ECLI:NL:RBOBR:2026:1314

ECLI:NL:RBOBR:2026:1314

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 04-03-2026
Datum publicatie 03-03-2026
Zaaknummer 01-879505-17 (ontneming)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Onderzoek Sukida (drugslab). Ontnemingsvordering gedeeltelijk toegewezen en voor het overige afgewezen. Geerings-verweer verworpen. Verklaring medeveroordeelde als vertrekpunt voor schatting wederrechtelijk verkregen voordeel: 3.500 euro. Overschrijding redelijke termijn: 25 procent matiging, betalingsverplichting resulteert in 2.625 euro.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

vonnis

Locatie 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummer: 01-879505-17 (ontneming)

Datum uitspraak: 4 maart 2026

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1990] ,

wonende te [adres] ,

hierna: veroordeelde.

1. Het onderzoek op de terechtzitting.

Het onderzoek in de ontnemingszaak is gehouden op de terechtzitting van 4 februari 2026.

Er heeft een schriftelijke voorbereiding plaatsgevonden met een standpuntwisseling tussen de officier van justitie en de raadsman van de veroordeelde. De rechtbank heeft kennisgenomen van de inhoud van de volgende stukken:

De rechtbank heeft ter terechtzitting kennisgenomen van de nadere standpunten van de officier van justitie mr. H.A.A. Vrijhoeven en van de raadsman van de veroordeelde mr. J. van Wijk.

2. De vordering.

De inleidende schriftelijke vordering van het Openbaar Ministerie strekt ertoe dat de rechtbank het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel schat en vaststelt op een bedrag van € 657.214,70 en aan de veroordeelde de hoofdelijke verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van dat bedrag.

3. De standpunten.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gesteld dat het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden geschat op een bedrag van € 32.860,73. Dit betreft vijf procent van het oorspronkelijke bedrag zoals opgenomen in het hiervoor genoemde ontnemingsrapport. Dit percentage is passend bij de rol die veroordeelde bij het drugslaboratorium heeft gehad, namelijk het verrichten van voorbereidingshandelingen in de zin van artikel 10a van de Opiumwet. Ten slotte heeft de officier van justitie verzocht af te zien de betalingsverplichting hoofdelijk op te leggen.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft primair bepleit dat de vordering moet worden afgewezen. De vordering is in strijd met artikel 6 EVRM, omdat veroordeelde door het Gerechtshof is vrijgesproken van het medeplegen van de productie van amfetamine. De raadsman heeft in dat kader verwezen naar het arrest [naam arrest] . Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat het wederrechtelijk verkregen voordeel in beginsel dient te worden vastgesteld op € 1.200. Veroordeelde heeft steeds verklaard dat hij dit bedrag heeft ontvangen en het is gelet op zijn rol in het geheel ook aannemelijk. Voorts heeft de raadsman verzocht rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn, hetgeen dient te leiden tot een matiging van het te ontnemen bedrag tot € 800. De raadsman heeft tevens aangevoerd dat de berekening van de hoogte van de ontnemingsvordering en de hiervoor gehanteerde hoeveelheden niet kloppen.

4. De beoordeling van de vordering.

De grondslag van de vordering.

Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft veroordeelde bij arrest van 3 augustus 2020 veroordeeld voor het medeplegen van voorbereidingshandelingen in de zin van artikel 10a van de Opiumwet (feit 2). Veroordeelde is vrijgesproken voor het medeplegen van de productie van amfetamine (feit 1).

Ingevolge het bepaalde in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht moet worden onderzocht of, en zo ja, in hoeverre, veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van het bewezenverklaarde feit dan wel soortgelijke feiten dan wel andere strafbare feiten er op enigerlei wijze toe hebben geleid dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen.

De rechtbank volgt de verdediging niet in het standpunt dat de Geerings-jurisprudentie consequenties heeft voor de ontneming in deze zaak. Er wordt door het Openbaar Ministerie, zoals ter terechtzitting toegelicht, immers geen wederrechtelijk verkregen voordeel gevorderd dat ziet op handelingen waarvan veroordeelde is vrijgesproken. De ontnemingsvordering is immers gebaseerd op het ten laste gelegde onder feit 2, ten aanzien waarvan het Gerechtshof wél tot een bewezenverklaring is gekomen. De vrijspraak van het onder feit 1 ten laste gelegde staat er om die reden niet aan in de weg dat de schatting van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt gebaseerd op de bewezenverklaarde voorbereidingshandelingen.

De rechtbank neemt voornoemd bewezenverklaard feit dan ook als grondslag van de vordering in aanmerking.

De schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

De rechtbank is op grond van voornoemd arrest en het verhandelde ter terechtzitting van oordeel dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten door middel van en/of uit de baten van het feit ter zake waarvan veroordeelde bij bovengenoemd arrest is veroordeeld.

Veroordeelde heeft zich schuldig gemaakt aan het verrichten van voorbereidingshandelingen ten behoeve van de productie van MDMA en amfetamine. Hij heeft meerdere malen hoeveelheden chemicaliën, bestemd voor de productie van synthetische drugs, vervoerd. Ook heeft hij hardware geleverd ten behoeve van het drugslaboratorium. Het is een feit van algemene bekendheid dat aan het verrichten van dergelijke werkzaamheden, onder meer gezien de daaraan verbonden (strafrechtelijke) risico’s, een (aanzienlijke) financiële beloning tegenover staat. Dát veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten, staat naar het oordeel van de rechtbank dan ook vast.

De rechtbank zal vervolgens de hoogte van dit voordeel moeten vaststellen. In dit kader

stelt de rechtbank voorop dat hier sprake is van een ongelijktijdige behandeling van de hoofdstrafzaak en de ontnemingsvordering. Daardoor beschikt de rechtbank niet over het dossier en de bewijsmiddelen waar de bewezenverklaring in onderhavige zaak op is gebaseerd. In de ontnemingsrapportage is bovendien enkel een berekening gemaakt van het wederrechtelijk verkregen voordeel dat het drugslaboratorium gegenereerd zou hebben. De rechtbank is van oordeel dat zij enkel op basis van het rapport niet kan vaststellen welk voordeel Leimberger (of de overige veroordeelden) hebben genoten. Verder ontbreekt in het dossier enig onderzoek naar mogelijk onverklaarbaar vermogen van veroordeelde. De door de officier van justitie ter zitting gedane schatting van vijf procent van het totaal gegenereerde voordeel zoals berekend in het ontnemingsrapport, is in het geheel niet onderbouwd en daardoor niet bruikbaar als basis voor een (realistische) schatting van het wederrechtelijk genoten voordeel. Evenmin bestaat aanleiding om te veronderstellen dat veroordeelde en de aangehouden mededaders gezamenlijk geprofiteerd hebben van het gehele voordeel; er zijn ook onbekend gebleven derden betrokken geweest bij de strafbare gedragingen in het aangetroffen drugslaboratorium.

Dat maakt dat er onvoldoende aanknopingspunten zijn om vast te kunnen stellen welk deel van de opbrengst in het vermogen van veroordeelde is gevloeid en welk deel in het vermogen van de mededaders.

Veroordeelde heeft eerder verklaard dat hij € 150 per rit kreeg en dat hij in totaal acht ritten heeft uitgevoerd, wat zou uitkomen op een totaalbedrag van € 1.200. Gelet op de omvang van het drugslaboratorium en de werkzaamheden die veroordeelde heeft verricht, acht de rechtbank dit bedrag niet aannemelijk. Zij gaat ervan uit dat veroordeelde een hoger bedrag heeft ontvangen.

De rechtbank heeft in de zaak van medeveroordeelde [medeverdachte] het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 7.000, nu hij ter terechtzitting heeft verklaard dat hij dit bedrag had ontvangen voor de werkzaamheden die hij in het drugslaboratorium had verricht. De rechtbank zal dit bedrag in deze zaak als vertrekpunt nemen, aangezien het dossier geen andere duidelijke aanknopingspunten bevat en die verklaring tenminste enige houvast biedt. Vast staat dat veroordeelde - zoals blijkt uit het vonnis en het arrest - met betrekking tot het drugslab een kleinere rol heeft gehad dan [medeverdachte] . Zo is hij zelf niet direct bij de productie van de synthetische drugs betrokken geweest. Daaruit volgt dat het wederrechtelijk verkregen voordeel in onderhavige zaak op een lager bedrag dient te worden vastgesteld. De rechtbank acht hierbij de helft van dat bedrag, te weten € 3.500, aannemelijk en passend.

Gelet op voorgaande stelt de rechtbank het door veroordeelde geschatte genoten voordeel vast op € 3.500.

De redelijke termijn.

Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaren nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden.

De rechtbank overweegt met betrekking tot de aanvang van de redelijke termijn en het procesverloop in de ontnemingszaak als volgt. De rechtbank is van oordeel dat in deze zaak de aanvangsdatum van de redelijke termijn moet worden gesteld op 22 mei 2018, de datum waarop het Openbaar Ministerie in eerste aanleg kenbaar heeft gemaakt dat er een ontnemingsvordering zou worden ingediend. Dit betekent dat de redelijke termijn met ruim vijf jaren en negen maanden is overschreden. De rechtbank zal hiermee rekening houden door het hierboven vastgestelde bedrag, kijkend naar vergelijkbare jurisprudentie, te matigen met 25 procent. Dat resulteert in een bedrag van (€ 3.500 min 25% =) € 2.625.

De verplichting tot betaling.

De rechtbank zal de vordering van de officier van justitie toewijzen tot een bedrag van

€ 2.625 en voor het overige afwijzen.

De verplichting tot betaling aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van voormeld bedrag van € 2.625 kan aan veroordeelde worden opgelegd.

Gijzeling.

Met ingang van 1 januari 2020 is het nieuwe elfde lid van artikel 36e Sr direct van toepassing geworden. De rechtbank zal daarom bij het opleggen van de maatregel ook de duur van de gijzeling bepalen die, met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering, in dit geval ten hoogste kan worden gevorderd voor de duur van 26 dagen.

Overige verweren.

De verdediging heeft tevens de berekening van het bedrag in het ontnemingsrapport betwist.

De rechtbank laat dit punt buiten beschouwing, gelet op de beslissing die zij ten aanzien van de ontnemingsvordering neemt.

5. Toegepaste wettelijke bepalingen.

De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

6. De beslissing.

De rechtbank:

- stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op

€ 3.500,00;

- legt veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de Staat van een geldbedrag ter grootte van € 2.625,00 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;

- wijst de vordering van het Openbaar Ministerie voor het overige af;

- bepaalt de duur van de gijzeling, die bij niet betaling van het ontnemingsbedrag kan worden gevorderd, op 26 dagen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. W.A.F. Damen, voorzitter,

mr. F.H.E. Boerma en mr. S.V. Vullings, leden,

in tegenwoordigheid van mr. S. Durmuş, griffier,

en is uitgesproken op 4 maart 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. W.A.F. Damen
  • mr. F.H.E. Boerma
  • mr. S.V. Vullings

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?