beschikking op een verzoek tot opheffing van bewind
op verzoek van:
[Naam]
,[adres] ,Kamer van Koophandel-nummer [nummer] ,
hierna te noemen: verzoekster,
met betrekking tot:
[Naam] ,geboren te [woonplaats] op [datum] ,wonende te [adres] ,hierna te noemen: betrokkene.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:- het verzoek (met bijlage), ontvangen op 18 november 2025;
- de akkoordverklaring van betrokkene en zijn ouders.
Het verzoek is mondeling behandeld op 4 februari 2026. Verzoekster is verschenen. Ook betrokkene is verschenen samen met zijn vader en moeder.
beoordeling
Bij beschikking van 23 juni 2025 van de kantonrechter zijn de goederen die (zullen) toebehoren aan betrokkene onder bewind gesteld met als grondslag lichamelijke of geestelijke toestand. De kantonrechter heeft verzoekster daarbij benoemd tot bewindvoerder.
Bij het verzoek om instelling van het bewind en het daarbij gevoegde plan van aanpak heeft betrokkene toen onder meer verklaard dat hij geen gat in zijn hand heeft, maar helemaal geen hand. Ook heeft betrokkene verklaard dat hij – ondanks de hulp van zijn moeder bij het beheer van zijn geld – al zijn spaargeld van € 15.000,- heeft uitgegeven. Daarnaast heeft betrokkene bij zijn instellingsverzoek een rapport van 16 november 2023 overgelegd van twee gedragsdeskundigen/psychologen. Zij hebben na gedragswetenschappelijk onderzoek geadviseerd om betrokkenes afhankelijkheid van zijn ouders af te bouwen en de begeleidende taken van de ouders over te laten nemen door professionele begeleiders.
Verzoekster heeft op 18 november 2025 namens betrokkene gevraagd om opheffing van het bewind. Zij heeft daaraan ten grondslag gelegd dat de maatregel wel zinvol is. Betrokkene vindt echter de kosten van bewindvoering te hoog en wil daarom samen met zijn ouders zijn financiën gaan beheren. De gemeente weigert de kosten van bewindvoering te vergoeden met bijzondere bijstand, omdat het inkomen van betrokkene daarvoor te hoog is. Betrokkene wil het geld dat hij nu kwijt is aan de bewindvoerder liever uitgeven aan andere doeleinden. De ouders staan achter dit besluit en zijn daarmee akkoord. Op zitting heeft betrokkene verklaard dat hij de afgelopen maanden heeft laten zien dat hij prima kan rondkomen van het wekelijkse leefgeld en dat hij met hulp van zijn ouders in staat is zijn financiën te beheren zoals de bewindvoerder dat nu doet. De ouders van betrokkene hebben dat op zitting bevestigd.
De kantonrechter overweegt als volgt.
Een bewind kan worden opgeheven als dit niet meer noodzakelijk of zinvol is. Het is aan betrokkene om aannemelijk te maken dat het bewind niet langer nodig of zinvol is. De door betrokkene gestelde kosten van bewindvoering zijn in ieder geval geen reden voor een opheffing van het bewind.
De kantonrechter stelt vast dat betrokkene ondanks de beperkingen en tegenslagen in zijn leven met zijn arbeidswerkzaamheden in staat is ongeveer € 2.000,- netto per maand te verdienen. Op zitting heeft verzoekster ook verklaard dat betrokkene inmiddels weer een paar duizend euro spaargeld heeft opgebouwd. De kantonrechter begrijpt de wens van betrokkene om zijn geld zelf te beheren, maar acht het onverstandig om het bewind na slechts acht maanden op te heffen. Vaststaat dat de lichamelijke of geestelijke gronden van het bewind nog bestaan. Betrokkene heeft verder nog geen zelfstandigheidstraject doorlopen – zo krijgt hij nog wekelijks leefgeld – en ook anderszins heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat hij – anders dan voorafgaand aan het bewind – met ondersteuning van zijn ouders zijn geldzaken naar behoren kan regelen. Een zelfstandigheidstraject is hier bijzonder van belang omdat betrokkene bij de instelling van het bewind nog heeft verklaard niet goed met geld te kunnen omgaan. Ten slotte laat de kantonrechter meewegen dat eventuele hulp van de ouders van betrokkene bij het beheer van zijn geldzaken ingaat tegen het eerder op 16 november 2023 uitgebrachte deskundigenadvies om in te zetten op afbouw van betrokkenes afhankelijkheid van zijn ouders door inschakeling van professionele begeleiding, zoals in dit geval verzoekster. Het is de kantonrechter bovendien niet duidelijk geworden hoe de ouders van betrokkene om zullen gaan met – te verwachten – vragen van betrokkene om geld voor extra uitgaven aan bijvoorbeeld zijn auto, kleren of de kapper.
Op grond van al het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat voortzetting van het bewind noodzakelijk is en zinvol. Het verzoek tot opheffing van het bewind zal dan ook worden afgewezen.
beslissing
De kantonrechter wijst het verzoek af.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch: