beschikking op de verzoeken tot omzetting van bewind en mentorschap in curatele
op verzoek van:
[zus 1] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen: de bewindvoerder,
en
[naam]
wonende te [adres] ,
hierna te noemen: de vader,
hierna tevens te noemen: verzoekers,
met betrekking tot:
[naam] ,
geboren te [plaatsnaam] op [datum] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene.
Procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- de verzoeken tot omzetting van bewind en mentorschap in curatele, ontvangen op
1 december 2025;
17 januari 2026;
Het verzoek is mondeling behandeld op 13 maart 2026. Van hetgeen is besproken op de zitting zijn aantekeningen gemaakt.
Op de zitting zijn verschenen:
Via een Teams-verbinding is gehoord:
- de heer [naam] , de vader van betrokkene.
Beoordeling
1. Verzoekers vragen om het bewind en het mentorschap om te zetten in curatele. Aan de verzoeken wordt, samengevat, het volgende ten grondslag gelegd.
De belangen van betrokkene worden met het bewind en het mentorschap onvoldoende behartigd. Juridisch gezien hebben een bewindvoerder en mentor samen gelijke rechten als een curator, maar in de praktijk blijkt dit niet zo te werken. Een curator legt meer gewicht in de schaal. Als voorbeeld geven verzoekers hun poging om de politie in te schakelen om betrokkene weg te laten halen bij zijn moeder en terug te laten brengen naar de zorglocatie. Dit is de mentor niet gelukt. Moeder heeft betrokkene aangezet tot geweld en vernieling van andermans eigendommen en ook de zus heeft een slechte invloed op betrokkene. Betrokkene dient daartegen beschermd te worden en deze bescherming kan alleen geboden worden met een ondercuratelestelling.
Verzoekers verzoeken Bewindvoerderskantoor Kroezen te benoemen tot curator, omdat zij van mening zijn dat de huidige mentor geen verantwoordelijkheid neemt en pas na escalatie handelt. Indien de kantonrechter van oordeel is dat bewind en mentorschap volstaat verzoeken zij Bewindvoerderskantoor Kroezen te benoemen tot opvolgend bewindvoerder en mentor. Verzoekers willen niet dat het bewind en mentorschap verdeeld wordt over twee kantoren in verband met de efficiency en de kosten.
2. De mentor sluit zich aan bij het verzoek om het uitspreken van de curatele.
Een curator heeft in de praktijk meer handelingsmogelijkheden dan een mentor. Dat zit hem in de juridische term ‘curator’ die in het maatschappelijk verkeer inderdaad meer gewicht in de schaal legt. De noodzaak van curatele is gelegen in het feit dat de moeder van betrokkene een zeer slechte invloed heeft op betrokkene, waartegen betrokkene beschermd moet worden. Inmiddels is de situatie weer genormaliseerd, doordat betrokkene wederom in een zorginstelling is geplaatst en niet meer bij zijn moeder woont. De moeder van betrokkene verblijft op dit moment niet thuis door een opname. Of dit een blijvende situatie is, is niet met zekerheid te zeggen.
Indien het bewind en mentorschap wordt gehandhaafd, dan acht de mentor het praktisch zinvol dat het bewind en het mentorschap bij één kantoor wordt belegd. De mentor heeft zich daarbij bereid verklaard te worden benoemd tot opvolgend bewindvoerder. De verwijten van verzoekers betwist de mentor. Zij stelt dat zij als mentor bij de uitoefening van haar taken en verantwoordelijkheden soms met de rug tegen de muur heeft gestaan. Daarnaast zijn de familiebanden uitermate complex en is het praktisch onwerkbaar om alle belanghebbenden afzonderlijk over alles te informeren.
3. [zus 2] stemt niet in met het verzoek tot ondercuratelestelling.
Zij beschouwt curatele als een te zware maatregel voor de situatie van betrokkene. Zij is ook van mening dat de situatie met moeder niet voorkomen had kunnen worden met curatele. Het lijkt haar ook niet realistisch dat betrokkene ooit weer bij zijn moeder gaat wonen. Überhaupt is het de vraag of moeder weer zelfstandig kan wonen.
Zij stemt wel in met het ontslag van [zus 1] als bewindvoerder. Daarbij acht zij het van belang voor betrokkene dat er sprake is van stabiliteit en dat er daarom geen kantoorwisseling plaatsvindt.
4. Betrokkene zelf wil niet onder curatele gesteld worden. Hij is wel tevreden met het bewind en mentorschap, maar wil niet verder beknot worden in zijn (keuze)vrijheid dan strikt noodzakelijk. Verder heeft betrokkene aangegeven dat hij nu in [plaatsnaam] woont. Betrokkene heeft een tijd niet goed geslapen nadat hij er getuige van was geweest dat zijn moeder haar polsen doorsneed, maar het gaat nu goed. Hij heeft het naar zijn zin in [plaatsnaam] en er zijn leuke mensen daar. Betrokkene vreest dat een curator zou kunnen beslissen dat hij daar weer weg moet.
4. De kantonrechter overweegt als volgt.
De kantonrechter is van oordeel dat de noodzaak van de curatele niet aannemelijk is geworden. De kantonrechter is er niet van overtuigd dat de combinatie van bewind en mentorschap tekortschiet om te voorzien in behartiging van de vernogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen van betrokkene. Verder is de kantonrechter ook onvoldoende gebleken dat betrokkene nu een gevaar vormt voor zichzelf of voor anderen, al dan niet door de invloed van zijn moeder. Ter zitting heeft betrokkene ten aanzien van het door verzoekers gestelde geweld en vernieling verklaard dat hij inderdaad de auto van [zus 1] heeft bekrast met zijn moeder. Betrokkene heeft daarover tegenover de kantonrechter aangegeven te weten dat hij dat niet had moeten doen, maar dat hij boos was op zijn zus omdat zij boos en lullig deed tegen hem. Deze situatie is voortgekomen uit de rol die [zus 1] als zus en bewindvoerder voor betrokkene heeft vervuld. Gegeven het verzoek om ontslag als bewindvoerder ligt het niet voor de hand dat deze situatie zich zal herhalen. Andere aanknopingspunten om gevaar aan te nemen zijn er niet.
Betrokkene woont sinds kort in een begeleide woonvorm in [plaatsnaam] en niet meer bij zijn moeder. Daar gaat het nu goed. De kantonrechter heeft begrip voor de ter zitting door verzoekers uitgesproken vrees dat betrokkene, zodra dat zou kunnen, weer terugkeert naar zijn moeder. Echter, gezien de opname van moeder is het maar de vraag of moeder binnen afzienbare termijn of überhaupt terugkeert naar haar huidige woning. Gezien de huidige omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat ondercuratelestelling als een te verstrekkende beperking van de rechten van betrokkene is te beschouwen. De kantonrechter zal daarom het verzoek tot ondercuratelestelling afwijzen.
Wat wel nog onverminderd aan de orde is, is het gegeven dat betrokkene zijn vermogensrechtelijke belangen niet behoorlijk kan waarnemen. Daar kan (nog steeds) bewindvoering in voorzien. Duidelijk is dat de huidige bewindvoerder haar taken niet meer goed kan en wil uitvoeren. Alle belanghebbenden stemmen ook in met haar ontslag. Dat zal dan ook worden verleend.
Voorts is de kantonrechter gebleken dat betrokkene zijn niet-vermogensrechtelijke belangen niet zelf kan behartigen. De huidige mentor heeft aangegeven mentor te willen blijven. Betrokkene zelf heeft op de zitting ook uitgesproken dat hij wil dat de mentor zijn mentor blijft en deze stabiliteit acht de kantonrechter ook in het belang van betrokkene. Bovendien ziet de kantonrechter geen concrete grond voor het oordeel dat de mentor in de uitvoering van haar taken ernstig tekort is geschoten. De kantonrechter zal de benoeming van de mentor dan ook ongewijzigd laten. Daarbij merkt de kantonrechter het volgende op. Het is volkomen begrijpelijk dat de familieleden van betrokkene geïnformeerd willen worden over wat er in het kader van het mentorschap gebeurt, welke keuzes worden gemaakt en waarom. De mogelijkheden van de mentor om daaraan tegemoet te komen zijn echter begrensd, temeer als de mentor met alle familieleden afzonderlijk contact zou moeten onderhouden omdat binnen de familie de verhoudingen gespannen zijn. Met het oog op een goede verstandhouding acht de kantonrechter het raadzaam dat de mentor/bewindvoerder en de belanghebbenden bespreken wat er, en in welke mate, van elkaar verwacht mag worden.
Gelet op het voorgaande dient de kantonrechter te beslissen over de benoeming van een opvolgend bewindvoerder. Gezien de sterke wens van betrokkene om de huidige mentor te behouden en de noodzaak tot continuïteit in een vertrouwde situatie, zal de kantonrechter ambtshalve de mentor benoemen tot opvolgend bewindvoerder. Dit waarborgt de stabiliteit, sluit aan bij de voorkeur van betrokkene en beantwoordt aan de terechte opmerkingen van verzoekers en de mentor dat het uit praktische overwegingen zinvol is het bewind en mentorschap bij één kantoor te beleggen.
5. De kantonrechter zal de beloning voor de aanvangswerkzaamheden vaststellen overeenkomstig het eerstgenoemde bedrag in artikel 3 lid 5 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Deze beloning is exclusief omzetbelasting.
6. De kantonrechter zal de jaarbeloning vaststellen overeenkomstig artikel 5 in samenhang met artikel 2 lid 2 onder a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Deze beloning is inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting voor zover van toepassing.
Beslissing
De kantonrechter:
wonende te [adres] ;
Deze beschikking is gegeven door mr. C.T.C. Wijsman, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2026.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.