beschikking van de kantonrechter van 17 januari 2025
op verzoek van:
[naam] ,
geboren te [plaatsnaam] , [land] , op [datum] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
De zaak is behandeld ter zitting van 10 januari 2025. Van het verhandelde ter zitting zijn aantekeningen gemaakt. Ter zitting zijn betrokkene, een vriend van betrokkene en de bewindvoerder verschenen.
beoordeling
Op 1 oktober 2018 is een bewind ingesteld over de goederen van betrokkene, op grond van een lichamelijke of geestelijke toestand. Betrokkene verzoekt om opheffing ervan. Zij stelt dat ze al een aantal jaren schuldenvrij is en met hulp van een budgetcoach van de gemeente in staat is haar financiën te beheren. Tevens geeft zij aan dat het contact met de bewindvoerder is verslechterd en geen vertrouwen meer heeft in een verdere samenwerking.
De bewindvoerder stemt niet in met het verzoek. Zij bevestigt dat de communicatie met betrokkene stroef verloopt. Betrokkene is analfabeet. Ook is betrokkene vaak boos omdat zij de hoge extra leefgeldbedragen die zij aanvraagt niet krijgt. Dat hiervoor geen budget is, is lastig uit te leggen aan betrokkene. Zij begrijpt het niet. Daarnaast is er nog geen zelfstandigheidstraject gestart. De bewindvoerder acht dit wel noodzakelijk, alvorens het bewind wordt opgeheven.
Ter zitting heeft betrokkene aangegeven dat zij van mening is dat zij, door haar moeilijke verleden, waarin zij niets had, ter compensatie recht heeft op extra leefgeld. Zij is ook van oordeel dat er wel geld voor is. Zij wil haar vrijheid terug. Ze wil een normaal leven, zonder bewindvoerder. Zij wil budgetbeheer bij de gemeente, die gratis is. Zij heeft hiervoor een gesprek gehad bij de gemeente en daar werd haar verteld dat het geen enkel probleem was. Zij weerspreekt dat zij analfabeet is. Zij kan wel lezen en schrijven, alleen niet in de Nederlandse taal.
De kantonrechter overweegt als volgt.
Gelet op de inhoud van de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat het nog te vroeg is om het bewind op te heffen. Er zijn onvoldoende feiten en omstandigheden naar voren gekomen waaruit kan worden afgeleid dat betrokkene op dit moment in staat is om haar vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen, al dan niet met behulp van een budgetcoach. Betrokkene lijkt, in ieder geval op zitting en ook naar zeggen van de bewindvoerder, niet te begrijpen dat als er geen budget is, ze ook geen extra geld kan krijgen van de bewindvoerder. Dat ze recht heeft op extra geld, vanwege haar moeilijke verleden, is een onjuiste aanname. Er moet geld voor zijn, in de vorm van een salaris, een uitkering, of een potje van de gemeente/andere instantie. De bewindvoerder kan geen geld toveren. Mede gelet hierop is de kantonrechter van oordeel dat op dit moment een budgetcoach niet passend is voor betrokkene. De kantonrechter begrijpt dat betrokkene haar vrijheid terug wil. Maar budgetbeheer is vrijwillig. Het is zeer aannemelijk dat als de budgetcoach weigert extra geld te geven, betrokkene stopt met budgetbeheer en er vervolgens weer schulden zullen ontstaan. Daarnaast kan betrokkene geen Nederlands lezen en schrijven. Dit kan een probleem opleveren wanneer zij de brieven die zij ontvangt moet aanleveren bij de budgetcoach. Haar argument dat budgetbeheer gratis is, is ook niet een reden om het bewind te stoppen. Het bewind wordt, in haar geval, vergoed vanuit de bijzondere bijstand.
Tot slot heeft de kantonrechter betrokkene ter zitting voorgehouden dat het gebruikelijk is dat er, alvorens een bewind wordt opgeheven, eerst een zelfstandigheidstraject dient te worden doorlopen. Dit is zeker gelet op de looptijd van het bewind en de verzoeken om extra geld, noodzakelijk. De bewindvoerder moet een stappenplan in het kader van een zelfstandigheidstraject met betrokkene gaan bespreken en op papier uiteenzetten, zodat een dergelijk traject gestart kan gaan worden. Betrokkene kan daarin laten zien dat zij zich weet te houden aan het opgestelde budgetplan. Wanneer het zelfstandigheidstraject naar ieders tevredenheid is verlopen, kunnen de bewindvoerder en betrokkene, bij voorkeur gezamenlijk, een verzoek tot opheffing van het bewind indienen.
Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter het verzoek afwijzen.
De kantonrechter voegt hieraan nog het volgende toe.
Betrokkene heeft op zitting aangegeven dat de gemeente als budgetcoach het geen probleem vond dat het bewind van betrokkene eraf ging en zij als budgetcoach zou beginnen. Graag ziet de kantonrechter hier de onderbouwing voor vanuit de gemeente. De bewindvoerder dient een brief op te stellen voor betrokkene. In deze brief moet staan welke hobbels er spelen in het bewind. Deze beschikking kan daarbij als uitgangspunt dienen. Betrokkene moet vervolgens met deze brief de gemeente verzoeken of zij wil bevestigen dat, gelet op de vrijwilligheid van een budgetcoach, bewind in de specifieke zaak van betrokkene niet meer noodzakelijk is maar budgetbeheer volstaat.
Wanneer de kantonrechter van betrokkene een schriftelijke reactie vanuit de gemeente ontvangt waaruit duidelijk blijkt dat ondanks de hiervoor genoemde zorgen budgetbeheer kan volstaan, en onder welke voorwaarden, dan kan dat reden zijn om alsnog tot opheffing van het bewind over te gaan.
beslissing
De kantonrechter:
- wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2025.
De griffier, De kantonrechter,
Verzenddatum:
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie de griffier een afschrift van deze beschikking heeft verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.