ECLI:NL:RBOBR:2026:1223

ECLI:NL:RBOBR:2026:1223

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 12-03-2026
Datum publicatie 26-02-2026
Zaaknummer 12051726 \ CV EXPL 26-301
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Eindhoven

Samenvatting

Vonnis in incident. De uitvoerbaarheid van het verstekvonnis zal worden geschorst totdat in de verzetprocedure einduitspraak is gedaan.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Eindhoven

Zaaknummer: 12051726 \ CV EXPL 26-301

Vonnis in het incident van 12 maart 2026

in de zaak van

GE-WOON FIJNE ZORG B.V.,

te Bavel,

opposante in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

gemachtigde: mr. J. Smael,

tegen

GBRS VASTGOED B.V.,

te Hapert,

geopposeerde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

gemachtigde: mr. F.M.A. Rooijakkers.

Partijen zullen hierna Ge-Woon en GBRS worden genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verstekvonnis van deze rechtbank van 13 november 2025 met zaaknummer / rolnummer 11942951 \ CV EXPL 25-8239 en de daarin genoemde stukken;- de verzetdagvaarding van 11 december 2025 met producties 1 en 2;

- de conclusie van antwoord in het incident met producties 1 tot en met 4.

Ten slotte is bepaald dat er een vonnis zal worden uitgesproken op 12 maart 2026.

2. De feiten

Bij verstekvonnis van deze rechtbank van 13 november 2025 met zaaknummer / rolnummer 11942951 \ CV EXPL 25-8239 tussen GBRS als eiseres en Ge-Woon als gedaagde (hierna: het verstekvonnis), heeft de kantonrechter – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad – Ge-Woon veroordeeld:

om aan GBRS te betalen een bedrag van € 28.584,96, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek (BW) daarover vanaf de respectievelijke datum van verschuldigdheid tot de dag van volledige betaling;

in de proceskosten van € 801,16, te vermeerderen met de kosten van betekening als het vonnis wordt betekend en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de 15e dag na aanschrijving tot de dag van voldoening.

Het verstekvonnis is op 21 november 2025 door de gemachtigde van GBRS per e-mailbericht toegezonden (niet betekend) aan de gemachtigde van Ge-Woon. In het e-mailbericht is Ge-Woon gesommeerd het bedrag van € 28.584,96, te vermeerderen met de proceskosten van € 801,16, binnen 14 dagen te betalen aan GBRS.

Ge-Woon is bij verzetdagvaarding van 11 december 2025 in verzet gekomen tegen het verstekvonnis en vordert het verstekvonnis te vernietigen, althans haar te ontheffen van de veroordeling zoals uitgesproken bij verstekvonnis en GBRS niet-ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen, althans de vorderingen af te wijzen, met veroordeling van GBRS in de kosten van de verzetprocedure. In de verzetdagvaarding heeft Ge-Woon tevens, voorafgaand aan haar inhoudelijke verweren, een incident opgeworpen.

3. Het geschil in het incident

Ge-Woon vordert in het incident dat de kantonrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

bij wijze van voorlopige voorziening over te gaat tot schorsing van het vonnis c.q. de uitvoerbaar bij voorraadverklaring ter zake de toegewezen vorderingen bij vonnis van 13 november 2025 in afwachting van een vonnis in de bodemzaak;

veroordeling van GBRS in de kosten van het incident.

GBRS voert verweer. GBRS concludeert tot afwijzing van de vorderingen in het incident van Ge-Woon, met veroordeling van Ge-Woon in de kosten van het incident.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in het incident

Vooropgesteld wordt dat er bij de beoordeling in het incident vanuit zal worden gegaan dat het verzet tijdig en op de juiste wijze is ingesteld, nu het tegendeel niet gesteld en niet gebleken is. Ge-Woon kan in zoverre dan ook in haar incidentele vorderingen worden ontvangen.

Ten aanzien van de eerste vordering in het incident, de vordering tot schorsing van het verstekvonnis dan wel de uitvoerbaar bij voorraadverklaring ter zake de toegewezen vorderingen in het verstekvonnis, geldt daarnaast het volgende. Op grond van artikel 145 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) schorst het verzet de tenuitvoerlegging van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis niet. In de wet ontbreekt een uitdrukkelijke bepaling op grond waarvan de kantonrechter bevoegd is de schorsende werking van het verzet te herstellen. GBRS heeft aangevoerd dat Ge-Woon niet bij incidentele vordering in verzet aan de kantonrechter kan vragen de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis te schorsen, omdat artikel 351 Rv niet geldt in de verzetprocedure. De kantonrechter volgt GBRS in haar standpunt dat artikel 351 Rv niet geldt in de verzetprocedure. Een bepaling als artikel 351 Rv ontbreekt voor de verzetprocedure en er is naar het oordeel van de kantonrechter ook geen grond voor een analoge toepassing van het artikel voor een procedure in verzet.

Wel is er de mogelijkheid om op grond van artikel 438 lid 2 Rv in kort geding te trachten om bij wijze van voorlopige voorziening de schorsing van de tenuitvoerlegging van een verstekvonnis te verkrijgen. In dit verband is van belang dat Ge-Woon de incidentele vordering heeft ingesteld in het kader van een lopende bodemprocedure en dat die ziet op (ten minste) de periode totdat vonnis in deze procedure wordt gewezen (zie r.o. 3.1). Gelet hierop zal de kantonrechter de incidentele vordering van Ge-Woon aanmerken als een (incidentele) vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv, zoals door Ge-Woon ook bepleit (zie randnummer 5 van de verzetdagvaarding). De vraag is nu of dat wat in een executiegeschil in kort geding kan worden gevorderd ook middels een incidentele vordering in een bodemprocedure kan worden gevorderd. De kantonrechter beantwoordt die vraag bevestigend. De procedure ex artikel 223 Rv is namelijk gericht op het verkrijgen van een voorlopige voorziening die vergelijkbaar is met een in een executiegeschil in kort geding te verkrijgen voorziening. Niet valt in te zien dat wat met een kort geding kan worden bereikt niet met een daarop gerichte incidentele vordering zou kunnen.

Ge-Woon heeft voldoende processueel belang bij de incidentele vordering. De gevraagde voorlopige voorziening hangt samen met de vorderingen en verweren in de hoofdzaak en is gericht op een voorziening die voor de duur van de aanhangige bodemprocedure kan worden gegeven. Ook in zoverre kan Ge-Woon dus worden ontvangen in haar incidentele vordering tot schorsing van het verstekvonnis dan wel de uitvoerbaar bij voorraadverklaring ter zake de toegewezen vorderingen in het verstekvonnis.

De kantonrechter sluit voor de beoordeling van de incidentele vordering van Ge-Woon aan bij de toetsingsmaatstaf voor een vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een vonnis waartegen een rechtsmiddel is ingesteld of nog openstaat, zoals door de Hoge Raad geformuleerd bij arrest van 20 december 2019. De Hoge Raad overweegt in rechtsoverweging 5.8 van dat arrest:

“(…)

a. Uitgangspunt is dat een uitgesproken veroordeling, hangende een hogere voorziening, uitvoerbaar dient te zijn en zonder de voorwaarde van zekerheidstelling ten uitvoer kan worden gelegd. Afwijking van dit uitgangspunt kan worden gerechtvaardigd door omstandigheden die meebrengen dat het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zolang niet op het door hem ingestelde rechtsmiddel is beslist, of diens belang bij zekerheidstelling, ook gegeven dit uitgangspunt, zwaarder weegt dan het belang van degene die de veroordeling in de ten uitvoer te leggen uitspraak heeft verkregen, bij de uitvoerbaarheid bij voorraad daarvan of bij deze uitvoerbaarheid zonder dat daaraan de voorwaarde van zekerheidstelling wordt verbonden.

b. Bij de toepassing van de onder a genoemde maatstaf in een incident of in kort geding moet worden uitgegaan van de beslissingen in de ten uitvoer te leggen uitspraak en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen, en blijft de kans van slagen van het tegen die beslissing aangewende of nog aan te wenden rechtsmiddel buiten beschouwing, met dien verstande dat de rechter in zijn oordeelsvorming kan betrekken of de ten uitvoer te leggen beslissing(en) berust(en) op een kennelijke misslag.

c. Indien de beslissing over de uitvoerbaarheid bij voorraad in de ten uitvoer te leggen uitspraak is gemotiveerd, moet de eiser of verzoeker, afgezien van het geval dat deze beslissing berust op een kennelijke misslag, aan zijn vordering of verzoek feiten en omstandigheden ten grondslag leggen die bij het nemen van deze beslissing niet in aanmerking konden worden genomen doordat zij zich eerst na de betrokken uitspraak hebben voorgedaan en die kunnen rechtvaardigen dat van die eerdere beslissing wordt afgeweken.

d. Het voorgaande geldt in de volgende gevallen:

i. in een incident tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad;

ii. in een incident tot zekerheidstelling;

iii. in een kort geding tot schorsing van de tenuitvoerlegging indien tegen de ten uitvoer te leggen uitspraak een rechtsmiddel is of nog kan worden ingesteld.

e. In een kort geding over de tenuitvoerlegging van een uitspraak die in kracht van gewijsde is gegaan, geldt dat de schorsing alleen kan worden uitgesproken indien de (verdere) tenuitvoerlegging misbruik van bevoegdheid zou opleveren.

(…).”

In dit geval is sprake van een verstekvonnis waartegen een rechtsmiddel (verzet) is ingesteld. De beslissing over de uitvoerbaarheid bij voorraad is in het verstekvonnis niet gemotiveerd. Dat betekent – in het licht van de hiervoor onder r.o. 4.5 geschetste toetsingsmaatstaf – dat de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis dan wel schorsing van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring ter zake de toegewezen vorderingen in het verstekvonnis, totdat in verzet uitspraak is gedaan, toewijsbaar is als er omstandigheden zijn die meebrengen dat het belang van Ge-Woon (de geëxecuteerde) bij schorsing van – kort gezegd – de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis zwaarder weegt dat het belang van GBRS (de executant) om tot tenuitvoerlegging van het verstekvonnis over te gaan. Daarbij kan de kantonrechter in zijn oordeelsvorming betrekken of de bestreden beslissing berust op een kennelijke (juridische of feitelijke) misslag, maar moet hij de kans van slagen van het tegen de eerdere beslissing aangewende rechtsmiddel buiten beschouwing laten.

Niet gesteld en ook niet gebleken is dat er sprake is van een kennelijke misslag, zodat dat in een belangenafweging niet aan de orde is. Ge-Woon stelt, naar de kantonrechter begrijpt in het kader van de voornoemde belangenafweging:

dat zij zich inhoudelijk niet heeft kunnen verweren tegen de stellingen van GBRS, waardoor zij in een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis ten onrechte is veroordeeld tot betaling;

dat in de hoofdzaak nog geen (eind)vonnis is gewezen, waardoor nu betalen tot een onredelijke uitkomst zal kunnen zorgen, omdat onbekend is wat in de (gesplitste) hoofdzaak zal worden geoordeeld;

dat uit de onderhavige huurovereenkomst niet blijkt dat GBRS, maar [A] B.V. (hierna: [A] ) de partij is die (mogelijk) een vordering op Ge-Woon heeft. Volgens Ge-Woon is de vordering in de hoofdzaak door een verkeerde partij ingesteld en heeft zij ook om die reden belang bij schorsing van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring.

GBRS voert aan dat er geen reden of grondslag is om de tenuitvoerlegging te schorsen en voert – samengevat – het volgende aan:

Ge-Woon (en de heer [B] ) zijn (bewust) niet in de procedure verschenen en dat niet verschijnen komt voor rekening en risico van Ge-Woon;

de incassobevoegdheid en de vordering zijn door [A] overgedragen aan GBRS. Er heeft een (rechtsgeldige) cessie en mededeling daarvan plaatsgevonden;

GBRS heeft een groot belang en van een misslag, misbruik van bevoegdheid of een andere omstandigheid (die tenuitvoerlegging onaanvaardbaar maken) is geen sprake. Ge-Woon kan volgens GBRS niet betalen en dus heeft GBRS recht en belang bij voortzetting van executie;

Ge-Woon voert geen, althans nauwelijks inhoudelijk verweer tegen de (hoogte van de) vordering en het verweer van Ge-Woon is voorshands kansloos.

De kantonrechter oordeelt als volgt. In de procedure bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant is Ge-Woon al vóór de verwijzing van (het gesplitste deel van) de vordering voortvloeiende uit de huurovereenkomst tussen partijen niet verschenen, zodat de zaak in die stand is verwezen naar de rechtbank Oost-Brabant en laatstgenoemde op 13 november 2025 in verband met het niet verschijnen door Ge-Woon (ook) verstek heeft verleend aan Ge-Woon. De kantonrechter volgt het standpunt van Ge-Woon, dat zij zich niet inhoudelijk heeft kunnen verweren tegen de stellingen van GBRS, waardoor zij – kort gezegd – ten onrechte is veroordeeld tot betaling dan ook niet. Ge-Woon heeft eerder de mogelijkheid gehad om te verschijnen in de procedure en inhoudelijk verweer te voeren, maar door het niet verschijnen heeft zij die mogelijkheid niet benut.

De stelling van Ge-Woon en het verweer van GBRS in het incident dat de vordering in de hoofdzaak al dan niet door de onjuiste partij is ingesteld, laat de kantonrechter in de beoordeling in het incident in het midden, omdat dit een inhoudelijk geschilpunt betreft en de kantonrechter de kans van slagen van het tegen het verstekvonnis ingestelde verzet buiten beschouwing laat in zijn oordeelsvorming in het incident. Ditzelfde geldt voor het verweer van GBRS dat Ge-Woon geen, althans nauwelijks inhoudelijk verweer tegen de (hoogte van de) vordering voert en dat het verweer voorshands kansloos is.

De vordering tot betaling van een geldbedrag is een rechtens te respecteren belang. GBRS stelt dat zij belang heeft bij voortzetting van de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis (met andere woorden dat zij belang heeft bij betaling van het geldbedrag door Ge-Woon), omdat Ge-Woon het geldbedrag volgens haar niet kan betalen. Daar staat de stelling van Ge-Woon, dat in de hoofdzaak nog geen (eind)vonnis is gewezen, waardoor nu betalen tot een onredelijke uitkomst zal kunnen zorgen, tegenover. De kantonrechter volgt Ge-Woon hierin. Naar het oordeel van de kantonrechter is het, gelet op de stelling van GBRS dat Ge-Woon in betalingsproblemen verkeert, voldoende aannemelijk dat uitvoering van het verstekvonnis tot onomkeerbare gevolgen kan leiden, terwijl een debat op tegenspraak nog niet heeft plaatsgevonden. In het vervolg van deze verzetprocedure zullen de (materiële) verweren van Ge-Woon voor het eerst worden meegewogen bij de beslissing over de gegrondheid van de vordering voortvloeiende uit de huurovereenkomst van GBRS. Gelet op de voornoemde stand van zaken heeft Ge-Woon voldoende belang bij de door haar verzochte schorsing en weegt het belang van Ge-Woon bij behoud van de bestaande situatie zwaarder dan het belang van GBRS om tot tenuitvoerlegging over te kunnen gaan. Er is dan ook goede grond om de vordering tot schorsing van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring van het verstekvonnis toe te wijzen. De uitvoerbaarheid van het verstekvonnis zal worden geschorst totdat in de verzetprocedure einduitspraak is gedaan.

De kantonrechter zal de beslissing omtrent de kosten van het incident aanhouden, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.

in de hoofdzaak

Aangezien de verzetdagvaarding op grond van artikel 147 lid 1 Rv moet worden aangemerkt als conclusie van antwoord, zal de hoofdzaak worden verwezen naar de rol voor het opgeven van verhinderdata door partijen, waarna de rechtbank een datum en tijdstip voor een mondelinge behandeling zal bepalen.

5. De beslissing

De kantonrechter

in het incident

schorst de uitvoerbaarheid bij voorraadverklaring van het tussen partijen gewezen verstekvonnis van 13 november 2025 in de zaak met zaaknummer / rolnummer 11942951 \ CV EXPL 25-8239 totdat er een eindvonnis is gewezen in deze verzetprocedure,

houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan,

wijst af het meer of anders gevorderde,

in de hoofdzaak

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 9 april 2026 voor het opgeven van verhinderdata door partijen, waarna de rechtbank een datum en tijdstip voor een mondelinge behandeling zal bepalen,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. van Voorthuizen en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand