ECLI:NL:RBOBR:2026:2027

ECLI:NL:RBOBR:2026:2027

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 30-03-2026
Datum publicatie 30-03-2026
Zaaknummer 01/247805/25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Veroordeling voor gekwalificeerde opzetaanranding. OVAR. Afgifte zorgmachtiging.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummer: 01.247805.25

Datum uitspraak: 30 maart 2026

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1996] ,

thans gedetineerd te: [vestigingsplaats] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 17 december 2025 en 16 maart 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 19 november 2025.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 19 september 2025 te Sint-Michielsgestel, althans in Nederland,

met een persoon, te weten [slachtoffer]

een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten

- het kussen/zoenen op de mond van die [slachtoffer] en/of

- het betasten/aanraken van de borst van die [slachtoffer]

terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer] daartoe de wil ontbrak,

en welke opzetaanranding werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door

- voornoemde seksuele handelingen onverhoeds uit te voeren en/of

- die [slachtoffer] vast te pakken en/of vast te houden;

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Het bewijs.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van gekwalificeerde opzetaanranding.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman van verdachte heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen.

1. Een proces-verbaal van aangifte, inhoudende de verklaring van [slachtoffer] van 19 september 2025, p. 6-8 van het dossier, voor zover inhoudende:

Op vrijdag 19 september 2025, omstreeks 14.00 uur, ging ik met de hond wandelen op de Nieuwe Dijk in Sint-Michielsgestel.

(…)

Ik zag toen dat de man, die ik bij het bankje had gezien, mijn richting in liep.

Uiteindelijk, ongeveer 500 meter van mijn geparkeerde auto vandaan, kwamen wij elkaar tegen. In de eerste instantie zei de man niets tegen mij, maar toen hij mijn hond zag begon hij te praten. (…)

Tijdens het gesprek merkte ik dat hij steeds dichter bij mij ging staan. Ik vond dit niet prettig en deed automatisch een stap achteruit. Hij bleef toen nog even op afstand. (…)

Ik maakte aanstalten om weg te gaan, naar mijn auto toe te lopen. Ik zag toen dat hij naar mij toe kwam, dichterbij kwam en vervolgens uit het niets op mijn mond kuste en vervolgens pakte hij ook mijn rechterborst vast. Hij deed dit zeg maar vanaf mijn rechterzijkant, met de gezichten naar elkaar toen, en met twee armen tegelijk. Hierbij pakte hij dus met zijn rechterhand mijn rechterborst vast. Hij pakte mij volledig beet met twee armen. Ik merkte dat hij bewust, gericht mijn borst vastpakte.

Ik heb hem toen meteen een duw gegeven om hem van mij af te duwen. Toen stonden we op ongeveer een meter van elkaar af en ik hoorde dat hij vroeg: “Mag ik nog een keer jouw borst vasthouden?” Ik zei toen: “Nee!”

Ik ben toen meteen weggelopen. Ik was bang dat hij achter mij aan zou komen.

2. Proces-verbaal van verhoor verdachte toetsing rechtmatigheid inverzekeringstelling en vordering tot bewaring, inhoudende de verklaring van verdachte, afgelegd bij de rechter-commissaris op 23 september 2025, voor zover inhoudende:

U houdt mij kort de verdenking voor, namelijk dat ik mevrouw [slachtoffer] onverwachts heb gekust en op haar borsten heb aangeraakt.

Ja, dat is gewoon waar.

Nadere bewijsoverweging.

Verdachte heeft bekend aangeefster op haar mond te hebben gezoend en haar bij haar borst te hebben gegrepen. Verdachte heeft ter terechtzitting van 16 maart 2026 verklaard dat hij heeft gevraagd om toestemming voor een knuffel en een kus en vanuit daar zijn handelingen heeft uitgebreid. Gelet op het feit dat verdachte en aangeefster elkaar niet kenden en aangeefster een dame van destijds 72 jaar oud betrof, schuift de rechtbank de verklaring van verdachte dat hij toestemming had voor een deel van de seksuele handelingen als ongeloofwaardig terzijde. Verdachte vertelt bovendien over de aanranding wisselende en niet altijd consistente verhalen. Hij verkeerde – naar later bleek – in een ernstige psychotische stoornis met waanideeën. De rechtbank gaat daarom uit van de verklaring van aangeefster.

De rechtbank acht gekwalificeerde opzetaanranding bewezen. Opzetaanranding heeft betrekking op situaties waarin de dader opzettelijk de ontbrekende wil bij de ander negeert of voor lief neemt. Daarbij kan sprake zijn van ‘vol’ opzet of – de ondergrens van de opzetvariant – voorwaardelijk opzet. In dat laatste geval heeft de dader bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de desbetreffende seksuele handelingen plaatsvinden, terwijl bij de ander de wil daartoe ontbreekt. Volgens de Memorie van Toelichting is sprake van opzettelijk handelen als iemand een ander onverhoeds ontuchtig aanraakt. Hij weet dan dat hij daarvoor geen toestemming heeft. Daarmee kan in elk geval opzet worden bewezen:

“De opzetvariant van aanranding en verkrachting omvat ook de gevallen waarin sprake is van onverhoeds handelen. Het totaal onverwachts iemand op seksuele wijze betasten getuigt van opzettelijk handelen.” Volgens de Memorie van Toelichting moet het tweede lid van artikel 241 (gekwalificeerde opzetaanranding) van het Wetboek van Strafrecht (Sr) worden beschouwd als de rechtsopvolger van artikel 246 (oud) Sr, welke delictsomschrijving het bestanddeel dwang omvatte. Tegelijkertijd wordt daarin overwogen dat voor de strafverzwarende omstandigheid van dwang een lager bewijsvereiste komt te gelden ten opzichte van de huidige wetgeving. Van dwang kon in het kader van artikel 246 (oud) Sr sprake zijn als de betrokkene zich door het onverhoedse van het handelen van de verdachte daartegen niet heeft kunnen verzetten. Nu artikel 241, tweede lid, Sr volgens de wetsgeschiedenis als opvolger van deze bepaling moet worden beschouwd, waarbij de wetgever bovendien tot uitdrukking heeft gebracht dat er een lager bewijsvereiste komt te gelden, geldt dat moet worden aangenomen dat onverhoeds handelen ook in het kader van artikel 241, eerste lid, Sr dwang kan opleveren.

Uit de wetsgeschiedenis volgt dat de lagere bewijsdrempel voor dwang in houdt dat daarvoor volstaat dat zodanige pressie op de ander is uitgeoefend dat die ander daardoor niet of in verminderde mate de mogelijkheid heeft gehad om een vrije keuze te maken. Die pressie kan een veelheid aan gedaantes aannemen en kan bijvoorbeeld bestaan uit het veroorzaken van een fysiek beletsel, het in het nauw drijven of het overrompelen van iemand.

Op basis van de verklaring van aangeefster in combinatie met de verklaring van verdachte kan wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte de opzetaanranding heeft gepleegd. Aangeefster heeft meermaals aangegeven niet van de aanrakingen gediend te zijn, zij nam afstand toen hij dichterbij kwam, heeft hem van zich af geduwd, heeft “nee” geroepen en is weggelopen. Daarmee was voor verdachte duidelijk dat zij de seksuele handelingen niet wilde. Daarnaast blijkt het opzet en de dwang uit het onverhoeds ontuchtig betasten en omklemmen van aangeefster op welke wijze hij haar heeft overrompeld en in haar (fysieke) vrijheid heeft beperkt.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte:

op 19 september 2025 te Sint-Michielsgestel, met een persoon, te weten [slachtoffer]

seksuele handelingen heeft verricht, te weten

- het kussen/zoenen op de mond van die [slachtoffer] en

- het betasten/aanraken van de borst van die [slachtoffer]

terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer] daartoe de wil ontbrak,

en welke opzetaanranding werd voorafgegaan door en vergezeld werd van dwang, door

- voornoemde seksuele handelingen onverhoeds uit te voeren en

- die [slachtoffer] vast te pakken en vast te houden.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkwamen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Het standpunt van de officier van justitie en de verdediging.

De officier van justitie en de verdediging hebben zich op het standpunt gesteld dat verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar moet worden verklaard gelet op het advies van de psychiater.

De beoordeling van de rechtbank.

De rechtbank heeft bij haar oordeel omtrent de strafbaarheid van verdachte in het bijzonder acht geslagen op het over verdachte opgestelde Pro Justitia rapport van J.R. Nijdam, psychiater, van 6 februari 2026.

In dit psychiatrisch onderzoek staat dat verdachte lijdt aan een ernstig psychotische stoornis in het kader van schizofrenie. Ten tijde van de ten laste gelegde feiten was bij verdachte sprake van een floride psychotisch toestandsbeeld waardoor zijn denken, voelen en handelen op dat moment volledig werden bepaald vanuit zijn psychotische binnenwereld en waanideeën. Vanwege de overheersende invloed van het ernstige psychotische toestand beeld adviseert de psychiater verdachte de ten laste gelegde feiten niet toe te rekenen.

De rechtbank is van oordeel dat de rapportage op een zorgvuldige wijze tot stand is gekomen en dat de conclusie van de psychiater wordt gedragen door een deugdelijk en inzichtelijk gemotiveerde onderbouwing. De rechtbank neemt de bevindingen en het advies van de psychiater daarom over.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte ten tijde van het plegen van het bewezen verklaarde feit volledig ontoerekeningsvatbaar moet worden geacht. Het handelen van verdachte werd op dat moment volledig gestuurd door zijn stoornis, waardoor de verwijtbaarheid van zijn gedragingen is komen te vervallen. Deze omstandigheid sluit de strafbaarheid van verdachte uit. De rechtbank acht verdachte dan ook niet strafbaar en zal hem ontslaan van alle rechtsvervolging.

Afdoening: verplicht zorg.

De eis van de officier van justitie.

De (verplichte zorg-)officier van justitie heeft de mogelijkheden voor het verlenen van een zorgmachtiging (zoals bedoeld in artikel 2.3 Wet forensische zorg (Wfz)) ten behoeve van verdachte laten onderzoeken, maar besloten geen verzoekschrift in te dienen. De (zittings-)officier van justitie heeft de rechtbank in overweging gegeven om ambtshalve een zorgmachtiging af te geven.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft zich ten aanzien van de zorgmachtiging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een gekwalificeerde opzetaanranding door aangeefster plotseling vast te pakken, te kussen en naar haar borst te grijpen. Aangeefster is hierdoor erg geschrokken en is bang verdachte weer tegen te komen.

Omdat het bewezen verklaarde feit niet wordt toegerekend aan verdachte, zal verdachte worden ontslagen van alle rechtsvervolging en zal aan hem geen straf worden opgelegd.

Tegelijk met de strafzaak is in een aparte procedure de mogelijkheid tot het verlenen van een zorgmachtiging besproken.

De rechtbank concludeert op grond van het Pro Justitia-rapport dat het doel van het beperken van het recidiverisico tot een acceptabel niveau kan worden gerealiseerd binnen het kader van een zorgmachtiging. Met een zorgmachtiging kan worden bewerkstelligd dat verdachte weer kan functioneren op (minimaal) het niveau van voor de floride psychotische episodes. Om deze reden maakt de rechtbank gebruik van de haar in artikel 2.3, eerste lid, aanhef en onder 4, van de Wfz gegeven bevoegdheid om een zorgmachtiging af te geven. De toewijzende beslissing op dit verzoek wordt tegelijk met deze uitspraak bij afzonderlijke beschikking van heden afgegeven. Gelet hierop ziet de rechtbank geen aanleiding om daarnaast aan verdachte een strafrechtelijke maatregel op te leggen.

De voorlopige hechtenis.

Met betrekking tot het door de raadsman gedane verzoek tot opheffing op grond van het bestaan van een situatie zoals bedoeld in artikel 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), overweegt de rechtbank als volgt.

Uit de parlementaire geschiedenis van de Wfz leidt de rechtbank af dat de strafrechter bij de toepassing van artikel 67a, derde lid Sv het vooruitzicht op een te verlenen zorgmachtiging in aanmerking kan nemen. Uit de wetsgeschiedenis blijkt immers dat de wetgever met de introductie van artikel 2.3 Wfz de afstemming van zorg in strafrechtelijk kader op (reguliere) verplichte ggz heeft willen verbeteren en dat de wetgever voor ogen heeft gehad dat bij afgifte van een zorgmachtiging geen hiaat hoeft te ontstaan in zorgverlening in verband met alle daaraan verbonden risico’s en dat continuïteit van zorg wordt gewaarborgd. Gelet hierop moet worden aangenomen dat voor toepassing van artikel 67a, derde lid, Sv een door de strafrechter af te geven zorgmachtiging tot verplichte zorg (mits mede gericht op klinische opname) dient te worden aangemerkt als een vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in artikel 67a, derde lid Sv. Verder betrekt de rechtbank bij zijn oordeel dat de voorlopige hechtenis wordt tenuitvoergelegd in een op de problematiek van betrokkene afgestemd detentieregime, te weten in [locatie] (Vgl. ECLI:NL:HR:2022:983, r.o. 6.4-6.6.).

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat een door de strafrechter af te geven zorgmachtiging tot verplichte zorg – mits mede gericht op klinische opname – dient te worden aangemerkt als een vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in artikel 67a, derde lid Sv. Daarmee doet een situatie als bedoeld in deze bepaling zich thans niet voor en wordt het verzoek afgewezen.

Het is in het belang van verdachte om de verplichte zorg die verdachte zal ondergaan in het kader van de verleende zorgmachtiging te laten aansluiten op haar verblijf in [locatie] . De rechtbank bepaalt tegen deze achtergrond dat het bevel tot voorlopige hechtenis zal worden opgeheven met ingang van het moment waarop verdachte kan worden geplaatst in een kliniek, waarbij dan de zorgmachtiging ten uitvoer wordt gelegd.

DE UITSPRAAK

gekwalificeerde opzetaanranding

De rechtbank:

Bewezenverklaring.

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

- verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Strafbaarheid.

- verklaart dat het bewezenverklaarde strafbaar is en het volgende misdrijf oplevert:

- verklaart verdachte hiervoor niet strafbaar en ontslaat hem van alle rechtsvervolging.

- heft op de voorlopige hechtenis met ingang van het moment waarop verdachte in het kader van de zorgmachtiging kan worden geplaatst in een kliniek.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. W.M.T. Keukens, voorzitter,

mr. A. Maas en mr. S.S. Arendse, leden,

in tegenwoordigheid van mr. N.J.S. Doornbosch, griffier,

en is uitgesproken op 30 maart 2026.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. W.M.T. Keukens
  • mr. A. Maas
  • mr. S.S. Arendse

Griffier

  • mr. N.J.S. Doornbosch

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?