RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Strafrecht
Parketnummer: 01.168771.23
Datum uitspraak: 19 februari 2026
Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [1977] ,
wonende te [adres] .
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 5 februari 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat van de zijde van de verdachte naar voren is gebracht.
De tenlastelegging.
De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 7 januari 2026.
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 28 januari 2023 te 's-Hertogenbosch, althans in Nederland,
terwijl hij werkzaam was in de gezondheidszorg en/of maatschappelijke zorg (te
weten: als masseur),
ontucht heeft gepleegd
met [aangeefster] , die zich als patiënt en/of cliënt aan verdachtes hulp en/of
zorg had toevertrouwd,
door:
-tijdens een massage haar borsten te masseren en/of strelen en/of aan te raken.
(art 249 lid 2 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht )
De formele voorvragen.
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.
Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft in een schriftelijk requisitoir het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen geacht. De officier van justitie heeft voorts aangevoerd dat het handelen van de verdachte als ontuchtig te kwalificeren is.
De officier van justitie heeft de oplegging gevorderd van een taakstraf van 120 uur, een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand en een beroepsverbod van 2 jaar.
Een kopie van de vordering van de officier van justitie is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
Het standpunt van de verdediging.
De verdediging heeft vrijspraak bepleit op de volgende gronden:
steun- en schakelbewijs ontbreekt;
een ontuchtige handeling noch ontuchtig opzet kan bewezen worden;
niet kan objectief worden vastgesteld wat er is gebeurd en niet kan worden uitgesloten dat wat de verdachte heeft verklaard over gegeven toestemming klopt;
de verklaring van aangeefster kan zijn beïnvloed door herinterpretatie en/of een overgehouden ongemakkelijk gevoel achteraf.
Het oordeel van de rechtbank.
De verdachte was masseur ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde feit en gaf massagebehandelingen buitenshuis maar ook in zijn praktijk aan huis. Aangeefster heeft via “ [naam] ” een tegoedbon voor een massage gekocht. Zij is door de verkoper van deze bon in contact gebracht met de verdachte. Op 28 januari 2023 is aangeefster bij de verdachte thuis gemasseerd. De verdachte wordt verweten dat hij tijdens deze massagebehandeling de borsten van aangeefster heeft gemasseerd en/of gestreeld en/of heeft aangeraakt.
De rechtbank dient te beoordelen of de ten laste gelegde handelingen hebben plaatsgevonden en zo ja, of de bewezen handelingen kunnen worden aangemerkt als ontuchtige handelingen.
De term ‘ontucht’ in de tenlastelegging is ontleend aan artikel 249 lid 2 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht (oud). Bij ontuchtig handelen in de zin van deze wetsbepalingen dient het in beginsel te gaan om handelingen van seksuele aard, die in strijd zijn met de sociaal-ethische norm. Of daarvan sprake is, hangt af van de omstandigheden van het geval, onder meer van de aard van de handeling, de betrokken lichaamsdelen, de context waarbinnen de handeling plaatsvindt en de verhouding tussen de betrokkenen. Het enkele feit dat degene die de handeling heeft ondergaan dat als ongewenst heeft ervaren, is onvoldoende om van ontuchtig handelen te kunnen spreken. De subjectieve bedoeling van de dader is evenmin doorslaggevend. Alle omstandigheden moeten door de rechtbank in onderlinge samenhang worden beoordeeld. De bewijslast van deze omstandigheden rust bij het Openbaar Ministerie.
De rechtbank overweegt het volgende.
Aangeefster heeft verklaard dat de verdachte tijdens de massagebehandeling met zijn handen over haar borsten is gegaan zonder daarbij de tepels aan te raken. De verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij in het kader van de behandeling van aangeefster de ruimte tussen haar borsten en haar borstspier heeft gemasseerd en dat dit bij een full body massage gebruikelijk is. De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de borsten van aangeefster heeft gemasseerd en/of aangeraakt.
De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of deze aanrakingen kunnen worden aangemerkt als ontuchtige handelingen.
Uit de verklaring van de verdachte tijdens het verhoor bij de politie en de verklaring tijdens de terechtzitting heeft de rechtbank de indruk gekregen dat de verdachte ten tijde van de massage onprofessioneel heeft gehandeld en tekort is geschoten in de communicatie met zijn cliënte. De verdachte heeft tijdens de massage nauwelijks toegelicht welke massagehandelingen hij op welke lichaamsdelen ging verrichten, heeft geen handdoek over de borsten gelegd tijdens het masseren van haar voorzijde en heeft tijdens de massage enkel in algemene bewoordingen getoetst hoe cliënte de massagebehandeling ervoer. Hij heeft geen expliciete toestemming gevraagd voordat hij de borsten van aangeefster heeft gemasseerd en/of aangeraakt. Dat aangeefster een ongemakkelijk gevoel heeft overgehouden aan de massage en dat het voor haar een vervelende ervaring is geweest, begrijpt de rechtbank. Dat is echter nog niet voldoende om tot een bewezenverklaring van ontucht te komen.
De rechtbank is niet tot de overtuiging gekomen dat de verdachte seksuele bedoelingen heeft gehad bij het masseren van de borstspier en/of borststreek van aangeefster. Niet valt uit te sluiten dat de verdachte de behoeften dan wel grenzen van aangeefster verkeerd heeft ingeschat door ervan uit te gaan dat zij dit op prijs stelde als onderdeel van de ontspanningsmassage. Dat de verdachte een stoornis heeft in het autismespectrum kan hiervoor een verklaring zijn. Uit het dossier zijn verder geen aanwijzingen naar voren gekomen dat de verdachte wel een seksuele bedoeling had. Gelet hierop kan niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat sprake is geweest van ‘ontucht’. De rechtbank zal de verdachte van het ten laste gelegde feit vrijspreken.
De vordering van de benadeelde partij.
Nu de verdachte van het hem ten laste gelegde feit zal worden vrijgesproken, dient de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.
De rechtbank zal bepalen dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen proceskosten dragen.
DE UITSPRAAK
De rechtbank:
acht het ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [aangeefster] :
De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding.
De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen proceskosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. G.M. Blanken, voorzitter,
mr. A.H.J.J. van de Wetering en mr. C.F.N. van Schaijk, leden,
in tegenwoordigheid van mr. H.J.G. van der Sluijs, griffier,
en is uitgesproken op 19 februari 2026.