RECHTBANK OOST-BRABANT
Strafrecht
parketnummer : 01-219481-25
beslissing op verzoek schorsing voorlopige hechtenis (artikel 80 Wetboek van Strafvordering)
in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte]
geboren op [1985] te [geboorteplaats],
zonder bekende woon en/of verblijfplaats hier te lande nu gedetineerd in [verblijf plaats]
Raadsvrouw mr. Y. Hurkmans.
Procedure
Op 30 juli 2025 heeft de rechtbank de gevangenhouding bevolen. Op 4 augustus 2025 is op de griffie van de rechtbank een verzoekschrift ingekomen dat strekt tot schorsing van de voorlopige hechtenis, in verband met het uitzitten van een inmiddels onherroepelijke straf. Op 5 augustus 2025 heeft de rechtbank een aanvulling op het verzoek ontvangen. De rechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift en het schriftelijke standpunt van de officier van justitie op het verzoek en de aanvulling van het verzoek d.d. 07 augustus 2025.
Beoordeling
De rechter is van oordeel dat het uitzitten van een onherroepelijk aan verdachte opgelegde gevangenisstraf in beginsel als alternatief kan dienen voor de voorlopige hechtenis en een grond kan opleveren voor schorsing nu dit een voor verdachte gunstigere vorm van vrijheidsbeneming is dan de voorlopige hechtenis. Gelet op de onderbouwing van het verzoek en het in reactie daarop ingenomen standpunt van de officier van justitie ziet de rechter thans wel aanleiding de voorlopige hechtenis van verdachte te schorsen, teneinde de verdachte in de gelegenheid te stellen de aan hem onherroepelijk opgelegde gevangenisstraf uit te zitten, waarna de voorlopige hechtenis weer zal herleven.
Beslissing
De rechter bepaalt dat de schorsing van de voorlopige hechtenis ingaat op het moment dat de verdachte aanvangt met het uitzitten van het strafrestant in de zaak 20-000748-24 en de in dat vonnis getulde voorwaardelijke straf in parketnummer 01-276596-22: gevangenisstraf van drie maanden. De voorlopige hechtenis in O1-219481-25 herleeft op de dag dat deze straffen zijn uitgezeten.
onder de volgende voorwaarden.
1. De verdachte zal zich niet aan de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis onttrekken, indien de opheffing van de schorsing mocht worden bevolen.
parketnummer : 01-219481-25 inzake: : [verdachte]
blad 2
2. Indien de verdachte wegens het feit waarvoor de voorlopige hechtenis is bevolen tot andere dan vervangende vrijheidsstraf mocht worden veroordeeld, zal de verdachte zich niet onttrekken aan de tenuitvoerlegging daarvan.
3. De verdachte zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of zal een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden.
4. De verdachte zal zich niet aan een strafbaar feit schuldig maken.
Deze beslissing is gegeven op 13 augustus 2025 door: mr. M.M.L.A.T. Doll,
in tegenwoordigheid van S.W.H. Kempe,
rechter, griffier.