ECLI:NL:RBOBR:2026:1020

ECLI:NL:RBOBR:2026:1020

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 13-02-2026
Datum publicatie 13-02-2026
Zaaknummer 01.111732.24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Vrijspraak van poging zware mishandeling door een GGZ-medewerker met een scherp stuk kunststof in de nek te snijden; mishandeling en eenvoudige belediging door middel van spugen wel bewezen. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Parketnummer vordering: 01.033002.22 Parketnummers: 01.111732.24 en 01.203565.25 (ter terechtzitting gevoegd) [verdachte]

Locatie 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummers: 01.111732.24 en 01.203565.25 (ter terechtzitting gevoegd)Parketnummer vordering: 01.033002.22

Datum uitspraak: 13 februari 2026

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [2001] ,

wonende te [adres] ,

FPC De Woenselse Poort.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 9 juli 2024, 3 oktober 2024 (parketnummer: 01.111732.24) en 30 januari 2026 (parketnummers: 01.111732.24 en 01.203565.25).

Op 30 januari 2026 heeft de rechtbank de tegen verdachte/veroordeelde, onder de hiervoor genoemde parketnummers, aanhangig gemaakte zaken gevoegd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte/veroordeelde naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaardingen van 12 juni 2024 (parketnummer: 01.111732.24) en 30 december 2025 (parketnummer: 01.203565.25)

Aan verdachte is onder parketnummer 01.111732.24 ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 1 april 2024 te Eindhoven ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] (medewerker GGZ) opzettelijk

zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met een (scherp) stuk kunststof, althans een hard, puntig, scherp en/of plastic voorwerp, in de nek en/of hals van die [slachtoffer 1] heeft gesneden/heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

zij op of omstreeks 1 april 2024 te Eindhoven, een ambtenaar, [slachtoffer 1] (medewerker GGZ), gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn

bediening heeft mishandeld door met een (scherp) stuk kunststof, althans een hard, puntig, scherp en/of plastic voorwerp, in de nek en/of hals van die [slachtoffer 1] te snijden/te steken;

Aan verdachte is onder parketnummer 01.203565.25 ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 20 maart 2025 te Eindhoven opzettelijk [slachtoffer 2] , in zijn tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door in de richting van die [slachtoffer 2] te spugen;

De vordering na voorwaardelijke veroordeling.

De zaak met parketnummer 01.033002.22 is aangebracht bij vordering van 23 mei 2024. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de politierechter te rechtbank Oost-Brabant, locatie 's-Hertogenbosch van 4 oktober 2023. Een kopie van de vordering is aan dit vonnis gehecht.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaardingen geldig zijn. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot een bewezenverklaring van het aan verdachte onder parketnummer 01.111732.24 primair ten laste gelegde. Verdachte heeft aangever met een hard stuk afgebroken plastic in zijn nek gestoken. Daarmee heeft zij de aanmerkelijke kans aanvaard dat aan aangever zwaar lichamelijk letsel zou worden toegebracht.

De onder parketnummer 01.203565.25 ten laste gelegde belediging acht de officier van justitie eveneens wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft verzocht om verdachte van het onder parketnummer 01.111732.24 primair ten laste gelegde vrij te spreken. Nu verdachte heeft verklaard dat zij bang was en aangever geen pijn wilde doen kan hieruit niet worden afgeleid dat zij bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard om aan aangever zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Het door aangever opgelopen letsel is beperkt gebleven tot een kras in de nek.

Voor wat betreft het onder parketnummer 01.111732.24 subsidiair ten laste gelegde en hetgeen aan verdachte onder parketnummer 01.2023565.25 ten laste is gelegd, heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

Beoordeling van het bewijs.

Ten aanzien van het onder parketnummer 01.111732.24 primair ten laste gelegde overweegt de rechtbank als volgt.

Het slachtoffer heeft de zwaai- of steekbeweging van verdachte met het stuk plastic niet kunnen zien omdat hij van achter werd aangevallen. Verdachte heeft verklaard dat zij het slachtoffer slechts wilde krassen.

De verklaring van verdachte roept vragen op, gelet op de toestand waarin zij verkeerde, maar de rechtbank kan niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat sprake is geweest van een kans op zwaar lichamelijk letsel dat door verdachte is aanvaard. De rechtbank acht daarom niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij.

De bewijsmiddelen.

Omdat verdachte de feiten heeft bekend en haar raadsman geen vrijspraak heeft bepleit, volstaat de rechtbank met een opgave van bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Ten aanzien van parketnummer 01.111732.24 subsidiair .

Ten aanzien van parketnummer 01.203565.25 .

