individu en anderzijds de belangen van de Staat, waarbij niet uit het oog mag worden verloren dat de Staat/de rechter een zekere mate van beoordelingsvrijheid toekomt.
Of de weigering om een voornaam te wijzigen een ongerechtvaardigde inmenging oplevert, hangt af van de mate van ongemak en overlast die de betrokkene hiervan ondervindt. Daarbij dienen alle feiten en omstandigheden te worden meegewogen.
Verzoeker heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat hij al sinds zijn geboorte de roepnaam [X] draagt. Zijn officiële voornamen komen hiermee niet overeen. Hij is vernoemd naar overleden familieleden met wie hij niets heeft. Verzoeker vindt het hinderlijk dat hij anderen regelmatig moet corrigeren, omdat zijn roepnaam afwijkt van zijn officiële voornamen. Dit gaat ook vaak fout in officiële documenten, wat gedoe, onnodige vertraging en soms ook kosten oplevert. Tot slot heeft verzoeker katholieke voornamen, terwijl hij zich heeft uitgeschreven bij de kerk. Verzoeker vindt het ook vreemd dat de voornaam ‘ [derde voornaam betrokkene] ’ een verwijzing is naar een vrouwelijke naam.
De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van een voldoende zwaarwichtig belang bij wijziging van de voornamen van verzoeker. Het is heel gebruikelijk dat iemands officiële voornamen niet overeenkomen met de in het dagelijks leven gehanteerde roepnaam. Dat verzoeker daarvan enige hinder ondervindt, levert op zichzelf geen zwaarwichtig belang op bij wijziging van de voornamen. Het belang bij naamsconsistentie dient in dit geval naar het oordeel van de rechtbank zwaarder te wegen. De rechtbank zal het verzoek daarom afwijzen.
De beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. V.R. de Meyere, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 14 november 2025.
Tegen deze beschikking kan, voor zover het een eindbeslissing betreft, -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenboscha. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraakb. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.