RECHTBANK OOST-BRABANT
vonnis
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 82.054305.24
Datum uitspraak: 20 maart 2026
Datum zitting: 6 maart 2026
Tegenspraak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [1973] ,
wonende te [adres]
Advocaat van de verdachte: mr. H. Goedegebure;
Officier van justitie: mr. M.G.H. Schenk;
Benadeelde partijen: mw. [slachtoffer 1] , mw. [slachtoffer 2] en dhr. [slachtoffer 3] ;
Advocaat van de benadeelde partijen: mr. B. Sommen.
Kern van het vonnis
De verdachte wordt veroordeeld voor dood door schuld. De opgelegde straf is een taakstraf van 140 uur met het bevel dat de verdachte 35 dagen vervangende hechtenis moet ondergaan als hij de taakstraf niet (goed) uitvoert. Van de taakstraf wordt 70 uur voorwaardelijk opgelegd met een proeftijd van 2 jaar.
De vorderingen van twee benadeelde partijen, de kinderen van het overleden slachtoffer, worden geheel toegewezen. De vordering van de derde benadeelde partij, de echtgenote van het slachtoffer, wordt gedeeltelijk toegewezen.
1. Tenlastelegging
De volledige beschuldiging (tenlastelegging) houdt na de wijziging op de terechtzitting van 6 maart 2026 in dat
hij op of omstreeks 07 augustus 2022 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen,
zeer/grovelijk, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam en/of onzorgvuldig en/of nalatig heeft gehandeld door een (sport)evenement, genaamd [naam] , te weten het onderdeel hamerslingeren, te organiseren en/of te laten plaatsvinden op het terrein van Kasteel Geldrop,
terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader,
-de risico’s en/of gevaren van dat evenement niet of onvoldoende had(den) geïnventariseerd en/of beoordeeld en/of geen, althans onvoldoende, maatregelen had getroffen om die risico’s en/of die gevaren te voorkomen en/of te beperken;
en/of
-de deelnemers aan en/of bezoekers van dat evenement en/of omstanders niet doeltreffend had(den) ingelicht over de daaraan verbonden risico's, alsmede niet doeltreffend had(den) ingelicht over de maatregelen die erop gericht waren deze risico's te voorkomen en/of te beperken;
en/of
-ten behoeve van het evenement geen melding had(den) gedaan en geen vergunning met (veilligheids) voorschriften had(den) aangevraagd en verleend gekregen bij/van het bevoegd gezag, te weten de gemeente Geldrop-Mierlo en derhalve de [naam] zonder vergunning had(den) laten plaatsvinden;
en/of
-de [naam] , het onderdeel bekend als hamerslingeren en/of kogelwerpen, had(den) uitgevoerd en/of laten plaatsvinden op een deel van het terrein van de (kasteel)tuin waar de ruimte voor een veilige afwikkeling van dat onderdeel te beperkt was;
en/of
-niet, althans onvoldoende, heeft/hebben toegezien op de naleving van de instructies en voorschriften gericht op het voorkomen of beperken van de aan het evenement verbonden risico's;
en/of
-het gevaar te worden getroffen of geraakt door (een onderdeel van) een voorwerp waarmee de Highland Games werden gespeeld/uitgevoerd, niet heeft/hebben voorkomen, dan wel, indien dat niet mogelijk was, niet zoveel mogelijk heeft/hebben beperkt,
ten gevolge waarvan het aan zijn, verdachtes, en/of zijn mededaders schuld te wijten is dat tijdens het onderdeel “Hammer throw” de heer [slachtoffer 3] , die als bezoeker op het terrein (in de naastgelegen bloementuin) aanwezig was, door een “hamer” (zware bol/kogel aan een lange stok) – die werd weggeslingerd/weggegooid door één van de deelnemers aan de Highland Games – op zijn borstkas werd geraakt, waardoor die [slachtoffer 3] zodanig letsel heeft bekomen dat hij aan de gevolgen daarvan is overleden.
2. Bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het feit.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het feit. De kern van het bewijsverweer is dat de verdachte niet de organisator is geweest van het evenement de Highland Games op 7 augustus 2022.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank oordeelt dat bewezen is dat het aan de schuld van de verdachte te wijten is dat het slachtoffer is overleden.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering. De volledige bewezenverklaring staat in paragraaf 2.3.3.
De bewijsmiddelen zijn in bijlage 1 opgenomen.
Bewijsmotivering
Toedracht van het ongeval
Op 7 augustus 2022 vonden de Highland Games plaats op een terrein van Kasteel Geldrop. Tijdens het onderdeel hamerslingeren is een kogel/hamer buiten zijn baan gekomen. Deze belandde in een tuin naast het wedstrijdveld waar mensen aan het wandelen waren. Het slachtoffer, de heer [slachtoffer 3] , werd door de kogel/hamer op zijn borst geraakt en is daardoor overleden. De heer [slachtoffer 3] was daar samen met zijn echtgenote.
De organisatie
De medeverdachte [medeverdachte] was als marketing- en communicatiemedewerker door de Stichting Villagemarketing Geldrop-Mierlo (hierna te noemen: de Stichting) ingehuurd. Deze Stichting zet zich in voor het versterken van de positie van de gemeente Geldrop-Mierlo. Nadat binnen een plaatselijke werkgroep het idee was ontstaan om naast een Schotse expositie in het Weverijmuseum ook de Highland Games te organiseren, heeft [medeverdachte] contact gezocht met de [bedrijf 1] in de persoon van de verdachte.
De verdachte en [medeverdachte] hebben samen een datum afgesproken. Om te beoordelen of het terrein van Kasteel Geldrop geschikt was, hebben [medeverdachte] , een bestuurslid van de Stichting en de verdachte in mei 2022 het terrein bekeken. De verdachte vond het terrein geschikt.
De verdachte heeft een contract naar [medeverdachte] gestuurd. De verdachte had dit contract namens de Federatie getekend. De Stichting heeft het contract uiteindelijk niet ondertekend. [medeverdachte] had een sponsor gevonden en heeft vervolgens aan de verdachte laten weten dat het akkoord was (waarmee hij bedoelde dat het contract als ondertekend kon worden beschouwd).
De verdachte en [medeverdachte] hebben contact onderhouden over enkele praktische zaken. De verdachte heeft aan [medeverdachte] opdracht gegeven om te zorgen voor een specifiek soort Heras hekwerken voor de werpkooi, afzetlint en een geluidsinstallatie.
Rol van de verdachte
De verdachte is voorzitter en/of woordvoerder van de [bedrijf 1] . Deze Federatie is volgens het (niet getekende) contract tussen de Federatie en Stichting (p. 382) gevestigd op het woonadres van de verdachte.
De verdachte heeft de atleten benaderd om op 7 augustus 2022 de Games te komen spelen. Op de speeldag heeft hij met de materiaalman en scheidsrechter [scheidsrechter] het veld opgebouwd. De verdachte was die dag de zogenaamde speaker tijdens de wedstrijd.
Schuld
De rechtbank moet de vraag beantwoorden of het aan de schuld van de verdachte is te wijten dat het slachtoffer is overleden.
Volgens vaste rechtspraak wordt onder 'schuld' als delictsbestanddeel een grove of aanmerkelijke schuld verstaan die bestaat in verwijtbare aanmerkelijke onvoorzichtigheid. Of daarvan sprake is wordt bepaald door de manier waarop die schuld in de tenlastelegging nader is geconcretiseerd en is verder afhankelijk van het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Het komt er daarbij op aan of de verdachte tekortschoot in vergelijking met een gemiddelde andere persoon in vergelijkbare omstandigheden en met een vergelijkbare hoedanigheid. Verder verdient opmerking dat de ernst van de gevolgen van dat gedrag op zichzelf beschouwd nog niet meebrengt dat sprake is van schuld in de hier bedoelde zin (HR 15 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1398).
Garantenstellung
De bijzondere hoedanigheid van degene aan wie het schuldverwijt wordt gemaakt kan ook meewegen bij de beoordeling van schuld. Deze zogenoemde ‘Garantenstellung’ houdt in dat op bepaalde personen in een specifieke hoedanigheid een grotere mate van verantwoordelijkheid rust, waarbij het handelen in het specifieke geval bijvoorbeeld wordt afgezet tegen dat van een redelijk handelend en redelijk bekwaam beroepsgenoot. Als iemand functioneel handelt met een bepaalde verantwoordelijkheid, worden de maatstaven van (on)voorzichtig gedrag mede daardoor bepaald.
De verdachte is de voorzitter en/of woordvoerder van de [bedrijf 1] . Als zodanig heeft hij zich ook gepresenteerd direct na het ongeval.
De verdachte heeft als atleet zelf deelgenomen aan de Games en hij is veel vaker betrokken geweest bij demonstraties en wedstrijden. Hij is naar Kasteel Geldrop gehaald om de Highland Games in goede banen te leiden. Naar het oordeel van de rechtbank rustte op hem in die hoedanigheid daarom een zware zorgplicht.
De verwijten die aan de verdachte kunnen worden gemaakt
De volgende verwijten in de beschuldiging kunnen bewezen worden:
-de risico’s/gevaren van het evenement onvoldoende inventariseren/beoordelen en/of onvoldoende maatregelen treffen om die risico’s/gevaren te voorkomen en/of te beperken.
-de deelnemers aan en/of bezoekers van dat evenement en/of omstanders niet doeltreffend inlichten over de daaraan verbonden risico's, alsmede niet doeltreffend inlichten over de maatregelen die erop gericht waren deze risico's te voorkomen en/of te beperken.
-de Highland Games , het onderdeel bekend als hamerslingeren, laten plaatsvinden op een deel van het terrein van de (kasteel)tuin waar de ruimte voor een veilige afwikkeling van dat onderdeel te beperkt was.
-het gevaar te worden getroffen of geraakt door (een onderdeel van) een voorwerp waarmee de Highland Games werden gespeeld/uitgevoerd, niet voorkomen, dan wel, als dat niet mogelijk was, niet zoveel mogelijk beperken.
De verdachte was op de hoogte van de veiligheidsaspecten. Hij heeft gezorgd dat hekken beschikbaar waren voor de werpring. Hij heeft het terrein voorverkend en heeft het goedgekeurd om de Games daar te houden. Hij heeft verklaard (en daarmee ook al onderkend) dat de tuin naast het wedstrijdterrein vanaf dat terrein niet goed zichtbaar was door de tussengelegen heg zodat personen in de tuin niet konden worden opgemerkt en gewaarschuwd. Deze heg is drie tot vier meter hoog.
Na het voorverkennen van het terrein in mei 2022 had de verdachte moeten zorgen voor een concreet plan over een veilige inrichting van het wedstrijdterrein, onder meer in relatie tot de kasteeltuin duidelijke instructies voor de organisatoren en de lokale beheerders van de kasteeltuin en het wedstrijdterrein en duidelijke voorlichting aan toeschouwers, scheidsrechters en deelnemers tijdens het evenement. Hij was immers dé deskundige en kende de risico’s. Van de verdachte, met zijn lange internationale ervaring, mocht worden verwacht dat hij daarvoor aansluiting had gezocht bij de risicoanalyses, zoals die bijvoorbeeld door de [bedrijf 2] worden voorgeschreven.
De verdachte heeft steeds benadrukt dat hij heeft gezegd dat de tuin afgesloten moest zijn. Hij kende dus de risico’s, maar niet is gebleken dat hij steeds erop heeft toegezien dat het wedstrijdterrein daadwerkelijk afgesloten was voor en tijdens het evenement, terwijl duidelijk was dat mensen in de tuin liepen tijdens de wedstrijd. Zo is door de beheerder/tuinman van het landgoed verklaard dat niemand had gezegd dat de tuin gevaarlijk kon zijn. Ook de verdachte zelf heeft tijdens de zitting verklaard dat hij tijdens het evenement mensen in de naastgelegen tuin heeft zien lopen. Van de verdachte mocht worden verwacht dat hij het als zijn verantwoordelijkheid had gezien dat tijdens de wedstrijddag de tuin naast het wedstrijdterrein was afgesloten in het door hem geduide gebied en dat hier voldoende toezicht op zou worden gehouden tijdens het evenement.
Voormelde beheerder/tuinman heeft na het incident daarentegen verklaard dat de tuin via vier poorten toegankelijk was. Zeker omdat ook van de verdachte mag worden verwacht dat hij de minimale afmetingen voor een wedstrijdterrein kende en hij kon weten dat die afmetingen ter plekke niet toereikend waren. Omdat vanaf het wedstrijdterrein mensen in de naastgelegen tuin onvoldoende zichtbaar waren, waren de risico’s van het evenement groter.
De rechtbank spreekt de verdachte vrij van de overige verwijten.
Het was niet zijn verantwoordelijkheid om een melding bij de gemeente te doen dan wel een vergunning aan te vragen. Omdat er geen veiligheidsinstructies en -voorschriften waren, kan de verdachte ook niet verweten worden dat hij geen toezicht heeft gehouden op de naleving ervan.
De bewijsverweren worden door de bewijsmiddelen en voormelde overwegingen weerlegd.
Conclusie
Het is aan de schuld van de verdachte te wijten dat het slachtoffer door de zware hamer is geraakt en is komen te overlijden. De rechtbank duidt zijn handelen als aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend, onachtzaam, onzorgvuldig en nalatig. Het ongeval is het directe gevolg van de hiervoor vastgestelde normschendingen door de verdachte.
Bewezenverklaring
Bewezen is dat:
hij op 07 augustus 2022 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo,
aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam en/of onzorgvuldig en/of nalatig heeft gehandeld door een (sport)evenement, genaamd Highland Games , te weten het onderdeel hamerslingeren, te laten plaatsvinden op het terrein van Kasteel Geldrop,
terwijl hij, verdachte,
-de risico’s en/of gevaren van dat evenement onvoldoende had geïnventariseerd en/of beoordeeld en/of onvoldoende maatregelen had getroffen om die risico’s en/of die gevaren te voorkomen en/of te beperken;
en
-de deelnemers aan en/of bezoekers van dat evenement en/of omstanders niet doeltreffend had ingelicht over de daaraan verbonden risico's, alsmede niet doeltreffend had ingelicht over de maatregelen die erop gericht waren deze risico's te voorkomen en/of te beperken;
en
-de Highland Games , het onderdeel bekend als hamerslingeren, had laten plaatsvinden op een deel van het terrein van de (kasteel)tuin waar de ruimte voor een veilige afwikkeling van dat onderdeel te beperkt was;
en
-het gevaar te worden getroffen of geraakt door (een onderdeel van) een voorwerp waarmee de Highland Games werden gespeeld/uitgevoerd, niet heeft voorkomen, dan wel, indien dat niet mogelijk was, niet zoveel mogelijk heeft beperkt,
ten gevolge waarvan het aan zijn, verdachtes, schuld te wijten is dat tijdens het onderdeel “Hammer throw” de heer [slachtoffer 3] , die als bezoeker op het terrein (in de naastgelegen bloementuin) aanwezig was, door een “hamer” (zware bol/kogel aan een lange stok) – die werd weggeslingerd/weggegooid door één van de deelnemers aan de Highland Games – op zijn borstkas werd geraakt, waardoor die [slachtoffer 3] zodanig letsel heeft bekomen dat hij aan de gevolgen daarvan is overleden.
3. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezenverklaarde feit is strafbaar gesteld als: dood door schuld.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
4. Straf
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld tot een taakstraf van 140 uur met de bepaling dat hij 70 dagen vervangende hechtenis moet ondergaan als hij de taakstraf niet (goed) uitvoert.
Eerder was tegen de verdachte een strafbeschikking uitgevaardigd. Bij het uitvaardigen van een strafbeschikking is het uitgangspunt dat de strafoplegging voor de verdachte gunstiger is dan de te verwachten strafeis op zitting. De strafbeschikking hield een geldboete van € 3.000,- in. Als na verzet de zaak op zitting aan de rechtbank wordt voorgelegd, staat het de officier van justitie vrij een andere eis te formuleren.
Een kopie van de vordering van de officier van justitie is als bijlage 2 opgenomen.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank legt aan de verdachte een taakstraf op. Een deel daarvan legt de rechtbank voorwaardelijk op. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot deze straf komt.
Het bewezenverklaarde feit
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan dood door schuld. Hij heeft de Highland Games laten plaatsvinden en niet of niet voldoende de risico’s in kaart gebracht en beperkt. Het terrein waarop hij de Games heeft laten plaatsvinden was niet groot genoeg en de omliggende tuin was niet afgesloten voor publiek. De verdachte had moeten toezien op het afsluiten van die tuin en dit heeft hij niet gedaan. Tijdens de wedstrijd, waarbij een atleet een kogel/hamer slingerde, kwam deze buiten zijn baan. Het slachtoffer is door de kogel/geraakt en daardoor ter plekke overleden. De verdachte had als voorzitter en/of woordvoerder van de [bedrijf 1] en wedstrijdleider van de Games een zeer grote verantwoordelijkheid. Het was zijn taak om ervoor te zorgen dat deelnemers en publiek veilig zouden zijn. Daarin is hij tekort geschoten. Dit rekent de rechtbank de verdachte aan.
Door toedoen van de verdachte is een mens, echtgenoot en vader overleden. Met zijn overlijden is een groot en onherstelbaar leed toegebracht aan zijn nabestaanden, die hiermee hun leven lang geconfronteerd zullen blijven. Dit blijkt ook uit de indringende verklaring die door de echtgenote van het slachtoffer ter terechtzitting is voorgelezen. Zij was getuige van het verschrikkelijke voorval en het moet een traumatische ervaring zijn geweest. Ook uit de verklaring van de dochter van het slachtoffer blijkt wat het ongeluk aan angst bij haar heeft teweeggebracht. Zij is ook erg boos omdat niemand de verantwoordelijkheid heeft genomen voor het ongeluk. De nabestaanden missen het slachtoffer nog iedere dag en zullen het verlies van hun man en vader de rest van hun leven moeten dragen. De rechtbank begrijpt dat geen enkele straf recht zal doen aan het verdriet dat hen is aangedaan.
De rechtbank neemt in aanmerking dat de verdachte dit vreselijke gevolg nooit heeft gewild. Ook op hem heeft dit ongeluk een grote impact gehad. Hij moet verder leven met het besef dat door zijn schuld een mens is overleden.
Zoveel mogelijk gelijke straffen in vergelijkbare zaken
Nu voor strafoplegging voor het onderhavige feit geen oriëntatiepunten zijn vastgesteld, heeft de rechtbank gelet op de straffen die in vergelijkbare zaken zijn opgelegd.
Redelijke termijn
De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. Als dat niet lukt en die termijn wordt overschreden, dan kan de rechtbank bepalen dat de straf wordt verminderd.
De redelijke termijn is in dit geval gestart op 25 juli 2023, toen de verdachte door de politie is verhoord. Vanaf dat moment kon hij ervan uitgaan dat hij zou worden vervolgd. Tot aan dit vonnis is een periode van 2 jaar en 8 maanden verstreken.
De verdachte heeft in vrijheid op de behandeling van zijn strafzaak gewacht. Het uitgangspunt is dan dat de redelijke termijn 24 maanden is. Dat betekent dat de redelijke termijn met 8 maanden is geschonden.
Oplegging straf
Een taakstraf, zoals ook door de officier van justitie is gevorderd, is de meest passende straf. De verdachte moet ook schadevergoeding betalen aan de nabestaanden en wordt op die manier financieel getroffen, zodat de rechtbank een geldboete niet passend acht.
De rechtbank legt een taakstraf op van 140 uur.
Van deze taakstraf wordt 70 uur voorwaardelijk opgelegd, omdat de rechtbank hiervoor heeft beschreven dat de redelijke termijn is overschreden. De voorwaardelijke straf heeft ook als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. De rechtbank hecht daarbij waarde aan het feit dat de verdachte nog altijd betrokken is bij Highland Games .
5. Vorderingen van de benadeelde partijen
Vordering van [slachtoffer 1]
De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft gevorderd dat de verdachte de materiële en immateriële schade moet vergoeden die hij met dit strafbare feit bij haar heeft veroorzaakt, met de wettelijke rente. De materiële schade bedraagt € 74.188,31 en de immateriële schade bedraagt € 32.500,-. Ook heeft de benadeelde partij gevorderd dat de rechtbank hiervoor de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte oplegt.
De materiële schade is opgebouwd uit de posten:
-kosten crematie € 6.965,81;
-eigen risico zorgverzekering over 2026 en 2027 € 770,-;
-reiskosten crematie en psycholoog € 100,-;
-expertise kosten gederfd levensonderhoud € 2.117,50;
-gederfd levensonderhoud € 64.235,-.
De immateriële schade is opgebouwd uit de posten:
-affectieschade, € 20.000,-;
-shockschade, € 12.500,-.
Standpunt van de officier van justitie
De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot de bedragen die gevraagd worden, met de wettelijke rente over die bedragen. Daarbij moet de schadevergoedingsmaatregel worden opgelegd.
Standpunt van de verdediging
De benadeelde partij moet niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering, omdat de verdachte moet worden vrijgesproken van de beschuldiging. Inhoudelijk heeft de verdediging geen verweer gevoerd.
Oordeel van de rechtbank
Kosten crematie
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij deze materiële schade rechtstreeks heeft geleden door het gepleegde strafbare feit. De gevorderde schadevergoeding komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor. De rechtbank wijst de vordering daarom toe.
Gederfd levensonderhoud en expertisekosten
De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 23 april 2024 (ECLI:NL:HR:2024:646) onder meer overwogen dat in het strafproces enkele processuele waarborgen van de gewone civielrechtelijke procedure ontbreken. Dit brengt mee dat de strafrechter zich ervan moet vergewissen dat beide partijen in voldoende mate in de gelegenheid zijn geweest hun stellingen en onderbouwingen met betrekking tot de toewijsbaarheid van de vordering benadeelde partij genoegzaam naar voren te brengen. Deze eerdergenoemde verwachtingen over de toekomst zijn doorgaans in hoge mate afhankelijk van informatie die zich doorgaans in het domein van de benadeelde partij bevindt, waardoor het voor de verdediging moeilijk is de betwisting inhoudelijk te onderbouwen. Veelal is er ook geen ruimte voor de verdediging om gespecialiseerde gefinancierde rechtsbijstand in te schakelen. Tot slot is er binnen het strafrecht meestal geen ruimte om na afronding van het onderzoek ter terechtzitting naar het tenlastegelegde feit de einduitspraak op te schorten voor nadere onderbouwing van de vordering benadeelde partij of het verweer daarop, dan wel voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige. Het strafproces zou daar veelal onevenredig mee belast worden. Omdat het bij vorderingen gederfd levensonderhoud veelal gaat om zeer hoge bedragen, dient de strafrechter rekening te houden met de hiervoor genoemde bijzonderheden van het partijdebat. De strafrechter dient te beoordelen of beide partijen in voldoende mate in de gelegenheid zijn geweest hun stellingen en onderbouwingen met betrekking tot de (betwisting van de) toewijsbaarheid van die vordering genoegzaam naar voren te brengen, en, als dit aan de zijde van de verdachte niet zo is, of het eigen onderzoek van de rechter naar de toewijsbaarheid van de vordering daarvoor voldoende compensatie biedt.
De rechtbank stelt vast dat de verdediging die gelegenheid niet in voldoende mate heeft gehad. Weliswaar heeft de benadeelde partij voor de zitting een expertiserapport van rekenbureau Laumen overgelegd maar de tijd is te kort om de uitgangspunten van dit rapport te verifiëren of te laten onderzoeken door een eigen deskundige. Ook is van eigen onderzoek van de rechtbank geen sprake geweest.
De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering waar het gaat om gederfd levensonderhoud en expertisekosten. De benadeelde partij kan deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Affectieschade
De benadeelde partij is de echtgenote van het overleden slachtoffer. Volgens artikel 6:108 van het Burgerlijk Wetboek, heeft zij daarom recht op vergoeding van affectieschade. Het gevorderde bedrag is in overeenstemming met het Besluit vergoeding affectieschade. De rechtbank wijst de vordering toe.
Schokschade
Het bewezenverklaarde feit heeft geleid tot de dood van de heer [slachtoffer 3] , het slachtoffer.
Iemand die een ander door zijn onrechtmatige daad doodt of verwondt, kan – afhankelijk van de omstandigheden waaronder die onrechtmatige daad en de confrontatie met die daad of de gevolgen daarvan, plaatsvinden – ook onrechtmatig handelen tegenover degene bij wie die confrontatie een hevige emotionele schok teweegbrengt.
Bij de benadeelde partij is een hevige emotionele schok teweeggebracht omdat zij fysiek in de aanwezigheid van haar echtgenoot was toen hij door de zware hamer werd getroffen en toen hij later aan zijn verwondingen overleed. Daardoor heeft zij geestelijk letsel opgelopen. De rechtbank wijst ook deze vordering toe.
Immateriële schade
De verdachte is daarom voor de immateriële schade aansprakelijk. Die schade wordt naar maatstaven van billijkheid begroot op € 32.500,- bestaande uit €20.000,- affectieschade en € 12.500,- schokschade.
Materiële schade
De benadeelde partij heeft ook materiële schade geleden door het geestelijk letsel als gevolg van de hevige emotionele schok.
De rechtbank wijst de vordering toe voor de posten reiskosten en de post eigen risico 2026.
Dit betekent dat de verdachte met daarbij ook de kosten voor de crematie in totaal€ 7.450,81 als vergoeding van materiële schade aan de benadeelde partij moet betalen.
Over de post eigen risico 2027 oordeelt de rechtbank anders. De rechtbank stelt voorop dat het mogelijk is toekomstige schade, schade die nog niet geleden is, te vorderen, zolang die schade het rechtstreekse gevolg is van het bewezenverklaarde strafbare feit. Daarvoor is wel vereist dat het vaststaat dat deze toekomstige schade ook daadwerkelijk zal worden geleden. Daarvan is in deze vordering geen sprake. Het is nog niet duidelijk of de benadeelde partij na 2026 verder behandeling nodig heeft. De rechtbank kan deze vordering daarom op dit moment niet toewijzen. De rechtbank zal in plaats daarvan de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in dit deel van de vordering. De benadeelde partij kan deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Vordering van [slachtoffer 2]
De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft gevorderd dat de verdachte de immateriële schade van € 17.500,- moet vergoeden die hij met dit strafbare feit bij haar heeft veroorzaakt, met de wettelijke rente. Ook heeft de benadeelde partij gevorderd dat de rechtbank hiervoor de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte oplegt.
Het gaat om affectieschade.
Standpunt van de officier van justitie
De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot het bedrag dat gevraagd worden, met de wettelijke rente over dat bedrag. Daarbij moet de schadevergoedingsmaatregel worden opgelegd.
Standpunt van de verdediging
De benadeelde partij moet niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering, omdat de verdachte moet worden vrijgesproken van de beschuldiging. Inhoudelijk heeft de verdediging geen verweer gevoerd.
Oordeel van de rechtbank
De benadeelde partij is de dochter van het overleden slachtoffer. Volgens artikel 6:108 van het Burgerlijk Wetboek, heeft zij daarom recht op vergoeding van affectieschade. Het gevorderde bedrag is in overeenstemming met het Besluit vergoeding affectieschade. De rechtbank wijst de vordering toe.
Vordering van [slachtoffer 3]
De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft gevorderd dat de verdachte de immateriële schade van € 17.500,- moet vergoeden die hij met dit strafbare feit bij hem heeft veroorzaakt, met de wettelijke rente. Ook heeft de benadeelde partij gevorderd dat de rechtbank hiervoor de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte oplegt.
Het gaat om affectieschade.
Standpunt van de officier van justitie
De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot het bedrag dat gevraagd worden, met de wettelijke rente over dat bedrag. Daarbij moet de schadevergoedingsmaatregel worden opgelegd.
Standpunt van de verdediging
De benadeelde partij moet niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering, omdat de verdachte moet worden vrijgesproken van de beschuldiging. Inhoudelijk heeft de verdediging geen verweer gevoerd.
Oordeel van de rechtbank
De benadeelde partij is de zoon van het overleden slachtoffer. Volgens artikel 6:108 van het Burgerlijk Wetboek, heeft hij daarom recht op vergoeding van affectieschade. Het gevorderde bedrag is in overeenstemming met het Besluit vergoeding affectieschade. De rechtbank wijst de vordering toe.
Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregelen
De benadeelde partijen hebben gevorderd dat de verdachte wettelijke rente moet betalen over de schadevergoeding.
De rechtbank wijst de wettelijke rente als volgt toe:
- de vergoeding van de immateriële schade aan de benadeelde partijen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] wordt telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 07 augustus 2022 tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.
