RECHTBANK Oost-Brabant
Civiel recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Zaaknummer: C/01/420747 / HA ZA 25-666
Vonnis in incident van 4 maart 2026
in de zaak van
FLEVO ZORG B.V.,
te Almere,
eisende partij in conventie in de hoofdzaak,
verwerende partij in reconventie in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: Flevo Zorg,
advocaat: mr. S. Booij,
tegen
[gedaagde] B.V.,
te [plaats] ,
gedaagde partij in conventie in de hoofdzaak,
eisende partij in reconventie in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. N.U.N. Kien.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding,
de conclusie van antwoord in conventie, tevens houdende vordering in reconventie tevens incidenteel verzoek ex art. 108 Rv jo 208 Rv tot onbevoegdverklaring wegens forumkeuze,
de conclusie van antwoord in incident.
Vervolgens is bepaald dat vonnis in het incident zal worden gewezen.
2. Het geschil in het incident en de beoordeling daarvan
Partijen hebben op 22 juli 2024 een ‘overeenkomst van overdracht’ gesloten. In de hoofdzaak gaat het geschil, onder meer, over de vraag of [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van een uit de overeenkomst voortvloeiende verplichting (in conventie) en over de vraag of [gedaagde] de overeenkomst kan vernietigen wegens dwaling / kan ontbinden (in reconventie).
In het incident gaat het geschil over de vraag of deze rechtbank relatief bevoegd is.
De rechtbank is van oordeel dat zij niet bevoegd is en dat de zaak moet worden doorverwezen, op grond van het volgende.
Het geschil gaat over de overeenkomst en daarin is bepaald dat de rechter in het arrondissement Midden-Nederland bevoegd is. Op grond van het bepaalde in artikel 108 Rv is die rechter bij uitsluiting bevoegd, en dus niet deze rechtbank.
Flevo Zorg heeft hiertegen diverse verweren gevoerd, maar die slagen niet.
Anders dan Flevo Zorg heeft betoogd is de rechtbank van oordeel dat het voldoende duidelijk is dat [gedaagde] een incidentele vordering heeft ingesteld en dat gevorderd wordt dat deze rechtbank zich onbevoegd verklaart. Weliswaar is de vordering niet afzonderlijk opgenomen in het petitum aan het einde van de “conclusie van antwoord, tevens houdende vordering in reconventie tevens incidenteel verzoek ex art. 108 Rv jo 208 Rv tot onbevoegdverklaring wegens forumkeuze”, maar uit de rest van het stuk volgt duidelijk dat [gedaagde] vordert dat deze rechtbank zich onbevoegd verklaard. Dat blijkt onder meer uit de titel van het stuk. Ook blijkt dit uit het eerste hoofdstuk van genoemde conclusie (randnummers 1 t/m 4), omdat dit is getiteld “incident”, dit eindigt met de woorden “ verzoekt de rechtbank zich derhalve onbevoegd te verklaren […]” en hierin wordt betoogd dat de rechtbank zich onbevoegd moet verklaren.
Verder heeft Flevo Zorg betoogd dat het beding niet voldoende duidelijk is, maar naar het oordeel van de rechtbank is dat wel het geval. Dat in het beding enkel wordt verwezen naar “de bevoegde rechter in het arrondissement Midden-Nederland” en dat niet gekozen wordt voor de locatie Lelystad of de locatie Utrecht (een van de twee locaties waar handelszaken bij de rechtbank Midden-Nederland worden behandeld) betekent nog niet dat het beding niet voldoende duidelijk is. Duidelijk is dat gekozen is voor de rechtbank Midden-Nederland.
Op grond van het bepaalde in artikel 110 lid 2 Rv wordt de zaak verwezen naar de rechtbank Midden-Nederland.
Wat de voortzetting van de procedure betreft, wijst de rechtbank op artikel 110 lid 2 Rv en artikel 74 lid 1 en 3 (eerste zin) Rv. Daarin is onder meer bepaald dat ieder van partijen het recht heeft de andere partij bij exploot op te roepen tegen de dag waarop zij de zaak ter rolle wil doen dienen. De voor dagvaarding voorgeschreven termijnen moeten daarbij in acht worden genomen.
Flevo Zorg is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris advocaat
€
653,00
(1 punt × € 653,00)
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
842,00
3. De rechtbank
in het incident
wijst de vordering toe,
veroordeelt Flevo Zorg in de proceskosten van € 842,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Flevo Zorg niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
in de hoofdzaak
verklaart zich onbevoegd om van de vorderingen in de hoofdzaak kennis te nemen,
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rechtbank Midden-Nederland.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026.