ECLI:NL:RBOBR:2025:8967

ECLI:NL:RBOBR:2025:8967

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 01-08-2025
Datum publicatie 02-09-2026
Zaaknummer C/01/416469 FA RK 25-2438
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Voorlopige voorzieningen in een echtscheidingsprocedure. Verzoek ziet op voorzieningen op grond van artikel 822 Rv en op grond van 223 Rv. Verzoeken op grond van 223 Rv afgewezen onder verwijzing naar ECLI:NL:HR:2018:1414.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

beschikking

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer : C/01/416469 / FA RK 25-2438

Uitspraak : 1 augustus 2025

Beschikking betreffende voorlopige voorzieningen in de zaak van

[de vrouw] ,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. P.A.M. Verkuijlen,

tegen:

[de man] ,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. H. Sanli,

partijen, ook wel aan te duiden als respectievelijk de vrouw en de man.

Daarnaast is in zijn adviserende rol in de procedure betrokken de raad voor de kinderbescherming, locatie Eindhoven, hierna: de raad.

1. De procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van:

het verzoekschrift (met bijlagen) van de vrouw, ontvangen op 13 juni 2025;

het verweerschrift (met bijlagen), tevens houdende een zelfstandig verzoek van de man.

De zaak is behandeld op de mondelinge behandeling van 15 juli 2025. Verschenen zijn partijen, bijgestaan door hun advocaten. Namens de raad is [naam] verschenen. Tevens was mr. L.G.A.A. de Hondt-Buijs aanwezig in haar hoedanigheid van piketmediator.

Partijen hebben zich na de mondelinge behandeling bereid verklaard om via piketmediation te proberen tot overeenstemming te komen over de tussen hen bestaande geschilpunten. De rechtbank heeft de beslissing daarom twee weken aangehouden in afwachting van het verloop van de piketmediation.

Tevens heeft de rechtbank de man, mede op verzoek van de vrouw, in de gelegenheid gesteld binnen twee weken nadere financiële stukken in te dienen.

Nadien heeft de rechtbank kennisgenomen van:

- het F9-formulier (met bijlagen), ingediend door mr. H. Sanli op 24 juli 2025;

- het F9-formulier (met bijlagen), ingediend door mr. P.A.M. Verkuijlen op 25 juli 2025.

Uit het F9-formulier van 25 juli 2025 dat namens de vrouw is ingediend, blijkt dat partijen tijdens de piketmediation geen overeenstemming hebben bereikt. Daarna is de beschikking bepaald op vandaag.

2. De feiten

Partijen zijn op [huwelijksdatum] te [huwelijksplaats] met elkaar gehuwd.

Partijen zijn de ouders van de navolgende, nog minderjarige, kinderen:

[minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2021 en

[minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2023, hierna: de kinderen.

Partijen oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit over de kinderen.

Bij deze rechtbank is een echtscheidingsprocedure tussen partijen aanhangig.

3. Het verzoek

De vrouw verzoekt de rechtbank, voor zover de wet dat toelaat uitvoerbaar bij voorraad, bij wijze van voorlopige voorziening als volgt te beslissen:

Ex artikel 822 Rv

te bepalen dat de kinderen van partijen voorlopig zullen worden toevertrouwd aan de vrouw;

te beslissen dat de man voorlopig per maand en per kind, te voldoen bij wijze van vooruitbetaling, aan de vrouw een bedrag dient te betalen ter hoogte van € 552,50 als bijdrage in de kosten van de opvoeding en verzorging van de kinderen van partijen;

een voorlopige zorgregeling vast te stellen conform door partijen schriftelijk is overeengekomen als opgenomen in bijlage 12 bij het verzoekschrift met de volgende wijziging daarvan: dat in de oneven weken de kinderen bij de vrouw verblijven, waarbij de vrouw de kinderen op zondagavond na het eten naar de man brengt en in de even weken de kinderen bij de man zijn, waarbij de man zelf persoonlijk de kinderen op zondagavond na het eten weer naar de vrouw brengt;

te beslissen dat de man voorlopig per maand, te voldoen bij wijze van vooruitbetaling, aan de vrouw een bedrag van € 2254,45 dient te betalen als bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud.

Ex artikel 223 Rv. jo artikel 195 Rv:

de man te bevelen om aan de vrouw de volgende stukken beschikbaar te stellen:

- de aangiften inkomstenbelasting en de aanslagen over de jaren 2022, 2023 en 2024;

- een overzicht het thans nog openstaande deel van de leningen aangegaan voor de

financiering van de woning aan [adres] , kadastraal bekend [kadastrale gegevens] ;

- een overzicht van de zich in en om de woning bevindende roerende zaken, waaronder voertuigen;

- voor zover aan de woningfinanciering verbonden levensverzekeringen zijn aangegaan, een kopie van de betreffende polissen;

- een kopie van de jaarrekeningen over 2022, 2023 en 2024 van de onderneming van de man;

- de laatste WOZ beschikking betreffende de te betalen OZB aan de gemeente [naam gemeente] ;

- een overzicht van openstaande schulden door de man aangegaan, binnen 10 dagen na datum van betekening van de beslissing in deze aan de man, zulks op straffe van het verbeuren van dwangsommen aan de vrouw ter hoogte van € 500,- per dag voor elke dag dat de man in gebreke blijft te voldoen aan de in deze aan de rechtbank

verzochte beslissing.

kosten rechtens.

De man voert verweer en concludeert tot afwijzing van de verzoeken van de vrouw onder ii. tot en met vi. Bij wijze van zelfstandig verzoek verzoekt de man de rechtbank om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat de man voorlopig recht heeft op contact met kinderen:

- om de veertien dagen van zaterdag 08:30 uur tot maandagochtend, waarbij de man

[minderjarige 2] naar de kinderopvang en [minderjarige 1] bij de vrouw terugbrengt;

- om de veertien dagen althans in de week dat geen weekendregeling geldt op woensdag 08:30 uur tot donderdag 08:30 uur, waarbij de man de kinderen bij de vrouw terugbrengt, althans een dusdanige regeling die de rechtbank juist acht.

Op de standpunten van partijen wordt, voor zover van belang, hierna ingegaan.

4. De beoordeling

Internationale aspecten

De man heeft naast de Nederlandse ook de Turkse nationaliteit. Dit betekent dat de zaak internationale aspecten kent. De rechtbank heeft deze internationale aspecten ambtshalve beoordeeld en concludeert dat haar rechtsmacht toekomt om naar Nederlands recht te beslissen op de verzoeken.

Toevertrouwing kinderen

De rechtbank zal de kinderen aan de vrouw toevertrouwen nu partijen het daarover eens zijn en niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich daartegen verzet.

Verdeling zorg- en opvoedingstaken

Partijen verzoeken beiden om een wijziging van de onderling getroffen zorgregeling waaraan zij op dit moment uitvoering geven.

De rechtbank zal een zorgregeling vaststellen conform het verzoek van de man. Zij overweegt daartoe als volgt. De vrouw verzoekt om een regeling die uitgaat van een gelijke verdeling van de zorg voor de kinderen (co-ouderschap). De rechtbank is van oordeel dat co-ouderschap op dit moment nog te vroeg is, gezien de situatie waarin partijen zich bevinden. Hoewel partijen tijdens de zitting beiden de wens hebben uitgesproken om de zorg voor de kinderen gelijk te verdelen, heeft de man voldoende aannemelijk gemaakt dat het voor hem voorlopig niet mogelijk is om meer contactmomenten te hebben met de kinderen dan door hem is verzocht. De man heeft een eigen bedrijf. Vanwege krapte op de arbeidsmarkt en in verband met de benodigde vergunningen moet de man, om de continuïteit van zijn bedrijf te garanderen, bij uitval van werknemers zelf diensten overnemen. Dit is recent met enige regelmaat voorgekomen en de man verwacht ook de komende periode nog de nodige diensten te moeten opvullen. Hij kan op die momenten niet langer een beroep doen op zijn vader, die onlangs is verhuisd naar [land] . Dit is door de vrouw niet weersproken. Dat maakt dat een uitgebreidere regeling dan de man verzoekt, praktisch niet uitvoerbaar is. De rechtbank weegt in haar oordeel ook mee dat de raad heeft geadviseerd dat co-ouderschap in de vorm als door de vrouw verzocht, vooralsnog niet passend is gelet op de nog jonge leeftijd van de kinderen.

De rechtbank hecht er wel belang aan om op te merken dat het aan de man is om in de toekomst keuzes te maken om de door partijen gewenste gelijke verdeling van de zorg voor de kinderen te kunnen realiseren.

Kinderalimentatie

Ingangsdatum

Vanwege proceseconomische redenen zal de rechtbank eerst de ingangsdatum bespreken.

De vrouw heeft mondeling verzocht de ingangsdatum te bepalen op de datum van indiening van haar verzoekschrift, zijnde 13 juni 2025. De man heeft verweer gevoerd en stelt dat de ingangsdatum dient te worden bepaald op de datum van onderhavige beschikking.

De rechtbank volgt het standpunt van de man nu dit het uitgangspunt is in het kader van de voorlopige voorzieningen en de vrouw pas eerst op de zitting om een bijdrage met terugwerkende kracht heeft verzocht. Bovendien heeft de vrouw niets gesteld op basis waarvan een eerdere ingangsdatum volgens haar gerechtvaardigd is.

Behoefte

a) Peiljaar

Tussen partijen is niet in geschil dat voor de vaststelling van de behoefte van de kinderen moet worden uitgegaan van het gezinsinkomen in 2024.

b) NBI Vrouw

Tevens is niet in geschil dat de vrouw in 2024 een netto besteedbaar inkomen had van € 1.251,- per maand.

c) NBI man

Ter discussie staat het (netto besteedbaar) inkomen van de man. De vrouw stelt dat, uitgaande van de BTW aangiften over de eerste drie kwartalen van 2024 en de prognose over 2024, de man een inkomen genoot van € 7.000,- netto per maand.

De man betwist dit en stelt dat de prognose over 2024 geen getrouw beeld geeft, nu het daadwerkelijk door de man genoten inkomen in 2024 aanzienlijk lager was.

De rechtbank oordeelt als volgt. Uit de bij F9-formulier van 24 juli 2025 door de man overgelegde kolommenbalans begrijpt de rechtbank dat de man zich op het standpunt stelt dat hij in 2024 een resultaat heeft behaald van € 113.592,65. Uit de reactie van de vrouw maakt de rechtbank op dat dit niet wordt betwist. Voor zover de vrouw zich (nog) op het standpunt stelt dat de door de man overgelegde kolommenbalans het door de vrouw gestelde netto-inkomen van € 7.000,- per maand voldoende aannemelijk maakt, volgt de rechtbank de vrouw niet. De vrouw heeft dit inkomen immers geschat en nu er door de man concrete cijfers zijn overgelegd welke niet zijn weersproken door de vrouw, is de rechtbank van oordeel dat het NBI van de man op basis van die cijfers moet worden berekend en niet van een geschat inkomen kan worden uitgegaan.

Uitgaande van een resultaat van afgerond € 113.593,- en rekening houdend met de zelfstandigen- én de startersaftrek, waarvan de man tijdens de zitting heeft verklaard daar aanspraak op te maken, en met ambtshalve toepassing van de fiscaliteiten heeft de rechtbank het NBI van de man berekend op een bedrag van € 5.936,- per maand. De rechtbank zal de berekening ‘NBI man’ aan deze beschikking hechten.

d) NBGI

Het netto besteedbaar inkomen van partijen, bedroeg in 2024 daarmee € 7.187,- per maand. (€ 1.251,- + € 5.936,-).

e) Eigen aandeel

Gelet op de behoeftetabel 2024 bedroeg het eigen aandeel van partijen in de kosten van de kinderen € 1.470,- per maand. Geïndexeerd naar 2025 bedraagt het eigen aandeel van partijen afgerond € 1.566,- per maand, zijnde € 783,- per kind per maand. De rechtbank zal de berekening ‘Behoefte kinderen’ aan deze beschikking hechten.

Draagkracht partijen

Vervolgens dient de draagkracht van partijen te worden vastgesteld. De rechtbank zal allereerst de draagkracht van de vrouw en daarna die van de man bespreken.

Draagkracht vrouw

Partijen zijn het erover eens dat de draagkracht van de vrouw kan worden vastgesteld op een bedrag van € 98,- per maand, zoals door de man berekend (productie 2, pagina’s 7 en 8), zodat de rechtbank daarvan zal uitgaan.

Draagkracht man

Ten aanzien van de draagkracht van de man is, net als bij het bepalen van de behoefte van de kinderen, het inkomen van de man in geschil. De vrouw stelt dat moet worden uitgegaan van een (geschat) inkomen van € 7.000,- netto per maand. De man betwist dit.

De rechtbank oordeelt als volgt. Niet ter discussie staat dat over het jaar 2025 nog geen gegevens over het inkomen van de man bekend zijn. De man heeft tijdens de zitting verklaard dat hij verwacht in 2025 ten minste hetzelfde resultaat te behalen als in 2024. De rechtbank zal voor de berekening van de draagkracht van de man dan ook uitgaan van het resultaat dat in 2024 is behaald, zijnde afgerond € 113.593,-. De rechtbank zal de draagkracht van de man berekenen met inachtneming van hetgeen is overwogen in 4.12, behoudens de startersaftrek. Niet gesteld noch gebleken is dat de man ook in 2025 nog aanspraak kan maken op de startersaftrek. De rechtbank heeft de draagkracht van de man berekend op € 1.961,- per maand. De rechtbank zal de berekening ‘Draagkracht man’ aan deze beschikking hechten.

Draagkrachtvergelijking

De gezamenlijke draagkracht van partijen bedraagt € 2.059,- per maand (€ 98,- + € 1.961,-) en overstijgt daarmee de totale behoefte van de kinderen van afgerond € 1.566,- per maand. Dit betekent dat er een draagkrachtvergelijking moet worden gemaakt om ieders aandeel in de kosten van de kinderen vast te stellen. Daarvoor wordt de volgende formule gehanteerd: draagkracht partij / gezamenlijke draagkracht x behoefte.

Het aandeel van de vrouw bedraagt: € 98,-/ € 2.059,- x € 1.566,- = afgerond € 75,- per maand.

Het aandeel van de man bedraagt: € 1.961,- / € 2.059,- x € 1.566,- = afgerond € 1.491,- per maand.

Zorgkorting

Op basis van de door de rechtbank vast te stellen zorgregeling verblijven de kinderen gemiddeld 2 dagen per week bij de man. Daarbij past een zorgkorting van 25%. Dit betekent dat de man een bedrag van afgerond € 392,- (25% van € 1.566,-) in mindering kan brengen op de door hem te betalen bijdrage.

Conclusie kinderalimentatie

De rechtbank zal bepalen dat de man met ingang van 1 augustus 2025 aan de vrouw een bedrag van € 1.099,- per maand (€ 1.491,- -/- € 392,-), zijnde afgerond € 550,- per kind per maand, dient te betalen als bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van de kinderen.

Partneralimentatie

Ingangsdatum

Vanwege proceseconomische redenen zal de rechtbank eerst de ingangsdatum bespreken.

De vrouw heeft mondeling verzocht de ingangsdatum te bepalen op de datum van indiening van haar verzoekschrift, zijnde 13 juni 2025. De man voert verweer en stelt dat de ingangsdatum dient te worden bepaald op de datum van onderhavige beschikking.

De rechtbank volgt het standpunt van de man nu dit het uitgangspunt is in het kader van de voorlopige voorzieningen en de vrouw pas eerst op de zitting om een bijdrage met terugwerkende kracht heeft verzocht. Bovendien heeft de vrouw niets gesteld op basis waarvan een eerdere ingangsdatum volgens haar gerechtvaardigd is.

Huwelijksgerelateerde behoefte

Zoals hiervoor in 4.13 is overwogen, bedroeg het NBGI van partijen in 2024 € 7.187,- per maand en het eigen aandeel van partijen in de kosten van de kinderen € 1.470,- per maand, zodat partijen netto € 5.717,- per maand overhielden.

Niet ter discussie staat dat de huwelijksgerelateerde behoefte moet worden berekend aan de hand van de hofnorm, zijnde 60% van het NBGI verminderd met het eigen aandeel in de kosten van de kinderen. De huwelijksgerelateerde behoefte kan aldus worden vastgesteld op afgerond € 3.430,- per maand in 2024 (60% van € 5.717,-,-). Geïndexeerd naar 2025 bedraagt de huwelijksgerelateerde behoefte afgerond € 3.653,- per maand.

Aanvullende behoefte

De man stelt zich op het standpunt dat de vrouw niet behoeftig is. De man stelt dat de vrouw in staat is om arbeid te verrichten en in ieder geval dat inkomen te verwerven dat zij genoot ten tijde van het huwelijk van partijen. Van de vrouw mag worden verwacht dat zij zich maximaal inzet om in haar eigen levensonderhoud te voorzien, aldus de man.

De rechtbank overweegt als volgt. Vast staat dat de vrouw thans een WW-uitkering ontvangt. Los van het feit dat de rechtbank van oordeel is dat een uitgebreide discussie over de verdiencapaciteit van de vrouw zich niet leent voor een voorlopige voorzieningenprocedure, heeft de vrouw tijdens de zitting onweersproken verklaard dat zij, om haar moverende redenen, vrijstelling heeft van de sollicitatieplicht. De rechtbank gaat dan ook voorbij aan het standpunt van de man dat moet worden gerekend met het inkomen dat de vrouw ten tijde van het huwelijk genoot en zal uitgaan van het huidige inkomen van de vrouw.

De rechtbank sluit voor de vaststelling van de aanvullende behoefte van de vrouw aan bij de gegevens uit de berekening van de man in het kader van de draagkracht van de vrouw ten behoeve van de kinderalimentatie (productie 2, pagina’s 7 en 8), nu die gegevens niet worden betwist. Op basis van deze gegevens heeft de rechtbank de aanvullende behoefte van de vrouw berekend op netto € 2.236,- per maand, zijnde bruto € 4.450,- per maand. De rechtbank zal de berekening ‘Aanvullende behoefte vrouw’ aan deze beschikking hechten.

Draagkracht man

Voor de draagkracht van de man zal de rechtbank uitgaan van dezelfde berekening als ten aanzien van de kinderalimentatie. Hieruit blijkt dat de man een draagkracht heeft van € 1.681,- per maand voor partneralimentatie.

Conclusie

Na aftrek van het aandeel van de man in de kosten van de kinderen van € 1.099,- per maand, dient de man met een bedrag van € 582,- netto per maand, zijnde € 930,- bruto per maand, bij te dragen in de kosten van het levensonderhoud van de vrouw. De rechtbank zal dan ook bepalen dat de man dit bedrag met ingang van 1 augustus 2025 aan de vrouw dient te voldoen.

Verzoek ex artikel 223 Rv jo 195 Rv

Ontvankelijkheid

De rechtbank is van oordeel dat de vrouw niet ontvankelijk is in haar verzoek. De rechtbank overweegt in dit verband dat artikel 822 Rv limitatief opsomt welke voorlopige voorzieningen kunnen worden getroffen in het kader van de echtscheidingsprocedure. Het verzoek van de vrouw valt niet onder deze limitatieve opsomming. Voor zover de vrouw heeft bedoeld een voorlopige voorziening te vragen op grond van artikel 223 Rv overweegt de rechtbank dat op basis van de uitspraak van de Hoge Raad van 31 augustus 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1414) er binnen het kader van een echtscheidingsprocedure geen ruimte is voor een procedure op grond van artikel 223 Rv.

Uitvoerbaar bij voorraad

Voor zover is verzocht de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren zal de rechtbank dit verzoek afwijzen. Tegen een beschikking waarbij voorlopige voorzieningen worden getroffen, staat ingevolge artikel 824 Rv geen hoger beroep open, zodat de beschikking direct uitvoerbaar bij voorraad is.

Proceskosten

Gelet op de aard van de procedure zal de rechtbank bepalen dat elk van partijen de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De rechtbank stelt de navolgende voorlopige voorzieningen vast:

bepaalt dat de minderjarige kinderen van partijen:

[minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2021 en

[minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2023, aan de vrouw worden toevertrouwd;

stelt inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken de navolgende regeling vast:

de kinderen verblijven bij de man:

- in de even weken van zaterdag 08:30 uur tot maandagochtend, waarbij de man [minderjarige 2] op maandag naar de kinderopvang en [minderjarige 1] bij de vrouw terugbrengt;

- in de oneven weken van woensdag 08:30 uur tot donderdag 08:30 uur, waarbij de man de kinderen bij de vrouw terugbrengt;

bepaalt het bedrag dat de man met ingang van 1 augustus 2025 moet betalen tot verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen van partijen op € 550,00 per kind per maand, bij vooruitbetaling te voldoen;

bepaalt het bedrag dat de man met ingang van 1 augustus 2025 moet betalen tot levensonderhoud van de vrouw op € 930,00 bruto per maand, bij vooruitbetaling te voldoen;

verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoek onder sub v.;

bepaalt dat elke partij de eigen kosten van deze procedure draagt;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. J. van Kesteren, rechter, tevens kinderrechter,

en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 1 augustus 2025.

Conc: MKl

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J. van Kesteren

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand