ECLI:NL:RBOBR:2026:1145

ECLI:NL:RBOBR:2026:1145

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 25-02-2026
Datum publicatie 24-02-2026
Zaaknummer 01.408953.24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Veroordeling voor overtreding van art. 6 WVW. Verdachte heeft als bestuurder van een stadsbus een verkeersongeval dat aan zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag te wijten is. Verdachte is zonder te remmen tegen een voetganger aangereden die aan het oversteken was. Het slachtoffer heeft hierdoor zwaar lichamelijk letsel opgelopen. De rechtbank legt een taakstraf op van 160 uren en een rijontzegging van 12 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummer: 01.408953.24

Datum uitspraak: 25 februari 2026

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1997] ,

wonende te [adres] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 11 februari 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 13 januari 2026.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 3 juli 2024 te Eindhoven, althans in Nederland,

als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (een stadsbus),

daarmee rijdende over de weg, de Emmasingel,

zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

-bij het naderen van een groep overstekende voetgangers zijn snelheid niet, althans onvoldoende te verminderen en/of niet of niet tijdig te remmen en/of

-niet tijdig en/of voldoende uit te wijken voor een overstekende voetganger en/of

-in botsing en/of aanrijding te komen met voornoemde voetganger,

waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten:

een schedelbreuk, bekkenbreuk, polsbreuk en/of een of meerde hoofdwonden,

of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zoukunnen leiden:

hij op of omstreeks 3 juli 2024 te Eindhoven, althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig (stadsbus), daarmee rijdende op de weg, de Emmasingel, -bij het naderen van een groep overstekende voetgangers zijn snelheid niet, althans onvoldoende heeft verminderd en/of niet of niet tijdig heeft geremd en/of -niet tijdig en/of voldoende heeft uitgeweken voor een overstekende voetganger en/of -in botsing en/of aanrijding is gekomen met voornoemde voetganger, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Het bewijs.

Inleiding.

Kort gezegd wordt verdachte verweten dat hij zich als bestuurder van een stadsbus zodanig heeft gedragen dat hij schuldig is aan het veroorzaken van een verkeersongeval, waardoor een andere verkeersdeelnemer zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Dit is primair ten laste gelegd als overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet (hierna: WVW) en subsidiair als overtreding van artikel 5 WVW.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde, waarbij zij het handelen van verdachte als aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend kwalificeert. Op verdachte als professioneel buschauffeur rust een extra verantwoordelijkheid. Door niet te remmen voor de overstekende voetgangers is verdachte tekortgeschoten in het betrachten van zijn verantwoordelijkheid. Dit maakt dat er sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW. Daar komt bij dat het letsel van het slachtoffer als zwaar lichamelijk letsel kan worden gekwalificeerd.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging verzoekt om vrijspraak van het primair ten laste gelegde. Verdachte heeft kennelijk achteraf bezien een beoordelingsfout gemaakt, maar dit is niet aan te merken als aanmerkelijk onvoorzichtig rijgedrag. Kortom, er is onvoldoende om te komen tot schuld in de zin van artikel 6 WVW. Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde verzoekt de verdediging om ontslag van alle rechtsvervolging vanwege afwezigheid van alle schuld. Verdachte heeft, ondanks dat hij had kunnen remmen, alles gedaan wat van hem verwacht had mogen worden.

Het oordeel van de rechtbank.

De bewijsmiddelen.

Omwille van de leesbaarheid van het vonnis wordt voor wat betreft de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen verwezen naar de uitwerking daarvan in de bij dit vonnis gevoegde bewijsbijlage. De inhoud van die bijlage moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.

De bewijsoverwegingen.

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen het volgende vast. Op 3 juli 2024 reed verdachte als buschauffeur in een stadsbus op de Emmasingel in Eindhoven. Toen verdachte de bocht om reed, zag hij een groep van vier voetgangers, waaronder mevrouw [slachtoffer] (hierna: het slachtoffer) de weg oversteken. Verdachte reed ongeveer 35 kilometer per uur. Toen verdachte de groep voetgangers zag, heeft hij eerst op de zogenoemde trambel gedrukt om hen te waarschuwen. Toen verdachte zag dat de voetgangers hun pas niet versnelden, heeft hij geclaxonneerd. Verdachte is - zonder te remmen - doorgereden en is op enig moment tegen het slachtoffer aangereden die op dat moment nog op de rijbaan liep. Verdachte heeft niet geremd, niet zichtbaar zijn snelheid verminderd noch is hij uitgeweken om een aanrijding met het slachtoffer te voorkomen. Het slachtoffer heeft hierdoor een gebroken schedel, gebroken bekken, aangezichtsbreuken en een gebroken pols opgelopen.

Schuld in de zin van artikel 6 WVW

Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen van overtreding van artikel 6 WVW is vereist dat het verkeersongeval aan de schuld van verdachte te wijten is.

Dat betekent allereerst dat er een causaal verband moet bestaan tussen de gedragingen van verdachte en het verkeersongeval. Dat is het geval. Verdachte zag de voetgangers oversteken. De voetgangers waren al begonnen met oversteken toen verdachte de bocht om kwam. Verdachte heeft verklaard dat hij zag dat de voetgangers hun pas niet versnelden toen hij claxonneerde, maar dat hij dacht dat zij de overkant van de straat wel zouden bereiken voordat de bus zou passeren. Verdachte heeft niet geremd, heeft zijn snelheid niet zichtbaar verminderd en is ook niet uitgeweken. Verdachte heeft hierdoor het slachtoffer aangereden. Hiermee is het causaal verband tussen de gedragingen van verdachte en het verkeersongeval gegeven en kan het verkeersongeval redelijkerwijs als gevolg van het handelen van verdachte aan hem worden toegerekend.

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld in welke mate het verkeersongeval aan verdachte kan worden verweten. Bij de beoordeling van de schuld in de zin van artikel 6 WVW komt het aan op het geheel van gedragingen van verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Niet reeds uit de ernst van de gevolgen van het verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer, kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW. Bij de vaststelling van de mate waarin verdachte schuld aan het ongeval heeft, wordt onderscheid gemaakt tussen aanmerkelijk onvoorzichtig/onoplettend, zeer onvoorzichtig/onoplettend en roekeloos rijgedrag. Roekeloosheid is de zwaarste vorm van schuld.

Bij de beoordeling van de mate van schuld die verdachte aan het verkeersongeval heeft, zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang. Verdachte was een ervaren buschauffeur en was bekend met de verkeerssituatie op de Emmasingel en de omstandigheid dat daar vaak voetgangers oversteken. Extra oplettendheid moest dus worden betracht. Verdachte zag, zoals hiervoor al is overwogen, de groep voetgangers oversteken. Op verdachte rustte de verantwoordelijkheid om zich ervan te vergewissen dat de voetgangers daadwerkelijk de overkant van de weg bereikten voordat hij hen passeerde. Dat heeft verdachte niet gedaan. Verdachte heeft evenmin zijn rijgedrag aangepast aan de omstandigheid dat er voetgangers overstaken. Hij heeft enkel gebeld en geclaxonneerd, maar hij heeft niet geremd. Sterker nog, uit de camerabeelden blijkt dat verdachte in één vloeiende beweging doorreed en pas na de aanrijding zijn snelheid verminderde. Anders dan verdachte heeft verklaard, blijkt dus niet dat hij voorafgaand aan de aanrijding zijn snelheid verminderde door middel van de retarder. Ook blijkt uit de camerabeelden dat verdachte niet is uitgeweken, terwijl daar op dat moment op de weg wel de ruimte toe was.

De rechtbank kent verder betekenis toe aan de extra zorgvuldigheid die van verdachte mocht worden gevraagd als professioneel bestuurder van een zeer groot en zwaar voertuig ten opzichte van andere (kwetsbare) verkeersdeelnemers, zoals voetgangers. Zeker nu de aanrijding plaatsvond in de binnenstad van Eindhoven op een tijdstip waarop voetgangers en fietsers aan het verkeer deelnemen. Die zorgvuldigheid heeft verdachte in dit geval onvoldoende betracht. Verdachte heeft erop gegokt dat hij de voetgangers niet zou aanrijden. Op basis van het voorgaande is er volgens de rechtbank geen sprake van een verschuldigbare beoordelingsfout.

Alle feiten en omstandigheden samen bezien, maken dat de rechtbank van oordeel is dat het verkeersgedrag van verdachte, anders dan de officier van justitie meent, moet worden aangemerkt als zeer onvoorzichtig en onoplettend. Daarmee is sprake van ernstige schuld in de zin van artikel 6 WVW.

Het letsel.

Het slachtoffer heeft als gevolg van het ongeval onder andere een breuk in haar schedel, gebroken bekken, breuken in het aangezicht en een gebroken pols opgelopen. Zij heeft meerdere keren in het ziekenhuis gelegen. De verwachte hersteltijd was volgens de medische verklaring zes tot negen maanden. Op basis van de beschikbare informatie is de rechtbank van oordeel dat het letsel kan worden gekwalificeerd als zwaar lichamelijk letsel als bedoeld in artikel 6 WVW.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte artikel 6 WVW heeft overtreden.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte:

op 3 juli 2024 te Eindhoven, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (een stadsbus), daarmee rijdende over de weg, de Emmasingel,

zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer onvoorzichtig en onoplettend,

-bij het naderen van een groep overstekende voetgangers zijn snelheid niet te verminderen en niet tijdig te remmen en

-niet tijdig en voldoende uit te wijken voor een overstekende voetganger en

-in aanrijding te komen met voornoemde voetganger,

waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten:

een schedelbreuk, bekkenbreuk, polsbreuk en meerde hoofdwonden,

werd toegebracht.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een taakstraf voor de duur van 120 uur en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft verzocht om bij een bewezenverklaring aan verdachte, met toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, geen straf op te leggen. Een taakstraf zou moeilijk te combineren zijn met zijn huidige werk als conducteur bij de NS. Een ontzegging van de rijbevoegdheid zou, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, evenmin passend zijn.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en op de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De ernst van het feit.

Verdachte heeft als bestuurder van een stadsbus een verkeersongeval veroorzaakt, waarbij een voetganger zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Hoewel verdachte de groep voetgangers waartoe het slachtoffer behoorde, zag oversteken, heeft hij zijn rijgedrag niet aangepast aan de situatie. Verdachte heeft enkel gebeld en geclaxonneerd en is met een ogenschijnlijk constante snelheid doorgereden. De rechtbank acht het onbegrijpelijk dat verdachte niet zijn snelheid heeft aangepast, niet heeft geremd noch is uitgeweken en er kennelijk op heeft gegokt dat hij het slachtoffer niet zou raken, terwijl hij als professioneel weggebruiker in een grote stadsbus reed. Dat rekent de rechtbank verdachte zwaar aan. Dat de impact van de aanrijding groot was, blijkt ook uit de schade die de bus heeft opgelopen.

Het slachtoffer heeft door de gedragingen van verdachte zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Dat de gebeurtenis ingrijpend is (geweest) en forse gevolgen voor haar heeft gehad, blijkt uit haar afgelegde verklaring bij de politie op 2 juli 2025 en haar slachtofferverklaring ter terechtzitting. Zo heeft zij moeten revalideren en kampt zij sinds het ongeval ook met psychische klachten.

De persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van het blanco strafblad van verdachte. Verdachte heeft zijn baan als buschauffeur na het ongeval opgegeven. Daarnaast houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte als mantelzorger voor zijn moeder zorgt, die Parkinson en PBD heeft en zelf geen auto kan rijden.

De straf

Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf. In deze oriëntatiepunten wordt onder andere gedifferentieerd naar mate van schuld en de gevolgen voor het slachtoffer. Bij ernstige schuld met als gevolg zwaar lichamelijk letsel wordt als uitgangspunt een taakstraf van 160 uur en een onvoorwaardelijke rijontzegging van 12 maanden gehanteerd.

Alles afwegend zal de rechtbank aan verdachte een onvoorwaardelijke taakstraf van 160 uur, bij niet (behoorlijk) verrichten 80 dagen hechtenis, en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 12 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar opleggen. Deze straf is hoger dan door de officier van justitie is gevorderd, omdat de rechtbank tot een zwaardere mate van schuld komt dan de officier van justitie. Wel houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat verdachte mantelzorger is voor zijn moeder en zij afhankelijk is van vervoer. Om die reden zal de ontzegging van de rijbevoegdheid voor een groot deel voorwaardelijk worden opgelegd. De drie maanden dat verdachte niet mag rijden kunnen worden overbrugd door inzet van familieleden waaronder de broer van verdachte. De rechtbank acht de op te leggen straf passend en geboden.

Voor toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht ziet de rechtbank gelet op de ernst van het strafbare feit en de grote gevolgen voor het slachtoffer absoluut geen ruimte.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikel 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht

- verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

- legt op de volgende straffen:

Ten aanzien van feit 1 primair:

Een taakstraf voor de duur van 160 uren subsidiair 80 dagen hechtenis

Een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 maanden waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren

Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. R.J. Heuft, voorzitter,

mr. J.G. Vos en mr. S. Zuithoff, leden,

in tegenwoordigheid van mr. N. Slingerland, griffier,

en is uitgesproken op 25 februari 2026

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. R.J. Heuft
  • mr. J.G. Vos
  • mr. S. Zuithoff

Griffier

  • mr. N. Slingerland

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?