- de vergoeding van de materiële schade aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] waar het gaat om de post kosten crematie, wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 augustus 2022 tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.
- de vergoeding van de materiële schade aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] waar het gaat om de post eigen risico 2026, wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 maart 2026 tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.
- de vergoeding van de materiële schade aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] waar het gaat om de post reiskosten, wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 februari 2026 tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.
De vorderingen van de benadeelde partijen worden (grotendeels) toegewezen. Daarom moet de verdachte hun proceskosten betalen. Hetzelfde geldt voor de kosten die de benadeelde partijen nog moeten maken om de schadevergoeding door de verdachte betaald te krijgen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,-.
De rechtbank legt aan de verdachte voor de drie benadeelde partijen de schadevergoedingsmaatregel op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partijen. De schadevergoedingsmaatregel ziet op het toegewezen schadebedrag met de wettelijke rente.
Als de verdachte niet betaalt, kan de staat hem in totaal maximaal 365 dagen gijzelen. Er zijn landelijk door strafrechters afspraken gemaakt over de berekening van het aantal dagen gijzeling. In dit geval zou die berekening leiden tot een hoger aantal dagen gijzeling dan het maximum. Om dit te voorkomen, stelt de rechtbank het maximaal aantal dagen gijzeling per toegewezen vordering naar evenredigheid vast. Een gijzeling verandert niets aan de betalingsverplichting van de verdachte.
6. Wettelijke voorschriften
De rechtbank baseert deze straf en de maatregelen op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 307 van het Wetboek van Strafrecht.
7. Beslissingen
De rechtbank:
vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking en beslist als volgt;
verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:
dood door schuld.
verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.
legt op de volgende straf en maatregelen:
een taakstraf voor de duur van 140 uur;
- bepaalt dat 70 uur van deze 140 uur taakstraf niet ten uitvoer wordt gelegd;
- verbindt hieraan een proeftijd van 2 jaar, waarbij de rechter tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan beslissen als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft; hierbij geldt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
- beveelt dat de verdachte 35 dagen vervangende hechtenis moet ondergaan als hij de taakstraf niet (goed) uitvoert.
de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 1] , van een bedrag van € 39.950,81;
Bepaalt dat als volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 166 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Voormeld bedrag bestaat uit € 7.450,81 materiële schade en € 32.500,00 immateriële schade.
De vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 07 augustus 2022 tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.
De vergoeding van materiële schade, post kosten crematie, wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 augustus 2022 tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.
De vergoeding van materiële schade, post eigen risico 2026, wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 maart 2026 tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.
De vergoeding van materiële schade, post reiskosten, wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 februari 2026 tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] :
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 1] , van een bedrag van € 39.950,81, bestaande uit een bedrag van € 32.500,00 immateriële schade en een bedrag van € 7.450,81 materiële schade.
De vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 07 augustus 2022 tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.
De vergoeding van materiële schade, post kosten crematie, wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 augustus 2022 tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.
De vergoeding van materiële schade, post eigen risico 2026, wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 maart 2026 tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.
De vergoeding van materiële schade, post reiskosten, wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 februari 2026 tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.
Veroordeelt de verdachte ook in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 0,-, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen.
Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen.
de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 2] , van een bedrag van € 17.500,00;
Bepaalt dat als volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 97 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Voormeld bedrag bestaat uit immateriële schade.
De vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 07 augustus 2022 tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] :
Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 2] , van een bedrag van € 17.500,00, bestaande uit immateriële schade.
De vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 07 augustus 2022 tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.
Veroordeelt de verdachte ook in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 0,-, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 3] , van een bedrag van € 17.500,00;
Bepaalt dat als volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 97 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Voormeld bedrag bestaat uit immateriële schade.
De vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 07 augustus 2022 tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] :
Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 3] , van een bedrag van € 17.500,00, bestaande uit immateriële schade.
De vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 07 augustus 2022 tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.
Veroordeelt de verdachte ook in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 0,-, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
8. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. E.M. Vermeulen, voorzitter,
en mrs. M.J.H.M. Verhoeven en A.A. Bloemberg, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.J.G. van der Sluijs, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 20 maart 2026.
Mr. A.A. Bloemberg is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.