ECLI:NL:RBOBR:2026:1576

ECLI:NL:RBOBR:2026:1576

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 12-03-2026
Datum publicatie 10-03-2026
Zaaknummer 01/114384/25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Procesafspraken mensenhandel en mensensmokkel. De rechtbank legt op een gevangenisstraf van 540 dagen, waarvan 444 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en een taakstraf van 240 uur.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

[verdachte] ,

De tenlastelegging.

[woonplaats 1] en/of
[woonplaats 1] en/of
[woonplaats 1] en/of
[woonplaats 1] en/of
[woonplaats 1] en/of
[woonplaats 1] en/of

De formele voorvragen.

De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan.

De bewezenverklaring.

De strafbaarheid van de feiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Oplegging van straffen.

vonnis

Locatie ’s-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummer: 01.114384.25

Datum uitspraak: 12 maart 2026

Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

geboren op [1989] te [geboorteplaats] ,

adres [adres 1] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 16 juli 2025, 2 december 2025 en 26 februari 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 18 juni 2025.

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 2 december 2025 is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:

Feit 1: zij in of omstreeks de periode 05 december 2024 tot en met 12 april 2025

te Eindhoven en/of Breda en/of Oirschot en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een ander of anderen, te weten

- [betrokkene 1] , geboren op [2004] te [woonplaats 1] en/of

- [betrokkene 2] , geboren op [1990] te [adres 2] te

- [betrokkene 3] , geboren op [2006] te [adres 2] te

- [betrokkene 4] , geboren op [1999] te [adres 2] te

- [betrokkene 5] , geboren op [1992] te [woonplaats 2] en/of

- [betrokkene 6] , geboren op [1977] te [adres 3]

[adres 3] te [woonplaats 1] ,

heeft aangeworven en/of mede genomen met het oogmerk die ander of

anderen in een ander land, te weten Nederland ertoe te brengen zich

beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of

voor een derde tegen betaling (artikel 273f lid 1 sub 3)

immers heeft/hebben verdachte en/of haar mededader(s):

- voor die [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of

[betrokkene 4] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 6] een

vliegticket geregeld en/of betaald, waardoor zij een schuld bij verdachte

en/of haar mededader(s) had(den) opgebouwd, in ruil voor waarvoor ze

prostitutiewerk moest(en) verrichten om deze schuld af te betalen en/of

- die [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of

[betrokkene 4] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 6] na

aankomst in Nederland opgehaald van Eindhoven Airport, althans een

vliegveld en/of

- een verblijfplaats en/of een werkplek (voor prostitutiewerkzaamheden)

voor die [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of

[betrokkene 4] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 6] geregeld

en/of ter beschikking gesteld en/of

- één of meer advertenties op één of meer websites aangemaakt, waarop

die [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of

[betrokkene 4] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 6] werd(en)

aangeboden voor prostitutiewerkzaamheden,

terwijl die [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3]

en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 6] de

Nederlandse en/of de Engelse taal niet of onvoldoende

sprak(en)/beheerste(n) en/of onbekend was/waren in Nederland en/of

(bijna) niemand in Nederland kende(n) en/of niet over eigen huisvesting

en/of vervoersmiddelen en/of inkomsten in Nederland beschikte(n)

en/of illegaal in Nederland verbleef/verbleven en/of een schuld

had(den) opgebouwd voor de door verdachte en/of haar mededader(s)

betaalde vliegticket(s) en/of/aldus bewerkstelligd dat die haar/hun

afhankelijk was/waren;

(art 273f lid 1 ahf/sub 3° Wetboek van Strafrecht)

Feit 2: zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 05

december 2024 tot en met 12 april 2025 te Eindhoven en/of Breda en/of

Oirschot en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of

meer anderen, althans alleen, een ander of anderen, te weten:

- [betrokkene 1] , geboren op [2004] te [woonplaats 1] en/of

- [betrokkene 2] , geboren op [1990] te [adres 2] te

- [betrokkene 3] , geboren op [2006] te [adres 2] te

- [betrokkene 4] , geboren op [1999] te [adres 2] te

- [betrokkene 5] , geboren op [1992] te [woonplaats 2] en/of

- [betrokkene 6] . geboren op [1977] te [adres 3]

[adres 3] te [woonplaats 1] ,

behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang Nederland,

een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen of een

staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York

totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land,

over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te

New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale

georganiseerde misdaad, of die voorgenoemde perso(o)n(en) daartoe

gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft, terwijl zij en/of haar

mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had te vermoeden dat die

toegang of doorreis wederrechtelijk was en/of uit winstbejag

behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland

en voornoemde perso(o)n(en) daartoe telkens gelegenheid, middelen

en/of inlichtingen heeft verschaft,

terwijl zij, verdachte en/of haar mededaders, wist(en) of ernstige

redenen had(den) te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk was,

immers heeft/hebben zij, verdachte en/of dier mededader(s):

- voor die [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of

[betrokkene 4] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 6] een

vliegticket geregeld en/of betaald, waardoor zij een schuld bij verdachte

en/of haar mededader(s) had(den) opgebouwd, in ruil voor waarvoor ze

prostitutiewerk moest(en) verrichten om deze schuld af te betalen en/of

- die [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of

[betrokkene 4] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 6] na

aankomst in Nederland opgehaald van Eindhoven Airport, althans een

vliegveld en/of

- een verblijfplaats en/of een werkplek (voor prostitutiewerkzaamheden)

voor die [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of

[betrokkene 4] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 6] geregeld

en/of ter beschikking gesteld en/of

- één of meer advertenties op één of meer websites aangemaakt, waarop

die [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of

[betrokkene 4] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 6] werd(en)

aangeboden voor prostitutiewerkzaamheden.

(art 197a lid 2 Wetboek van Strafrecht)

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De beoordeling van de overeenkomst tussen verdachte en het Openbaar Ministerie betreffende procesafspraken.

Overeenkomst betreffende procesafspraken

De rechtbank heeft kennisgenomen van (een digitaal afschrift van) de overeenkomst van 16 december 2025, inhoudende procesafspraken over de afdoening van deze strafzaak (hierna: de procesafspraken). De overeenkomst is door de officier van justitie, verdachte en haar raadsman ondertekend.

De procesafspraken komen op het volgende neer:

Met het maken van procesafspraken hebben partijen beoogd tot een efficiëntere en snellere afdoening van de zaak te komen, terwijl de juridische kwaliteit van de afdoening gewaarborgd blijft en er recht gedaan wordt aan de aard en ernst van de strafbare feiten.

Een kopie van de overeenkomst is aan dit vonnis gehecht.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is bij de beoordeling van de overeenkomst uitgegaan van het kader dat de Hoge Raad heeft gegeven in zijn arrest van 27 september 2022 [ECLI:NL:HR:2022:1252].

De rechtbank stelt vast dat verdachte bij de totstandkoming van de overeenkomst werd bijgestaan door haar raadsman en dat verdachte kennis heeft genomen van de inhoud van die overeenkomst.

Op de zitting van 26 februari 2026 heeft de rechtbank benadrukt dat de vragen van artikel 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering leidend zijn bij de beoordeling van de tenlastelegging en dat de rechtbank geen partij is bij en niet is gebonden aan de gemaakte procesafspraken. Verdachte was op de zitting met tolk aanwezig. De rechtbank heeft de procesafspraken, die de verdachte en haar raadsman met de officier van justitie hebben gemaakt, doorgenomen. De in de overeenkomst vastgelegde afspraken en de consequenties daarvan zijn met verdachte en haar raadsman besproken. Verdachte heeft ten overstaan van de rechtbank nogmaals bevestigd de inhoud van de overeenkomst en de procesrechtelijke gevolgen hiervan te kennen, te begrijpen en hiermee in te stemmen.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte vrijwillig, op basis van voldoende en duidelijke informatie en terwijl zij zich bewust was van de rechtsgevolgen, is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing mee te werken aan de overeenkomst en de daarmee gepaard gaande afstand van verdedigingsrechten en dat de wijze waarop de overeenkomst tot stand is gekomen geen afbreuk doet aan het aan verdachte op grond van artikel 6 EVRM toekomende recht op een eerlijk proces. Dit betekent dat de rechtbank de procesafspraken bij de verdere beoordeling kan betrekken.

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of de afdoening van de onderhavige strafzaak overeenkomstig de procesafspraken in deze zaak passend is. De beantwoording van de vragen van artikel 348 en met name van artikel 350 van het Wetboek van Strafvordering blijven daarbij leidend, meer in het bijzonder de vragen naar het bewijs en de sanctieoplegging. De rechtbank kan de procesafspraken terzijde schuiven als op basis van het dossier onvoldoende grond bestaat voor vaststelling van schuld, de kwalificatie van de feiten niet aansluit bij de inhoud van het dossier, dan wel wanneer zij de overeengekomen straffen niet in redelijke verhouding vindt staan tot de ernst van de zaak zoals die blijkt uit de processtukken en het verhandelde op de zitting.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft - in lijn met de in de overeenkomst opgenomen procesafspraken - gevorderd dat de twee ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen verklaard kunnen worden.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, voor zover dit aansluit bij de inhoud van de gemaakte procesafspraken.

Het oordeel van de rechtbank.

Gelet op de inhoud van het dossier acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.

De rechtbank bezigt - in aansluiting op de tussen verdachte en het Openbaar Ministerie gesloten overeenkomst - de volgende bewijsmiddelen tot het bewijs.

T.a.v. feit 1 en 2:

 Relaas verbalisant [verbalisant 1] , proces-verbaal van bevindingen [opgestelde “regels” voor de (toekomstige) sekswerkers door [verdachte] en [verbalisant 2] ] d.d. 28 mei 2025 [PV-007E, pagina 1172 e.v.].

 Relaas verbalisant [verbalisant 1] , proces-verbaal van bevindingen [vertaling Engelstalige berichten m.b.t. opgestelde “regels” voor de (toekomstige) sekswerkers door [verdachte] en [verbalisant 2] ] d.d. 22 juli 2025 [PV-007EE, pagina 1177 e.v.].

 Relaas verbalisant [verbalisant 3] , proces-verbaal van verdenking [bevindingen doorzoeking voertuig] d.d. 14 april 2025 [PV-004, pagina 269].

 Relaas verbalisanten [verbalisant 4] , [verbalisant 5] en [verbalisant 6] , proces-verbaal [bevindingen controle aankomsthal [betrokkene 1] ] d.d. 13 april 2025 [pagina 779 e.v.].

 Relaas verbalisant [verbalisant 7] , proces-verbaal [bevindingen controle 15.15 uur parkeerplaats p1 [verdachte] ] d.d. 12 april 2025 [pagina 38 e.v.] .

 Relaas verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 18] , proces-verbaal [bevindingen controle 16.30 uur parkeersplaats p1 [verdachte] ] d.d. 12 april 2025 [pagina 40 e.v.].

 Relaas verbalisant [verbalisant 19] , proces-verbaal [bevindingen controle parkeerplaats p1 [verbalisant 2] ] d.d. 12 april 2025 [pagina 35 e.v.].

 Relaas verbalisant [verbalisant 8] , proces-verbaal van bevindingen [aangetroffen accounts [website] ] d.d. 14 april 2025 [PV-012, pagina 65 e.v.].

 Relaas verbalisant [verbalisant 8] , proces-verbaal van bevindingen [aantreffen profielen [website] [naam 1] & [naam 2] en overeenkomsten met profiel [naam 3] ] d.d. 16 april 2025 [PV-016, pagina 68 e.v.].

 Relaas verbalisant [verbalisant 9] , proces-verbaal van bevindingen [ANPR bevraging] d.d. 22 april 2025 [PV-029A, pagina 803 e.v.].

 Relaas verbalisant [verbalisant 1] , proces-verbaal van bevindingen [m.b.t. gesmokkelde/sekswerker [naam 4] [betrokkene 1] geboren op [2004] ] d.d. 6 mei 2025 [PV-007C, pagina 1054 e.v.].

 Relaas verbalisant [verbalisant 1] , proces-verbaal van bevindingen [vertaling Engelstalige berichten m.b.t. sekswerker [naam 4] [betrokkene 1] (PV-007C)] d.d. 22 juli 2025 [PV-007CC, pagina 1072 e.v.].

 Relaas verbalisant [verbalisant 1] , proces-verbaal van bevindingen [m.b.t. sekswerker [naam 5] [betrokkene 4] , onder de sekswerkersnaam “ [naam 1] ”] d.d. 12 juni 2025 [PV-007F, pagina 1182 e.v.].

 Relaas verbalisant [verbalisant 1] , proces-verbaal van bevindingen [vertaling Engelstalige berichten m.b.t. sekswerker [naam 5] [betrokkene 4] (PV-007F)] d.d. 22 juli 2025 [PV-007FF, pagina 1219 e.v.].

 Relaas verbalisant [verbalisant 1] , proces-verbaal van bevindingen [m.b.t. sekswerker [naam 6] [betrokkene 3] ] d.d. 16 juni 2025 [PV-007G, pagina 1232 e.v.]

 Relaas verbalisant [verbalisant 1] , proces-verbaal van bevindingen [vertaling Engelstalige berichten m.b.t. sekswerker [naam 6] [betrokkene 3] (PV-007G)] d.d. 22 juli 2025 [PV-007GG, pagina 1247 e.v.].

 Relaas verbalisant [verbalisant 1] , proces-verbaal van bevindingen [m.b.t. sekswerker [naam 7] [betrokkene 5] , onder de sekswerknaam “ [naam 2] ”] d.d. 19 juni 2025 [PV-007H, pagina 1253 e.v.].

 Relaas verbalisant [verbalisant 1] , proces-verbaal van bevindingen [vertaling Engelstalige berichten m.b.t. sekswerker [naam 7] [betrokkene 5] (PV-007H)] d.d. 22 juli 2025 [PV-007HH, pagina 1297 e.v.].

 Relaas verbalisant [verbalisant 1] , proces-verbaal van bevindingen [m.b.t. sekswerker [naam 8] [betrokkene 6] , onder de sekswerknaam “ [naam 3] ”] d.d. 25 juni 2025 [PV-007I, pagina 1320 e.v.].

 Relaas verbalisant [verbalisant 1] , proces-verbaal van bevindingen [vertaling Engelstalige berichten m.b.t. sekswerker [naam 8] [betrokkene 6] (PV-007I)] d.d. 22 juli 2025 [PV-007II, pagina 1345 e.v.].

 Relaas verbalisant [verbalisant 10] , proces-verbaal van bevindingen [Informatie uit telefoons verdachten] d.d. 16 september 2025 [PV-153, pagina 1357 e.v.].

 Relaas verbalisant [verbalisant 12] , proces-verbaal van bevindingen [over [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] ] d.d. 17 april 2025 [PV-10757, pagina 84 e.v.].

 Relaas verbalisant [verbalisant 13] , proces-verbaal van bevindingen [advertenties [website] / [bedrijf] ] d.d. 2 juni 2025 [PV-017A, pagina 89 e.v.].

 Relaas verbalisant [verbalisant 14] , proces-verbaal van bevindingen [toezichtcontrole [adres 4] ] d.d. 15 april 2025 [PV-018, pagina 101 e.v.].

 Relaas verbalisant [verbalisant 11] , proces-verbaal van bevindingen [TELIO-gesprekken [verbalisant 2] ] d.d. 18 augustus 2025 [PV-150A, pagina 235 e.v.].

 Relaas verbalisant [verbalisant 11] , proces-verbaal van bevindingen [TELIO-gesprek [verbalisant 2] ] d.d. 11 september 2025 [PV-150B, pagina 240 e.v.].

 Verklaring verdachte [verbalisant 2] , proces-verbaal van verhoor verdachte [1e verhoor] d.d. 13 april 2025 [pagina 285 e.v.].

 Verklaring verdachte [verbalisant 2] , proces-verbaal van verhoor verdachte [3e verhoor] d.d. 12 mei 2025 [pagina 304 e.v.].

 Verklaring verdachte [verdachte] , proces-verbaal van verhoor verdachte [3e verhoor] d.d. 29 april 2025 [pagina 488 e.v.].

 Verklaring verdachte [verdachte] , proces-verbaal van verhoor verdachte [4e verhoor] d.d. 15 juli 2025 [pagina 506 e.v.].

 Verklaring verdachte [verdachte] , proces-verbaal van verhoor verdachte [5e verhoor] d.d. 17 juli 2025 [pagina 534 e.v.].

 Relaas verbalisant [verbalisant 15] , proces-verbaal van bevindingen [sociaal-economische situatie Venezuela ] d.d. 11 augustus 2025 [PV-108A, pagina 577 e.v.].

 Relaas verbalisant [verbalisant 15] , proces-verbaal van bevindingen [sociaal-economische situatie Colombia] d.d. 11 augustus 2025 [PV-108B, pagina 714 e.v.].

 Relaas verbalisant [verbalisant 10] , proces-verbaal van bevindingen [vluchtschema/dagstaat Douane 23-02-2025] d.d. 18 juli 2025 [PV-141, pagina 716 e.v.].

 Relaas verbalisant [verbalisant 10] , proces-verbaal van bevindingen [controle transacties [verbalisant 2] – [betrokkene 5] ] d.d. 21 juli 2025 [PV-143, pagina 719 e.v.].

 Relaas verbalisant [verbalisant 10] , relaas-proces-verbaal d.d. 19 september 2025 [pagina 747].

 Relaas verbalisant [verbalisant 14] , proces-verbaal van bevindingen [historische vluchtgegevens PI-NL] d.d. 24 april 2025 [PV-003A, pagina 787 e.v.].

 Relaas verbalisant [verbalisant 16] , proces-verbaal van bevindingen [controle politie vreemdelingentoezicht] d.d. 23 april 2025 [PV-049, pagina 795 e.v.].

 Relaas verbalisant [verbalisant 9] , proces-verbaal van bevindingen [camerabeelden 12-04] d.d. 22 april 2025 [PV-011A, pagina 792 e.v.].

 ID-Staat Vreemdelingenrecht betreffende [naam 4] [betrokkene 1] d.d. 12 april 2025 [pagina 783 e.v.].

 ID-Staat Vreemdelingenrecht betreffende [naam 9] [betrokkene 2] , d.d. 22 april 2025 [pagina 785 e.v.].

 Verklaring [betrokkene 2] , proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 24 april 2025 [pagina 797 e.v.]

 Relaas verbalisant [verbalisant 1] , proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 mei 2025 [PV-007B, pagina 1044 e.v.]

 Relaas verbalisant [verbalisant 17] , proces-verbaal van bevindingen [intake gesprek mensenhandel [betrokkene 3] ] d.d. 29 april 2025 [PV-055, pagina 805 e.v.].

 Relaas verbalisant [verbalisant 1] , proces-verbaal van bevindingen [onderzoek mobiele telefoon Apple Iphone XR] d.d. 22 april 2025 [PV-008A, pagina 963 e.v.].

 Relaas verbalisant [verbalisant 1] , proces-verbaal van bevindingen [vertaling Engelstalige berichten afkomstig uit PV-008A] d.d. 22 juli 2025 [PV-008AA, pagina 983 e.v.].

 Relaas verbalisant [verbalisant 1] , proces-verbaal van bevindingen [onderzoek mobiele telefoon Apple Iphone 12] d.d. 16 april 2025 [PV-006A, pagina 1016 e.v.].

 Relaas verbalisant [verbalisant 1] , proces-verbaal van bevindingen [vertaling Engelstalige berichten afkomstig uit PV-006A] d.d. 22 juli 2025 [PV-006AA, pagina 1029 e.v.].

 Relaas verbalisant [verbalisant 8] , proces-verbaal van bevindingen [schrift met notities administratie “ [naam 3] ”] d.d. 14 april 2025 [PV-002, pagina 1361 e.v.].

 Relaas verbalisant [verbalisant 8] , proces-verbaal van bevindingen [aanvulling op PV-002] d.d. 16 april 2025 [PV-002A, pagina 1375 e.v.].

Gelet op de procesafspraken volstaat de rechtbank met een verkort vonnis. Indien tegen dit verkort vonnis een rechtsmiddel wordt ingesteld, worden de - hiervoor opgesomde - door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring uitgewerkt in een aanvulling op dit verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan dit verkort vonnis gehecht.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte:

T.a.v. feit 1: in de periode 05 december 2024 tot en met 12 april 2025 te Eindhoven en Breda en Oirschot en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander,

anderen, te weten: - [betrokkene 1] , geboren op [2004] te [woonplaats 1] en - [betrokkene 2] , geboren op [1990] te [adres 2] te [woonplaats 1] en - [betrokkene 3] , geboren op [2006] te [adres 2] te [woonplaats 1] en - [betrokkene 4] , geboren op [1999] te [adres 2] te [woonplaats 1] en - [betrokkene 5] , geboren op [1992] te [woonplaats 2] en - [betrokkene 6] , geboren op [1977] te [plaats] te [woonplaats 1] ,

heeft aangeworven en/of mede genomen met het oogmerk die anderen in een ander land, te weten Nederland, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling,

immers hebben verdachte en haar mededader:

- voor die [betrokkene 1] en [betrokkene 2] en [betrokkene 3] en [betrokkene 4] en [betrokkene 5] en [betrokkene 6] een vliegticket geregeld en/of betaald, waardoor zij een schuld bij verdachte en/of haar mededader hadden opgebouwd, in ruil waarvoor ze prostitutiewerk moesten verrichten om deze schuld af te betalen en - die [betrokkene 1] en [betrokkene 2] en [betrokkene 3] en [betrokkene 4] en [betrokkene 5] en [betrokkene 6] na aankomst in Nederland opgehaald van Eindhoven Airport, althans een vliegveld en - een verblijfplaats en/of een werkplek (voor prostitutiewerkzaamheden) voor die [betrokkene 1] en [betrokkene 2] en [betrokkene 3] en [betrokkene 4] en [betrokkene 5] en [betrokkene 6] geregeld en/of ter beschikking gesteld en - één of meer advertenties op één of meer websites aangemaakt, waarop die [betrokkene 1] en [betrokkene 2] en [betrokkene 3] en [betrokkene 4] en [betrokkene 5] en [betrokkene 6] werden aangeboden voor prostitutiewerkzaamheden,

terwijl die [betrokkene 1] en [betrokkene 2] en [betrokkene 3] en [betrokkene 4] en [betrokkene 5] en [betrokkene 6] de Nederlandse en/of de Engelse taal niet of onvoldoende spraken/beheersten en/of onbekend waren in Nederland en/of (bijna) niemand in Nederland kenden en/of niet over eigen huisvesting en/of vervoersmiddelen en/of inkomsten in Nederland beschikten en/of illegaal in Nederland verbleven en/of een schuld hadden opgebouwd voor de door verdachte en/of haar mededader betaalde vliegticket(s) en aldus bewerkstelligd dat die van hun afhankelijk waren.

T.a.v. feit 2: in de periode van 05 december 2024 tot en met 12 april 2025 in Breda en Oirschot en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, anderen, te weten:

- [betrokkene 1] , geboren op [2004] te [woonplaats 1] en - [betrokkene 2] , geboren op [1990] te [adres 2] te [woonplaats 1] en - [betrokkene 3] , geboren op [2006] te [adres 2] te [woonplaats 1] en - [betrokkene 4] , geboren op [1999] te [adres 2] te [woonplaats 1] en - [betrokkene 5] , geboren op [1992] te [woonplaats 2] en

- [betrokkene 6] . geboren op [1977] te [plaats] te [woonplaats 1] ,

behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot Nederland,

en uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland en voornoemde persoonen daartoe telkens gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, terwijl zij, verdachte en haar mededader, wisten of ernstige redenen hadden te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk was,

immers hebben zij, verdachte en haar mededader

- voor die [betrokkene 1] en [betrokkene 2] en [betrokkene 3] en [betrokkene 4] en [betrokkene 5] en [betrokkene 6] een vliegticket geregeld en/of betaald, waardoor zij een schuld bij verdachte en/of haar mededader hadden opgebouwd, in ruil voor waarvoor ze prostitutiewerk moesten verrichten om deze schuld af te betalen en - die [betrokkene 1] en [betrokkene 2] en [betrokkene 3] en [betrokkene 4] en [betrokkene 5] en [betrokkene 6] na aankomst in Nederland opgehaald van Eindhoven Airport, althans een vliegveld en - een verblijfplaats en/of een werkplek (voor prostitutiewerkzaamheden) voor die [betrokkene 1] en [betrokkene 2] en [betrokkene 3] en [betrokkene 4] en [betrokkene 5] en [betrokkene 6] geregeld en/of ter beschikking gesteld en - één of meer advertenties op één of meer websites aangemaakt, waarop die [betrokkene 1] en [betrokkene 2] en [betrokkene 3] en [betrokkene 4] en [betrokkene 5] en [betrokkene 6] werden aangeboden voor prostitutiewerkzaamheden.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft, in overeenstemming met de procesafspraken, gevorderd dat aan de verdachte een gevangenisstraf wordt opgelegd voor de duur van 18 maanden, met aftrek van de tijd die zij reeds heeft doorgebracht in voorarrest, waarvan 15 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 3 jaren. Gelet op het aantal dagen dat verdachte heeft doorgebracht in voorarrest, hoeft verdachte niet meer terug naar de gevangenis als de rechtbank de strafeis overneemt. Wel dient daarnaast nog een (onvoorwaardelijke) taakstraf van 240 uur opgelegd te worden. Met verdachte is afgesproken dat de uitvoering van de taakstraf in Nederland zal plaatsvinden.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft geen inhoudelijk strafmaatverweer gevoerd en heeft de rechtbank verzocht bij de afdoening van de strafzaak aan te sluiten bij de procesafspraken zoals vermeld in de overeenkomst. Verdachte zal de taakstraf in Nederland uitvoeren. Zij zal nog enige tijd in Groningen verblijven en wil de taakstraf bij voorkeur zo spoedig mogelijk uitvoeren en afronden.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank heeft acht geslagen op wat het afdoeningsvoorstel met betrekking tot de strafoplegging inhoudt en de voordelen die gepaard gaan met dienovereenkomstige afdoening. In het afdoeningsvoorstel is verwoord dat de ten laste gelegde feiten bij bewezenverklaring tot een strafeis zou leiden van een gevangenisstraf van 18 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte reeds heeft doorgebracht in voorarrest, waarvan 15 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, alsmede een taakstraf voor de duur van 240 uur.

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de overeengekomen straffen ter zake van het bewezenverklaarde in redelijke verhouding staan tot de ernst van de zaak zoals die blijkt uit de processtukken en het verhandelde op de zitting.

De rechtbank is, zoals gezegd, niet gebonden aan de procesafspraken, maar het staat de rechtbank vrij om - binnen de grenzen van het ter zake geldende strafmaximum - te komen tot een sanctiebeslissing die in overeenstemming is met de procesafspraken. Als de rechtbank van oordeel is dat het afdoeningsvoorstel in de procesafspraken niet in redelijke verhouding staat tot de ernst van de zaak, zal de rechtbank komen tot een andere sanctiebeslissing [ECLI:NL:HR:2022:1252].

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, en bij de beoordeling of de procesafspraken in een redelijke verhouding staan tot de ernst van de zaak, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Voorts houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Daarnaast heeft de rechtbank de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten, die als vertrekpunt dienen bij het bepalen van de straf, betrokken bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf.

De rechtbank heeft voorts in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Aard en ernst van de feiten

Verdachte heeft zich, samen met een medeverdachte, schuldig gemaakt aan mensenhandel en mensensmokkel. Zij hebben in de periode van 5 december 2024 tot en met 12 april 2025 vijf Venezolaanse vrouwen en één Colombiaanse vrouw naar Nederland gehaald om in Nederland (illegale) prostitutiewerkzaamheden te verrichten, alwaar zij actieve betrokkenheid bij hadden. Voor hun komst naar Nederland hadden de vrouwen al een schuld opgebouwd bij verdachte en/of de medeverdachte voor het vliegticket dat nog terugbetaald diende te worden. De vrouwen waren de Nederlandse (en Engelse) taal niet of onvoldoende machtig, verkeerden in slechte financiële omstandigheden en waren volledig afhankelijk van verdachte en medeverdachte voor wat betreft hun verblijfplaats, vervoer en communicatie met derden. Dit zijn zeer ernstige strafbare feiten. Verdachte heeft verder het overheidsbeleid inzake bestrijding van illegaal verblijf in en illegale toegang tot Nederland doorkruist en heeft hiermee bijgedragen aan het in stand houden van een illegaal circuit. Bovendien heeft verdachte misbruik gemaakt van de benarde positie van de illegaal in Nederland verblijvende slachtoffers. Daarbij heeft zij haar eigen belangen, waaronder haar eigen financiële gewin, vooropgesteld. Door de vrouwen (illegaal) in de prostitutie te laten werken heeft verdachte ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van de slachtoffers en hun persoonlijke vrijheid. De ervaring leert dat slachtoffers van mensenhandel hier gedurende lange tijd nog psychische en emotionele schade van kunnen ondervinden. De rechtbank neemt verdachte dit zeer kwalijk.

Persoon van de verdachte

Kijkend naar de persoon van verdachte, houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat blijkens het haar betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie in Nederland niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest. Voorts slaat de rechtbank in belangrijke mate acht op de omstandigheid dat verdachte zelf slachtoffer is van mensenhandel: zij werd al ruim een jaar seksueel uitgebuit door medeverdachte [verbalisant 2] .

Overige omstandigheden

Bij de beoordeling van het afdoeningsvoorstel houdt de rechtbank ook rekening met de omstandigheid dat de slachtoffers in deze zaak geen aangifte hebben gedaan van mensenhandel en geen van allen schadevergoeding wensen. Voorts houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat er geen dwang is gebruikt en er sprake is van beperkte inbreuk op de grondrechten en autonomie van de slachtoffers.

De strafsoort, strafmaat en strafmodaliteit

De rechtbank is van oordeel dat de bewezenverklaarde feiten in beginsel een (langdurige) onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen.

Indien er geen procesafspraken zouden zijn gemaakt, had de officier van justitie rekeninghoudend met alle bijzondere omstandigheden - waaronder het slachtofferschap van verdachte - een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden geëist. De procesafspraken resulteren in een lagere strafeis. De rechtbank is van oordeel dat de strafeis van de officier van justitie recht doet aan deze zaak, waarbij het belang van verdachte en ook dat van de maatschappij geëerbiedigd wordt. Door de procesafspraken is er immers sprake van een efficiëntere rechtspleging en wordt een hoger beroep voorkomen wat tijdswinst en kostbare zittingscapaciteit oplevert.

Conclusie rechtbank

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat niet gezegd kan worden dat de straffen die door de officier van justitie zijn gevorderd en waarmee de verdachte heeft ingestemd niet in redelijke verhouding staan tot de ernst van de zaak zoals deze blijkt uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting. De rechtbank acht de in de procesafspraken opgenomen afdoening van de zaak passend en geboden.

De rechtbank zal verdachte daarom veroordelen tot de straffen zoals verdachte en het Openbaar Ministerie die in de overeenkomst hebben afgesproken.

Om aan te sluiten bij de achterliggende gedachte van het afdoeningsvoorstel zoals verwoord in de procesafspraken en zoals toegelicht ter terechtzitting, inhoudende dat verdachte niet meer terug hoeft naar de gevangenis, en om te voorkomen dat er hier geen enkel misverstand over kan bestaan bij de instanties/afdelingen die gaan over de tenuitvoerlegging van de straffen, zal de rechtbank de duur van het onvoorwaardelijke en voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf van maanden converteren naar dagen. Op de zitting is dit besproken en zowel de verdediging als de officier van justitie hebben aangegeven hier geen bezwaar tegen te hebben. De rechtbank hanteert de volgende rekensom:

Vanaf de inverzekeringstelling op 13 april 2025 tot en met de schorsing van de voorlopige hechtenis op 17 juli 2025 heeft verdachte 96 dagen in voorarrest doorgebracht.

De op te leggen gevangenisstraf van 18 maanden staat gelijk aan (18 x 30 =) 540 dagen.

Indien van deze 540 dagen het voorarrest van 96 dagen in aftrek wordt genomen, resteren 444 dagen.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank aan verdachte opleggen: een gevangenisstraf van 540 dagen, met aftrek van de tijd die reeds is doorgebracht in voorarrest (te weten: 96 dagen), waarvan 444 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Dat betekent dat verdachte niet meer terug hoeft naar de gevangenis, mits ze zich aan de voorwaarde houdt dat ze zich niet opnieuw schuldig maakt aan het plegen van een strafbaar feit.

De voorlopige hechtenis.

Gelet op de aan verdachte op te leggen straffen ter zake van het bewezenverklaarde, zal de rechtbank het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis opheffen met ingang van heden. Deze voorlopige hechtenis is met ingang van 17 juli 2025 reeds geschorst.

Beslag.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat, voor zover nog geen afstand was gedaan van de telefoon waarmee de feiten zijn gepleegd, de telefoon van verdachte verbeurd verklaard dient te worden.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat er afspraken zijn gemaakt met het Openbaar Ministerie omtrent de teruggave van de (familie)foto’s en een aantal noodzakelijke gegevens die zich op de telefoon van verdachte bevinden. Gelet op die afspraak heeft verdachte op de terechtzitting van 26 februari 2026 afstand gedaan van de inbeslaggenomen telefoon.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank overweegt dat geen beslissing meer genomen hoeft te worden ten aanzien van de inbeslaggenomen telefoon van verdachte. Ter terechtzitting d.d. 26 februari 2026 heeft verdachte afstand gedaan van dit inbeslaggenomen goed.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 57, 197a en 273f van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Verklaart de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt haar daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1:

mensenhandel, terwijl de in artikel 273f, eerste lid onder 3º van het Wetboek van Strafrecht omschreven feiten worden gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd

T.a.v. feit 2:

medeplegen van mensensmokkel, meermalen gepleegd

en

medeplegen van een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is, meermalen gepleegd

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straffen.

T.a.v. feit 1, feit 2:

 Een gevangenisstraf voor de duur van 540 dagen, met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht, waarvan 444 dagen voorwaardelijk en een proeftijd van 3 jaren.

Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

T.a.v. feit 1, feit 2:

Een taakstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis

T.a.v. de voorlopige hechtenis:

Heft op het tegen verdachte verleende geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.L.W.M. Viering, voorzitter,

mr. A. Maas en mr. E.L. Traag, leden,

in tegenwoordigheid van mr. F.E.M. Freese - de Haas, griffier,

en is uitgesproken op 12 maart 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M.L.W.M. Viering
  • mr. A. Maas
  • mr. E.L. Traag

Griffier

  • mr. F.E.M. Freese - de Haas

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?