RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Team Strafrecht
Parketnummer: 01.022564.25
Datum uitspraak: 31 maart 2026
Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [1983] ,
wonende te [woonplaats] .
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van
18 maart 2026. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie
en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.
De tenlastelegging.
De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 12 februari 2026. Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij:
1. op of omstreeks 19 januari 2025 te Valkenswaard, opzettelijk in het openbaar, te weten in de voortuin van een woning gelegen aan de [adres] , in elk geval op of aan een openbare weg, een of meer handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten het tonen van zijn, verdachtes, ontblote geslachtsdeel en/of (gedeeltelijk) ontbloot onderlichaam en/of het zichzelf (daarbij) aftrekken;
2. op of omstreeks 19 januari 2025 te Valkenswaard,
in elk geval woorden van gelijke aard en/of strekking, welke uitlatingen (onder meer) gericht waren aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of via opnames van de camerabeelden van de deurbel ter kennis zijn gekomen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ;
3. in of omstreeks de periode van 07 oktober 2022 tot en met 20 januari 2025 te Valkenswaard, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (in de periode van 07 oktober 2022 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht) een of meer afbeeldingen en/of - gegevensdragers, bevattende afbeeldingen - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken, heeft verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft, en/of(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 20 januari 2025, artikel 252 Wetboek van Strafrecht) een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken, heeft verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft, te weten foto’s en/of video’s en/of een visuele weergave(n) en/of gegevensdragers bevattende foto’s en/of video’s en/of een visuele weergave(n) te weten een telefoon (iPhone 8, merk Apple en/of een laptop (merk HP), waarop te zien is dat:
De formele voorvragen.
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in haar vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.
De beoordeling van de tenlastegelegde feiten.
Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat alle tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.
Het standpunt van de verdediging.
Op de in de pleitnota genoemde gronden heeft de raadsvrouw zich – gelet op de bekennende verklaring van verdachte – ten aanzien van het bewijs van de tenlastegelegde feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Het oordeel van de rechtbank.
De bewijsmiddelen
de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 18 maart 2026 afgelegd.
Gelet op het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering zijn de hiervoor genoemde bewijsmiddelen niet uitgewerkt. De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.
Nadere overweging van de rechtbank.
De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het onder het tweede gedachtestreepje bij feit 2 tenlastegelegde bedreiging van de minderjarige [slachtoffer 3] . Uit de inhoud van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting van 18 maart 2026 is de rechtbank gebleken dat deze bedreiging nooit ter kennis van de minderjarige is gekomen.
De conclusie.
Gelet op de inhoud van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien met wat hiervoor is overwogen, komt de rechtbank tot het oordeel dat de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend zijn bewezen, een en ander zoals hierna onder “De bewezenverklaring” nader zal worden omschreven.
De bewezenverklaring.
De rechtbank komt tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte
1. op 19 januari 2025 te Valkenswaard, opzettelijk in het openbaar, te weten in de voortuin van een woning gelegen aan de [adres] , handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten het tonen van zijn, verdachtes, ontblote geslachtsdeel en (gedeeltelijk) ontbloot onderlichaam en het zichzelf (daarbij) aftrekken;
2. op 19 januari 2025 te Valkenswaard,
- [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , zijnde de ouders van [slachtoffer 3] , heeft bedreigd met de misdrijven omschreven in de artikelen 241 en 243 Wetboek van Strafrecht, door zich op te houden bij/voor de woning van voornoemde personen en vervolgens - onder meer te zeggen:> hallo, hallo, ik wil je zoontje kapot neuken,> dikke harde pik pedofiles, pedofiles neuken,> neuken lekker kutje,> dikke pik en lekker kutje,> [slachtoffer 3] ga slapen [slachtoffer 3] en steek deze pik in je mondje,> alsjeblieft ik ben pedo, ik wil je zoon neuken,> [slachtoffer 1] ik wil je … en dan neuken,> [slachtoffer 1] ik zal u graag een keer willen zuigen,> ik hou van je, ik wil je neuken,> je gaat in jouw kleine kontje geneukt worden,> kan je de deur openmaken voor mij, alsjeblieft,> jonge jongetje, porno kutje,
in elk geval woorden van gelijke aard en/of strekking, welke uitlatingen onder meer gericht waren aan die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] en via opnames van de camerabeelden van de deurbel ter kennis zijn gekomen van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ;
3. in de periode van 07 oktober 2022 tot en met 20 januari 2025 te Valkenswaard, (in de periode van 07 oktober 2022 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht) meermalen, een gegevensdrager, bevattende afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken, heeft verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft, en(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 20 januari 2025, artikel 252 Wetboek van Strafrecht) visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken, heeft verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft, te weten gegevensdragers bevattende foto’s en video’s en visuele weergaven te weten een telefoon (iPhone 8, merk Apple) en een laptop (merk HP), waarop te zien is dat:
De strafbaarheid van het feit.
Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
De strafbaarheid van verdachte.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.
Oplegging van straf en/of maatregel.
De eis van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren onder de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. Deze voorwaarden dienen dadelijk uitvoerbaar te worden verklaard. De tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht dient op het onvoorwaardelijk gedeelte van de gevorderde gevangenisstraf in mindering te worden gebracht.
Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.
Het standpunt van de verdediging.
Op de in de pleitnota genoemde gronden heeft de verdediging bepleit bij het opleggen van een straf te volstaan met een deels voorwaardelijke gevangenisstraf waarvan het onvoorwaardelijk gedeelte gelijk is aan de tijd die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht. Aan het voorwaardelijk gedeelte van een op te leggen straf kunnen de door de reclassering geadviseerde voorwaarden worden verbonden. Daarnaast heeft de verdediging gesteld dat ook een taakstraf zou kunnen worden opgelegd.
Het oordeel van de rechtbank.
algemeen
Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
de ernst van de bewezenverklaarde feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging met verkrachting door urenlang voor de woning waar aangever en zijn gezin woonachtig zijn dreigende en nare, kwetsende bewoordingen tegen aangever en zijn minderjarige zoon te uiten [feiten 1 en 2]. Dit gedrag van verdachte is via de deurbelcamera van de woning van aangever vastgelegd. Bij het bekijken van de camerabeelden is ook de partner van aangever met deze bedreiging tegen aangever en hun minderjarige zoon geconfronteerd. Door zijn handelen heeft verdachte een grote inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van aangever en zijn gezin. Het bizarre gedrag van verdachte heeft bij de ouders tot gevoelens van angst, slapeloosheid en psychische problemen geleid, zoals zij nog eens hebben benadrukt ter terechtzitting van 18 maart 2026 tijdens de uitoefening van hun spreekrecht.
Ook heeft verdachte een uitgebreide verzameling kinderpornografische afbeeldingen en video’s geraadpleegd, verworven en in zijn bezit gehad [feit 3]. Door het verzamelen van dit materiaal heeft verdachte een bijdrage geleverd aan het in stand houden van de productie en verspreiding van kinderporno en hierdoor heeft hij ook meegewerkt aan het misbruik en de exploitatie van de betrokken minderjarigen. Door zijn handelen heeft verdachte de industrie die deze kinderen misbruikt mede in stand gehouden. Het behoeft geen betoog dat dergelijk misbruik zeer nadelige gevolgen kan hebben (in de zin van psychische, emotionele en lichamelijke schade) bij de desbetreffende kinderen en dat zij hierdoor ernstig kunnen worden geschaad in hun verdere ontwikkeling.
de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte
Verdachte heeft verwerpelijke van zijn gedrag ingezien. Verdachte heeft al langere tijd gevoelens voor kinderen, maar door een intensieve behandeling door De Omslag is het hem gelukt hier nooit uiting aan te geven, hetgeen verdachte zelf ook niet wil. Deze behandeling is na tien jaar stopgezet, waarna hij naar eigen zeggen op gezette momenten kinderporno heeft gezocht om zijn gevoelens in bedwang te krijgen.
Als gevolg van deze strafzaak (schorsing van de voorlopige hechtenis) is verdachte inmiddels weer toegelaten tot een behandeling die erop is gericht om herhaling van dit soort gedrag te voorkomen. Verdachte ziet inmiddels in dat het bekijken van kinderporno geen goede manier is om met zijn gevoelens om te gaan.
Ook is hij verhuisd, waardoor de kans op een confrontatie met aangever en zijn gezinsleden aanzienlijk is afgenomen. Uit de justitiële documentatie van verdachte blijkt dat hij niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke feiten.
de strafmodaliteit
Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf.
De rechtbank acht uit een oogpunt van vergelding en ter beveiliging van de maatschappij een vrijheidsbeneming op zijn plaats. Het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die langer is dan de tijd die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht, is in dit geval echter niet passend. Het is in het belang van de samenleving dat de hulp die verdachte weer ontvangt bij De Omslag niet wordt geblokkeerd of doorkruist door een straf die met zich mee zou brengen dat verdachte wederom in detentie moet verblijven. Hierdoor zouden namelijk veel beschermende factoren wegvallen, terwijl het juist van groot belang is dat deze factoren aanwezig blijven om recidive te voorkomen.
De rechtbank is derhalve van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur gelijk aan de tijd die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht. De rechtbank zal een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen die niet ten uitvoer zal worden gelegd als verdachte zich tot het einde van de hierna vast te stellen proeftijd niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken en de hierna te melden bijzondere voorwaarden naleeft. De rechtbank wil hiermee enerzijds de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat verdachte pedofiele gevoelens heeft. Het is een feit van algemene bekendheid dat bij deze personen een latent gevaar bestaat dat zij zich schuldig kunnen maken aan misdragingen ten opzichte van minderjarigen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van minderjarigen. De op te leggen voorwaarden beogen recidive te voorkomen en naar het oordeel van de rechtbank dulden deze geen uitstel. Er is sprake van een situatie waarin er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte (zonder dadelijke uitvoering van de voorwaarden) een misdrijf zal begaan dat gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De verzochte dadelijke uitvoerbaarheid van de op te leggen bijzondere voorwaarden zal worden toegewezen.
De rechtbank is daarnaast van oordeel dat uit het oogpunt van juiste normhandhaving, gelet op de oriëntatiepunten die voor de bewezenverklaarde feiten zijn ontwikkeld, niet kan worden volstaan met alleen oplegging van de hiervoor genoemde gevangenisstraf. Daarom zal de rechtbank naast een gevangenisstraf ook een taakstraf aan verdachte opleggen.
de conclusie
Alle feiten en omstandigheden tegen elkaar afwegend, is de rechtbank van oordeel dat passend en geboden is verdachte te veroordelen tot:
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] .
De benadeelde partij vordert een immateriële schadevergoeding van € 1.500,00 te vermeerderen met wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Voor het vaststellen van de immateriële schade zal de rechtbank aansluiting zoeken bij de Rotterdamse schaal. Voor ‘bedreiging’ is in de Rotterdamse Schaal een maximumbedrag opgenomen van € 1.500,--. Relevante factoren voor het vaststellen van de omvang zijn de handelswijze van de dader, de intensiteit van de bedreigende situatie, de locatie en het tijdstip en de aard en de ernst van de gevolgen.
Verdachte is inmiddels verhuisd en de handelswijze van verdachte kwam overduidelijk voort uit een (zeer) beschonken toestand. De bedreiging heeft het slachtoffer niet rechtstreeks bereikt, maar pas later via de camerabeelden. De rechtbank is van oordeel dat het gaat om een voor de benadeelde bedreigende situatie, maar vindt matiging op zijn plaats.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank toewijsbaar als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, een immateriële schadevergoeding tot een bedrag van € 500,-- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 januari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.
De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige gedeelte van de gevorderde immateriële schadevergoeding aangezien in zoverre geen sprake is van rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.
De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 januari 2025 tot de dag der algehele voldoening.
Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.
Toepasselijke wetsartikelen.
De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 14e, 22c, 22d, 36f, 56, 57, 240b [oud], 252, 254b en 285 van het Wetboek van Strafrecht.
DE UITSPRAAK
De rechtbank:
Verklaart de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten bewezen zoals hiervoor is omschreven.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:
ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde feit
opzettelijk in het openbaar handelingen die aanstotelijk zijn voor de eerbaarheid verrichten
ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde feit
bedreiging met de misdrijven omschreven in de artikelen 241 en 243, meermalen gepleegd
ten aanzien van het onder 3 bewezenverklaarde feit
voorgezette handeling van:
een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk de toegang daartoe verschaft, meermalen gepleegd [m.b.t. de periode van 7 oktober 2022 tot en 30 juni 2024]
en
een visuele weergave van seksuele aard en met een onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven, in bezit hebben enof zich de toegang daartoe verschaffen, meermalen gepleegd [m.b.t. de periode van 1 juli 2024 tot en met 20 januari 2025]
Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.
Legt op de volgende straf(fen) en/of maatregel(en).
ten aanzien van de onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde feiten.
een gevangenisstraf voor de duur van 199 dagen [honderdnegenennegentig dagen]
Beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.
Bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf groot 180 dagen [honderdtachtig dagen] niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van drie jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt danwel [een van] de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
Stelt als bijzondere voorwaarden:
Meldplicht bij reclassering
Veroordeelde meldt zich binnen drie dagen na de uitspraak van het vonnis bij Reclassering Nederland op telefoonnummer 088-8041504 . Veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.
Meewerken aan middelencontrole
Veroordeelde werkt mee aan controle van het gebruik van alcohol om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak veroordeelde wordt gecontroleerd.
Ambulante behandeling
Veroordeelde laat zich behandelen door "De Omslag" of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling is reeds gestart. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.
Locatieverbod
Veroordeelde zal zich niet ophouden in de [adres] te Valkenswaard.
Vermijden digitale omgevingen seksueel kindermisbruik
Gedurende de gehele proeftijd:
1. vermijdt veroordeelde digitale omgevingen waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal;
2. vermijdt veroordeelde digitale omgevingen waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd waarbij veroordeelde ook games met chatfunctie die specifiek ontwikkeld zijn voor minderjarigen vermijdt;
3. maakt veroordeelde geen gebruik van virtuele machines, versleutelprogramma’s (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);
4. geeft veroordeelde inzicht in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder 1. en 2. zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.
Het toezicht op de naleving van de onderdelen 1. tot en met 3. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die veroordeelde in gebruik heeft.
Veroordeelde werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die veroordeelde in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past veroordeelde de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet.
De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen. De controles mogen gedurende de gehele proeftijd maximaal gemiddeld 3 keer per jaar worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van veroordeelde zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van veroordeelde.
De rechtbank geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de hiervoor genoemde voorwaarden (met uitzondering van het locatieverbod) en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de veroordeelde:
- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
- meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.
Beveelt dat de gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.
ten aanzien van de onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde feiten voorts.
een taakstraf voor de duur van 240 uren [tweehonderd veertig uren] te vervangen door 120 dagen hechtenis indien veroordeelde deze taakstraf niet of niet naar behoren verricht.
ten aanzien van feit 2 tevens:
Legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 3] van een bedrag van € 500,--, bestaande uit immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 januari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.
Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 5 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de opgelegde betalingsverplichting niet op.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] [t.a.v. feit 2]:
Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 3] van een bedrag van € 500,-- bestaande uit immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 januari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.
Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet ontvankelijk is en dat de benadeelde partij dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen.
Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.G. Vos , voorzitter,
mr. C.F.N. van Schaijk en mr. S.V. Vullings, leden,
in tegenwoordigheid van H.A. van Neerven, griffier,
en is uitgesproken op 31 maart 2026.