ECLI:NL:RBOBR:2026:1654

ECLI:NL:RBOBR:2026:1654

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 13-03-2026
Datum publicatie 12-03-2026
Zaaknummer 01.256767.20
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Procesafspraken. De rechtbank komt tot een veroordeling ten aanzien van diverse Opiumwetfeiten. De rechtbank legt op een taakstraf voor de duur van 170 uren subsidiair 85 dagen hechtenis en een gevangenisstraf voor de duur van 270 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 178 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummer: 01.256767.20Parketnummer vordering: 20.001909.18

Datum uitspraak: 13 maart 2026

Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [adres] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 27 februari 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte/veroordeelde naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 6 februari 2026.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

t.a.v. feit 1:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2020 tot en met 9 juli 2020 te Goirle en/of op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 maart 2020 tot en met 6 juli 2020 te Uden, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk, al dan niet in de uitoefening van beroep of bedrijf heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad:

- in een pand aan de [pleegplaats1] te Goirle , een hoeveelheid van (in totaal) 700 hennepplanten en/of

- in een pand aan de [pleegplaats2] te Uden , een hoeveelheid van (in totaal) 536 hennepplanten,

althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

t.a.v. feit 2:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2020 tot en met 9 juli 2020 te Goirle en/of op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 maart 2020 tot en met 6 juli 2020 te Uden, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, in (een) pand(en) gelegen aan de [pleegplaats1] te Goirle en/of de [pleegplaats2] te Uden ,

een hoeveelheid elektriciteit/stroom, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats(en) van het/de misdrijf/misdrijven hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen elektriciteit/stroom onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of door middel van een valse sleutel door de zegel van de elektriciteitsmeter te verbreken en/of vervolgens een elektriciteitsaansluiting buiten deze meter om te maken;

t.a.v. feit 3:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 september 2020 tot en met 12 oktober 2020 te Zaamslag, gemeente Terneuzen, en/of in (een) (andere) plaats(en) in Nederland, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

om een feit bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of vervaardigen en/of binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (met)amfetamine en/of MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende (met)amfetamine en/of MDMA, zijnde (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen

- (telkens) een of meer anderen heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die feit(en) te

plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij

behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen

te verschaffen en/of

- (telkens) zich en/of een of meer ander(en) gelegenheid, middelen en/of inlichtingen

tot het plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen

en/of

- (telkens) voorwerpen en/of stoffen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan verdachte

en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) om te

vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en)

hebbende hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s)

- chemicaliën en/of grondstoffen ten behoeve van de productie van BMK en/of (met)amfetamine en/of MDMA gekocht en/of verkocht en/of ter beschikking gesteld en/of vervoerd en/of voorhanden gehad en/of

- in het kader van voornoemde activiteit(en) met leveranciers en/of afnemers contact gelegd/onderhouden en/of (een) afspra(a)k(en) gemaakt;

t.a.v. feit 4:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 mei 2020 tot en met 12 oktober 2020 te Schijndel, gemeente Meierijstad, en/of in (een) (andere) plaats(en) in Nederland, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

om een feit bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of vervaardigen en/of binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (met)amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende (met)amfetamine, zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen

- (telkens) een of meer anderen heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die feit(en) te

plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij

behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen

te verschaffen en/of

- (telkens) zich en/of een of meer ander(en) gelegenheid, middelen en/of inlichtingen

tot het plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen

en/of

- (telkens) voorwerpen en/of stoffen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan verdachte

en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) om te

vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en)

hebbende hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s)

- op het perceel [pleegplaats3] te Schijndel, gemeente Mejerijstad (een) productieopstelling(en) ten behoeve van de productie van BMK en/of (met)amfetamine en/of MDMA en/of (een) grote hoeveelhe(i)d(en) chemicaliën en/of grondstoffen ten behoeve van de productie van verdovende middelen voorhanden gehad;

- middels een of meer crypotelefoon(s) met/aan personen gecommuniceerd en/of informatie verschaft, gevraagd en/of ontvangen over de beschikbaarheid en/of vraagprijs en/of opslag en/of levering van de verdovende middelen en/of grondstoffen ten behoeve de productie van verdovende middelen en/of

- middels een of meer crypotelefoon(s) met/aan personen gecommuniceerd en/of informatie verschaft, gevraagd en/of ontvangen over de beschikbaarheid en/of inrichting van (een) locatie(s) ten behoeve van het bereiden, bewerken en/of verwerken van een of meer hoeveelheden van eerdergenoemde verdovende middelen;

t.a.v. feit 5:

hij op of omstreeks 12 oktober 2020 te Boxtel, opzettelijk

aanwezig heeft gehad

- ongeveer 600 milliliter GHB (gamma-hydroxyboterzuur), in elk geval een hoeveelheid, van een materiaal bevattende GHB (gamma-hydroxyboterzuur) en/of

- ongeveer 33 tabletten/pillen bevattende MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine), in elk geval een hoeveelheid, van een materiaal bevattende MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine) en/of

- ongeveer 400 milliliter bevattende MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine), in elk geval een hoeveelheid, van een materiaal bevattende MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine)

zijnde GHB (gamma-hydroxyboterzuur) en/of MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine)

(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De vordering na voorwaardelijke veroordeling.

De zaak met parketnummer 20.001909.18 is aangebracht bij vordering van 11 december 2020. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 16 september 2020. Een kopie van de vordering is aan dit vonnis gehecht.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Overwegingen met betrekking tot de overeenkomst.

Totstandkoming.

De officier van justitie en de verdediging hebben een overeenkomst gesloten, inhoudende procesafspraken en een afdoeningsvoorstel. Deze overeenkomst bleek kort voorafgaande aan de inhoudelijke behandeling ter terechtzitting niet volledig te zijn ondertekend. Daarom is de overeenkomst op 27 februari 2026 alsnog door de verdediging en door de officier van justitie ondertekend.

De rechtbank is niet betrokken geweest bij de totstandkoming van de overeenkomst. De officieren van justitie en de verdediging hebben gezamenlijk een voorstel voor afdoening van de zaak aan de rechtbank voorgelegd.

Inhoud afspraken.

De overeenkomst houdt in een bewezenverklaring en een strafoplegging, zoals hierna omschreven:

- het tenlastegelegde onder 1 tot en met 5 kan worden bewezenverklaard;

- de officier van justitie eist voor de strafbare feiten een taakstraf voor de duur van 200 uren, alsmede een gevangenisstraf voor de duur van 270 dagen, waarvan 179 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren;

- het OM vordert inzake de aanhangig gemaakt TUL-vordering, omzetting naar een werkstraf van 60 uren (en voor zoveel nodig afwijzing voor het overige);

- verdachte zal een schadevergoedingsbedrag – de vordering van [benadeelde] – gekoppelde aan de ‘zaak Goirle’ tot een bedrag van € 1.398,74 voldoen.

Verder is overeengekomen dat:

- door of namens verdachte wordt zijn identificatie als gebruiker van het Encrochat-account [naam 1] en het SKY-account [naam 2] niet betwist;

- door de verdediging wordt geen verweer gevoerd tegen een bewezenverklaring van de onder 1 tot en met 5 tenlastegelegde feiten;

- door de verdediging zullen in het geheel geen bewijsverweren of andersoortige verweren worden gevoerd;

- door de verdediging zullen geen onderzoekswensen worden geformuleerd of ingediend;

- verdachte hoeft geen nadere verklaring af te leggen, uiteraard staat het hem vrij dit ter zitting alsnog te doen;

- door de verdediging en het OM wordt geen hoger beroep ingesteld indien de rechtbank komt tot een bewezenverklaring en strafoplegging conform de tussen de verdediging/verdachte en het OM gemaakte afspraken;

- verdachte doet afstand van een geldbedrag van € 6.000,- zijnde het bedrag dat verdachte als zekerheidsstelling heeft overgemaakt aan het [bedrijf] te Leeuwarden ter zake het onder hem inbeslaggenomen horloge van het merk Rolex. Dit horloge is teruggegeven aan verdachte.

Bij de behandeling ter terechtzitting is door het OM en de verdediging naar voren gebracht dat gelet op het tijdsverloop na het sluiten van de overeenkomst en de behandeling van de strafzaak ter terechtzitting, aanleiding is om de te vorderen taakstraf te verminderen. Het OM en de verdediging zijn mondeling overeengekomen dat de officier van justitie in plaats van een taakstraf voor de duur van 200 uren een taakstraf voor de duur van 170 uren zal vorderen.

Oordeel rechtbank.

De rechtbank heeft kennis genomen van de overeenkomst, ondertekend door de officier van justitie, de verdachte en de raadsman op de terechtzitting van 27 februari 2026, inhoudende procesafspraken over de afdoening van deze strafzaak. In afwijking van de overeenkomst zijn partijen het erover eens dat de officier van justitie in plaats van een taakstraf van 200 uren, een taakstraf voor de duur van 170 uren zal vorderen.

De rechtbank is bij haar beoordeling van de procesafspraken en het afdoeningsvoorstel uitgegaan van het kader dat de Hoge Raad heeft gegeven in zijn arrest van 27 september 2022 (ECLI:NL:HR:2022:1252).

De rechtbank constateert dat de gemaakte afspraken er blijk van geven dat partijen ervan doordrongen zijn dat de vragen van artikel 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering leidend zijn bij de beoordeling van de tenlastelegging. Ook wordt tot uitdrukking gebracht dat partijen onderkennen dat de rechtbank geen partij is bij en niet is gebonden aan de gemaakte procesafspraken en het afdoeningsvoorstel. Tevens heeft de rechtbank dit ter terechtzitting van 27 februari 2026 met partijen besproken.

De rechtbank stelt verder vast dat verdachte bij de totstandkoming van de procesafspraken en het afdoeningsvoorstel rechtsgeldig is vertegenwoordigd en is bijgestaan door zijn raadsman.

De rechtbank heeft tijdens de inhoudelijke behandeling ter terechtzitting op 27 februari 2026 de overeenkomst en de consequenties daarvan met verdachte besproken. Verdachte heeft ten overstaan van de rechtbank expliciet bevestigd de inhoud van de gemaakte afspraken en de procesrechtelijke gevolgen hiervan te kennen, te begrijpen en hiermee in te stemmen.

De rechtbank stelt op basis van het verhandelde ter terechtzitting vast dat verdachte vrijwillig, op basis van voldoende en duidelijke informatie en terwijl hij zich bewust is van de rechtsgevolgen, is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing mee te werken aan de procesafspraken en de voorgestelde afdoening en daarmee afstand te doen van bepaalde verdedigingsrechten.

De wijze waarop de overeenkomst tot stand is gekomen doet daarnaast geen afbreuk aan het aan verdachte op grond van artikel 6 EVRM toekomende recht op een eerlijk proces. Dit betekent dat de rechtbank de procesafspraken bij de verdere beoordeling zal betrekken.

Conclusie.

De rechtbank acht de aan verdachte ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

De door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen.

Indien tegen dit verkort vonnis een rechtsmiddel wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op dit verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan dit verkort vonnis gehecht.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte:

t.a.v. feit 1:

in de periode van 1 april 2020 tot en met 9 juli 2020 te Goirle en in de periode van 9 maart 2020 tot en met 6 juli 2020 te Uden, tezamen en in vereniging met anderen, telkens opzettelijk, in de uitoefening van beroep of bedrijf heeft geteeld - in een pand aan de [pleegplaats1] te Goirle , een hoeveelheid van in totaal 700 hennepplanten en - in een pand aan de [pleegplaats2] te Uden , een hoeveelheid van in totaal 536 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II; t.a.v. feit 2:

in de periode van 1 april 2020 tot en met 9 juli 2020 te Goirle en in de periode van 9 maart 2020 tot en met 6 juli 2020 te Uden,

tezamen en in vereniging met anderen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, in panden gelegen aan de [pleegplaats1] te Goirle en de [pleegplaats2] te Uden , een hoeveelheid elektriciteit/stroom toebehorende aan [benadeelde] , waarbij verdachte en zijn mededaders die weg te nemen elektriciteit/stroom onder hun bereik hebben gebracht door middel verbreking door de zegel van de elektriciteitsmeter te verbreken en vervolgens een elektriciteitsaansluiting buiten deze meter om te maken;

t.a.v. feit 3:

in de periode van 17 september 2020 tot en met 12 oktober 2020 te Zaamslag,

tezamen en in vereniging met anderen, om een feit bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk vervaardigen van (met)amfetamine en MDMA, zijnde middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en te bevorderen - een ander te bewegen om daartoe gelegenheid, middelen te verschaffen en - anderen gelegenheid, middelen tot het plegen van die feit hebben getracht te verschaffen en - voorwerpen en stoffen voorhanden hebben gehad, waarvan verdachte en zijn mededaders wisten dat die bestemd waren tot het plegen van die feiten, hebbende hij, verdachte, en een of meer van zijn mededaders - chemicaliën en grondstoffen ten behoeve van de productie van BMK en (met)amfetamine en MDMA vervoerd en/of voorhanden gehad en

- in het kader van voornoemde activiteiten met leveranciers en/of afnemers contact onderhouden en afspraken gemaakt;

T.a.v. feit 4:

in de periode van 27 mei 2020 tot en met 12 oktober 2020 te Schijndel, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk vervaardigen van (met)amfetamine, zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen - telkens een of meer anderen hebben getracht te bewegen om daarbij behulpzaam te zijn en om daartoe gelegenheid, middelen te verschaffen en - zich en/of anderen gelegenheid, middelen tot het plegen van dat feit hebben getracht te verschaffen en - voorwerpen en stoffen voorhanden hebben gehad, waarvan verdachte en zijn mededaders wisten dat die bestemd waren tot het plegen van dat feit hebbende hij, verdachte en zijn mededaders - op het perceel [pleegplaats3] te Schijndel een grote hoeveelheid chemicaliën en/of grondstoffen ten behoeve van de productie van verdovende middelen voorhanden gehad; - middels crypotelefoons met personen gecommuniceerd ten behoeve van de productie van verdovende middelen en - middels crypotelefoons met personen gecommuniceerd over de beschikbaarheid en inrichting van locaties ten behoeve van het bereiden van hoeveelheden van eerdergenoemde verdovende middelen; T.a.v. feit 5:

op 12 oktober 2020 te Boxtel, opzettelijk aanwezig heeft gehad - ongeveer 600 milliliter GHB (gamma-hydroxyboterzuur), en - ongeveer 33 tabletten/pillen bevattende MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine en - ongeveer 400 milliliter bevattende MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine), zijnde GHB (gamma-hydroxyboterzuur) en MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine) telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft, zoals tussen verdachte en het OM is overeengekomen, gevorderd op te leggen een taakstraf voor de duur van 170 uren en een gevangenisstraf voor de duur van 270 dagen waarvan 179 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Hierbij is rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft geen inhoudelijk strafmaatverweer gevoerd en heeft de rechtbank verzocht aan te sluiten bij het afdoeningsvoorstel. De verdediging heeft ter zitting van 27 februari 2026 akkoord gegeven dat in het afdoeningsvoorstel de overschrijding van de redelijke termijn voldoende is gecompenseerd.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank is zoals gezegd niet gebonden aan de procesafspraken, maar het staat de rechtbank vrij om – binnen de grenzen van het ter zake geldende strafmaximum – te komen tot een sanctiebeslissing die in overeenstemming is met de procesafspraken. Als de rechter van oordeel is dat het afdoeningsvoorstel in de procesafspraken niet in redelijke verhouding staat tot de ernst van de zaak, zal de rechter komen tot een andere sanctiebeslissing (HR 29 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1252).

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd en bij de beoordeling of de procesafspraken in redelijke verhouding staan tot de ernstig van de zaak, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen ten behoeve van de productie van harddrugs, het medeplegen van het telen van hennep op twee locaties, het medeplegen van diefstal van stroom ten behoeve van die hennepkwekerijen en het voorhanden hebben van harddrugs. Dit betreffen ernstige strafbare feiten.

Het is algemeen bekend dat harddrugs middelen zijn die voor gebruikers sterk verslavend zijn en ernstige schade toebrengen aan de gezondheid van de gebruikers. De grootschalige productie, handel en consumptie van harddrugs veroorzaken regelmatig overlast of generen andere vorm van criminaliteit. Met het verrichtten van voorbereidingshandelingen voor het vervaardigen van harddrugs en het voorhanden hebben van harddrugs heeft verdachte een wezenlijke bijdrage geleverd aan drugshandel.

Ook hennep kan een gevaar opleveren voor de gezondheid van de gebruikers. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het – ten behoeve van de hennepkwekerij – stelen van elektriciteit. Diefstallen getuigen in zijn algemeenheid van het ontbreken van respect voor andermans eigendom en ze veroorzaken overlast en schade. De illegale afname van elektriciteit door manipulatie in de meterkast roept bovendien een (brand)gevaarlijke situatie in het leven door een verhoogd risico op oververhitting en kortsluiting.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het afdoeningsvoorstel van het OM en verdachte. De rechtbank heeft de uitkomst hiervan beschouwd in het licht van de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Hierbij zijn ook het wettelijke strafmaximum, de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd en persoonlijke omstandigheden van verdachte betrokken.

De rechtbank heeft bij de beoordeling van de in het afdoeningsvoorstel vermelde straf meegewogen dat sprake is van oude feiten. De rechtbank stelt vast dat de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn een aanvang heeft genomen op 12 oktober 2020, de dag van de aanhouding van verdachte. Deze uitspraak is van 13 maart 2026.

De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat het recht van verdachte op behandeling van zijn strafzaak binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM is geschonden en dat deze termijn met een periode van 3 jaren en 5 maanden is overschreden.

Gelet op al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat geen grond bestaat voor het oordeel dat de procesafspraken niet in redelijke verhouding staan tot de ernst van de aan verdachte gemaakte verwijten. De rechtbank is van oordeel dat het tussen het OM en de verdediging overeengekomen afdoeningsvoorstel voldoende recht doet aan alle bij dit strafproces te wegen belangen, zoals de aard van de zaak, de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank zal daarom aansluiten bij het tussen het OM en de verdediging overeengekomen afdoeningsvoorstel.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde] .

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, de volgende onderdelen van de vordering te weten materiële schadevergoeding van € 1.398,74 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 juli 2020 tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 20.001909.18.

De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd aan meerdere strafbare feiten heeft schuldig gemaakt.

In hetgeen ter terechtzitting aan de orde is gekomen, ziet de rechtbank aanleiding om conform het afdoeningsvoorstel in plaats van de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf te gelasten een taakstraf van na te melden duur.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 47, 57, 311 Wetboek van Strafrecht

2, 3, 11, 10, 10a Opiumwet.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;

- verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1:

Medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

T.a.v. feit 2:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd.

T.a.v. feit 3:

Medeplegen van: om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.

T.a.v. feit 4:

Medeplegen van: om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.

T.a.v. feit 5:

Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

De rechtbank verklaart verdachte hiervoor strafbaar en legt op de volgende straf.

T.a.v. feit 1, feit 2, feit 3, feit 4, feit 5:

Een taakstraf voor de duur van 170 uren subsidiair 85 dagen hechtenis.

Een gevangenisstraf voor de duur van 270 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 178 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling:

Gelast in plaats van de tenuitvoerlegging van de bij arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 16 september 2020 onder parketnummer 20-001909-18 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf de tenuitvoerlegging van een taakstraf van 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis.

T.a.v. feit 2:

Legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde] , van een bedrag van 1.398,74 euro.

Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 13 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Voormeld bedrag bestaat uit vergoeding van materiële schade. De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 juli 2020 tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] :

Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [benadeelde] , van een bedrag van 1398,74 euro, bestaande uit vergoeding van materiële schade.

De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 juli 2020 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. S.H.C. Merkx, voorzitter,

mr. A.H.J.J. van de Wetering en mr. F. Kooijman, leden,

in tegenwoordigheid van mr. N.P.M. van de Wouw, griffier,

en is uitgesproken op 13 maart 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. S.H.C. Merkx
  • mr. A.H.J.J. van de Wetering
  • mr. F. Kooijman

Griffier

  • mr. N.P.M. van de Wouw

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?