ECLI:NL:RBOBR:2026:1332

ECLI:NL:RBOBR:2026:1332

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 06-03-2026
Datum publicatie 04-03-2026
Zaaknummer 01/198355/24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Tweemaal veroordeling voor art. 240b Sr. De verdachte heeft zich – kort gezegd – schuldig gemaakt aan het verspreiden van kinderporno aan een gedetineerde en het verwerven van/in bezit hebben van/zich toegang verschaffen tot kinderporno. Van dat laatste heeft verdachte tevens een gewoonte gemaakt. Overschrijding redelijke termijn. Bij strafoplegging rekening gehouden met persoonlijke omstandigheden: plegen van de feiten gepleegd bij aanvang van de proeftijd en dat het niet goed ging met verdachte in die periode. Behandeling is opgestart en positief afgerond. Oplegging van een taakstraf van 240 uren (subsidiair 120 dagen hechtenis) en een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. TUL: gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf toegewezen en omgezet in een taakstraf voor de duur van 120 uren (subsidiair 60 dagen hechtenis).

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummer: 01.198355.24Parketnummer vordering: 01.190881.20

Datum uitspraak: 06 maart 2026

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1970] ,

wonende te [adres] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 20 februari 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte/veroordeelde (hierna te noemen: de verdachte) naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 30 januari 2026.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

t.a.v. feit 1:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 september 2022 tot en met 30 november 2022 te Veghel, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens),

afbeeldingen, te weten (een) video('s) en/of (een) film(s) - en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen, van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft

verspreid en/of aangeboden, verworven, in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong oraal en/of vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het met de/mond/tong oraal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(video 1 en/of video 2 en/of video 4, omschreven op pag. 13 van het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal Hyadum met proces-verbaalnummer 3 en tevens opgenomen op pag. 1, 2 en 4 van de toonmap behorende bij proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal Hyadum met proces-verbaalnummer 3)

en/of

het met (een) vinger(s)/hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het met (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het als persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt met (een) vinger(s)/hand betasten en/of aanraken van de eigen borsten

(video 2 en/of video 3, omschreven op pag. 13 van het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal Hyadum met proces-verbaalnummer 3 en tevens opgenomen op pag. 2 en 3 van de toonmap behorende bij proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal Hyadum met proces-verbaalnummer 3);

t.a.v. feit 2:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 juli 2022 tot en met 31 mei 2023 te Veghel, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens),

afbeeldingen, te weten (een) foto('s) en/of (een) video('s) en/of (een) film(s) - en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen, te weten een computer (met goednummer 773010) van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft verworven, in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit:

het met de penis en/of (een) voorwerp(en) oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(foto 01 en/of foto 03 en/of foto 07 en/of foto 08, omschreven op pag. 153 van het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal HEZE / [nummer] met proces-verbaalnummer 7 en tevens opgenomen op pag. 2, 3 en 5 van de toonmap behorende bij proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal HEZE / [nummer] met proces-verbaalnummer 7)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen

en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(foto 02 en/of foto 04 en/of foto 06, omschreven op pag. 153 van het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal HEZE / [nummer] met proces-verbaalnummer 7 en tevens opgenomen op pag. 2, 3 en 4 van de toonmap behorende bij proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal HEZE / [nummer] met proces-verbaalnummer 7)

en/of

het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(foto 05, omschreven op pag. 153 van het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal HEZE / [nummer] met proces-verbaalnummer 7 en tevens opgenomen op pag. 4 van de toonmap behorende bij proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal HEZE / [nummer] met proces-verbaalnummer 7)

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

De vordering na voorwaardelijke veroordeling.

De zaak met parketnummer 01.190881.20 is aangebracht bij vordering van 19 augustus 2024. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de meervoudige kamer te Oost-Brabant, locatie 's-Hertogenbosch, van 15 februari 2021.

Een kopie van de vordering is aan dit vonnis gehecht.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs

Inleiding.

Op 30 maart 2023 is door Team Bestrijding Kinderporno en Kindersekstoerisme een onderzoek gestart naar aanleiding van een aangifte van het Hoofd Veiligheid van de Penitentiaire Inrichting Vught. In de aangifte staat dat een gedetineerde, zijnde [naam 1] , telefonisch contact onderhoudt met een ex-gedetineerde, zijnde verdachte, en dat het vermoeden bestaat dat de verdachte via een geautomatiseerd werk of communicatiedienst kinderpornografische afbeeldingen ter beschikking stelt aan [naam 1] . Een gegevensdrager van [naam 1] is door de politie in beslag genomen en onderzocht. Naar aanleiding van het onderzoek is de politie ook bij de verdachte binnengetreden en heeft daar diverse geautomatiseerde werken, waaronder computers, in beslag genomen voor onderzoek.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat beide feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging stelt zich ten aanzien van feit 1 op het standpunt dat verdachte dient te worden vrijgesproken, aangezien met onvoldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat het op de USB-stick van [naam 1] aangetroffen beeldmateriaal door de verdachte is geüpload op de schoolomgeving van [naam 1] en omdat – kort gezegd – met onvoldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de meisjes op het beeldmateriaal minderjarig zijn.

Ten aanzien van feit 2 refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

Bewijsbijlage.

Omwille van de leesbaarheid van de overwegingen, wordt voor wat betreft de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen verwezen naar de uitwerking en opsomming daarvan in de bijlage. De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit, waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Het oordeel van de rechtbank.

Hetgeen onder feit 2 ten laste is gelegd, heeft verdachte bekend en zal bewezen worden verklaard. Daarbij zal de pleegperiode worden verkort tot de periode van 12 december 2022 tot en met 31 mei 2023, omdat de rechtbank niet kan vaststellen dat de verdachte zich reeds voor die begindatum heeft schuldig gemaakt aan – kort gezegd – het verwerven en bezit van kinderporno.

Ten aanzien van feit 1 overweegt de rechtbank het navolgende.

Uit beluisterde teliogesprekken tussen gedetineerde [naam 1] en verdachte blijkt dat zij hebben afgesproken dat verdachte via de site van de Open Universiteit pornografisch materiaal in de omgeving van [naam 1] zal uploaden, zodat dit door [naam 1] kan worden gedownload. Op de bij [naam 1] in beslag genomen USB-stick zijn 27 video’s aangetroffen die als kinderpornografisch zijn aangemerkt. De tenlastelegging is toegespitst op vier van de 27 aangetroffen video’s.

Uit de bewijsmiddelen – waaronder de verklaring van verdachte ter terechtzitting – volgt dat de verdachte op instructie van [naam 1] dat pornografisch materiaal in die digitale omgeving van [naam 1] heeft geüpload.

Uit de bewijsmiddelen valt op te maken dat verdachte verantwoordelijk is voor het verstrekken aan [naam 1] van ieder van de vier ten laste gelegde video’s:

Door de politie zijn de video’s 1 tot en met 4 beoordeeld als kinderpornografisch. Deze beoordeling wordt gedaan volgens een vaste werkwijze en door rechercheurs die zijn gespecialiseerd in het beoordelen en categoriseren van kinderpornografisch materiaal. De rechercheurs die deze beoordelingen doen, zijn daartoe gecertificeerd. In tegenstelling tot de verdediging heeft de rechtbank geen enkele reden te twijfelen aan de deskundigheid van de desbetreffende rechercheur dan wel de beoordeling die deze heeft gemaakt en conclusies die deze heeft getrokken met betrekking tot het kinderpornografisch materiaal.

Gelet op het daartoe ambtsedig opgemaakt proces-verbaal stelt de rechtbank dan ook vast dat het materiaal dat is aangetroffen op de USB-stick van [naam 1] – en waarvan de rechtbank hiervoor heeft vastgesteld dat dit beeldmateriaal is verstrekt door de verdachte – kan worden gekwalificeerd als kinderpornografisch.

Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de rechtbank van oordeel is dat de verdachte het onder feit 1 ten laste gelegde, voor zover hierna bewezen is verklaard, heeft begaan.

De rechtbank zal de pleegperiode van feit 1 inkorten tot en met 28 september 2022, te weten de dag waarop de gegevensdragers van [naam 1] in beslag zijn genomen. Er is niet gebleken dat verdachte sindsdien nog materiaal heeft verspreid.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsbijlage uitgewerkte bewijsmiddelen – eventueel in onderling verband en samenhang bezien – komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

t.a.v. feit 1:

in de periode van 7 september 2022 tot en met 28 september 2022 in Nederland meermalen

afbeeldingen, te weten video's van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken, heeft verspreid en aangeboden,

verworven, in bezit heeft gehad en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de penis en oraal en vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en

het met de/mond/tong oraal penetreren van het lichaam van een ander persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(video 1 en/of video 2 en/of video 4, omschreven op pag. 13 van het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal Hyadum met proces-verbaalnummer 3 en tevens opgenomen op pag. 1, 2 en 4 van de toonmap behorende bij proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal Hyadum met proces-verbaalnummer 3)

en

het met een hand betasten van de billen en borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en het met de mond/tong betasten van het geslachtsdeel van een ander persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(video 2 en/of video 3, omschreven op pag. 13 van het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal Hyadum met proces-verbaalnummer 3 en tevens opgenomen op pag. 2 en 3 van de toonmap behorende bij proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal Hyadum met proces-verbaalnummer 3);

t.a.v. feit 2:

in de periode van 12 december 2022 tot en met 31 mei 2023 in Nederland meermalen afbeeldingen, te weten foto’s en/of gegevensdragers, te weten een computer (met goednummer 773010) bevattende afbeeldingen, van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken, heeft verworven, in bezit heeft gehad en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit:

het met de penis en/of een voorwerp vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(foto 01 en/of foto 03 en/of foto 07 en/of foto 08, omschreven op pag. 153 van het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal HEZE / [nummer] met proces-verbaalnummer 7 en tevens opgenomen op pag. 2, 3 en 5 van de toonmap behorende bij proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal HEZE / [nummer] met proces-verbaalnummer 7)

en/of

het naakt (laten) poseren door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(foto 02 en/of foto 04 en/of foto 06, omschreven op pag. 153 van het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal HEZE / [nummer] met proces-verbaalnummer 7 en tevens opgenomen op pag. 2, 3 en 4 van de toonmap behorende bij proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal HEZE / [nummer] met proces-verbaalnummer 7)

en/of

het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(foto 05, omschreven op pag. 153 van het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal HEZE / [nummer] met proces-verbaalnummer 7 en tevens opgenomen op pag. 4 van de toonmap behorende bij proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal HEZE / [nummer] met proces-verbaalnummer 7)

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit, waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie eist een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging verzoekt de rechtbank rekening te houden met de in positieve zin gewijzigde persoonlijke omstandigheden van verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn. De verdediging verzoekt de rechtbank een taakstraf en – gelet op het taakstrafverbod – een gevangenisstraf voor de duur van 1 dag op te leggen.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden, waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De ernst van de feiten.

De verdachte heeft zich – kort gezegd – schuldig gemaakt aan het verspreiden van kinderporno aan een gedetineerde van de Penitentiaire Inrichting in Vught en het verwerven van/in bezit hebben van/zich toegang verschaffen tot kinderporno. Van dat laatste heeft verdachte tevens een gewoonte gemaakt.

Het verspreiden en in bezit hebben van kinderporno zijn ernstige strafbare feiten, omdat bij de vervaardiging van kinderporno kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. De verdachte is medeverantwoordelijk te houden voor dat misbruik, omdat hij door de kinderporno te verspreiden en te verzamelen heeft bijgedragen aan de instandhouding van de vraag ernaar. Bijkomend, voor slachtoffers onaanvaardbaar, gevolg van het steeds weer rondgaan van bestaande afbeeldingen en video’s is dat dit beeldmateriaal van hun misbruik tot in lengte van jaren kan worden bekeken. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij hieraan heeft bijgedragen. Voor een effectieve bestrijding van de vervaardiging van dit soort porno is het noodzakelijk niet alleen degenen aan te pakken die het vervaardigen, maar ook degenen die het verspreiden en verzamelen.

De persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Kijkend naar de persoon van verdachte, houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat de verdachte eerder voor ontucht met een minderjarige en het bezit en het vervaardigen van kinderporno werd veroordeeld en dat de verdachte de onderhavige strafbare feiten heeft gepleegd tijdens de proeftijd van die eerdere veroordeling.

De rechtbank heeft verder acht geslagen op het reclasseringsadvies van 27 januari 2026 Daaruit blijkt dat na het aan het licht komen van de door verdachte gepleegde strafbare feiten, zijn persoonlijke omstandigheden zich zodanig in positieve zin hebben gewijzigd, dat redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het gedrag van verdachte zich ten goede heeft gekeerd. De strafbare feiten hebben zich in de beginfase van het opgelegde reclasseringstoezicht bij de eerdere veroordeling in februari 2021 afgespeeld. Het ging bij aanvang van de proeftijd c.q. in de ten laste gelegde periode niet goed met de verdachte. Hij is teruggevallen in zijn seksverslaving wat als gevolg heeft gehad dat hij op zoek is gegaan naar pornografische afbeeldingen. Kort na de gepleegde feiten is de behandeling van de verdachte opgestart en de behandeling is inmiddels positief afgerond. De vrijwilligers van COSA blijven ter ondersteuning nog altijd betrokken bij de verdachte. Het lukt de verdachte al enige tijd om balans te bewaren, waardoor geen meerwaarde wordt gezien in het opleggen van bijzondere voorwaarden.

De rechtbank schaart zich achter de bevindingen en conclusies van de reclassering. Ook op zitting heeft de rechtbank een positieve verandering bij de verdachte waargenomen. Daar komt nog bij dat het positieve beeld, dat de reclassering over de verdachte schetst, in lijn is met het feit dat sinds het tijdstip waarop de gepleegde strafbare feiten hebben plaatsgehad geruime tijd is verstreken, terwijl de verdachte, voor zover nu bekend, in deze periode geen nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd. Verdachte lijkt baat te hebben gehad bij de behandelingen en de ondersteuning door COSA. Hij geeft aan dat hij vrijwillig gebruik blijft maken van deze ondersteuning.

Overschrijding van de redelijke termijn en de op te leggen straffen.

De rechtbank is gebleken dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is overschreden. Op 31 mei 2023 heeft de doorzoeking in de woning van de verdachte plaatsgevonden. De rechtbank beschouwt dit als een handeling, waaraan verdachte in redelijkheid de verwachting kon ontlenen dat tegen hem een strafvervolging zou worden ingesteld, zodat de redelijke termijn op die datum is aangevangen. De behandeling van deze zaak is niet binnen twee jaar na aanvang van de redelijke termijn afgerond met een eindvonnis, terwijl de rechtbank geen bijzondere omstandigheden aanwezig acht die deze overschrijding rechtvaardigt. De redelijke termijn is met ruim negen maanden geschonden.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf voor de duur van 240 uur, te vervangen door 120 dagen hechtenis als de taakstraf niet naar behoren wordt verricht, en een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, in onderhavige zaak passend is.

De rechtbank zal de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank ziet, gelet op de verstreken periode sinds de gepleegde feiten, geen meerwaarde in het opleggen van een langere proeftijd.

De rechtbank zal geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één dag opleggen. De rechtbank acht dit niet opportuun. De door de verdediging genoemde reden, inhoudende dat op deze wijze formeel wordt voldaan aan het taakstrafverbod, is op zichzelf juist, maar het opleggen en executeren van deze ene dag gevangenisstraf leidt alleen maar tot administratieve rompslomp en onnodige kosten, terwijl een dergelijke straf, in het licht van de met de strafoplegging beoogde doelen, helemaal niets toevoegt.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde, rekening houdend met de hierboven genoemde persoonlijke omstandigheden, voldoende tot uitdrukking brengt.

Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 01.190881.20.

Standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering in zijn geheel wordt toegewezen.

Standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft de rechtbank verzocht de vordering af te wijzen, nu tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf niet langer opportuun is.

De beoordeling.

De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De rechtbank merkt op dat bij voornoemd vonnis aan de verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden is opgelegd.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de verdachte zich gedurende de proeftijd aan meerdere strafbare feiten heeft schuldig gemaakt, maar dat deze strafbare feiten zijn gepleegd kort na de detentieperiode en voor aanvang van de benodigde hulpverlening. Nu de persoonlijke omstandigheden van de verdachte dusdanig in positieve zin zijn gewijzigd en de verdachte het hulpverleningstraject volledig en goed heeft afgerond, acht de rechtbank tenuitvoerlegging van deze voorwaardelijke gevangenisstraf niet langer opportuun. De rechtbank is van oordeel dat de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf een zeer nadelig effect zou kunnen hebben op de wijze waarop de verdachte zijn leven heeft gebeterd en op de positieve gedragsveranderingen die hij heeft doorgemaakt. De maatschappij is er niet bij gebaat als het leven van verdachte wordt ontwricht.

In hetgeen ter terechtzitting aan de orde is gekomen en in de persoon van de verdachte ziet de rechtbank dan ook aanleiding te gelasten dat slechts een gedeelte van de straf alsnog ten uitvoer zal worden gelegd en dat dit gedeelte van de gevangenisstraf ter grootte van 60 dagen zal worden omgezet in een taakstraf van 120 uren.

Bijzondere omstandigheden die aan de tenuitvoerlegging van dat gedeelte in de weg zouden staan, zijn niet aanwezig.

Voor het overige zal de vordering worden afgewezen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 240b van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

t.a.v. feit 1:

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, verspreiden, aanbieden, verwerven, in bezit hebben en met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, meermalen gepleegd

t.a.v. feit 2:

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken verwerven, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een beroep of gewoonte wordt gemaakt

verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straffen.

T.a.v. feit 1 en feit 2:

een taakstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis

en

een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling:

Beveelt de tenuitvoerlegging van een gedeelte van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de meervoudige strafkamer te Oost-Brabant d.d. 15 februari 2021 gewezen onder parketnummer 01-190881-20, te weten:

In plaats van een gevangenisstraf van 2 maanden een taakstraf voor de duur van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis.

Wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C.F.N. van Schaijk, voorzitter,

mr. S.J.W. Hermans en mr. S.A.E.M. Rampaart, leden,

in tegenwoordigheid van mr. F.H.R.M. Robbers, griffier,

en is uitgesproken op 06 maart 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. C.F.N. van Schaijk
  • mr. S.J.W. Hermans
  • mr. S.A.E.M. Rampaart

Griffier

  • mr. F.H.R.M. Robbers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?