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven opgesomde bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte:

Ten aanzien van parketnummer 01.111732.24 subsidiair:

op 1 april 2024 te Eindhoven, een ambtenaar, [slachtoffer 1] (medewerker GGZ),

gedurende en terzake de rechtmatige uitoefening van zijn bediening heeft mishandeld door met een scherp stuk kunststof in de nek van die [slachtoffer 1] te snijden;

Ten aanzien van parketnummer 01.203565.25:

op 20 maart 2025 te Eindhoven opzettelijk [slachtoffer 2] , in zijn tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door in de richting van die [slachtoffer 2] te spugen;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd om aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 221 dagen met aftrek van voorarrest waarvan 14 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren op te leggen. Aan de voorwaardelijk aan verdachte op te leggen straf dient de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht te worden verbonden.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft de rechtbank verzocht om bij de strafbepaling rekening te houden met de omstandigheid dat het ten laste gelegde in sterk verminderde mate aan verdachte kan worden toegerekend. De raadsman acht een gevangenisstraf – gelijk aan de duur van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht – passend.

De raadsman meent –anders dan de reclassering – dat verdachte bereid zou kunnen zijn tot het ondergaan van een klinische behandeling. In dat kader heeft de raadsman ter terechtzitting zijn wens uitgesproken dat hij door de kliniek wordt betrokken teneinde verdachte hierin actief te kunnen motiveren.

Verdachte heeft ter terechtzitting meermalen expliciet aangegeven dat zij geen heil ziet in een reclasseringstoezicht.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling van een GGZ-medewerker van de kliniek waar zij verbleef door hem met een afgebroken stuk kunststof in zijn nek te snijden.

Geweld tegen hulpverleners is onacceptabel. Verdachte heeft met haar handelen de lichamelijke integriteit van het slachtoffer ernstig aangetast en gevoelens van angst en onveiligheid bij hem teweeggebracht. De mishandeling heeft grote impact op het slachtoffer gehad, zo blijkt uit de toelichting op de vordering die hij heeft ingediend.

Het slachtoffer heeft te kampen gehad met herbelevingen en heeft hulp van een psycholoog moeten inschakelen om het voorval te verwerken.

Het slachtoffer kampt – mede als gevolg van de gedragingen van verdachte – met een gevoel van voortdurende alertheid op de werkvloer en is voornemens om van functie te wisselen omdat hij zich niet meer veilig voelt op de gesloten afdeling.

Verdachte heeft ook haar behandelaar bespuugd nadat hij haar een onwelgevallige beslissing over haar verlofaanvraag had medegedeeld. Een persoon bespugen is een zeer onhygiënisch en vernederende daad.

Persoon van verdachte

Uit een omtrent de geestvermogens van verdachte uitgebracht rapport door G.C.G.M. Broekman, kinder- en jeugdpsychiater, van 19 januari 2025 blijkt dat bij verdachte sprake is van psychische stoornissen in de zin van complexe persoonlijkheids-, trauma en verslavingsproblematiek, waardoor in ieder geval de door haar gepleegde minshandeling in (sterk) verminderde mate aan haar kan worden toegerekend. De rechtbank houdt hier in strafmatigende zin rekening mee.

Uit het strafblad van verdachte blijkt dat zij eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld en in dat kader nog in een proeftijd liep van een voorwaardelijk aan haar opgelegde straf. Deze veroordeling heeft verdachte er niet van (kunnen) weerhouden om opnieuw geweldsfeiten te plegen.

Het reclasseringsadvies

De reclassering heeft schriftelijk en ter terechtzitting geadviseerd om aan verdachte een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen. Hoewel zowel het risico op letsel als het risico op onttrekken aan voorwaarden door de reclassering wordt ingeschat als hoog, zien zij geen mogelijkheden om invloed uit te oefenen op het ziektebeeld of gedrag van verdachte. Verdachte is niet gemotiveerd tot gedragsverandering en het ontbreekt haar aan inzicht in haar problematiek. De reclassering meent dat continuering binnen de huidige klinische setting met een zorgmachtiging op dit moment de enige mogelijkheid is.

Op te leggen straf

Gezien de aard van de feiten en omdat sprake is van recidive kan naar het oordeel van de rechtbank niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een (onvoorwaardelijke) gevangenisstraf.

Alles afwegend acht de rechtbank oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden passend en geboden. De tijd die verdacht in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht is langer dan de duur van de op te leggen gevangenisstraf. Aan de door de officier gevorderde voorwaardelijke straf met reclasseringstoezicht komt de rechtbank mede om die reden niet toe.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] .

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft een bedrag groot € 1.365,60 gevorderd aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft verzocht om de door de benadeelde partij gevorderde immateriële schade toe te wijzen tot een bedrag dat de rechtbank billijk acht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft de rechtbank verzocht om de door de benadeelde partij gevorderde schadevergoeding te matigen. Er is immers geen een ontsierend litteken ontstaan.

De raadsman heeft de rechtbank tevens verzocht om bij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel te bepalen dat – in de situatie dat verhaal niet mogelijk blijkt – geen vervangende gijzeling zal worden toegepast.

Beoordeling.

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit op andere wijze in zijn persoon is aangetast. De voor vergoeding in aanmerking komende immateriële schade zal op basis van de feiten en omstandigheden naar maatstaven van billijkheid door de rechtbank worden begroot.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van dit bedrag aansluiting gezocht bij de Rotterdamse Schaal. Daaruit volgt dat in geval van licht letsel met een herstelperiode van ongeveer twee maanden een bedrag tot € 1.100,- kan worden opgelegd.

De rechtbank stelt in dit geval vast dat er sprake is geweest van oppervlakkig letsel en er thans een beperkt niet-ontsierend litteken in de nek aanwezig is. In de medische verklaring van de huisarts van benadeelde het litteken beschreven als: “keurig genezen en minimaal zichtbaar.”

Naar het oordeel van de rechtbank is in dit geval een bedrag van € 750,- passend.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering voor het overige. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Wettelijke rente

De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 1 april 2024, omdat vast is komen te staan dat de schade op die datum is ontstaan.

Proceskostenveroordeling

Nu de vordering gedeeltelijk wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moeten maken.

Schadevergoedingsmaatregel

De verdachte zal voor het bewezenverklaarde strafbare feit worden veroordeeld. Zij is daarom tegenover de benadeelde partij aansprakelijk voor schade die door dit feit aan hem is toegebracht.

De rechtbank zal aan de verdachte de verplichting opleggen om aan de Staat te betalen een bedrag van € 750,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 1 april 2024 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [slachtoffer 1] .

De rechtbank acht – anders dan door de raadsman is verzocht – geen termen aanwezig om met het oog op de financiële situatie van verdachte te bepalen dat geen gijzeling worden toegepast indien de schade niet op verdachte kan worden verhaald. In artikel 6:4:20 lid 3 van het wetboek van Strafvordering is bepaald dat geen gijzeling wordt toegepast “indien de veroordeelde aannemelijk maakt dat hij buiten staat is te voldoen aan de verplichting tot betaling”.

De rechtbank zal de duur van de vervangende gijzeling daarom vaststellen op 7 dagen.

Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 01.033002.22.

De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

De rechtbank stelt vast dat de tenuitvoerlegging van de taakstraf – gelet op de situatie van verdachte waarin haar thans geen verlofmogelijkheden worden toegekend –praktisch niet uitvoerbaar is. Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank daarom van oordeel dat de gevorderde tenuitvoerlegging dient te worden afgewezen.

Nu de rechtbank tot afwijzen van de vordering concludeert, ziet de rechtbank geen aanleiding om de aan deze voorwaardelijke veroordeling verbonden bijzondere voorwaarden te wijzigen. De rechtbank zal het vordering van de officier van justitie op dit punt daarom eveneens afwijzen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 36f, 57, 266, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte onder parketnummer 01.111732.24 primair ten laste is gelegd en spreekt haar daarvan vrij;

verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt haar daarvan vrij;

het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

ten aanzien van parketnummer 01.111732.23 subsidiair:

mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;

ten aanzien van parketnummer 01.2023565.25:

eenvoudige belediging;

verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

legt op de volgende straf en maatregel:

ten aanzien van parketnummer 01-111732-24 subsidiair en parketnummer 01-203565-25:

een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht;

ten aanzien van parketnummer 01.111732.24 feit 1 subsidiair:

beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] :

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 1] , van een bedrag van € 750,00 bestaande uit immateriële schade;

de vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 april 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;

bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 1] , van een bedrag van € 750,00;

bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 7 dagen; de toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;

voormeld bedrag bestaat uit immateriële schade; de vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 april 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;

bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

beslissing na voorwaardelijke veroordeling:

wijst af de vordering met parketnummer 01.033002.22 van de officier van justitie d.d. 23 mei 2024;

wijst af de vordering tot wijziging van de aan deze voorwaardelijke veroordeling verbonden bijzondere voorwaarden;

heft op het tegen verdachte verleende geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C.F.N. van Schaijk, voorzitter,

mr. J.G. Vos en mr. R.J. Heuft, leden,

in tegenwoordigheid van mr. A.J.H.L. Coppens, griffier,

en is uitgesproken op 13 februari 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. C.F.N. van Schaijk
  • mr. J.G. Vos
  • mr. R.J. Heuft

Griffier

  • mr. A.J.H.L. Coppens

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?